Ian Buruma's TTP zonder theologie

Ian Buruma, God op zijn plaats. Het kruispunt van religie en democratie. Atlas, 2010 

Eigenlijk had ik dit boekje willen negeren toen ik het een paar weken geleden signaleerde en al veel eerder over zijn “Taming the Gods” [books.google] had gelezen, waarvan dit een vertaling is. Het boekje is gebaseerd op de 'Stafford Little lectures' die hij gaf te Princeton in 2008.

Ik was een beetje op Ian Buruma uitgekeken. De laatste werkjes die ik van hem las, vond ik een beetje snel en makkelijk in elkaar geflanst, zeker het gelegenheidswerkje bij de Maand van de filosofie. Ik vond dat maar niks en gaf er hier daarom geen aandacht aan.

Toen kreeg ik een suggestie van Wim Klever om er aandacht te besteden: “een sterk pleidooi voor de seculiere staat, dat bol staat van brandende actuele kwesties. Dat zul je allemaal wel weten. Wat ik niet wist en jij misschien ook niet, is dat hij passim een beroep doet op Spinoza en andere Verlichters, heel in het bijzonder Locke en Hume, en verder ook Jefferson (en Jonathan Israel). Meestal ben ik het wel met zijn verwijzingen of citaten eens. Misschien aardig om er je bezoekers eens op te wijzen. Ik althans verheugde mij op de rol die Spinoza, Locke en Hume bij hem toebedeeld krijgen in verband met hedendaagse discussies. Ben van mening dat die rol nog veel groter kan worden.”

Ik e-mailde hem wat ik hierboven schreef. Maar het werd voor mij aanleiding toch nog eens opnieuw naar het boekje om te zien en – gek misschien – maar toen ik in voetnoot 16 de volledige link naar http://www.benedictusdespinoza.nl/Spinoza__TP_Meijer.pdf vermeld zag, was het boekje verkocht... en nam ik mij voor het onbevooroordeeld te lezen. Toch maar nuttig dat die website de vertaling uit 1901 van W. Meijer van Spinoza's Tractatus Politicus biedt als Staatkundig Vertoog of Verhandeling.
Met dank aan Arno v Zuylen.

Ik heb er bepaald geen spijt van Buruma's boekje gelezen te hebben, maar zal toch geen Buruma-fan worden. Hoewel... *)

Buruma’s (theologisch)-politieke verhandeling

In dit boekje onderzoekt hij de relatie tussen religie en politiek; stringenter: seculiere politiek. Want dat de staten in het westen seculier zijn is een verworvenheid.

In het bijzonder, en dit vooral door de opkomst van de islam binnen de Westerse wereld, onderzoekt hij de betekenis van de angst dat (vreemd) religieus gezag weer tot politiek gezag wordt. Wat betreft het bepalen van de grenzen tussen kerk en godsdienst enerzijds en politiek anderzijds, vraagt hij zich af of de minimumeis van ‘je aan de wet houden’ voldoende is, of dat het ‘delen van waarden, van ethiek en mores’ nodig is.

Ian BurumaHet boekje bestaat uit drie hoofdstukken. In het eerste loopt hij op hoofdlijnen de Europese en Amerikaanse geschiedenis na van de strijd tussen godsdienst en staat. In het tweede deel doet hij dat voor China en Japan. En in het laatste hoofdstuk gaat het dan om hét thema van de laatste jaren: het groeiende aantal moslims, de gewelddadige acties van moslimterroristen en de vraag hoe daarmee om te gaan.

In alle drie de hoofdstukken, zelfs het tweede, heeft Buruma aardig wat Spinoza meegenomen. Hij houdt hedendaagse secularisten visies van Spinoza voor – een Spinoza die wel een godsdienstcriticus was, maar niet tegen godsdienst (geloof zou tot liefdevol en vreedzaam gedrag kunnen leiden); maar geloof/godsdienst zou nooit met wetenschap moeten worden vermengd. Alleen bij Spinoza’s opvatting dat kerkleiders onder het gezag van de staat dienden te staan, zet Buruma een vraagteken. Hij vindt dat niet passen bij een seculiere staat en is voor een sterkere scheiding tussen staat en godsdienst.

