Hoed u voor "De essentie van Spinoza"

Zoals ik in reactie op 't blog waarin ik de komst van het boekje aankondigde, liet weten was ik niet van plan het nieuwste Spinoza-boekje van Maarten van Buuren, "De essentie van Spinoza" getiteld, te bespreken: “Vandaag het boekje aangeschaft en gelezen en besloten het NIET te bespreken. Er is het een en ander over te zeggen, maar ik ga er geen blog aan vuil maken. Ik laat het hier onbesproken.” Ik had er na mijn uitgebreide besprekingen van zijn eerste boek [cf.] geen zin meer in.

Maar een drietal aanleidingen maken dat ik mezelf van dat voornemen afbreng. Gisteren hoorde ik hoe iemand die in een ver verleden een cursus over Spinoza had gevolgd nu meende, na dit boekje In één keer uitgelezen te hebben, er “veel begrip over Spinoza mee opgebouwd” te hebben. Gisteren kreeg ik de nieuwe cursusprospectus van de ISVW in de bus en daarin staan weer cursussen in het land en een zomerweek op het landgoed van de ISVW over Spinoza die door Van Buuren verzorgd zullen worden. Daarnaast kom je regelmatig een melding tegen over een lezing die hij ergens geeft n.a.v. zijn eerste boek. En vandaag heeft Trouw een bespreking van het boekje, dat eindigt met: “In combinatie met Van Buurens eerdere Spinoza-boek zou 'De essentie van Spinoza' uit kunnen groeien tot een populaire inleiding op het oeuvre van de belangrijkste filosoof van Nederland [..].”

 

Ik denk niet dat ik de invloed die Van Buuren uitoefent in de Spinoza-uitleg vanuit dit simpele blogje zou kunnen tegengaan. Maar toch kom ik terug van mijn voornemen – “Want,” zo zeg ik met Spinoza Paulus na, “ het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.” (Romeinen, 7:19). Hoe Van Buuren invloed uitoefent is aan die Trouwe-recensie te zien, die laat lezen: “Om te voorkomen dat mensen de boel verknoeien door hun natuurlijke egoïsme, stelt Spinoza het model van het 'concentrische ik' voor: het zelf ingebed in een groter geheel van samenleving en natuur.“ Maar Spinoza heeft het helemaal nergens over een “concentrische ik”, dat is helemaal een uitvinding van Van Buuren; wat hij overigens zelf toegeeft, maar toch – zie wat er gebeurt…

Ik doe hier slechts enige grepen uit al datgene waarin Van Buuren er in mijn ogen volkomen naast zit. Toch ook iets van een algemene indruk. Ja, Van Buuren heeft heel wat studie gedaan en kan behoorlijk goed schrijven. In het verhaal krijgen we echter in hoge mate Van Buuren zelf voorgeschoteld, zowel doordat hij op meerdere plaatsen iets uit zijn leven vertelt, maar ook doordat hij zíjn kijk geeft op Spinoza, zonder eigen woorden van Spinoza in te lassen of vindplaatsen in Spinoza’s werken te geven. Drie korte Spinoza-citaten krijgen we op de bladzijden 19 [Ethica 1/18], 35 [titel H. 20 TTP] en 66 (Ethica 5/23]. En dat was het dan. Het zijn ook de enige verwijzingen.

Maar wat zou ik graag een verwijzing gezien hebben naar waar Van Buuren gelezen heeft dat Spinoza zegt: “God is Rede.” [blz. 24]. Op de volgende blz. wordt dat “God is verstand”, maar vervolgens ook “levenwekkende rede” of “kiemkracht”.

Over de essentie van de mens laat hij Spinoza twee dingen beweren. Enerzijds dat ‘de kern van het wezen van de mens’ het kritisch denken is: dat is wat ons als mens onderscheid van het dier. [Blz. 42-43]. Zonder blikken of blozen laat hij Spinoza de mens dus als vanouds definiëren als ‘animal rationale’. Hij heeft blijkbaar niet gezien dat Spinoza daar juist niets van moet hebben en dat hij het zelfs een beetje belachelijk maakt en zet naast degenen die de mens zien als “ongevederde tweebenigen”. Voor Spinoza gaat het daarbij om abstracte universele noties die voor ieder mens anders zijn. Veertig bladzijden veder deelt Van Buuren mee: “de begeerten vormen onze essentie, onze zijnskern.” Dit laatste is inderdaad waar Spinoza de essentie van de mens ziet, maar Van Buuren ziet niet de tegenstelling met de eerdere door hem genoemde zgn. essentie van de mens.

