J.J.V.M. de Vet's betekenis voor het Spinozisme

Het zal zodadelijk duidelijk worden, waarom ik op internet enige gegevens over emeritus-professor dr. Jan de Vet probeerde op te sporen. Dichterbij dan dit fotootje (een still van een Nieuwssuitzending van Nijmegen van 12 oktober 2009)  en onderstaande gegevens kwam ik niet.  

J.J.V.M. de Vet, Joannes Josephus Victor Maria de Vet (1934) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de KUN. Hij promoveerde er cum laude op een dissertatie over Pieter Rabus (1660-1702), een wegbereider van de Noord-Nederlandse Verlichting (Amsterdam-Maarssen, 1980). Vanaf  1 september 1997 bekleedde hij voor twee jaar de Keizer Karel-wisselleerstoel aan de faculteit der letteren, het tweejarig bijzonder hoogleraarschap Europese cultuur aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN). Tegenwoordig, met emirtaat, is hij voorzitter van Numaga, de Vereniging tot beoefening van de Geschiedenis van Nijmegen en Omgeving. Ook is hij voorzitter van de Nijmeegse Stichting Petronella Moens, De Vriendin van ’t Vaderland.
Aan zijn publicaties te zien, hield hij zich vooral bezig met de XVIIIe eeuw.

Voor Spinozisten is hij degene die de verdienste van de ontdekking der onjuiste toeschrijvingen van de Reeckeningen aan Spinoza op zijn naam heeft.

In BENEDICTUS DE SPINOZA (1632-1677) - EEN OVERZICHT van Piet Steenbakkers, is in een noot te lezen: “In de loop van de tijd zijn verschillende boeken die anoniem of onder pseudoniem waren gepubliceerd aan Spinoza toegeschreven, zonder grond. Een speciaal geval is Spinoza's veronderstelde auteurschap van twee kleine Nederlandse traktaatjes, Stelkonstige reeckening van den regenboog en Reeckening van kanssen. Die zijn sinds hun toeschrijving (in de late negentiende eeuw) aan Spinoza opgenomen in alle gezaghebbende uitgaven en vertalingen van Spinoza's werk. In 1983 heeft J. de Vet aangetoond dat die toeschrijving slecht gefundeerd was en dat de auteur van beide werkjes niet Spinoza maar een Haagse regent is geweest, Salomon Dierquens (zie J. de Vet, 'Was Spinoza de auteur van Stelkonstige reeckening van den regenboog en van Reeckening van kanssen?', in Tijdschrift voor filosofie, jg 45, p. 602-39). [Cf.]

Dit artikel verscheen een jaar nadat in 1982 bij de Wereldbibliotheek de "Korte geschriften" van Spinoza waren verschenen, waarin naast de vertaling van de PPC, de KV en het Vertoog over de verbetering van het verstand, ook, ingeleid door M.J. Petry, de "Stelkonstige reeckening van den regenboog" en "Reeckening van kansen" waren opgenomen.

Michael John Petry, die zich veel met Hegel en ook met Linnaeus heeft bezig gehouden, bleef Spinoza als de auteur van deze werken zien.*) Maar de toeschrijving door J.J.V.M. de Vet aan Salomon Dierquens heeft het blijkbaar wat geloofwaardigheid betreft wel gewonnen.

Zijn artikel uit 1983 is sindsdien in diverse internationale tijdschriften uitgebracht, zoals Spinoza's Authorship of Stelkonstige Reeckening van den Regenboog and of Reeckening van Kanssen once more doubtful", Studia spinozana, Walther & Walther Verlag, Hannover, vol. 2 (1986), p. 267-309. En tenslotte in 2005

J.J.V.M. de Vet: Salomon Dierquens, auteur du Stelkonstige reeckening van den regenboog et du Reeckening van kanssen. In: Fokke Akkerman & Piet Steenbakkers (Eds.) Spinoza to the Letter. Studies in Words, Texts and Books. Brill [BRILLS STUDIES IN INTELLECTUAL HISTORY], Leiden, 2005

Ook verder schreef hij nog enige malen over Spinoza.

J.J.V.M. de Vet, "La `Bibliothèque universelle et historique´: témoignage d'une revue à propos de la lutte autour de Spinoza à la fin du XVIIe siècle", Lias, Amsterdam, XVI, 1 (1989). N XII, 29 (Jacqueline Lagrée).

J.J.V.M. de Vet, "Letter of a watchman on Zion's walls : the first reaction of Johannes Melchior to Tractatus theologico-politicus", in: L'hérésie spinoziste. La discussion sur le Tractatus Theologico-Politicus, 1670-1677 et la réception immédiate du spinozisme. Colloque de Cortona 1991, ed. P. Cristofolini, APA-Holland University Press, Amsterdam & Maarssen, 1995, p. 36-48. N XIX, 27. [Zie Cerphi]

J.J.V.M., De Vet, ‘Spinoza en Spinozisme in enkele 'Journaux de Hollande', Mededelingen van het Spinozahuis 83 (2002) pp. 3-32

J.J.V.M. de Vet, ‘Spinoza's “systema” afgewezen in de Examinator. Een moralist in het geweer tegen de cartesiaanse erfenis en op de bres voor de “proefkundige demonstreerwys.”’ In: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 26 (2003) p. 20-38.  

In dit laatste stuk, ‘Spinoza's “systema” afgewezen in de Examinator, steekt de aanleiding voor dit blog. Ik wil ermee op wijzen dat dit artikel gedigitaliseerd staat bij de DBNL.

