Het verhaal over hoe Spinoza 'Spy Nozy' werd

Deze maand gaat dit verschijnen:

Kenneth R. Johnston, Unusual Suspects. Pitt's Reign of Alarm and the Lost Generation of the 1790s. Oxford University Press, 2013 Daarin in Hfst VI. “The Romantic Poets and the Police” o.a. de § “Spy Nozy in Somerset: 'A Gang of Disaffected Englishmen'”

Zoals tegenwoordig te doen gebruikelijk verschijnen er vooraf blogs en andere attenderingen om op deze nieuwe uitgave te wijzen. Zo verscheen het blog “Suspicious young men, then and now”, waarin de auteur een parallel trekt tussen Edward Joseph Snowden nu en Samuel Taylor Coleridge ten tijde van de Robespierre-terreur en alarmfase in Engeland onder William Pitt the Younger.

Hij vertelt er het veraal dat Coleridge 20 jaar na dato van het gebeuren erover deed in zijn Biographia. In augustus 1797, in die tijd van angst en verdachtmakingen, was van overheidswege een agent, James Walsh, afgestuurd op de jonge dichters Coleridge en Wordsworth, die tijdelijk de radicale redenaar John Thelwall, publieksvijand nr. 1, te gast hadden. Die agent zou over hen gerapporteerd hebben dat zij geen Franse revolutionairen waren, maar in werkelijkheid “een bende ontevreden Engelsen." Coleridge noemt die James Walsh achteraf in zijn biografie ‘Spy Nozy’, daar hij een gesprek van de dichters over Spinoza zou hebben verstaan alsof zij het over een Spy Nozy hadden. Ik ben benieuwd of het boek ook vertelt hoe Coleridge daar dan weer achterkwam, of dat het slechts een door hemzelf bedachte grap was (ik denk het laatste).

[In dit blog méér over de voor de cover gebruikte cartoon]