Het bederf van het beste is het slechtste

           Sed omnia praeclara tam difficilia quam rara sunt

Afbeelding nog niet beschikbaar

Het Reformatorisch Dagblad bespreekt vandaag [let wel: niet zondags te raadplegen] in een stukje van Kees de Groot, onder de titel “Radicale verlichting verbant God” meteen de nieuwe vertaling van Spinoza’s Ethica [Boom, Amsterdam, 2012; ISBN 978 94 6105 753 2; 320 blz.; € 39,90, keurig met bestelnummer dus!] en Revolutie van het denken van Jonathan Israel [uitg. Van Wijnen, Franeker, 2011, zonder ISBN].

De ‘goddeloze teneur’ is eenvoudiger uit de Ethica te halen dan de eigenlijke inhoud. Lees maar: “De inhoud ervan is, los van de goddeloze teneur, bepaald geen eenvoudige kost.”

Maar hoe weinig er van Spinoza begrepen is, blijkt uit een zinnetje als: „Nederlanders denken: Ik heb controle over mijn leven, ik heb God niet nodig.” Dat zou ook Spinoza een misvatting vinden, want zijn God is even dwingendnoodzakelijk nodig (maar wel anders)!

“Godsdienst is verzonnen door mensen die de godheid zo ver wilden krijgen hen boven anderen te verkiezen, zodat ze hun „blinde begeerte en onverzadigbare hebzucht” konden uitleven” [ja hier is de Appendix van het eerste deel redelijk begrepen].

Iets minder het geval is dat in: “De hoogste zaligheid van de mens ligt in de vervolmaking van de rede. Hoe meer iemand probeert en in staat is naar zijn eigen belang te streven, des te meer deugd hij volgens Spinoza heeft. De beste manier van leven is zijns inziens zo veel mogelijk plezier te beleven aan zaken zoals eten, drinken, muziek, sport en schouwburgbezoek.” [Zo kun je E4/45s kennelijk ook lezen]