Het is interessant om kennis te nemen van de “prediking van antispinozisme”, door de “vulgarisator/ popularisator van wetenschappelijke kennis” annex “zedenmeester” die de geneesheer Willem van Ranouw, redacteur van De Examinator was.

Buijnsters deelde de Examinator in bij de categorie der spectatoriale geschriften -  enigszins verwant aan het ‘geleerdentijdschrift’. De Vet typeert de ‘voorlichting over intellectuele onderwerpen’ meer als erg 'lijkend op een schriftelijke cursus'.

Van Ranouw was uitgesproken conservatief. Hij geeft in zijn tijdschrift ruim aandacht aan Spinoza, maar “een aandacht die opzichtig onwelwillend moet worden genoemd en resulteert in een vernietigende beoordeling van zowel Spinoza's filosofisch stelsel als van zijn persoon.” Hij verklaart Spinoza's ‘Godverzaakery’, doet geheimzinnig over de invloed van een ‘leermeester’, terwijl de rol van Franciscus van den Enden al lang bekend was.

Eerst schatte hij Spinoza’s intelligentie hoog in, maar hij dingt daarop later flink af tot hij hem van ‘zwak verstand’ verdacht. Hij moet niets hebben van Spinoza’s geometrische methode ("wat kan toch Spinosa met zyn methode uitrechten, als zyn gevoelen onwaarachgtig is? En als zyn gevoelen goed en waarachtig is, waarom dan niet de gewoonlyke methode gebruikt, door dewelke van allen tyde af de Metaphysique zaaken gedemonstreert zyn?"). Hij vindt ‘dat Spinosa deze Methode maar gebruikt heeft, om niet al te klaar te zyn, en om niet by een iegelyk bekent te staan voor een Godheids-loochenaar.

Hij maakt Spinoza’s mathematische bewerking van Descartes Principia belachelijk: “Te duizend stuivers, Lezer, wat dunkt u, is dat niet kostelyk! Als deze franjen, vlaggen en wimpels onder 't redeneeren en bewyzen opgesteeken worden, zoude dan nog imant aan de waarheid van 't Bewys durven twyfelen, dat zoude immers slecht zyn?” Met zijn atheïsme, waarvan Van Ranouw zeker was, behoorde Spinoza tot de lieden “daar aan de eene of de andere kant vry wat aan hapert.” En het waren ‘wellustige en losse menschen’.

Het was duidelijk dat zijn christelijke geloof de auteur parten speelde. De Vet eindigt zijn artikel met: “Lockes afwijzing van ingeboren ideeën impliceerde voor Van Ranouw de verwerping van het spinozistische godsbeeld, ‘het welk ik van hertenwensche, dat alle de Lezers van dezen Examinator ter herte moogen neemen’.
Die wens zou door veel achttiende-eeuwse Nederlanders vervuld worden. Spinoza's erfenis werd snel contrabande, gekoesterd door weinigen.”

Nuttig dat dit soort artikelen eenvoudig op internet toegankelijk worden. Jammer dat 'Was Spinoza de auteur van Stelkonstige reeckening van den regenboog en van Reeckening van kanssen?' of de Engelse versie (nog?) niet toegankelijk is op internet.

Vindplaatsen

*) in: Spinoza's algebraic calculation of the rainbow & calculation of chances / ed. and transl. [from the Dutch] with an introd., explanatory notes and an appendix by M.J. Petry. Martinus Nijhoff, Dordrecht [etc.], 1985.  In te zien bij books.goole

Piet Steenbakkers' BENEDICTUS DE SPINOZA (1632-1677) - EEN OVERZICHT - PDF over Spinoza to the Letter - Trouw 29 augustus 1997 over De Vets benoeming op de Keizer Karel-wisselleerstoel - Numaga, de Vereniging tot beoefening van de Geschiedenis van Nijmegen en Omgeving - Numaga Nieuws - Interview met Prof Jan de Vet n.a.v. 11de lustrum van Numaga op Nijmegen 1 TV van 12 okt. 2009 -  J.J.V.M. de Vet bij DBNL - Jan de Vet, recensieartikel over Rina Knoeff, Herman Boerhaave (1668-1738). Calvinist chemist and physician, alsmede reacties in: tijdschrift van de Stichting Jacob Campo Weyerman -  Stichting Petronella Moens, De Vriendin van ’t Vaderland

Reacties

Dat is wel toevallig dat ik het in deze blog genoemde boek van Michael Petry over SPINOZA'S ALGEBRAIC CALCULATION OF THE RAINBOW & CALCULATION OF CHANCES juist in handen heb om zijn inleiding op de regenboog-kwestie nog eens na te gaan in verband met mijn ALBUM/PLANUM-kwestie. Terecht, Stan, heb je aandacht gevraagd voor het belangwekkende artikel van Jan de Vet , die de toeschrijving op losse schroeven zette. Je kunt niet weten dat ik daar ook zelf eensteentje aan heb bijgedragen met totaal andere argumenten, namelijk filologische of stilistische in mijn artikel "Nieuwe argumenten tegen de toeschrijving van het auteurschap ... etc."in TIJDSCHRIFT VOOR FILOSOFIE 47 (1985) 493-503. Michael Petry was destijds mijn collega in Rotterdam. In deze kwestie (en enkele andere) stonden wij diametraal tegenover elkaar. Het was een spannende tijd.