Hoe Jan Wagenaar (1709 - 1773) in 1767 Spinoza beoordeelde

Jan Wagenaar, een door zelfstudie opgeklommen historicus, werd door het Amsterdamse stadsbestuur in 1756 tot stadhistorieschrijver benoemd. Daardoor had hij toegang tot de archieven. Hij schreef o.a. een meerdelige geschiedenis van Amsterdam, getiteld: Amsterdam, In Zyne Opkomst, Aanwas, Geschiedenissen, Voorregten, Koophandel, Gebouwen, Kerkenstaat, Schoolen, Schutterye, Gilden En Regeeringe [1e deel in 1762, 13e deel in 1768].

In het 6e deel [op books.google te downloaden] komt in de rubriek 'Vermaarde Persoonaadjen' op blz 323-325 ook een korte beschrijving van Spinoza voor, waarvan vooral het slot frappeert:

Portret van Jan Wagenaar, door Jacobus Buys/Jacob Houbraken, onderschrift van Jan de Kruyff (1766)

 

 

"Wy spreeken niet van zyne werken, welker voornaamsten thans weinig gelezen worden, en, onzes agtens, ook naauwlyks leezenswaardig zyn, doordien zy niet leeren, hoe de dingen zyn; maar hoe de schryver gedagt heeft, dat zy waren."

 

 

Ik neem hierna dit curieuze stukje over (zonder de paar voetnoten).

 

                                 Benedictus De Spinoza,

Jood van af komst, wiens denkbeeldig en ongerymd samenstelsel van Godgeleerdheid en Zedekunde, in de zeventiende en in 't begin der agttiende eeuwe, veel gerugts gemaakt heeft, en, door veelen, en op veelerlei wyze, wederlegd is geworden, is ook te Amsterdam, den vier en twintigsten November des jaars 1632, gebooren, waarschynlyk, van geringe ouders, alzo hy geen middel van bestaan gehad zou hebben, zo een zyner vrienden hem, by uitersten wil, niet van onderhoud voorzien hadt. Een Geneesmeester, François van den Ende genaamd, onderwees hem, hier ter Stede, in de Latynsche taale. Hy oefende zig ook, in zyne vroege jeugd, in de Joodsche Godgeleerdheid, en was, in 't Hebreeuwsch, en ook eenigszins in 't Grieksch bedreeven. Doch na verloop van eenige jaaren, leide hy zig t'eenemaal toe op de studie der Carteziaanfche Philosophie, op welke, zyn Godgeleerd samenstelsel, geheellyk, gebouwd is; waarom het ook, met het verval deezer Philosophie, geheelIyk, in kleinagting is geraakt. Ondertusschen, week hy, allengskens, meer en meer af van 't Joodendom; schoon de Synagoge te Amsterdam, zo sommigen willen, aanboodt, hém te verdraagen, en hem zelfs een jaargeld toe te leggen, indien hy zig voegen wilde naar haare uiterlyke Kerkplegtigheden. Doch hy kon niet goedvinden, zo zeer te veinzen. Misschien, zou hy langer onder de Jooden verkeerd hebben, zo hy niet, op eenen avond, uit den Schouwburg komende, verraaderlyk, door eenen Jood, met een mes, gegriefd geworden was. De wond hadt egter weinig om 't lyf, en genas, ligtelyk. Hy scheidde zig, sedert, geheellyk af van de Jooden, en werdt, vervolgens, door hen, in den ban gedaan. Wat laater, verliet hy Amsterdam; woonde, eenen tyd lang, te Rynsburg by Leiden, en ook in den Haage, en gaf zig, geheellyk, aan denken, leezen en schryven over. Het Paltsiche Hof boodt hem het Professorschap der Philosophie te Heidelberg aan. Doch hy wees deeze aanbieding van de hand. Eindelyk, door sterk studeeren, afgemat, verviel hy, in den Haage, in eene kwynende ziekte, die hem, op den een en twintigften February des jaars 1677, wegsleepte. Men wil, dat hy, de dood voelende naderen, zyne Huiswaardin beval, geene Predikanten by hem toe te laaten, op dat, zo hem, misschien, door zwakheid, iet en ontvallen mogt, strydig met de stellingen, die hy, tot dien tyd toe, gehad hadt, zulks niet, tot kleinagtinge dier stellingen, verspreid mogt worden. Spinoza is weinig meer dan vier en veertig jaaren oud geworden. Wy spreeken niet van zyne werken, welker voornaamsten thans weinig gelezen worden, en, onzes agtens, ook naauwlyks leezenswaardig zyn, doordien zy niet leeren, hoe de dingen zyn; maar hoe de schryver gedagt heeft, dat zy waren. By Spinoza, voegen wy

                                       Willem DeurhofF

niet, om dat wy, gelyk sommigen doen, zouden durven verzekeren, dat hy Spinozas gevoelen toegedaan geweest is; maar om dat hy, even als Spinoza, zyne gantsche Philosophie, en een groot gedeelte zyner zogenaamde Godgeleerdheid, op loutere denkbeelden , gebouwd heeft. Hy werdt, in Maart des jaars 1650, hier ter Stede, gebooren. Zyn Vader was Abraham Deurhoff, winkelier , en zyne Moeder Johanna Senguerd , Zuster van den Professor Arnoldus Senguerdius. Hy zelf heeft zig geneerd met het maaken en verkoopen van koffers. Hy was ongeoefend in taalen: doch hadt de verhaalde werken van ....   etc.

zie over Jan Wagenaar op wiki en bij de DBNL

Onder auspiciën van de naar hem genoemde Jan Wagenaar Stichting is recent een nieuwe vierdelige geschiedenis van Amsterdam in vijf banden, gereed gekomen.

Reacties

Hoi Stan, op zoek naar wisselwerkings problematiek bij Spinoza, kwamen we op jouw blog. Al lezend komen we nog niet veel verder met onze vraag waarom er geen wisselwerking tussen lichaam en ziel bestaat. (dit lezen we in het boek ...de verbeelding van het denken) Alles is toch één?
Als je ons kan helpen zijn we je zeer dankbaar.

yvonne en yvette

Beste Y&Y, voor een wisselwerking moet er een oorzaak zijn in het materiële gebied en een gevolg in het geestelijke gebied, of andersom. Kunnen jullie mij een natuurkundige wet noemen die een gevolg heeft in het geestelijke gebied? Ze bestaan niet. Andersom ook niet. Een oorzaak in het materiële gebied kan alleen een gevolg hebben in het materiële gebied. Evenzo voor het geestelijke. Ik denk dat dat het koortste antwoord is. Het is niet specifiek spinozistisch, maar algemeen geldend.