Jacob Ostens (±1630 - 1678) was vermoedelijk bevriend met Spinoza en adressant van brief 43

Dat Jacob Ostens vermoedelijk of voor mijn part waarschijnlijk, de adressant was van Spinoza’s brief nr. 43 is en blijft een toeschrijving, een aanname, hoezeer men ervan overtuigd mag zijn en zich er zeker over mag voelen. In de OP heeft deze brief slechts de aanduiding: I.O. Er is een tijd geweest dat men hierin Isaac Oriobo de Castro vermoedde [cf. blog]. Uit een briefje van G.H. Schuller aan Leibniz leidde Johannes van Vloten af dat het om een Rotterdamse chirurg Johannes Osten moest gaan en onverschrokken kwam – zonder enige toelichting in een voetnoot - in de uitgave die hij met Land verzorgde en waarin hij de brieven hernummerde, Benedicti de Spinoza: Opera Quotquot Reperta Sunt (1882) bij brief XLIII die naam te staan.

In zijn Spinoza en zijn Kring (1896) toonde K.O. Meinsma aan dat Johannes Osten niet voorkwam in de lijst van het Rotterdamse Chirurgynsgilde, maar wel Jacob Ostens, die tevens collegiant was en afkomstig uit Utrecht, waardoor hij de arts Van Velthuysen gekend kon hebben. Voor hem waren dit genoeg aanwijzingen om ervan uit te gaan dat het bij deze brief om deze Ostens moest gaan. En sindsdien wordt dit als feit geaccepteerd.

Wat mij hogelijk verbaasd is dat de Briefwisseling ons over zulke zaken geen mededelingen doet. Het lijkt een simpele feitelijke waarheid te zijn geworden.

Edwin Curley gaat zelfs zover in zijn The Collected Works of Spinoza, Volume II, waarin “Letters: January 1671-Late 1676,” te noteren: "This correspondence was conducted through Jacob Ostens, to whom Letters 42 and 41 are nominally (SIC!) addressed.” [note 3 p. 357] - books.google.

Zelfs het door Manfred Walther geredigeerde boekje Spinoza – Lebensbeschreibungen und Dokumente, waarin ik hoopte de tekst van het bovenvermelde briefje van Schuller aan Leibniz te vinden (quod non), gaat eenvoudig ervan uit dat Velhuysen “durch Vermittlung des Rotterdammer Kollegianten und Vertrauten Spinozas, Jakob Ostens (1625 – 1678) mit Spinoza in eine Debatte über dessen  Theologisch-politischen Traktak ein[tritt].” Die levensdata stammen nog van Meinsma, maar werden door Wiep van Bunge verbeterd.

Wiep van Bunge is degene die wel het meeste studie heeft gemaakt van deze Rotterdamse collegiant. Hieronder geef ik de titels en vindplaatsen. De tweede stelling bij zijn proefschrift luidde: “Jacob Ostens was de enige vroege Rotterdamse collegiant, van wie kan worden aangetoond dat hij sympathie koesterde voor het socinianisme.” [Cf.] Dat moet een vriendschap met Spinoza geloofwaardig maken. Uit alle gegevens die door hem over Ostens zijn gepubliceerd, heb ik ook ik geen werkelijke twijfel dat hij de geadresseerde is van brief 43. Alleen vind ik het nodig dat toegegeven blijft worden dat het om een toeschrijving gaat. Ze zullen uiteraard door Spinoza op naam zijn gesteld, maar in de OP werd het I.O. en het bewaarde handschrift geeft geen uitsluitsel.

Jacob Ostens moet een enigszins tragische figuur geweest zijn. Kort nadat hij in 1653 van Utrecht naar Rotterdam trok werd hij als leraar aangesteld bij de Vlaamse Mennonieten, maar na korte tijd verliet hij deze en ging over naar de “Waterlanders’, de concurrerende Mennonietenkring in Rotterdam. Hij was er van 1655 tot zijn dood leraar. Hij schreef als 'lekentheoloog' diverse verhandelingen, waaruit volgens Van Bunge een zekere sympathie voor het socianisme te bespeuren is. Z’n aardigste werkje, volgens Van Bunge, was Lief de-son, omstralende de Hoedanigheyt der tegenwoordige genaamde Christenheyt (Utrecht: 1651) – een gesprek tussen een vader en zoon over diverse christelijke richtingen. Hij bezat een flinke collectie sociniaanse en spinozistische boeken; duidelijk een geleerde vrijdenker. Ostens opereerde op de uiterste linkerflank van het toenmalige religieuze spectrum, waar hij tal van andere vrijdenkers kan hebben ontmoet. Hij was iemand die pleitte voor tolerantie, en hij deed diverse pogingen om de verschillende christelijke sekten samen te krijgen - zette zich dus in voor de eenheid in de kerk. Maar was daarin weinig succesvol. Hij ondervond veel tegenwerkingen en verdachtmakingen, zowel van remonstrantse zijde als van een conservatieve meerderheid van z'n eigen Mennonitische collegiantenkring. En geleidelijk aan kwam hij meer geïsoleerd te staan.

Dat Spinoza vertrouwen in hem had, blijkt wel uit de stijl van zijn brief (nr. 43) aan hem. Maar hoe diep kan de vriendschap van de zijde van Ostens geweest zijn, als hij aan Van Velthuysen om een oordeel over de TTP vroeg?  

_______________

Publicaties over Jacob Ostens

Wiep Van Bunge, “A tragic idealist: Jacob Ostens.” In: Studia Spinozana, 4: (1988), pp. 263-279

LOUIS VAN BUNGE, JOHANNES BREDENBURG (1643-1691). EEN ROTTERDAMSE COLLEGIANT IN DE BAN VAN SPINOZA. Proefschrift, Erasmus Universiteit, 1990 [PDF] Stellingen, #2 over Ostens  [PDF]
Daarin § 1.3. Doopsgezinde collegianten: Jacob Ostens

Wiep van Bunge, “De Rotterdamse collegiant Jacob Ostens (1630-1678). In: De zeventiende eeuw. 6 (1990) [bij DBNL}

Wiep Van Bunge, From Stevin to Spinoza: An Essay on Philosophy in the Seventeenth-Century Dutch Republic. BRILL, 2001 – books.google direct naar de korte passage

Wiep van Bunge, “De bibliotheek van Jacob Ostens: spinozana en sociniana.” In: Doopsgezinde Bijdragen, Nieuwe reeks Nummer 30. Socinianisme in de Nederlanden. Uitgeverij Verloren, 2004 – books.google [cf. PDF]