Jean-Paul Sartre (1905 – 1980) wilde tegelijk Spinoza én Stendhal zijn?

Dit is zo’n mythe die een eigen leven is gaan leiden. Een erudiete polymath als George Steiner, wiens laatste boek in het Duits vertaald is als Gedanken dichten [Suhrkamp, Berlin, 2011; zie ook dit blog] geeft dit door en vindt zelfs dat Sartre erin geslaagd is. Maar wat bedoelt hij dan? Toch niet meer dan dat Sartre zowel filosoof als literator was? Maar wat heeft dat met Spinoza te maken?

Een groter verschil tussen twee filosofen is nauwelijks denkbaar. Sartre die niets van noodzakelijkheid wilde weten en vooral de contingentie benadrukte (behalve dan als het hem uitkwam Simone de Beauvoir aan zich te binden, dan kwam hem het onderscheid te pas tussen “noodzakelijke liefde” (voor haar) en “contingente liefdes” (met andere vrouwen). Sartre die alle accent gaf aan vrijheid in de zin van kiezen, uiting geven aan authenticiteit en vrije wil. Sartre die niets van “essentialisme” moest hebben en zelfs de verhouding essentie existentie omdraaide: eerst bestond je en vervolgens bepaalde je zelf de essentie van wie je wilde zijn (vandaar existentialisme). En zo zijn er wel meer verschillen. Voor Sartre was kennis bijvoorbeeld meer een middel tot maken en toe-eigening van de (je) wereld, dan van begrijpen. In L'existentialisme est un humanisme (1945) benadrukte hij de wenselijkheid van het uitgaan van de mens en verzette hij zich uitdrukkelijk tegen het opzetten van een filosofie vanuit God, “een zijnde dat absoluut oneindig is en bestaat uit een oneindigheid aan attributen”… als dat geen zich afzetten tegen Spinoza is!

Maar waarom wilde Sartre dan Spinoza (en tegelijk Stendhal) zijn?

In geen van zijn teksten is die uitspraak te vinden. Die uitspraak is door Simone de Beauvoir in de wereld gebracht. Na een ontmoeting met Sartre in 1929 moet ze een aantekening in haar dagboek hebben gemaakt van een uitspraak van hem die tenslotte terecht kwam in haar Mémoires d’une jeune fille rangée (1958):

« Il aimait autant Stendhal que Spinoza et refusait à séparer la philosophie de la littérature; a ses yeux, la contingence  n’était pas une notion abstraite, mais une dimension réelle du monde: il fallait utiliser toutes les ressources de l’art pour rendre sensible au coeur cette secrète faiblesse qu’il apercevait dans l’homme et dans les choses ». [ "Hij hield zowel van Stendhal als van Spinoza en weigerde de filosofie van de literatuur te scheiden; in zijn ogen was de contingentie geen abstract begrip, maar een echte dimensie van de wereld: hij moest alle middelen van de kunst gebruiken om het hart gevoelig te maken voor de geheime zwakte die hij zag bij de mens en in de dingen. "]

Dit werd dan: “Sartre, die niet Stendhal of Spinoza, maar beiden tegelijk wilde zijn.” [Bernard-Henri Lév in De eeuw van Sartre, cf hier].

Voor mij is duidelijk dat hij helemaal niets van Spinoza moest hebben. Aangenomen dat Simone de Beauvoir het juist heeft opgeschreven of herinnerd, wilde Sartre alleen aangeven dat hij zowel filosoof als schrijver wilde zijn en koos hij, om dat te verduidelijken, alleen twee voorbeelden die toevallig een naam droegen die net als die van hemzelf met een ‘S’ begon. Meer betekende het niet.

Dat vanaf de École normale supérieure zijn project was om filosofie en literatuur sterk te laten samengaan, blijkt duidelijk uit de boeiende biografie die Anne Cohen-Solal in 1985 publiceerde. Sartre ontwikkelde zich tot een ‘romancier-filosoof’ – dat kan wel toegegeven worden. Maar, zo schrijft zij: “De filosoof treedt eerder naar voren dan de romancier; de schepper van concepten gaat vooraf aan de schepper van fictie. Maar het model blijft, de twee carrières ontwikkelden zich naast elkaar.” [p. 111] En we lezen dat voor Sartre de filosofie altijd een favoriet instrument bij het schrijven van romans blijft [p. 85]. Van enige kennis van (hij hééft hem uiteraard bestudeerd) of liefde voor Spinoza blijkt verder niets in deze biografie.

Maar om nou blijvend die vergelijking met Spinoza en Stendhal (die in die biografie overigens niet voorkomt) vol te blijven houden is alleen maar verwarrend. Hij wilde helemaal niet Spinoza én Stendhal zijn - hij wilde Sartre zijn.

_______________

VoorkantOver de vergelijking met Stendhal (en ook iets over Spinoza) zie: Stendhal, ou le refuge perdu de Jean-Paul Sartre, in: Jean-François Louette, Silences de Sartre. Presses Univ. du Mirail, 2002[books.google]

Je komt wel vaker vergelijkingen tegen tussen Spinoza en Sartre als het gaat om "Vrije Wil versus Determinisme". Voor Spinoza geldt dat elke naaste oorzaak van menselijk handelen zelf het effect is van een voorafgaande oorzaak, terwijl voor Sartre het menselijk handelen niet het effect van een eraan voorafgaande oorzaak is. En zo zie je hen wel vaker als prototypes opgevoerd worden van deze diametraal tegenoverliggende posities. Een voorbeeld:

LIBERDADE E DETERMINISMO SOB TENSÃO: ESPINOSA E SARTRE [hier]

Aanvulling 28 november 2012

De volgende zin kwam ik vandaag tegen in een bespreking door Ben Hutchinson in TLS 28 maart 2012 van George Steiner’s THE POETRY OF THOUGHT. From Hellenism to Celan:

“it is hard to imagine Sartre’s professed ambition to be “both Spinoza and Stendhal” being taken seriously by Anglo-American analytic philosophers.” [Hier] Zo hoort u het ook eens van een ander...

Reacties

Aan aanvulling aan dit best wel interessante blog toegevoegd.