Thomas JeffersonHet is voor Spinozisten best wel interessant om in een hedendaagse politiek-culturele beschouwing aardig wat van Spinoza terug te vinden, ook daar waar hij niet genoemd wordt, zoals bijvoorbeeld in een citaat van Thomas Jefferson als het volgende: “Onze heersers mogen alleen gezag uitoefenen over die natuurlijke rechten die wij aan hen hebben toevertrouwd. De rechten van ons geweten hebben wij nooit aan hen toevertrouwd, noch zouden wij dat kunnen. Daarvoor verantwoorden wij ons alleen tegenover God. De wettige bevoegdheden van de regering zijn alleen op die handelingen van toepassing die schade berokkenen aan anderen. Maar het berokkent mij geen schade als mijn naaste stelt dat er twintig goden bestaan, of geen enkele. Dat berooft me niet van mijn geld, noch breekt het mijn been.”

Afgezien wellicht van het ‘verantwoorden tegenover God’ is dit citaat onversneden Spinoza, inclusief het wat ironische einde. Dit moet Jefferson uit de TTP hebben opgediept. Het is bekend dat hij alle werken van Spinoza in zijn boekenverzameling had en dat hij Spinoza heeft gelezen. Rebecca Goldstein heeft er in interviews n.a.v. van haar Betraying Spinoza meermalen op gewezen dat "Madison and Jefferson often sound just like Spinoza in their letters." [b.v. hier en hier]

Een vraagteken heb ik bij de bewering van Buruma (op p. 45) dat Rousseau zich in 1762 in zijn Contrat Social baseerde “op Spinoza’s idee van de seculiere staat als belichaming van de algemene wil of het gemeenschappelijk belang.” ‘Algemene wil’ is geen begrip van Spinoza, maar willicht werd hier gedacht aan zijn politieke  grondidee dat elke regeringsvorm uiteindelijk alleen maar kan functioneren als hij gestoeld is op de instemming van het volk.

Zelfs in het tweede hoofdstuk, waarin hij de verhouding tussen staat en geloof- of ethisch stelsel beschrijft, haalt hij af en toe Spinoza naar voren, daar sommige Spinoza-aanhangers hem vergeleken met de Chinese wijsgeer Confusius. Daar wij hier meestal weinig weten van de Chinese en Japanse geschiedenis, is dit een beetje een ver-ons-bed-show.

Het derde hoofdstuk is actueler, gaat over onze huidige tijd. En dat vond ik dan ook het interessantst om te lezen. Het is eigenlijk de bestaansreden voor het boekje. Al vaker is geconstateerd hoe opmerkelijk het is dat er tegenwoordig zoveel over de denkers van de Verlichting wordt gesproken. Dat móet wel samenhangen ermee dat godsdienst weer terug op de agenda is gekomen en daarop zelfs een dominant item is geworden – ook in een land als Amerika, waar het eigenlijk nooit weg is geweest. De angst voor de islam die in vroeger tijden een angst voor een macht op afstand was, is nu een angst geworden voor een mogelijke kracht van de islam dichtbij en in ons midden. De angst van degenen die vrezen dat we onze eigen cultuur en identiteit kwijt raken als we niet oppassen, wordt vergroot doordat de woordvoerders ervan vrezen dat ze zich behalve tegen de islam ook nog eens moeten verzetten tegen het ‘multiculturalisme als ideologie’, tegen wat Buruma fraai omschrijft als “de dogmatisch cultureel relativisten’ die weigeren kritiek te hebben op morele waarden van andere culturen. Buruma schetst enige hoofdlijnen van wat hij zelfs noemt de Kulturkampf: de Salman Rushie-affaire, de moord op Theo van Gogh, de strijd van Ayaan Hirsi Ali, de Franse hoofddoekjesstrijd en strijd voor behoud van de laïcité: het  vrijwaren van de openbare ruimte van religieuze uitingen; de discussie over de rol van Tariq Ramadan... onderwerpen die hij ook al beschreef in Dood van een gezonde roker.

