J.H. [Johannes Hermanus] Gunning jr. (1829-1905) christelijke theosofie tegen Spinoza

Hervormd predikant en theoloog uit (vooral) de 19e eeuw. Hij is een van de ‘vaders’ van de zgn. ethische theologie. Toen in de tweede helft van de 19e eeuw de belangstelling voor Spinoza opkwam en er zelfs aan de oprichting van een standbeeld werd gewerkt liet Gunning een protestgeluid horen. Meermalen. Op 18 nov. 2009 had ik daarover een blog: “Het Haagse Spinoza-standbeeld kwam er, ondanks fel verzet.”

Voor geen theoloog uit de 19e  eeuw bestaat nog zoveel belangstelling als voor deze J.H. Gunning Jr. Goed van God denken -  Deze maand werd een boekje van 80 pagina's uitgegeven Goed van God denken. Teksten uit Magdalena. De teksten zijn geselecteerd en bezorgd door dr. Leo Mietus die in 2006 gepromoveerd is op Gunning. Als Gunning-onderzoeker participeert hij in een onderzoeksgroep van de Protestantse Theologische Universiteit. Hij is werkzaam als docent aan het Seminarium van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten en bezig met de voorbereiding van een driedelige heruitgave van de belangrijkste werken van J.H. Gunning Jr. – een project van de Stichting Heruitgave Oudere Ethische Theologie in samenwerking met uitgeverij Boekencentrum te Zoetermeer. Deel III zal een indruk geven van “Gunnings gesprek met de traditie en de cultuur. Daarin zullen werken te vinden zijn over Calvijn, Spinoza, Goethe, Schopenhauer, Kingsley en andere denkers.” [cf hier]

Het proefschrift van Lieuwe Mietus handelde over Gunning en de theosofie. Een onderzoek naar de receptie van de christelijke theosofie in het werk van J. H. Gunning jr. van 1863-1876. Narratio, Gorinchem, 2006 [pdf van inhoudsopgave en inleiding].
Het 9e hoofdstuk gaat over: Gunnings bestrijding van Spinoza’s naturalisme.

Eredoctoraat voor Spinoza en de Idee der Persoonlijkheid (1876)
Uit de Inleiding: "Gunnings receptie van de christelijke theosofie begon pas, nadat hij in 1861 predikant in Den Haag was geworden. Men kan dit de tweede fase van zijn theologische ontwikkeling noemen. Gunning verdiepte nu met hulp van het werk van von Baader en diens leerlingen en geestverwanten zijn ethische theologie en bouwde haar uit tot een christelijke wijsbegeerte. Het hoogtepunt daarvan is te vinden in de Blikken in de Openbaring (4 delen,1866-1869); maar ook in andere werken uit de Haagse periode zoals Schiller’s Taucher (1871), Goethe’s Faust (1872), Lijden en Heerlijkheid (1875) en Spinoza en de Idee der Persoonlijkheid (1876) speelt de theosofie een belangrijke rol. Het laatstgenoemde werk werd in 1877 bekroond met een eredoctoraat, dat hem dankzij Opzoomer verleend werd door de faculteit der letteren en wijsbegeerte van de Utrechtse Universiteit. [p. 14]

“In zijn Haagse tijd gebruikte Gunning de theosofie vooral om de moderne theologie te bestrijden én om de strijd aan te binden tegen het Nederlandse spinozisme, dat weliswaar beperkt was tot een kleine groep van intellectuelen, maar door activiteiten rond de oprichting van een standbeeld voor Spinoza in Den Haag tussen 1875 en 1880 veel aandacht kreeg. Na 1880 treedt de theosofie meer op de achtergrond in Gunnings werk. [p. 15]

De ‘theosofische of bijbels-realistische’ fase in Gunnings denken, die grotendeels samenvalt met zijn Haagse periode, loopt dan ten einde. [..] Wel gebruikte Gunning de theosofie nog toen hij in 1887-1888 in Amsterdam de Ethica van Spinoza tijdens een collegereeks behandelde. Maar in zijn laatste werk over Spinoza De Eenheid des Levens (1903) is daarvan nauwelijks sprake meer.”

De theosofie van Gunning was niet van het pantheïstische type als van H. P. Blavatsky (1831-1891) en Rudolf Steiner (1861-1925); de wortels van zijn meer christelijke theosofie lagen in de Duitse zeventiende eeuw en zijn nauw verbonden met het werk van Jacob Böhme (1575-1624) en zijn geestelijke nazaten F. C. Oetinger (1702-1782) en F. von Baader (1765-1841). Met name het werk van de laatste is van grote invloed geweest op de ontwikkeling van Gunnings theosofisch denken zoals dat in de periode 1863-1876 vorm heeft gekregen. Gunning kwam tot de theosofie door zijn confrontatie met het theologisch naturalisme van zijn tijd. Dit naturalisme wilde de moderne theologie in overeenstemming brengen met de wetmatigheid van de natuurwetenschappen en wees het idee van een persoonlijke God af. Voor Gunning was dit onaanvaardbaar. Hij besefte dat de ijzeren wetten van de natuur niet kunnen samengaan met het Bijbelse natuur- en godsbegrip en dat het begrip van God als hoogste kracht onverenigbaar is met de persoonlijke God van de Bijbel.