Het hoofdstuk waarin hij dit bespreekt kent ook een paragraaf “Geest en lichaam”- een wel heel merkwaardige paragraaf, waarin Van Buuren - in termen zoals je die niet bij Spinoza leest – betoogt dat ‘geest’ voor Spinoza een ‘ens rationis’ (een gedachtending) zou zijn. Ja, ‘geest als een zelfstandig bestaand iets’ ontkent Spinoza uiteraard (en hij bespot er zijn correspondent Hugo Boxel mee die in het bestaan van geesten gelooft). Als Spinoza dat op de manier van Van Buuren zou behandelen zou hij het trouwens over ‘ens imaginationis’ hebben en niet over ‘ens rationis’. Maar in deze paragraaf vernemen we niets over hoe Spinoza deze materie behandelt; hoe mentale aspecten even volwaardige aspecten naast materiële of lichamelijke aspecten in de werkelijkheid zijn. Over hoe Spinoza die schetst horen we niets. Over attributen (eventueel nader vertaald) horen we al helemaal niets. Nou ja, één keer op blz. 92, maar daar heel kort en zeer globaal. En dat voor een boekje dat zich afficheert als “De essentie van Spinoza”. En wat we daarover na die paragraaf onder ‘Monisme’ lezen is al helemaal te bont: “geest en lichaam zijn twee gezichtspunten van waaruit we iets beschouwen dat één enkel ding is. De geest, opgevat als een zelfstandig ding zonder materie, bestaat niet [tot zover oké]. Geest of rede (verstand) is niets anders dan de mentale afbeelding van ons lichaam. Ons verstand vormt de kern van onze essentie als mens, omdat het verstand ons in staat stelt de waarnemingen die in grote wanorde bij ons binnenkomen, te ordenen en te corrigeren, dat wil zeggen in de juiste oorzaak- en gevolgrelaties te plaatsen.” (p. 75)

Spinozistische ‘geest’ gelijkstellen met rede (verstand) ziet over het hoofd waaraan Spinoza de meeste aandacht wijdt: de verbeelding (imaginatio) als behorend tot onze geest. Maar wat Van Buuren denkt bij “de mentale afbeelding van ons lichaam” wordt volstrekt niet duidelijk. Ik vertrouw hem hier voor geen cent – terecht, zoals verderop blijkt.

Terwijl hij op de volgende bladzijde de drie kennisvormen samen de geest laat uitmaken stelt hij desondanks toch nog eens ‘geest’ gelijk aan ‘verstand’. Maar schrijft ook: “De geest is een brein: een fantastisch mooi instrument dat ons helpt beheersing te verwerven over ons lichaam.” Waarbij hij vervolgens het Platoonse beeld van de geest als ruiter en het lichaam als paard overneemt. Een pagina verder wordt het zelfs: “Spinoza stelt de geest als lichamelijk vermogen op één lijn met andere lichamelijke vermogens.” [blz. 77]. En op de blz. 84-85 lezen we nóg eens: “Het verstand is een hersenactiviteit die meetbaar is [..]. Hersenactiviteit is een materieel gebeuren, een lichamelijke activiteit.” En zo wordt Spinoza’s zorgvuldige onderscheid tussen het mentale en lichamelijke bij Van Buuren geheel weggepoetst. En dat alles wordt dan gebracht als "De essentie van Spinoza". Hij maakt er echt een potje van en dan ga ik nog eraan voorbij dat hij de eerste kenvorm gelijkstelt aan waarneming (en niet als de daaruit ontstane verbeeldingskennis). Daarover heb ik het in mijn bespreking van zijn eerste boek voldoende gehad. [Cf.]

Dat leidt ook tot zijn belachelijke en volstrekt idiosyncratische behandeling van het parallellisme. Dat is niet een term waarmee 2/7 wordt samengevat, maar slaat volgens hem erop dat waarnemingen en ideeën zich tegelijk ontwikkelen, maar op volstrekt gescheiden sporen. Ook in dit boekje vertelt hij zijn nogal belachelijke verhaal hoe hij wel, maar zijn poes niet denkt: ‘wat ik zie is een fiets’. Enfin, lees zijn zgn. denkexperiment vanaf blz. 87.

O ja, het boekje geeft ook goede dingen te lezen. Zo deed het me deugd te merken hoe hij heeft gezien dat in Spinoza’s essentie-definitie het om een andere vorm van ‘zijn’ gaat dan ‘bestaan’ (existentie) en dat wordt vaak over het hoofd gezien! [blz. 62 en 67). Maar waar ik hier de vinger op leg, haalt de pretentie dat ons hier "De essentie van Spinoza" wordt voorgeschoteld voldoende onderuit.

Vandaar dat ik in de kop van dit blog waarschuw: Hoed u voor "De essentie van Spinoza".

Reacties

Stan,
Recensies en beargumenteerde oordelen zijn zijn, tezamen met je signalementen, 'part and parcel' van je blog. Sterker nog, ze maken je blog aantrekkelijk. Maar horen oproepen als 'Hoed u voor ...' in de titel, en de waarschuwing van apostel Paulus, dat we geneigd zijn het kwaad te doen, tot een recensie? Hier komt de recensie dicht bij de karaktermoord: de auteur zelf van het besproken boek wordt op zijn moraliteit aangesproken. Uit wat ik van Van Buuren bestudeerd heb - zijn vorige boek over Spinoza en zijn boek over de Tien Geboden (met Achterhuis) - spreekt eruditie, veelzijdigheid en een visie. Alle moeite van het bestuderen waard.

