[Hersteld] Wim Klever, Mannen rond Spinoza (1650-1700)

Dit blog met een bespreking van dit boek van Wim Klever kon worden teruggehaald uit het cachegeheugen van Google, nadat blogse.nl alle blogs van 2½ maand gewist had. Ik probeer de voor mij meest belangrijke blogs op tijd uit die rijk gevulde Google vijver te vissen.

Wim Klever, Mannen rond Spinoza (1650-1700)

Voorbije weken las ik het boek van Wim Klever, Mannen rond Spinoza (1650-1700). Presentatie van een emanciperende generatie. uitg. Verloren, Hilversum, 1997 - ISBN 9065505636

Ik deed er wat langer over dan in het geval van andere boeken. Daar de hoofdstukken telkens een andere figuur behandelen, laat dit boek zich makkelijk wegleggen om er later weer in verder te lezen. Dat kan bij dit boek geen kwaad.

Vóór Jonathan Israel in zijn Radicale Verlichting de centrale positie en grote invloed van Spinoza op een zich uitdijende kring van radicale intellectuelen had laten zien en tevens verdergaand dan Margareth C. Jacobs die als eerste in 1981 onder de titel The Radical Enlightenment schreef, bereikte Wim Klever in 1997 met zijn Mannen rond Spinoza een vergelijkbare positie: dat de Verlichting van Spinoza en de mannen rondom hem radicaler waren dan die van de ‘officiële’ XVIIIe eeuwse Verlichting.

Klever behandelt in dit boek de publicistische activiteiten van elf van ‘Spinoza’s vrienden’ in de 60-iger t/m 90-iger jaren van de XVIIe eeuw. En in een slothoofdstuk laat hij de doorwerking zien van Spinoza’s gedachtengoed in de 90-iger jaren en het begin van de nieuwe eeuw. Dit gebeurde toen meer en meer in het verborgene, zonder Spinoza’s naam te vermelden, of zelfs onder het mom van een (pseudo)weerlegging van Spinoza, gezien het grote gevaar van vervolging of zwartmakerij die iemand die van spinozisme verdacht werd kon ondervinden. Zo aanstekelijk, invloedrijk, maar ook gevaarlijk werd de leer van Spoinoza in die tijd gezien.

In zijn inleiding vermeldt Klever als zijn bedoeling om filosofie-studenten en andere beginnenden in het kennis nemen van Spinoza’s filosofie te helpen met toelichtingen van Spinoza’s leer, die aan de geschriften van zijn vrienden kunnen worden ontleend. Spinoza is immers verre van gemakkelijk. Iedereen meent dat hij alles zelf wel kan uitvinden en op eigen kracht bereiken, maar dat acht Klever in het geval van Spinoza onterecht. Niemand kan hier hulp ontberen en in dit boek levert hij die hulp door uit de kring van wetenschappelijk geïnteresseerden rondom Spinoza die elkaar wederzijds inspireerden en van elkaars inbreng profiteerden er een elftal te behandelen.

Telkens geeft hij in het kort hetgeen bekend is over de biografie en maakt er vervolgens veel werk van om in hoofdlijnen hun voornaamste publicatie(s) weer te geven; deels door uitvoerig te citeren, deels door te parafraseren.
Hij behandelt, ongeveer in de volgorde van hun geboortedata, resp. de data van hun belangrijkste publicatie de volgende elf ‘vrienden’ of ´Mannen rond Spinoza´ (zie ze alle onderaan)

In het algemeen komt Klever met positieve waardering. Kritische opmerkingen en evaluaties worden niet gemaakt, of als hij die al had, achtergehouden.

Opvallend is dat bij Johannes Hudde, wiens wiskundige beginselen hij weergeeft, maar over wiens bestuurlijke betrokkenheid bij de vervolging van Adriaan Koerbagh verneemt de lezer niets. Ook bij Adriaan Koerbag ligt het accent op zijn publicatie Een Ligt schijnende in duystere plaatsen en is er bescheiden aandacht voor zijn vervolging – te begrijpen, gezien de opzet om juist het denken centraal te stellen.

Een openbaring voor mij was het hoofdstuk over Lodewijk Meyer en diens schitterende taalkundig en filologisch werk. Frappant vond ik de zeer pregnante (heldere en beknopte) uiteenzetting over Meyer’s taalkunde die Klever uitvoerig citeert. Leuk om, nadat je in stijgende bewondering alm,aar meer op het puntje van stoel en a.h.w. met open mond van verbazing lezend, vervolgens te kunnen lezen hoe ook Klever “mateloos  onder de indruk van deze geniale Meyeriaanse taalkunde, die ik zo schitterend, zo helder en zo onaantastbaar en onweerlegbaar acht, dat ik er eigenlijk niets aan toe te lichten of toe te voegen heb”. Vóór hij dit schreef was het hem in ieder geval bij deze lezer gelukt dit enthousiasme over te brengen door zijn weergave van Meyers benadering.

