Invloed van Delmedigo op Spinoza

Joseph Solomon DelmedigoIn een blog van 21 febr. 2010, “Spinoza stak wat op van Joseph Solomon Delmedigo,”had ik op basis van informatie van Filip Buyse veel over deze Delmedigo. In een artikel van Jacob Adler, “J. S. DELMEDIGO AS TEACHER OF SPINOZA: THE CASE OF NONCOMPLEX PROPOSITIONS,” waarnaar verwezen werd en waarvan een PDF werd geboden, was sprake van en werd kritiek geformuleerd  op dit artikel:

J. d’Ancona: “DELMEDIGO, MENASSEH BEN ISRAEL EN SPINOZA”, in: Bijdragen en Mededeelingen van het Genootschap voor de Joodsche Wetenschap in Nederland, nr 6, 1940, p. 105 – 152

Nu ontdekte ik  vandaag bij een van mijn www-zoektochten dat dit artikel te lezen staat op de website van het Genootschap voor de Joodsche Wetenschap in Nederland – het wordt er in twee delen aangeboden. Mede met het oog op de VHS-zomercursus over “invloeden op Spinoza” leek het me wel zinvol deze links ernaar hier te geven.  PDF-1 & PDF-2.

Het is een zeer informatief artikel, waarvan ik hier graag de inleiding overneem. De auteur komt met diverse parallelteksten uit de KV en Delmedigo en schrijft: "Ik vond nameliik een onmiskenbaar nauwe relatie tussen de in zeven paragrafen verdeelde twaalfde vraag van Zérach bar Natan aan Delmedigo in Eliem en de eerste hoofdstukken van Spinoza's Korte Verhandeling en wel ten aanzien van de behandelde onderwerpen, hun volgorde en de indeling van de hoofdstukken." Da's inderdaad frappant.

Inleiding 

De invloeden, die den wijsgeer Spinoza tot zijn denkbeelden geleid hebben, waren tot nu toe nog steeds niet alle met zekerheid bekend. Terwijl sonmigen ze alleen in zijn niet-Joodse omgeving zochten en hem als een getrouwen volgeling van Descartes kenschetsten, wezen anderen erop, dat men in zijn werken veel gedachten kan vinden, welke men ook bij Joodse godsdienstphilosophen (Maimonides, Gersonides, ChasdaiCrescas) aantreft. Men mocht verwachten, dat men, indien inderdaad Joodse invloeden bij Spinoza gewerkt hebben, in de Portugees-Joodse ongeving, waaruit hij is voortgekomen, personen zou kunnen aanwijzen, die zijn ontwikkeling in een bepaalde richting hebben geleid. Tot nu toe was men evenwel nog nlet daarin geslaagd. Wel meende Gebhardt bij de Joden te Amsterdam een zekere typische Marranen-mentaliteit, “Spaltung des Bewusstseins”, zoals hij het noende, te kunnen constateren. Als één van de voornaamste bewiizen voor een dergelijke mentaliteit gold het ontstaan in 1618 van een derde Portugese gemeente te Amsterdan, Beth Jisraël genaamd, die ,,vrijzinniger" zou zijn geweest dan de andere. Nieuwere onderzoekingen hebben evenwel ertoe geleid, dat wij een geheel ander inzicht kregen in de juiste toedracht van dit conflict. Zo bleek o.a., dat de Duits-Italiaanse Morteira, de rabbijn, die aan de verbanning van Spinoza medegewerkt heeft, geheel ten onrechte door Gebhardt’s aanhangers als ,,kabbaljstisch en Oost-Joods”gekarakteriseerd werd en integendeel tot de groep behoorde, die tegen de kabbala gekant was; dat deze groep echter, hoewel rationalistisch denkend, toch geenszins vrijzinnig genoemd mocht worden. Aan de mogelijkheid van invloed van Delmedigo op Spinoza heeft men nog niet vaak gedacht. Dit is vooral daarom verwonderlijk, omdat één van de betrekkelijk weinige Hebreeuwse Werken, die zich in Spinoza’s bibliotheek bevonden en die een aanwijzing zouden kunnen geven voor zijn ontwikkeling, Delmedigo’s Abscondita Sapientiae was. Hieraan werd evenwel niet veel aandacht geschonken. Freudenthal schrijft daaromtren: ,,Joseph del Medigo ( 1655), ein Vielwisser und Vielschreiber, zwischen Zweifelsucht und wüstem Aberglauben schwankend, hat in der 1629 zu Amsterdam [lees; Basel] gedruckten Schrift [Hebreeuws] (Geheimnisse der Weisheit) seine kabbalistischen Traümereien ausgesprochen. Von ihm und seinesgleichen spricht Spinoza im theol.-polit. Traktat c. 9 als von “Schwätzern, deren Unsinn er nicht genug anstaunen konnte . . .” Dat Spino:a inderdaad Delmedigo tot de kabbalisten rekent, blijkt evenwel nergens. Ook Grätz is niet zeer nauwkeurig, als hij schrijft: ,, [Hebreeuws] besteht aus [Hebreeuws], Basel 1629 und [Hebreeuws] eine ganze Reihe kabbalistisher Piecen. Basel l63l."