Adrie,
Het is duidelijk dat we van mening verschillen en ik moet toegeven dat ik jouw appreciatie van Van Buurens behandeling van Spinoza's filosofie niet begrijp.
Ja, uit zijn werk "spreekt eruditie, veelzijdigheid en een visie." Maar brengt hij ons Spinoza? Over de inhoud van mijn kanttekeningen hoor ik je niet.
Mij stond geen volwaardige recensie voor ogen, maar een waarschuwing. Daarom volstond ik met "enige grepen". Aan die waarschuwing ligt echte zorg ten grondslag over waar Van Buuren mee bezig is. Men kan ook vinden dat dat mij niet aangaat, want iedereen staat het vrij met Spinoza te doen wat hij wil.

Stan,

Ik heb Maarten van Buuren gevold op zijn avond in boekhandel Hijmanongerijmd in Arnhem, de plek waar ik zelf gestart ben met mijn leescursus Ethica, waarin ik de tekst strakker volg. Maarten is een boeiend verteller en verricht zeker noeste arbeid om Spinoza over het voetlicht te brengen. Toch heb ik problemen met zijn interpretatie die ook in dit boek m.i. te ver gaat. Als hij stelt dat geest ( pag 67 ) = brein ( pag 76) dan plaats je een voorwetenschappelijke tekst van Spinoza binnen het huidige wetenschappelijke brain-mind debat van 350 jaar later. Dat kan niet zonder de tekst op te rekken. De woorden brein, hersens of cerebrum komen naar mijn weten niet in de teksten van Spinoza voor. Als Spinoza bedoeld had brain=mind had hij zich de constructie van de attributen tussen substantie en (on)eindige modi kunnen besparen: Een fysicalistische beschrijving van geest als epifenomeen van het brein had volstaan. ( zie bv Paul Churchland in " Matter and Consciousness".
Er is naar mijn oordeel een verschil tussen het interpreteren van de teksten van Spinoza met de huidige kennis en het transponeren van de tekst naar de een hedendaags discours binnen de philosophy of Mind dan wel Neuroscience. Ik denk deze omzetting de nodige spanning oplever, Dit neemt niet weg dat ik zijn visie interessant vind ondanks verschil van mening. Ik kijk daarom toch uit naar zijn aangekondigde volgende boek waarin hij tot een onderlinge verbinding van de begrippen van Spinoza wil komen. Laten we gewoon Maarten kritisch volgen, maar wel de teksten van Spinoza zelf bij de hand houden.

Rob, dank voor je reactie.
Spinoza gebruikt de term hersenen in het laatste deel van de Appendix van Deel I van de Ethica 2x in pejoratieve zin, waar hij spreekt over de "gesteldheid van hersenen" van mensen die meer hun verbeelding dan hun verstand gebruiken.
En verder uiteraard (contrafactisch) in 2/48s waarin hij stelt: "Ik versta onder ideeën immers niet de beelden die op het netvlies, of zo men wil, in de hersenen worden gevormd, maar de begrippen van het denken." Hier maakt hij dus een duidelijk onderscheid tussen (lichamelijke) hersenen en denken.
Verder komt de term 'hersenen' nog enige malen voor in het voorwoord van deel 5, waarin hij Descartes' idee van de pijnappelklier die zich in het midden van de hersenen bevindt en de verbinding met het geestelijke zou verzorgen, belachelijk maakt.

Eens met je aanbeveling Maarten van Buuren kritisch te volgen.

Stan , dank je voor de correctie inzake de term hersenen. Blijft staan dat Spinoza m.i. niet zegt : brain=mind. In dat geval zou de formele essentie samenvallen met de objectieve essentie, hetgeen niet het geval is . Zie hiervoor Chantal Jaquet, L'Unité du corps et de l'esprit pag 24 bovenaan : L'essence objective est rien d'autre que l'idée de cette chose et SE DISTINGUE ( capitalen van mij) de l'essence formelle qui vise la chose dans sa réalité matérielle ou sa forme.

Uiteraard heeft Spinoza het niet over brain=mind. Het gaat bij hem om twee verschillende attributen, die wel aspecten van één ding zijn, maar onderling (als aspecten) volkomen verschillen. De verhaspeling daarvan was nu juist waar 't mij in mijn commentaar op Van Buuren om ging. Als je mijn blogs gevolgd hebt, had je kunnen je weten dat je mij hetgeen je citeert uit Chantal Jaquet niet hoeft voor te houden. Maar toch goed dát je het citeerde, voor het geval van Buuren meekijkt...

