Jacob Israël de Haan (1881 – 1924) had een visie op Spinoza

Jacob Israël de HaanDeze schrijver en zijn bijna een jaar oudere zus Carry van Bruggen waren afkomstig uit een orthodox joods milieu. Ook hij wordt aanvankelijk onderwijzer, voltooit een studie rechten en schrijft voor het socialistische dagblad Het Volk. Hij publiceert de door hun homoseksuele inslag geruchtmakende romans Pijpelijntjes en Pathologieën. Zijn hele leven blijft hij worstelen met zijn homoseksualiteit. In 1919 emigreert hij naar Palestina, waar hij politiek actief is en in 1924 wordt vermoord.

Hij was onder meer leraar op Instituut Wullings, waar hij vanwege het ‘Pijpelijntjes-schandaal’ werd ontslagen. Dat HBS-instituut bevond zich op het landgoed Beresteyn in Voorschoten, waar 40 jaar later het klein-seminarie van de montfortanen gevestigd werd dat ik bezocht.
Dat "schiep een band"… toen ik dat nog weer eens ruim 50 jaar later ontdekte...
Jacob Israël de Haan heeft ook kennis gehad van Spinoza, zoals duidelijk blijkt uit deze recensie van de vertaling van de Ethica door dr. Nico van Suchtelen die in 1915 bij de Wereldbibliotheek uitkwam. De recensie, die eigenlijk geen recensie was, maar meer een lofrede op Spinoza, verscheen in de rubriek “boekbeoordelingen” in: De Beweging, Jaargang 12 (1916)

Benedictus de Spinoza: Ethica, vertaald, ingeleid en toegelicht door Jhr. Dr. Nico van Suchtelen. Met 2 Portretten. Wereldbibliotheek. Een nieuwe vertaling van de Ethica, met aanteekeningen en een Inleiding. De laatste kort, maar voortreffelijk.

"De ware wijsheid die een wijsgeer ons meedeelt is niet de positieve formule, het vaste systeem dat wij als een lesje kunnen napraten, maar geheel zijn wijze van denken en zijn, waarin zijn bijzondere virtuositeit van uiting ons dwingt ons zelf te verplaatsen.... Ook bij Spinoza is dit het geval. Ik wil in geenen deele de groote beteekenis van zijn leer als logisch systeem, van haar scherp formuleerbare bewijzen of zelfs beweringen, ontkennen. Maar het zijn niet deze dingen op zichzelf, het is niet de verloochening van het dualisme, de onttroning van God als schepper en willekeurig bestuurder eener buiten hem staande wereld; niet de bevrijding uit de anthropocentrische wereldbeschouwing en het anthropomorphe godsbegrip; niet zijn nog voor de hedendaagsche denkbeelden voorbeeldige theorie omtrent het parallelisme van geest en materie; niet die scherpe en objectieve behandeling der gemoedsaandoeningen, welke door de moderne psychologie misschien wat is uitgebreid, maar in den grond der zaak niet werd verbeterd; het is niet deze positieve en radikale voortzetting en ontwikkeling van de denkbeelden van Descartes, de Occasionalisten of wie ook; al dit duidelijk formuleerbare en historisch waardeerbare is het niet wat ons het meest in Spinoza's werk ontroert. Het is zeker geen gering intellektueel genot telkens in Spinoza's geschriften bronnen te ontdekken van zoovele ons thans vertrouwde denkbeelden en theorieën, maar het is ten slotte niet dáárom dat wie ééns zijn troost bij hem vond, ook later, en steeds met denzelfden eerbied en dezelfde liefde naar hem blijft luisteren. Neen, het is het diep besef dat de moed, de eerlijkheid en de kracht van zijn denken nog steeds ongeëvenaarde voorbeelden zijn en nog lang zullen blijven voor alle wijsgeerige gelukzoekers,...het is de veilige zekerheid dat hij, een mensch, de rust en de kracht en de liefde kende en dat dus ook wij kunnen veroveren wat nu, meer dan twee eeuwen na zijn dood, zelfs voor een “verlichter” menschdom een nog te verheven leuze en daardoor veelal een ijdele fraze is: harmonie met het eeuwige en oneindige leven’.

Van de vaak aangevallen meetkunstige bewijsvoering zegt Van Suchtelen: ‘Men moge achteraf beweren, en mijns inziens volkomen terecht, dat de wiskundige bewijsvoering voor wijsgeerige stellingen, welke ten slotte steeds min of meer aannemelijke beweringen zijn, alle bewijskracht mist; de eigenlijke beteekenis der methode is ook een geheel andere. Zij is een grootsche propagandistische betooging tegen de kinderachtige en nuttelooze dweperij van allerlei warhoofden, die liever over God, wereld en mensch grondeloos fantaseeren naar het hen wordt ingegeven door hun zoogenaamde gevoel (waaronder zij dan al hun verwarde, verdoezelde voorstellingen verstaan) dan met hun verstand, het hoogste vermogen dat God hen gaf, er werkelijk over te dènken. Weest in uw denken over de hoogste levensvraagstukken zoo nuchter, dat wil zeggen zoo onbevooroordeeld, zoo koel, dat wil zeggen zoo onbevreesd voor den uitslag, zoo eerlijk, als de wiskundige is bij het denken over cirkels en driehoeken. Eerst wanneer ge u tot die geestelijke hoogheid hebt opgewerkt, wil Spinoza zeggen, is u de weg geopend tot klaar en duidelijk begrip, tot liefde en tot zaligheid’. "

Bij DBNB - cf Jacob Israël de Haan bij Letterkundig Museum

Reacties

Maar wat heeft Jacob Israël de Haan (en niet Bierens de Haan) er in vredesnaam mee te maken? Heeft hij zich uitgelaten over Spinoza? Het zou me niet verbazen - al zal de Haan wellicht dichter bij Pascal zijn aangekomen naarmate hij zich meer en meer vervreemdde van zijn laatste maatschappelijke strohalmen. Beste Stan, kun je iets meer zeggen over de relatie Spinoza - de Haan?

Bierens de Haan heeft er niets mee te maken (was een mistype in de laatste regel, nu gecorrigeerd - met dank voor het wijzen op de vergissing). De recensie die ik in dit blog bracht, is alles dat mij van Jacob Israël de Haan's Spinozakennis bekend is, maar uit de inhoud blijkt behoorlijke vertrouwdheid.
Ik zal het melden als Jaap Meijer's "De zoon van een gazzen: het leven van Jacob Israël de Haan, 1881-1924" dat ik nog eens ga lezen daar aanleiding toe biedt. Jaap Meijer had zelf behoorlijk wat met Spinoza, dus als er bij zijn onderwerp iets van te bespeuren was. zou hij dat wel melden, vermoed ik. Ik ben er echter nog steeds niet toe gekomen dat boekje eens in te zien. Komt.

Inmiddels kan ik mededelen dat in Jaap Meijer's biografie over Jacob Israël de Haan niets over diens eventuele interesse in Spinoza te vinden is. De biografie is overigens meer een aan elkaar geschreven (nuttige) documentenverzameling dan een echte biografie (in mijn ogen).