In Memoriam Hubert Vandenbossche (7 mei 1945 - 17 juli 2016)

Michiel Wielema, die met hem bevriend was, bracht mij op de hoogte van het feit dat Hubert Vandenbossche voor-vorige zondag is overleden. Hij tobde al jaren met een slechte gezondheid en ook een hartoperatie in april 2015 bracht weinig soelaas. De laatste tijd leek het net ietsje beter te gaan en zijn dood (in zijn slaap, in een stoel) kwam dan toch nog onverwacht.

Gisteren is hij in een kleine kring van familieleden en vrienden met wie hij nog contact had, waaronder Michiel, begraven in Anderlecht, waar hij bijna zijn hele leven gewoond heeft in een huis dat zijn ouders hadden laten bouwen. Er waren geen speeches. De kist was bedekt met de vlag van de Vlaamse onafhankelijkheid (zie foto).

Zijn betekenis voor het Spinozisme en onderzoek naar vrijdenkers
Hubert Vandenbossche was een van de pioniers van het onderzoek naar Koerbagh en andere vroege Nederlandse spinozisten. Tweeënveertig jaar geleden, in 1974, bezorgde hij op eigen initiatief de eerste volledige uitgave van de oorspronkelijke tekst van Een ligt schijnende in duystere plaatsen, een werk dat toen ruim drie eeuwen vrijwel in de vergetelheid had verkeerd. Pas sinds het belangrijke werk van K.O. Meinsma uit 1896, Spinoza en zijn kring, was er door een enkele onderzoeker wat aandacht aan besteed. Slechts twee exemplaren van de oorspronkelijke uitgave uit 1668 waren bewaard gebleven, beide in de collectie van het Museum Meermanno in Den Haag. In beide exemplaren is de tekst tot en met pagina 176 gedrukt, de rest is in handschrift (in twee licht verschillende versies) aangevuld. Waarschijnlijk was een klein aantal exemplaren op die manier vervaardigd om ten tijde van het proces tegen Koerbagh door schout en schepenen van Amsterdam bestudeerd te kunnen worden. Vandenbossche liet in Den Haag beide teksten geheel fotograferen om zijn kritische uitgave te kunnen voorbereiden. Hij onderzocht de verschillen tussen de twee handschriften, trachtte te ontdekken of ze mogelijk teruggingen op Koerbaghs eigen manuscript, en noteerde alle verschillen in een notenapparaat. Ten slotte liet hij een gestencilde uitgave van 735 pagina’s in een oplage van vijftig exemplaren drukken – dit alles geheel voor eigen rekening.

Door het gereedkomen van deze kritische uitgave kwam Een ligt eindelijk beschikbaar voor het historisch onderzoek naar de vroege invloed van Spinoza, dat spoedig een hoge vlucht zou nemen en zou culmineren in Jonathan Israels inmiddels beroemde Radical Enlightenment uit 2001, dat van Koerbagh en andere ‘mannen van De Witt’ helden en herauten van de Europese moderniteit zou maken. In zijn werk verwijst Israel herhaaldelijk naar de studies en de tekstuitgave van Vandenbossche. Die uitgave speelde trouwens ook een hoofdrol in de tweetalige paralleleditie die Michiel Wielema in 2011 heeft kunnen publiceren. Reeds een tiental jaar eerder namelijk had hij een toevallig verworven ‘Vandenbossche’ helemaal gedigitaliseerd, door deze op mijn gemak simpelweg over te typen, in de verwachting ‘er ooit wel iets mee te zullen doen’. Dat maakte de tekst meteen makkelijk doorzoekbaar voor nadere analyse. Vandenbossches tekst bleek bij nadere controle bovendien uiterst nauwkeurig. Nu hoefde ‘slechts’ de Engelse vertaling nog te worden toegevoegd.