Stan, jouw blogs volg ik intensief. Je hoeft je niet aangesproken te voelen want het is en was niet mijn bedoeling je iets voor te houden of belerend tegenover je te zijn. Het ging mij om verduidelijking naar een ieder die je blog leest om aan te geven, nu van de kant van Jaquet, dat de interpretatie" brain = mind" die van Buuren pleegt te ver gaat.

Hersenen en denken zijn niet twee aspecten van dezelfde modus, maar twee verschillende modi. Spinoza onderscheidt denken zonder hersenen (lichaam) in 5/23+d; en hersenen zonder denken in 2/48s. En de hersenen zijn dus niet ‘de formele essentie van het denken’, en het denken is niet ‘de objectieve essentie van het lichaam’. De objectieve essentie van het lichaam is het bestaan ervan en ligt in de attributen besloten (2/45d). Het lichaam is alleen het eerste object van het denken en het denken bestaat pas daardoor feitelijk (2/11). Eerst bestaat de idee namelijk al niet-feitelijk (2/11d). Dit niet-feitelijke bestaan van een idee is het formele bestaan van een idee (2/5). En objectief bestaat een idee als ze het lichaam tot object heeft, en daarvoor bestaat ze alleen objectief in de oneindige idee van God (2/8+c).

Ik richt me even tot Adèle inzake essentie.
.Ik citeer nogmaals Jaquet: L'Esprit en tant qu'idée , est donc l'essence objective du corps, c'est à dire qu'il comprend à titre d' object de pensée tout ce que l'essence du corps comprend formellement ou réellement. ( pag 24 ) Als je corps door brein of brain vervangt ( wat Spinoza niet doet, maar van Buuren wel) en l'esprit door Mind mag je deze stelling van Jaquet volhouden. Niet kan je stellen dat Brain en Mind dan gelijk zijn, hetgeen ik betogen wilde. Kan natuurlijk zijn dat je het met Jaquet niet eens bent
Verder wil ik maar niet over het hoofd van Stan heen reageren want het is zijn blog waar ik me nu maar even uit dezee discussie terugtrek met de conclusie dat van Buuren weer veel aandacht heeft gegenereerd

Het onderscheid dat Spinoza maakt tussen denken en hersenen is niet het analytische onderscheid dat afhangt van de invalshoek van het attribuut (2/7s), maar het onderscheiden van twee verschillende feitelijk bestaande dingen.

Het lichaam is alleen het eerste object. Andere objecten van de ménselijke geest zijn de formele ideeën van God, die door middel van kennis van de tweede en derde soort kennen geobjectiveerd worden. Zie bijvoorbeeld: “dat het formele zijn van de idee van een cirkel alleen door een andere modus van denken als naaste oorzaak (…) kan worden onderkend” (2/7s). En dat beperkt zich niet tot cirkels, maar gaat zover dat mensen uiteindelijk het oneindige verstand van God vormen (5/40s).

Rob, ik ben het wel eens met Jacquet, maar niet met de manier waarop je haar interpreteert.

Jacquet zegt m.i. in eigen woorden wat er in 2/45+d staat, met de nadruk die Spinoza daar legt op het kennen door de idee van de essentie van het lichaam. Ik heb uit 2/45d alleen genomen wat die essentie van het lichaam is (zijn attribuut). In 5/22 is die essentie de immanente oorzaak zelf van dat lichaam, die door God gekend wordt. Ik zie in haar omschrijving van 2/45 niet wat jij er in ziet: namelijk dat zij daarmee denken en lichaam als de attributen ziet van één modus. Of vergis ik me en bedoelde je wat anders?

Als non- of slechts zeer zeer zijdelings Spinozist mijn 2 centen: Ik heb een maand geleden een lezing van v Buuren gevolgd en hem even gesproken. Heb hem toen gevraagd of hij een reactie had op Stan's serie kritieken op zijn "Vijf wegen...". Tot mijn verbazing zei hij daarvan niet te weten. Toen ik hem er iets van liet zien viel hij onmiddelijk over de toon (niet helemaal ten onrechte). Eigenlijk geloof ik hem daarin niet maar hoe dan ook heeft hij voor mij door het negeren van de kritiek van niet de eerste de beste wel afgedaan. Hij is een zeer onderhoudend spreker en weet zijn publiek knap mee te slepen. Niet in de laatste plaats door veel ruimte te laten aan zijn persoonlijk wel en wee. Gevaarlijk voor de minder kritische geest lijkt mij.
Ik heb inmiddels opgepikt dat Spinoza uit zou gaan van het "contract social". Daardoor komt het individu in het centrum in plaats van de gemeenschap die het (talige) individu voortbrengt. Zeer problematisch voor mij.
Voor wat betreft de Mind-Matter discussie is mijn vermoeden dat de ideeën van Dennett daarover compatibel zijn met die van Spinoza en daarbij een stuk eenvoudiger te verteren. Het gaat hier o.a. om het afwijzen van het "Cartesiaans theater" (Plato's ruiter en paard?) en zijn bestrijding van "qualia": in de hersenen ingebakken betekenis van begrippen als blauw.