Uiteindelijk komt Buruma uit bij de benadering die hij deelt met Olivier Roy van: erkennen van medeburgerschap en van minimale spelregels van met elkaar omgaan in de samenleving: ieder houdt zich aan de wet en aan de grondregels van de democratische samenleving. Het zoeken naar ‘delen van waarden en (culturele) normen’ acht hij onhaalbaar. De theologie laten we aan de gelovigen en de staat houdt zich strikt seculier. Daarbij acht hij het wel nodig dat ieder duidelijk onderscheid weet te maken tussen de gewone gelovigen en een gewelddadige minderheid, waarop we de eersten niet mogen aankijken.

                                                     * * *

Zie hier een positieve bespreking van Jan Postma op 8weekly of een heel fraaie van Machiel Jansen op Literair Nederland en een eerdere (2 april) bespreking van Taming the Gods door Ben Knapen in de NRC

                                                      * * *

*) Hier wil ik duidelijk laten weten, na het beluisteren van deze lezing, die geheel gebaseerd is op het laatste hoofdstuk, dat ik mij geheel kan vinden in zijn benadering. Zeker ook wat hij daarin zegt over Geert Wilders en Afschin Elian.

Bekijk hier een video van de lezing die Ian Buruma op 10 maart 2010 gaf voor de Carnegie Council. The Voice for Ethics in International Affairs over Taming the Gods: Religion and Democracy on Three Continents. Hij stelt dat godsdienst (inclusief de islam) en liberale democratieën samengaan, ook al vrezen velen van niet. Democratie biedt ruimte voor godsdienst zolang althans de gelovigen de wetten van hun samenleving gehoorzamen. En de meerderheid van de Europese moslims houden zich aan de wet.

 

Hij eindigt deze lezing met deze woorden over Spinoza: “I'll finish by invoking, to me, in some ways, still the most impressive voice on these issues, and that's of Baruch or Benedict Spinoza, who himself was not a great believing man. He was kicked out of the Sephardic community in Amsterdam for being a blasphemer. But he was not an intolerant man either, and certainly not a zealot. His view was that people should be free to believe or not to believe, and religion is good as long as it makes people behave properly, and it should always be kept under the control of secular authority. Now, of course, he said this at a time when the church was still a powerful political force. But what he understood, I think, very clearly—and it's not something that everybody these days seems to understand—is that you cannot ban God or the gods, but you can only hope to tame them.” [zie het transscript van de lezing]

Reacties

Stan, ik las zojuist een recensie van TAMING THE GODS in het jongste nummer van TIMES LITERARY SUPPLEMENT, maar ik vind jouw bespreking beter.

Beste Stan,

ik heb het boek nav jouw bespreking ook gekocht en net uit ( niet de Nederlandse uitgave omdat die paperback is, houd toch het meest van echte -dus hardback- boeken. Ik vind het -hoewel met zevenmijlslaarzen- een leuk en waardevol boek. Juist omdat het de actualiteit van onze huidige tijd beschrijft en duidt en niet alleen blijft hangen in de 17de eeuw. Ook belangrijk dus. Spinoza blijkt ook hier nog steeds actueel.

Nav een bepreking in de Groene Amsterdammer over The end of history, omstreeks 1989, van Fukuyama, kwam er direct al een polemiek op gang dat de Islam de antithese daarvan zou zijn. De antithese van de kapitalistische liberale democratie dus. Ik denk/hoop ik dat juist de seculiere staat juist opnieuw gemunt wordt met de komst van de Islam en dat er onder de seculiere staat, binnen de wet, een veelheid van meningen mag/moet worden verkondigd.
In die zin dus ook een verrijking!