Van Johannes Bredenburg werd me wel duidelijk dat hij door de doperse en collegiantenkring waarin hij verkeerde kennelijk over teksten van Spinoza kon beschikken die hij tevens goed heeft leren begrijpen en op eigen wijze adequaat kon weergeven, maar dat hij werkelijk een ‘vriend van Spinoza’ was, kon ik uit dit hoofdstuk niet opmaken. Enigszins tot mijn verbazing achtte Klever in de geest van Spinoza Bredenburgs zin “De rede en het geloof zijn beide rijken der waarheid, doch ieder op zijn wijze.” Dit is m.i. volstrekt niet in Spinoza’s geest voor wie er maar één domein van waarheid was en wel dat van de filosofie. Het geloof en de theologie vormden voor Spinoza het domein van de vroomheid en de gehoorzaamheid. Die geciteerde zin is typisch een eigen verzoeningspoging van hen die en gelovig en spinozist wilden zijn, maar dan wel onder een zekere herformulering in een voor hen welgevallige richting.

Deze poging tot verzoening is ook herkenbaar bij de sympathieke Jarig Jelles, een echte vriend van Spinoza, die in zijn omvangrijke voorwoord bij de Nagelate Schriften wel erg veel Bijbelcitaten gaf, hetgeen de suggestie kon wekken alsof de teksten van Spinoza daarover gingen. Maar een bijzondere en sympathieke indruk maakte Jarig Jelles wel, zodat Spinoza er geen enkele moeite mee had om hem, zijn vriend, in zijn geloof te laten.

Tenslotte komen aan bod Cuffeler, Tschirnaus, van Balen en de Volder, waarmee de natuurwetenschappelijke invloed van Spinoza en diens correctie van de cartesiaanse leer van beweging en inertie ruimschoots aan bod komt. Met hoeveel durf en moed gaf men Spinoza’s ideeëngoed door en lieten zij en opvolgers in volgende jaren zien dat Spinoza bepaald niet passé was. Uitvoerig blijkt hier het grote belang van de natuurwetenschapper Spinoza die Klever in nog meer publicaties uitvoerig uit de doeken heeft gedaan, maar waarin hij een tamelijke eenzaat is gebleven, waartegenover de hoofdmoot van de Spinoza-interpretatie, in Nederland zowel als in het buitenland, niet Spinoza’s fysica, maar diens metafysica, psychologie en ethiek behelst.

Heel duidelijk laat Klever daarbij zien dat deze wetenschappers geen simpel naturalisme aanhingen en ook geen pantheïsme, bijvoorbeeld in een passage als:  “Het geheel van de uitdrukkingen van Gods wezen, die onze natuur constitueert, kan natuurlijk niet samenvallen met Gods absoluut oneindig wezen dat in de modi van oneindig veel andere attributen wordt uitgedrukt. Niettemin blijft overeind dat onze natuur, gedeeltelijk dan wel geheel opgevat, een modificatie van Gods wezen is.” (In het hoofdstuk over Abraham Cuffeler, p. 152)
En over Joannes Duijkerius (van Philopater) wiens materialisme werd verweten: “geenszins wordt het denken ontkend of ondergeschikt gemaakt aan de materie, noch in de menselijke modus noch in de oneindige substantie.” (p. 238)

Ook tien jaar na verschijning is dit nog steeds een waardevol boek, dat zeker niet door de werken van Jonathan Israel overbodig zou zijn geworden. Ik kan het aanraden aan degenen die hun kennis van Spinoza willen verdiepen en verbreden en mogelijk verbeteren.

 

Mannen rond Spinoza

Pieter Balling

 

Het licht op den Kandelaar 

1662

Franciscus van den Enden

1602 - 1674

Kort verhael etc & Vrye Politieke Stellingen

1662 & 1665

Johannes Hudde

1628 - 1704

Wiskonstigh Bewys & De reductione aequationum

1656 & 1658

Lodewijk Meyer

1629-1681

Philosophia S.Scripura Interpres

1666

Adriaan Koerbagh

1632 - 1669

moet zijn: 

1633 - 1669

’t Nieuw Woordenboek der Regten & Een Bloemhof & Een Ligt schijnende in duystere plaatsen

1664 & 1668 & 1668

Johannes Bredenburg

1643-1691

Enervatio Tractatus Theologico-Politici

1675

Jarig Jelles

ca. 1620 - 1683

Belijdenisse des algemeenen en christelyken geloofs

1684

Abraham Cuffeler

Ca 1637 – 1694

Specimen artis ratiocinandi naturalis etc

1684

Walther Ehrenfried von Tschirnhaus

1651 - 1708

Medicina mentis

1687

Petrus van Balen

1643 - 1690

De Verbetering der Gedagten etc

1684

Burchard de Volder

1643 - 1709

Div

1681 - 1695

 

  Het boek is in te zien bij google.books

Op DBNL de fraaie bespreking van Luc Devoldere in Ons Erfdeel, jg 41 (1998), nr 1 [Spreekt van "De onvermoeibare pleitbezorger en kenner van Spinoza, Wim Klever,.."]