Hubert Vandenbossche verrichte zijn onderzoek destijds binnen het kader van het Centrum voor de Studie van de Verlichting, gevestigd aan de Vrije Universiteit Brussel, dat in mei 1972 van start ging met Leopold Flam als directeur. Onder begeleiding van Flam had Vandenbossche in 1971 reeds een licentiaatsverhandeling (afstudeerscriptie) over Koerbagh gescheven die eigenlijk de eerste serieuze analyse van diens werk was. De gepubliceerde versie daarvan, Spinozisme en kritiek bij Koerbagh, was meteen de eerste door de pas gestichte VUB uitgegeven verhandeling. Het Centrum had als grootse ambitie het produceren van een Vrijdenkerslexicon, waarin alle Europese vrijdenkers sinds de middeleeuwen beschreven zouden moeten worden. Slechts kleine gedeelten daarvan zijn uiteindelijk gerealiseerd, zoals een tweedelig Woordenboek van Nederlandse en Belgische vrijdenkers, terwijl gedetailleerde onderzoeksresultaten onderdak vonden in een Studiereeks (Koerbagh, Vanini en een groot aantal studies van Hubert Dethier over het middeleeuws averroïsme), een aantal Dossiers (Frederik van Leenhof, J.C. Edelmann) en een Tekstuitgave (Koerbagh). Ook werd sinds 1973 een Tijdschrift voor de Studie van de Verlichting uitgegeven, dat vooral het domein was van Else Walravens, die ook hoofdredacteur werd. Hierin werd ook regelmatig aandacht besteed aan Nederlandse vrijdenkers. Bij dit alles was Vandenbossche als assistent van Flam direct actief betrokken. Na Flams vertrek in 1974 werd Jeroom Vercruysse directeur, maar na enkele jaren stimulerende leiding liet diens zwakke gezondheid normaal functioneren niet langer toe. Vanaf dat moment werd het Centrum feitelijk draaiende gehouden door Vandenbossche, die ook het onderzoek naar diverse andere vrijdenkers (onder wie Adriaan Beverland) praktisch ondersteunde, tot hij zich in 1982 uit het actieve onderzoek terugtrok en de VUB verliet. Hij had toen publicaties op zijn naam over Koerbagh, de spinozistische dominee Van Leenhof en de eigenzinnige, toen nog vrijwel onbekende Amsterdamse vrijdenker Hendrik Wyermars (1685-1757).

Resultaten van verdere sponsoring
Deze laatste, Hendrik Wyermars, is nu veel bekender geworden mede dankzij de in 2015 verschenen hertaling van zijn hoofdwerk, De Ingebeelde chaos (1710), een project dat uiteraard ook gesponsord werd door Hubert Vandenbossche. En binnenkort zal dankzij Hubert nog verschijnen een werkje van de materialist en amateurwetenschapper Dirk Santvoort (1653-1712), Zedig onderzoek of de geleerdheid en wetenschap volmaakter en de zeden of manieren der mensen slechter zijn dan in voorgaande tijden (1709).

Deze derde hertaling van Michiel die Hubert had gesponsord was helaas bij zijn overlijden nog net niet verschenen: het Zedig onderzoek uit 1709 van Dirk Santvoort, ijzerhandelaar en materialistisch denker (1653-1712). Ook hadden Michiel en hij net afgesproken om als nieuwe opdracht met Frederik van Leenhofs Hemel op Aarden (1703) aan de slag te gaan. Hopelijk kan dit werk nog worden uitgevoerd.

Michiel Wielema overhandigt in de zomer van 2015 de hertaling van Wyermars De ingebeelde chaos aan Hubert Vandenbossche. Deze hertaling was hoogstwaarschijnlijk nooit verschenen zonder het initiatief en de enthousiaste en genereuze sponsorsteun van Vandenbossche.

 _____________

Gebruik gemaakt van informatie uit het nawoord van Michiel Wielema in Adriaan Koerbagh, Een licht dat schijnt in duistere plaatsen. Hertaling Michiel Wielema. Vantilt, 2014 - het eerste van de door Hubert Vandenbossche gesponsorde uitgaven