Hoe Spinoza Faust redt in Felix Dahn's "Faust's Erlösung"

Een poosje lees ik al in J.H. Gunning Jr.'s Spinoza en de Idee der Persoonlijkheid (1876), een zeer merkwaardig boek dat ik vanwege z'n vele christelijk theologische uitweidingen telkens wil wegleggen, maar er dan toch weer in ga lezen, doordat Gunning zo'n grote waardering voor Spinoza kan opbrengen, zodat hij erg veel studie van Spinoza's werk en van de secundaire literatuur maakte. Alleen al daarom, daar hij je een aardig idee geeft van de Spinoza-studie in de 1870-iger jaren, is het boek interessant en leerzaam. Hij wil niet op een eenvoudige manier Spinoza bestrijden, maar het goede dat bij Spinoza te vinden is aanvullen (verbeteren of verheffen).

In § 19 beschrijft hij "het schoon optimisme" dat Spinoza's wijsbegeerte "predikt". Hij geeft daarvan enige voorbeelden, die hij wel kan waarderen, maar waarop hij ook kritiek heeft. Ik citeer hier een aardige passage waarin hij aan de hand van een gedicht van Felix Dahn, "Faust's Erlösung", laat zien wat hij bij Spinoza mist. Toen ik dit gedicht wilde opzoeken, maar niet vond, hoewel er veel over en van Felix Dahn*) te vinden is, ontdekte ik dat Spinoza en de Idee der Persoonlijkheid bij archive.org gedigitaliseerd staat, zodat ik onderstaande tekst eenvoudig kon overnemen.

Na enige voorbeelden uit het vierde deel van de Ethica, waarin hem - met Johannes van Vloten - vooral het "wel te doen en blij te zijn" bevalt, gaat Gunning verder met:

"Of de 67e "Een vrij mensch denkt over niets minder dan over den dood, en zijn wijsheid is niet een bedenken van den dood, maar van het leven." Hoe zijn in deze woorden waarheid en leugen dooreen gemengd! De aansporing tot blijdschap wijst op een heerlijke waarheid, maar het afwijzen van alle droefgeestigheid verspert weer den weg om tot de hoogste blijdschap te geraken. De ware wijsheid, voorzeker, is een bedenken van het leven: maar hoe toch tot dat leven te komen door den dood slechts te vergeten!

In de "Gedichte" van Felix Dahn i) zien wij Faust oud, stervend, voor Mephistopheles die den bedongen prijs zijner ziel eischt, vluchten naar de kamer van Spinoza, achtervolgd door den boozen geest.

Spinoza neemt Faust in bescherming, en onderricht hem dat hij in een waan verkeert als hij zich aan Mephistopheles verbonden acht. Neen, gij kunt niet van God gescheiden worden:

        Du kannst nicht fallen aus dem Ring,
        Der dich umschliesst wie Jedes Ding.

De duivel is slechts een spooksel van uw eigen krank denken, o Faust, ik ga hem doen verzinken. Daarop keert zich de wijsgeer met opgeheven armen tot Mephistopheles, die gedurende zijn toespraak steeds kleiner geworden is, en spreekt plechtig:

        Nichts ist als Gott, nichts ausser Ihm,
        Vom Wurm bis zu den Cherubim!

Mephistopheles verdwijnt in rook, en de verrukte Faust zegt stervend tot Spinoza:   

        Ich fuhle sich in deinen Lehren
            Versöhnt der Erde Schmerz verklären.
        In deiner Weisheit ist beschieden
            Dem müden Faust der ew'ge Frieden.

Dit is voorzeker echt Spinozistisch gedacht. Door het woord der ontkenning raakt men van den duivel vrij, doet hem in rook verdwijnen! Zoo ook den dood overwint men door — niet aan hem te denken, en hem dus stilzwijgend te loochenen. Wil men de toepassing dezer arme wijsheid bij Spinoza's uitnemenden leerling Goethe zien? Zijn vrienden wisten dat zij bij hem een zoo droevig onderwerp als veroudering en dood niet aanroeren moesten. Eckermann was zeer verwonderd, op den dag toen de groothertogin-Moeder stierf, die zoo veel beteekenis voor Goethe's leven had gehad, den dichter aan tafel te zien zitten "zijne soep etende alsof er volstrekt niets gebeurd was." Dezelfde secretaris des dichters vernam in 1830, van Italië terugkeerende, onderweg dat Goethe zijn zoon verloren had, en durfde zich nauwelijks bij hem vertoonen. Doch Goethe omhelsde hem, en "wij spraken over duizend dingen, over zijn zoon werd met geen enkel woord gerept."

Dit is het onderscheid. De wijsheid der wereld loochent beide duivel en dood, zooveel zij kan, en overstrooit den afgrond met bloemen: daarna zinkt men zwijgend daarin weg, en de mensch sterft als het vee. Gods Woord erkent "den duivel die het geweld des doods heeft," den Vorst der duisternis en zijn heerschappij , de volle verschrikking des doods als een vloek Gods over de zonde. En na, onder het hoongelach der wereld, deze realiteiten erkend te hebben, wijst het den weg ter overwinning die inderdaad door Christus gebaand is. De wereld beproeft geestig en verstandig den vijand weg te lachen, terwijl hij haar bindt en wegvoert: Christus erkent hem zwijgend in Gethsemané en op Golgotha, en doet hem te niet voor ons tot den prijs zijns bloeds.

_______

i 2e Sammlung, Ie Abth. 2c Aufl. Stuttg. 1873, p. 256. Faust's Erlösung.

*) Felix Dahn (1834 – 1912)
was een Duits schrijver, advocaat en geschiedkundige. Dahn werd vooral bekend vanwege zijn historische roman “Ein Kampf um Rom” (1876), die de ondergang van het Ostrogotische Rijk behandelt. Lekker zwart-wit: de Goten zijn de goeden, de Romeinen de slechten. Deze roman die nog steeds gelezen wordt, werd in 1968-1969 verfilmd. [Wikipedia]

 

Eerdere blogs over J.H. Gunning

Blog van 18 nov. 2009: Het Haagse Spinoza-standbeeld kwam er, ondanks fel verzet  

Blog van 25 jan. 2012: J.H. [Johannes Hermanus] Gunning jr. (1829-1905) christelijke theosofie tegen Spinoza

Blog van 12 okt 2012:  J.H. Gunning Jr. (1829-1905) hield zich ook met Spinoza-bestrijding bezig