Er is geloof ik iets mis met het comment-systeem. Iedere keer dat ik de pagina ververs wordt er een kopie van mijn bijdrage toegevoegd. Ook nog met een klok die wat achter lijkt te lopen.

Dank Victor Onrust.
Ik vind wel een beetje schokkend te horen dat Van Buuren niets opgepakt zou hebben van mijn besprekingen - dat kennelijk niemand eerder hem op die blogkritieken gewezen heeft. Het klinkt een beetje ongeloofwaardig dat die eerste recensies die het boek verkreeg noch door de auteur, noch door de uitgever, noch door mensen uit hun omgeving onder ogen of ter ore is gekomen.
Als het al waar is....

Al diegenen die denken: “Ja maar, er staat in 2/13 toch duidelijk dat alleen het lichaam het object is van de de idee die de menselijke geest uitmaakt”, hebben natuurlijk gelijk. Zij het dat het menselijk lichaam zoveel meer kan doen en ondergaan, en de geest zoveel meer kan waarnemen dan die van alle overige bezielde individuen, dat de mens ook zonder lichaam, ‘met de ogen van de geest’ blijft waarnemen nadat het lichaam vernietigd is. Het is met deze ‘ogen van de geest’, waarmee de geest begrijpend denkt (5/23), dat hij de formele, relatief vormloze ideeën van God een objectieve vorm geeft. Daarnaast werkt hij, in de gevorderde gevallen van de grote geesten, ook nog mee aan het omzetten van de vormloze ideeën die in het absolute denken (het attribuut denken) besloten liggen in de relatief vormloze, formele vorm van de ideeën van God. Daarom heb ik de ideeën van God het object van de menselijke geest genoemd, met als voorbeeld het onderkennen van de cirkel als idee van God.

En al diegenen die denken: ”Ja maar, er staat in 2/7 toch duidelijk dat een modus van uitgebreidheid en de idee van die modus een en hetzelfde zijn”, hebben ook gelijk. Zij het dat ook hier de menselijke geest niet als hetzelfde gezien moet worden als dat deel van de menselijke geest dat overeenkomt met de idee van alle bezielde individuen. Volgens 2/13s is de menselijke geest [alleen] verenigd met het menselijk lichaam, en niet een en hetzelfde.

We moeten dus een onderscheid maken tussen het menselijk denkvermogen (de idee van de idee, de geest van de mens, Lat. mens, Engels: mind) en de idee als het vermogen tot intelligent reageren dat eigen is aan alles wat leeft. Tot aan atomen aan toe.

De logische consequentie van dit onderscheid is dat een idee als modus van denken ook een uitgebreidsheidskant (vorm) heeft, en dat het lichaam als modus van uitgebreidheid ook een eigen intelligentie (idee) heeft. Iedereen weet dat het lichaam een eigen intelligentie heeft, die onafhankelijk van het denken en onbewust opereert, bijv. als het autonome zenuwstelsel. En als de pancreas ;-)
De menselijke idee van de idee is daarom een afzonderlijk ding of modus: “Want in werkelijkheid is de idee van de geest (met andere woorden: de idee van een idee) niets anders dan de vorm van een idee voorzover die laatste beschouwd wordt als een modus van denken zonder een relatie tot een object.” (2/21s)

Adèle,
Je verschaft aardig wat werk.
Aan je eerste alinea ga ik voorbij (je verhaal over "de relatief vormloze, formele vorm van de ideeën van God" kan ik niet thuisbrengen en laat ik zitten).

In 2/7s staat niet "duidelijk dat een modus van uitgebreidheid en de idee van die modus een en hetzelfde zijn”, dat is een foutieve vertaling van Henri Krop. Er staat "Sic etiam modus extensionis et idea illius modi una eademque est RES sed duobus modis expressa." [Hoofdletters van mij]. Krop liet na om 'res' te vertalen. Aanvankelijk had Corinna Vermeulen dat ook, maar beloofde dat in de tweede druk te verbeteren (ik neem aan dat dat gebeurd is).
Er staat dus dat die modi samen één en hetzelfde DING zijn (uiteraard zijn ze niet "hetzelfde").

Spinoza zegt in 2/13s dat alles wat hij tot dan geschreven heeft niet méér aan de mens toekomt dan aan andere individuen "quae omnia quamvis diversis gradibus animata tamen sunt" die alle zij het naar verschillende graden 'van ziel zijn voorzien'. Zijn uitleg volgt daarna: "Want van alles bestaat immers op dezelfde manier een idee in God , waarvan hij de oorzaak is, zoals hij de oorzaak is van de idee van het menselijk lichaam. Al onze uitspraken over de idee van het menselijk lichaam, gelden daarom noodzakelijk voor de idee van elk ding."
Dit zegt Spinoza éénmaal en hij komt er nooit meer op terug. Niet meer als hij de menselijke geest verder opbouwt en over de kenvormen spreekt en later over de begeerte (waarin bewustzijn herkenbaar is) die de essentie van de mens vormt. Dat je dit idee hier, zoals jij doet, moet lezen "als het vermogen tot intelligent reageren dat eigen is aan alles wat leeft," is geheel voor jouw rekening. Ik kan dat niet uit Spinoza halen.