En daarom kreeg hij het ook aan de stok met de naturalistische Spinozisten als Johannes van Vloten en schreef hij zijn:

 

  Spinoza en de idee der persoonlijkheid. Kemink & Zoon, Utrecht, 1876

  Deze wereld of de toekomende? Een woord tot de gemeente, naar aanleiding van het oprichten van een standbeeld voor Spinoza. C.H.E. Breijer, Utrecht, 1880, 31 pagina's

  De Eenheid des Levens. H. Ten Hoet, 1903

 

Voor Gunning is God volmaakte wil, of beter, heilige wil. En dat vormde hét centrale punt dat hij tegen Spinoza had. Als moderne wetenschappers en filosofen ‘geloven’ in de ‘God van Spinoza’ dan hebben ze het over een God die alleen immanente natuurkracht is; God als blinde natuurkracht waaruit alles voortvloeit. Maar voor Gunning is God een heilige kracht en het tegendeel van een onpersoonlijke blinde kracht. Voor hem is God een liefhebbende persoon. Alleen een persoon kan een andere persoon verplichten vrij en heilig te zijn en geen slaaf van de natuur. De mens heeft zijn leven te heiligen voor God, daar zijn leven – anders dan Spinoza volgens Gunning stelt – niet volmaakt en heilig uit zichzelf is.  

       
Handtekening en tekstje van Gunning in een exemplaar van Spinoza en de idee der persoonlijkheid.

                                                   * * *

Een tekstje van J.H. Gunning jr
"Eerst in de bewondering is onze geest vrij van zichzelf, geheel in zijn voorwerp verzonken. En daar hij zich alleen aan de waarheid zelve geheel overgeven kan, omdat hij te hoog van aanleg is dan dat iets lagers hem op den duur zou kunnen vasthouden; zoo is in den toestand der wezenlijke bewondering dan ook de waarheid zelve bereikt. Als Spinoza (Eth. III, 4e defin.) de bewondering niet anders dan als een soort van weten, als opmerkzaamheid, laat gelden, bewijst hij daardoor reeds de onhoudbaarheid van zijn stelsel; want een stelsel is geoordeeld zoo het bewijs geeft van het hoogste niet te kunnen verklaren. Daarom kan de wereld in haar diepsten grond onmogelijk een bloot mechanisme zijn, want een mechanisme kunnen we niet bewonderen. Meenen we dit toch te doen, dan bewonderen wij eigenlijk niet het mechanisme, ons voorwerp, maar onzen eigen geest die het zoo vernuftig uitvond.
[…] De eerbiedwekkende gestalte van Spinoza weêrhoudt ons niet van te zeggen dat het pantheïsme niet een onschuldige wetenschappelijke meening, maar een gebrek aan zedelijken ernst is. Spinoza zegt in overeenstemming met zijn geheele stelsel [noot: Eth. III prop. 9 Schol.] dat ‘wij niets pogen, willen, verlangen noch begeeren omdat wij oordeelen dat het [p. 106] goed is; maar dat wij oordeelen dat het iets goeds is omdat wij er naar streven, omdat wij het willen, verlangen en begeeren.’ Hier is dus de mensch ontslagen van gehoorzaamheid aan het boven hem staand zedelijk ideaal, en op zichzelf gesteld. Het gebiedend onderscheid tusschen goed en kwaad is uitgewischt. Hoe komt nu de mensch tot zulk een standpunt? Door wetenschaplijk denken? Neen, doordat hij zijn geweten niet hoort." *)

                                     * * *

Door het heruitgave-project van een kerndeel van Gunnings geschriften, waaronder die over (tegen) Spinoza, zullen we er misschien nog eens meer van horen.

Bronnen

Mooi verhaal over hoe Gunning als een Bijbels profeet Koning Willem III weigerde te bedienen bij het heilig avondmaal. [RefDag]

*) In: De kritiek der bewondering. Charles Kingsley. Schets van karakter en denkbeelden met bloemlezing uit zijn geschriften, door D.M. de Vries. Amsterdam, J.H. de Bussy. 1888
In: De Gids. P.N. van Kampen, Amsterdam, jg 52,1888, p. 83 – 124  [Bij DBNL]

Dr. O. W. Dubois: De christelijke theosofie van Gunning [hier]

Peter Bak, voor Protestant.nl over Gunning

DBNL schrijverspagina over J.H. Gunning

Illustraties (3e en 4e) uit "Presentation of the Gunning-project", Kampen, 1 December 2008, Leo Mietus. [PDF]