Jannes van der Sleeden - de Drentse Spinoza

Lammert Huizing (1927 – 2013); Foto André WeimaDe op 11 maart 2013 op 86-jarige leeftijd overleden Lammert Huizing (1927 – 2013), oud-hoofdredacteur van de Hoogeveensche Courant waarvoor hij ook na zijn pensionering in 1992 nog wel schreef [Cf.], had veel succes met zijn boekje Mensen in Drente ['s-Gravenhage, Boekencentrum, 1978]. Het bestond uit een aantal interessante en herkenbare verhalen, zoals "Laat de stenen spreken" (over amateur-archeoloog Tjerk Vermaning); bevatte diverse hoofdstukjes over ophef veroorzakende misdrijven; voorts "Volksgericht te Havelte" e.a.. Een van de hoofdstukjes had als titel: "Jannes van der Sleeden: Drentse Spinoza." "In dit verhaal komt het verzet van de Drent met zijn gewortelde bijgeloof, eigenlijk ongeloof tegen het oprukkende christendom naar voren." [aldus Cf.]

Wie de volgende samenvatting gemaakt heeft, weet ik niet - Gonny Pasman-Sakkers van de Spinoza Kring Soest stuurde hem mij toe, en ik vind het wel aardig er dit blog van te maken.

                                               * * *  

Aan het einde van de 17e eeuw, in 1689, was Jannes van der Sleeden schoolmeester ín Hoogeveen. Hij had het vak van zijn vader overgenomen die naar Hasselt was gegaan. Hij had nog wel contact met hem, de laatste keer hadden ze o.a. gesproken over Spinoza, die uit de Joodse gemeente van Amsterdam was gestoten en over Da Costa, die een eind aan zijn leven gemaakt had, toen ook hij was uitgestoten. Beide mannen hadden zich verzet tegen de ideeën over onsterfelijkheid van de ziel. Beiden hielden zich bezig met vragen over het waarheen en waarom. Beiden ook hielden hun mond niet dicht over hun opvattingen. Ook had Jannes met zijn vader gesproken over dominee Curtenius, die vanuit Steenwijk gekomen was en die de mensen met liefde de dood in preekte, bad en sprak, als ze niet zijn evangelische (on)heilsboodschap wilden aannemen. Zoals ook nu gebeurd was met Leffert Jans, die zelfmoord gepleegd had.

Terwijl Jannes over zijn lessenaar naar buiten keek, zag hij bij de Zuidwoldiger Brugge, op het Kruís, de mensen druk praten. Ook in de klas was het onrustig. Jannes zei: "Kienden ie hebt heurd, wat ast er passeerd is. En ok, wat ast volk vertelt. Neempt van mij an, daj teegn de Heilige Geest niks kunt doen, gien goed en gien kwoad. Ze zegt, dat de duvel bíj Leffert in huus ewest hef. De duvel bestíet niet en komp bij gieniene in huus. le mut oe niet bange loatn maken. Deur oen olden niet, de domeneer niet en deur gieniene".

De kinderen vertelden thuis wat de meester verteld had en ook de dominee hoorde ervan. Deze dominee, maar ook Roelof en Jan van Echten, de stichter van de veenkolonie en zijn zoon, hadden er alle belang bij een stevige greep op de bevolking te houden; vrije gedachten en vrije woorden brachten onrust. Dus was van der Sleeden gevaarlijk. Een man, die met zijn "goddeloze" opvattingen de gemeenschap zou ondermijnen.

De dominee sprak erover in de kerkenraad en ging bij Jannes op bezoek om hem op andere gedachten te brengen. Dat mislukte, evenals de volgende bezoeken in gezelschap van ouderlingen en de rentmeester; een machtig man te Zuidwolde en Hoogeveen. Nog een keer ging dominee Curtenius, ditmaal in gezelschap van een collega uit Ruinen. Opnieuw tevergeefs. De dominee verzamelde de uitspraken van Jannes en formuleerde 17 stellingen, die hij aan de kerkenraad voorlegde: zo'n man stond voor de klas, zo'n man droeg zijn ketterijen over aan de kinderen.