Je gaat vervolgens wel heel erg ver met te zeggen (en iedereen weet dat zelfs!) dat "het lichaam een eigen intelligentie heeft, die onafhankelijk van het denken en onbewust opereert." Leg je zo Spinoza's uitspraak uit dat niemand weet "quid Corpus possit" ["wat het lichaam vermag" - 3/2s]? Volgens mij zou Spinoza gruwen van jouw uitleg dat het lichaam "intelligentie", een eigen denken, heeft. Dat is toch echt een grote verhaspeling van attributen.

Hallo Stan, leuk dat je gereageerd hebt: zo’n zwijgende wand is ook zo wat.

De ideeën van God zijn vormloos als je onder vorm de beschrijving van Spinoza verstaat in de brief van 2 juni 1674 aan Jarig Jelles, waar je een blog over hebt geschreven: “het is duidelijk dat de stof als geheel, onbepaald beschouwd, geen vorm kan hebben, en dat er van vorm alleen sprake kan zijn bij eindige en bepaalde lichamen”. Maar als je de ideeën van God vergelijkt met hun beslotenheid in de natura naturans van de attributen, dan hebben ze wel een vorm als modus. Dit is de formele (forma=vorm) kant van de ideeën van God. Vandaar dat ik formuleerde: de relatief vormloze, formele vorm van de ideeën van God.

Dank je dat je wijst op die fout in de vertaling van 2/7s, en zo had ik het ook begrepen: de beide modi zijn daar hetzelfde ding. Mijn punt is dat hersenen (lichaam) en geest (denkvermogen, mind), twee verschillende modi zijn die niet samen één ding vormen, maar alleen met elkaar verbonden zijn als twee verschillende zaken, die ieder vanuit de beide attibuten bekeken kunnen worden.

Als Spinoza in 2/13s zegt: “Al onze uitspraken over de idee van het menselijk lichaam, gelden daarom noodzakelijk voor de idee van elk ding”, wil dat niet zeggen dat er geen uitspraken zouden kunnen zijn over het menselijk lichaam die niet noodzakelijk gelden voor de idee van elk ding. Sterker nog: de hele toelichting van 2/13 staat in het teken dat dat bij mensen juist wel het geval is: “Om vast te kunnen stellen wat het verschil is tussen de menselijke geest en de andere en in welk opzicht hij superieur is aan de de andere, moeten we daarom zoals gezegd de aard van het object kennen, dat wil zeggen van het menselijk lichaam.” In het geval van het menselijk lichaam kunnen zich ‘ogen van de geest’ ontwikkelen, die na het verdwijnen van het lichaam blijven bestaan. Me dunkt, ik zie dat nog niet het geval zijn in het geval van stenen, planten en dieren.
Dat wat voor de ideeën van zowel de mens als voor alle “overige individuen” geldt, “die allemaal bezield zijn, zij het in verschillende gradaties”, is het soort bewustzijn dat ik omschreven heb "als het vermogen tot intelligent reageren dat eigen is aan alles wat leeft". Lijkt me correct.

Dat het lichaam een eigen intelligentie heeft, is gebaseerd op die algemene uitspraken van Spinoza’s over de ideeën die noodzakelijk gelden voor alles wat bezield is. Het is de idee van een willekeurig lichaam. Het woord denken zou ik hier liever niet gebruiken.

Adèle, hier mijn respons.
Wat je bedoelde met de "relatief vormloze, formele vorm van de ideeën van God" is me nu duidelijk geworden.

De daarop volgende alinea geeft mij aanleiding te zeggen: Toch zal je moeten accepteren, Adèle, dat voor Spinoza lichaam (w.o. hersenen) en geest (denken), twee verschillende modi zijn die WEL samen één ding vormen, namelijk met elkaar verbonden zijn als twee verschillende aspecten ('zaken' maakt het teveel 'aparte dingen' met een geur van 'substantie'), die ieder vanuit de beide attributen bekeken dienen te worden. Een mens is één ding, een samenstel van lichaam én geest. Dat heeft Spinoza met 2/7s willen betogen: de modi van verschillende attributen vormen samen "una eademque est res."

Goed dat je wijst op hoe de toelichting bij 2/13 verder in het teken staat van het aangeven waarin de mens superieur kan zijn.

Waar je mee eindigt blijft voor mij verwarrend. De idee van elk willekeurig lichaam verwijst naar het ken- of denkaspect - dat is nu eenmaal de eigenschap van een idee: het is een vorm van denken en niet van lichamelijkheid. Jij lijkt het als iets van het lichaam zelf te zien. Hoewel je het woord denken liever niet zegt te gebruiken doe je dat met de term 'intelligentie' toch.

