[Hersteld] Zbigniew Herbert dichtte over Spinoza

Teruggehaald uit het cachegeheugen van Google, nadat blogse.nl alle blogs van 2½ maand gewist had.

The Collected Poems: 1956-1998: Zbigniew Herbertvan hier

Zbigniew Herbert dichtte over Spinoza

                       [van hier]
Zbigniew Herbert (1924 - 1998) publiceerde in zijn dichtbundel uit 1974, door Rasch in 1990 vertaald als 'Meneer Cogito', het gedicht

Meneer Cogito vertelt over de verzoeking van Spinoza

Herberts alter ego, Meneer Cogito, is iemand die nadenkt - overal gedachten over heeft. In dit gedicht laat Herbert Meneer Cogito op sympathieke manier over een gesprek vertellen tussen God en Spinoza. Alsof hij het er om doet (en uiteraard doet hij dat) tovert hij de lezer in dit gedicht een compleet andere God voor dan die van Spinoza. Deze zeer antropomorfe God ‘streek verstrooid door zijn baard, knakte met zijn vingers, schraapte zijn keel, maakte op het eind hoorbare voetstappen en vooral: doet zeer z’n best om Spinoza af te houden van zijn streven naar de hoogste, goddelijke kennis en om zijn belangstelling om te buigen naar aardse zaken, de 'Waarlijk Grote Dingen': koop een nieuw huis, zorg voor inkomsten, draag toch een verhandeling op aan Lodewijk de XIV die hem toch niet zal lezen, neem een vrouw die je een kind zal geven. Hij laat Spinoza in duisternis en verwarring achter - de titel van het gedicht spreekt van de verzoeking van Spinoza. Was het - zoals meestal bij heiligen - misschien toch de duivel die op de proef kwam stellen? De 'echte' God als soort duivel tegenover de Spinozistische God?

Meneer Cogito vertelt over de verzoeking van Spinoza

Baruch Spinoza uit Amsterdam
wenste tot God te komen

op zolder zijn lenzen slijpend
reet hij plotseling het doek open
en daar stond hij voor zijn aangezicht

hij sprak lang
(en terwijl hij zo sprak
breidden zijn verstand
en zijn ziel zich uit)
stelde vragen
aangaande de menselijke natuur

- God streek verstrooid door zijn baard

- hij vroeg naar de eerste oorzaak

- God keek in het oneindige

- hij vroeg naar de laatste oorzaak

- God knakte met zijn vingers
schraapte zijn keel  

toen Spinoza zweeg
sprak God aldus

- je kunt mooi praten Baruch
ik houd van je geometrische Latijn
en ook van je heldere zinsbouw
de symmetrie van je betoog

maar laten we het hebben
over Waarlijk Grote
Dingen

- zie je handen eens
ze zijn kapot en trillen

- je bederft je ogen
in het donker

- je eet slecht
kleedt je armelijk

- koop een nieuw huis
vergeef de Venetiaanse spiegels
dat ze het oppervlak herhalen

- vergeef de bloemen in het haar
- het liedje van de dronkaard

- zorg voor inkomsten
als je collega Descartes

- wees geslepen
als Erasmus

- draag een verhandeling op
aan Lodewijk de Veertiende
hij zal haar toch niet lezen 

- breng de furie van de ratio 
tot bedaren
ze stoot tronen omver
en kleurt sterren zwart

- denk
aan een vrouw
die je een kind zal geven

- zie je Baruch
we hebben het over Grote Dingen

- ik wil bemind worden
door de ongeletterden en hartstochtelijken
want zij alleen
verlangen werkelijk naar mij

nu valt het doek
Spinoza blijft alleen achter

hij ziet niet de gouden wolk
van licht aan de hemel

hij ziet alleen duisternis

hoort de treden kraken
stappen die de trap af gaan 

 

Zbigniew Herbert, Meneer Cogito. Vertaling uit het Pools Gerard Rasch, Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam, 1990 (Oorspr. Pan Cogito, Czytelnik, Warszawa, 1974)

 

Zbigniew Herbert werd op 29 november 1924 geboren in Lvov als zoon van een bankdirecteur. Op zijn vijftiende werd de stad door de Sovjet-Unie geannexeerd i.h.k. van het Molotov-Ribbentropp-pact. Na de Duitse invasie van 1942 nam hij deel aan ondergrondse activiteiten terwijl hij aan een clandistiene universiteit Poolse taal- en letterkunde studeerde. Na 1944, toen Lvov weer in Russische handen viel, verhuisde hij naar Krakau waar hij schilderkunst studeeerde, maar tenslotte studeerde hij in 1947 af als econoom. In die tijd debuteerde hij als dichter in een katholiek weekblad dat in 1953 verboden werd. In 1951 had hij de Poolse schrijversbond verlaten en zich van het officiële literaire leven afgekeerd. Hij had diverse baantjes. Na de politieke dooi midden jaren vijftig werd hij een tijdlang administrateur van het Poolse genootschap van componisten. Pas na Stalins dood kon hij weer – onder toezicht van de censuur – publiceren. Zijn eerste bundel verscheen in 1956. In 1958 maakte hij reizen naar Italië en Frankrijk dat hem materiaal leverde voor kunsthistorische schetsen, Een barbaar in de tuin uit 1962. Vanaf die tijd werd zijn poëzie in het buitenland almaar bekender. Lange tijd verbleef hij in West-Berlijn. Pas in 1981 keerde hij naar Polen terug. In 1983 verscheen zijn Rapport uit een belegerde stad bij een migrantenuitgeverij in parijs. In 1986 verstigde hij zich in deze stad. In zijn bundel Pan Cogito die in 1974 in Warschau verscheen, staat ook het bovenstaande gedicht.
Hij overleed op 28 juli 1998 in Warschau

 

De bovenstaande inleiding is grotendeels overgenomen uit die van vertaler Gerard Rasch.

Zie hier een Engelse vertaling door Alissa Valle

Een fraaie bespreking door Marjoleine de Vos in de NRC van 25 nov 1994.

Een sympathieke bespreking door Barney Britton