Blijkbaar heeft men te veel vertrouwen gesteld in de voorberichten, die voor het eerste en tweede deel geplaatst zijn en die [107] inderdaad de indruk wekken, dat men met een uitsluitend kabbalistisch werk te doen heeft, zonder voldoende aandacht te schenken aan de eigenlijke inhoud, die, althans gedeeltelijk, allerninst kabbalistisch is. Het is nauwelijks aan te nemen dat Spinoza het geschrift Masref la-Chogma, in deze bundel opgenonen, waarin Delmedigo in schijn het afkeurend oordeel over de kabbala van zijn voorvader Elia Delmedigo bestrijdt, in werkelijkheid echter diens argumenten aanvult, nlet doorzien heeft. Ook in dit geschrift laat Delmedigo zijn grote belezenheid op het gebied van de philosophie doorschemeren, wanneer hij spreekt over de opvattingen van Democritus en Plato, van de kerkvaders Basileus, Eusebius en Augustinus, van de neoplatonici Chalcidius, Plutarchus, Psellos, Porphyrius, Plotinus, Lamblichus, van Avicembron, ibn Rosjd, Pythagoras, Iohannes Philoponus e.a. Vooral echter in het tweede deel Nobheloth Chogma behandelt Delmedigo uitvoerig allerlei kernvraagstukken van de middeleeuwse Joodse en Arabische philosophie; zo somt hij oa. allerlei argumenten op voor de opvatting, dat de wereld niet geschapen is doch eeuwig bestaan heeft. Het zou allicht de moeite lonen, meer in bijzonderheden na te gaan, in hoeverre men kan aantonen, dat dit werk één van de bronnen is, waaraan Spinoza zijn kennis van de Joodse en Arabische philosophen ontleende.

Invloed van Delmedigo op Spinoza leek mij evenwel vooral waarschijnlijk, nadat ik in het archief van de Portugees-Jsraëlietische gemeente te Amsterdam enige belangrjike, tot nu toe onbekende gegevens vond. Zij vormen niet alleen een welkome aanvulling van de biographie van Delmedigo en van die van een andere beroemde persoonlijkheid uit de zeventiende eeuw, Menasseh Ben Israel, maar leidden mij bovendien bij voortgezet onderzoek tot het ontdekken van een relatie tussen Delmedigo en Spinoza. Het zal voor een duidelijke uiteenzetting van een en ander noodzakelijk zijn, enkele punten uit Delmedigo s leven en werken en zijn relatie tot het Averroïsme nader te belichten.
                                                                                   
J. d’Ancona

Tot zover de inleiding. Hierna volgen de paragrafen:
I   Delmedigo’s wetenschappelijke vorming
II  Het onstaan van Eliem en
Ma’jan Ganniem
III Delmedigo’s verblijf te Amsterdam, het drukken van van Eliem en Ma’jan Ganniem
IV Invloed van Delmedigo op Menasseh ben Israel
V  Invloed van Delmedigo op Spinoza
Bijlagen I t/m IV

 

Reacties

Het ware misschien niet helemaal nutteloos geweest, Stan, om ook melding te maken van het eerste hoofdstuk ("Fysische transformaties") uit mijn 1995-boek EEN NIEUWE SPINOZA IN VEERTIG FACETTEN (p. 9-12) dat geheel is gewijd aan Delmedigo en zijn mogelijke ! vermoedelijke invloed op Spinoza. Ik relateer daarin een passus uit ABSCONDITA SAPIENTIAE aan twee plaatsen uit Spinoza's briefwisseling, beide hoogst interessant.

Wim, bedankt weer voor het standje. maar als je bovenin het blog even de link had aangeklikt die verwijst naar het eerdere blog over Delmedigo (ik begin daarmee), had je daar kunnen zien dat daar over jouw hoofdstuk geïnformeerd wordt, notabene mét een link naar scans die ik ervan gemaakt had. Ik kan niet telkens alles herhalen, maar ik kan wel steeds links leggen naar eerdere blogs, wat ik bij voortduring doe.