Graag wijs ik nog even op het begin van het bewijs van 2/11: “Het wezen van de mens wordt gevormd door zekere modi van Gods attributen (…), namelijk door de modi van denken.” Ik denk dat we veilig kunnen stellen dat dat zijn: de idee van God, de geest (de idee van de idee, het denkvermogen) en de idee. De idee is dus niet dezelfde modus als het denkvermogen. En waarom ben je er zo tegen dat ‘zaken’ te noemen? Er bestaat toch niets buiten de substantie? Substantie heeft volgens Spinoza weliswaar geen massa, maar wel hoeveelheid en vermogen. Dit is in overeenstemming met het moderne begrip van energie. Modi zijn daar per definitie modificaties van.

En ik zie intelligentie, in brede zin van het woord, niet als een vorm van lichamelijkheid, maar als een met de zintuigen verbonden vermogen intelligent op de omgeving te reageren. Dat wil zeggen, te onderscheiden, af te stoten of aan te trekken, en een richting aan te geven. Allemaal eigenschappen die toegeschreven worden aan zelfs de kleinste, nog als zodanig herkenbare, modus: het atoom. Spinoza concentreert zich op de bewuste, menselijke intelligentie die hij het denkvermogen noemt (lat. mens, Engels: mind, in vertaling ‘geest’). Hij noemt de idee nergens het denken, voor zover ik weet. Hij noemt die alleen een modus van het attribúút denken.

De complicerende factor is dat de menselijke geest twee kanten uitkan: passief ondergaand in verbinding met het lichaam of actief handelend in verbinding met de idee van God (het Zelf). En dat laatste gebeurt terwijl die geest, wanneer men in het lichaam is, VERBONDEN is met het lichaam. Het lichaam is in het geval van ontvangst van indrukken vanuit de idee van God dan wel van een hoog gehalte. De idee van de idee beschrijft Spinoza daarom als een modus die los gezien kan worden van een object: als een lege modus: “Want in werkelijkheid is de idee van de geest (met andere woorden: de idee van een idee) niets anders dan de vorm van een idee voorzover die laatste beschouwd wordt als een modus van denken zonder een relatie tot een object.” (2/21s) In 3/2s gaat Spinoza uitvoerig in op de geest die wél hetzelfde ding is als het lichaam, waarbij “het besluit van de geest als de behoefte en de bepaling van het lichaam gelijktijdig van aard zijn, of beter gezegd een en hetzelfde”. Hij is de toelichting daar ook begonnen met een herhaling van 2/7 “ dat de geest en het lichaam hetzelfde ding zijn”. Tegelijkertijd benadrukt hij in 3/2s even uitvoerig dat “het lichaam zelf krachtens de wetten van de natuur tot veel in staat is waar zijn geest versteld van staat”. Het moge nu duidelijk zijn waarom hij dat doet.

Adèle,
Graag zou ik je het laatste woord laten (anders blijft 't maar doorgaan), maar toch moet ik nog een reactie geven.

@11-2016 @ 17:22 Mij is geen plaats bekend waar Spinoza bij modi van attributen over ‘zaken’ (res) spreekt. Als hij het over res singularis of particularis heeft gaat het om bestaande eindige dingen (die bestaan uit een lichaam en een idee ervan). Vandaar mijn bescheiden bewaar tegen het gebruik van 'zaken' zoals jij deed. Is overigens geen belangrijk punt.
Wat het tweede deel betreft: Spinoza heeft het op enige plaatsen over "idea sive cognitio" [bv 2/19d, 2/20 +d, 2/23d, en als laatste 2/25d] - uiteraard is een modus van denken zelf ook een vorm van denken ofwel kennen.

@ 06-11-2016 @ 20:40
Uit wat je citeert van 2/21s ["een modus van denken zonder een relatie tot een object"] waaruit je concludeert dat het om "een lege modus" gaat, blijkt dat Spinoza zelf enigszins dubbel (dubieus) gebruik maakt van de term 'object'. Soms is het 'dat waar de geest aan denkt' ('t object van denken), en soms is het 'iets buiten de geest' (het object/ding). Voor dat laatste gebruikt hij soms 'ideatum' (dat ding waarvan het idee 't idee is). Maar uiteraard is een idea ideae niet 'leeg', want het 'object' van de idea ideae is de idea zelf.

Als je eindigt met "Het moge nu duidelijk zijn waarom hij dat doet" is mij - gezien je eerdere door mij betwiste uitspraken - niet duidelijk waar jij aan denkt.