Men besloot dat hij examen zou moeten doen, men zou hem wel klein krijgen. Toen Jannes tot tweemaal toe weigerde te verschijnen werd hij in 1690 door de classis in de ban gedaan: van de ene op de andere dag mocht hij geen les meer geven en hij werd door iedereen gemeden.

Na een half jaar, toen Albert de Tamboer met zijn zwarte kerktrom op zijn buik het volk uit hun huizen roffelde om naar de kerk te gaan, werd Jannes weer opgenomen. Zijn verloofde wilde hij niet kwijt, hij wilde weer in de gemeenschap worden opgenomen. Met de mond zou hij vandaag zijn uitspraken herroepen, maar zijn hart zou er niet achter staan. Jannes liet zijn ogen door de kerk gaan: vooraan zaten de rentmeesters en de verveners. Daarachter de zakenmensen en de schippers. Helemaal achteraan de turfgravers, sommigen na een wandeling van 10 kilometer. Zes dagen hadden ze gewerkt en vandaag in de kerk, omdat de veenbaas dat wilde. Sommige mensen knikkebolden, anderen keken lusteloos rond. Na een donderpreek van twee en een half uur waarbij de slapers doorsliepen en niemand een teken van verontrusting vertoonden, werd Jannes weer opgenomen.

Hij trouwde enige tijd later en werd elders onderwijzer, eerst in Rouveen en later in Amsterdam waar hij geestelijk vrijer kon ademen.

                                                     * * *

In Hoogeveen is het verzorgingshuis Jannes van der Sleedenhuis naar hem genoemd. Als je zijn naam in zoekmachines ingeeft, krijg je vooral hits over dat Jannes van der Sleedenhuis. Maar je krijgt ook dit lemma:

Sleeden, Jannes van der
Hoofdpersoon in een leerconflict in de kerk in Hoogeveen in 1689-1690.

Als jong onderwijzer publiceerde hij zeventien 'ketterse' stellingen, die in strijd waren met vrijwel alle hoofdzaken van de calvinistische leer. Hij moest zich verantwoorden voor de kerkenraad, kwam onder censuur en werd tenslotte 'afgesneden'. Hij vertrok naar Amsterdam 'omdat de predikheeren te Hoogeveen hem niet wilden tolereeren'. Hij wordt wel de eerste Drentse humanist genoemd. Het door het Humanistisch Verbond gestichte verzorgingshuis in Hoogeveen is naar hem het Jannes van der Sleedenhuis genoemd.

Lit.: J.W. Beerekamp, 'Een oude tuchtzaak', Hervormd Hoogeveen, 4 en 11 mei 1957; H. Frankot, 'Een Hooge-veense ketter in 1690', Spint Arwt'n (1973) 30-36 en 61-64.

[Jit: Encyclopedie Drenthe Online]

Meer informatie, met o.a. vermelding van "De 17 leerstellingen van Jannes van der Sleeden" hier. Ik geef ze bij nader inzien graag door:

· datter geen erfsonde is
· dat de jonge kinderen niet moeten gedoopt worden
· dat Gods eeuwige verkiesinge geschiet is uit een voorgesien geloven en voorgesiene goede werken
· dat de uitverkorene ter saligheid ten eenemaal van Gods genade kunnen vervallen
· datter was Vader, Soon en H. Geest, sonder te willen bekennen datter een Goddelike Drie-Eenheid is
· dat Christus Gods Soon is, sonder te willen bekennen, dat hij warachtig God is met den Vader en den H. Geest
· dat de H. Geest geen persoon is
· dat Christus voor alle menschen hooft voor hooft gesturven is
· dat de mens uit genade gerechtveerdicht word, sonder de verdienste Christi
· dat de mens een vrije wil heeft, tot het Geestelijk en saligmakend goet
· dat de mens Gods wet volkomentlijk kan onderhouden
· dat de prediking van het Woort krachtig is sonder Gods medewerkende Geest
· dat het aen den mens staet dat aen te nemen en te geloven
· dat Gen. 2:17 Ten dage etc. alleen de Geestelike doot verstaen word
· dat de lichamelike doot alleen maar een gevolg is van de Natuur
· dat d'Overheit met het sweert niet mag straffen
· dat men onder de Christenen geen oorlog mag voeren