Spinoza benadrukt in 3/2s dat het lichaam tot veel meer in staat is dan aangenomen wordt, om duidelijk te maken dat de geest van de mens tot veel meer in staat is dan aangenomen wordt: “Zodat de ervaring, net als de rede, helder genoeg laat zien dat mensen alleen maar geloven dat ze vrij zijn doordat ze zich bewust zijn van hun daden en onwetend van de oorzaken waardoor ze worden bepaald.” Hij benadrukt de grotere mogelijkheden van het lichaam om duidelijk te maken dat wanneer hij zegt dat ‘de geest en het lichaam die hetzelfde ding zijn’, dat enerzijds niet te plat materialistisch genomen mag worden: “Maar ze zullen zeggen dat het onmogelijk is op grond van de wetten van de natuur alleen, voor zover zel als lichamelijk wordt beschouwd, de oorzaken af te leiden van gebouwen, schilderijen en dergelijke …”. En dat anderzijds de geest geen eigenschappen mogen worden toegeschreven die los van het lichaam opereren: “… zo stellig zijn ze ervan overtuigd dat het lichaam uitsluitend op commando van de geest nu eens beweegt en dan weer rust en allerlei dingen doet die uitsluitend van de wil en vindingrijkheid van de geest afhangen”. Spinoza bewandelt steeds het gulden midden.

Stan, ik hoop dat je nog op het volgende zult reageren want ik wil het laatste woord liever niet hebben. En ik ben het met je eens dat een herhaling van zetten nutteloos is. Dat is deze reactie niet.

In 2/8 heeft Spinoza het over “niet-bestaande particuliere dingen oftewel modi”. Verder noemt hij God zelf een denkend en een uitgebreid ding (2/1,2).

Dat ‘cognitio’ betekent kennen, kennis; wat iets anders is dan denken. In de door jou genoemde passages gaat het steeds over de menselijke idee en geest. Ik heb het over de idee die aan alles wat leeft eigen is, en heb daarom het hedendaagse begrip ‘intelligentie’ gebruikt. Dat woord is overigens net als het woord ‘cognitio’ zowel voor de menselijke intelligentie als niet-menselijke intelligentie bruikbaar.

Eens met wat je zegt over de idee van de idee als modus en de term ‘object’. Dat is nu juist mijn punt wanneer ik zeg dat de menselijke geest twee kanten uit kan gaan, en behalve het lichaam als eerste object ook ideeën van God als object kan hebben. Bijvoorbeeld die cirkel. Maar je hebt ook gelijk: want het is tegelijkertijd ook dan nog steeds juist te zeggen dat het object van de geest de idee is, omdat het lichaam dan voldoende ontwikkeld is om het mogelijk te maken dat de idee blijk geeft van abstract denken en intuïtie. In het ene geval gaat het om het object van het denken (de cirkel), in het andere geval om het object van de geest als faciliterend vermogen (het kunnen onderkennen –pericipere- van die cirkel). Als Spinoza een begrip ‘dubbel’ gebruikt heeft hij daar zijn redenen voor. Er is geen woord in de Ethica dat niet zeer zorgvuldig gekozen is. Hij verantwoordt dat dubbele gebruik bovendien in 2/21s, tenminste zo lees ik dat. De betiteling ‘dubieus’ ervaar ik daarom als ongepast.

Het tweede deel van de reactie hoort voor het eerste, er ging weer iets mis bij het copy-pasten.

Je hebt gelijk met op te merken dat Spinoza spreekt in 2/8 van "niet-bestaande particuliere dingen oftewel modi”. Voor Melamed een aanleiding om van 'Godmodi' te spreken, waar het niet modi van één attribuut betreft, maar gaat om modi van alle of althans méér attributen samen. Ook uit wat je verder schrijft blijkt 'res' door Spinoza ruimer gebruikt dan ik aannam.

Met zeggen "Dat woord is overigens net als het woord ‘cognitio’ zowel voor de menselijke intelligentie als niet-menselijke intelligentie bruikbaar" ga je om de kwestie heen. Het ging mij er boven om erop te wijzen dat je ten onrechte intelligentie aan lichaam koppelde. ‘intelligentie’ en ‘cognitio’ horen tot het attribuut van het denken en niet bij het attribuut uitgebreidheid (waartoe het lichamelijke behoort). Dat geldt ook voor "de idee die aan alles wat leeft eigen is".

Eens met wat je schrijft in het tweede deel van je reactie. Ook eens dat ‘dubieus’ ongepast is, maar Spinoza maakt het ons er soms wel moeilijk mee. Je verwoordt daarin mooi dat ook als de geest zich ontwikkelt en ideeën van God kan hebben, daarvoor nog steeds het lichaam en de complexiteit ervan de mogelijkheidsvoorwaarde (noem ik het nu) van die ontwikkeling is.

Yep, Spinoza houdt zoveel mogelijk het evenwicht en het lichaam is ontegensprekelijk een mogelijkheidsvoorwaarde voor de geest. Maar toch heeft het attribuut denken een streep voor op alle andere attributen - zie bv. Melamed die van Substance en Thought spreekt. Alleen in het denken is er een formeel en een objectief aspect, en dat laatste laat toe de dingen te zien onder een aspect van eeuwigheid.