[Hersteld] Van der Tak's Spinoza

Teruggehaald uit het cachegeheugen van Google, nadat blogse.nl alle blogs van 2½ maand gewist had.

Van der Tak's Spinoza

Ik ontdekte en las het boekje Bento de Spinoza van W.G. van der Tak, Kruseman, Den Haag, 1960, 184 p.; deel 6 in de reeks ‘Helden van de geest’; een herdruk met kleine wijzigingen en aanvullingen van zijn boek uit 1928: [Tak, W.G. van der, Bento de Spinoza - Zijn leven en gedachten over de wereld, den mensch en den staat, 's-Gravenhage, Martinus Nijhoff. 1928. 239 pag]. Van der Tak was een vroegere secretaris van de Vereniging Het Spinozahuis (zie hier). 

 

Het boekje wordt blijkbaar nog gelezen of geraadpleegd, zo merkte ik deze week tijdens de rondleiding in Bibliotheca Philosophica Hermetica in Amsterdam, waar verteld werd dat Hugo van Boxel pensionaris van Dordrecht was. Die was dat echter van Gorinchem. Deze fout komt dus uit dit boekje. En enige maanden geleden vertelde een van de rondleiders tijdens de Spinozawandeling in Amsterdam zeer stellig dat Spinoza na de ban ook nog door de Amsterdamse stedelijke overheid uit de stad verbannen was en toen huisvesting vond op het buitengoed Tulpenburgh even buiten de stad richting Ouwerkerk, dat toebehoorde aan Dirk Tulp. Ook die ‘informatie’ kwam kennelijk uit dit boekje, waarbij overigens vergeten was dat van der Tak er ‘zeer waarschijnlijk’ bij had geschreven. Nu wordt in het algemeen gewoon toegegeven dat we niet weten wat Spinoza na de ban deed en waar hij verbleef tot hij in de loop van 1661 in Rijnsburg terecht kwam, behalve dan dat hij aan Van den Endens school verbonden moet zijn geweest.

Ik geef er maar mee aan dat het boekje nog gelezen wordt. En zo deed ik het nu ook en ontdekte tot mijn verrassing een zeer interessant boekje. Het hoofdstuk over Spinoza’s leven en persoonlijkheid is nog het meest gedateerd: aardig wat is sinds 1928 aan nadere informatie bekend geworden. Opvallend is b.v. dat de schrijver Spinoza’s broer Gabriël (ook Abraham) niet noemt, met wie Spinoza het bedrijf van zijn vader voortzette onder de naam "Bento y Gabriël Despinoza”.Toen dit boekje werd geschreven, was dit gegeven nog niet uit oud-notarieel archief naar boven gehaald.

Opmerkelijk is ook dat hij niet aan het bezoek van Leibniz refereert (wel over de contacten tussen Schuller en Leibniz) en dat hij het contact met Huygens niet noemt.Dat was m.i. toen wel bekend.

Inlevende fictie
Van der Tak heeft een zekere neiging tot oordelen en een bescheiden neiging tot fictioneel aanvullen. Zo werd Spinoza ter verantwoording voor de vergadering der rabbijnen geroepen, schrijft hij: “Zich van niets kwaads bewust, voldeed hij hieraan. Hij vond de rabbijnen droevig ter aarde starende, als in de ziel getroffen door het feit, dat hij zich zou hebben schuldig gemaakt aan de grootste aller misdaden, namelijk de verachting der wet. Zij nodigden hem uit de geruchten, die over hem in omloop waren, tegen te spreken.” Enzovoorts.

En lijkt het niet alsof de schrijver aan een beeld van Kant, wandelend door Koningsbergen, dat van Spinoza wandelend door Den Haag heeft willen toevoegen? “Wij stellen ons voor, hoe hij met bedachtzame tred langs de Haagse grachten wandelende, de indruk moet hebben gewekt van een deftig nochtans vriendelijk en welwillend man, welke indruk werd bevestigd zodra zijn beschaafd en innemend discours vernomen werd. Zijn kleding bestond uit een stemmig zwart pak…” Enzovoorts. Dat alles terzijde.

Knappe weergave Spinoza's leer
Bijzonder knap vind ik Van der Taks hoofdstukken over Spinoza’s filosofie. Achtereenvolgens behandelt hij ‘Spinoza’s gedachtengang of methode’ (de TTP t/m hfst 15 en – zoals hij het noemt - het Vertoog over het Zuivere Denken). Dan ‘Spinoza wereldbeschouwing’ (Ethica delen I en II); Spinoza’s levensbeschouwing (Ethica delen III-V); ‘Spinoza’s staatsleer (TTP laatste 5 hoofdstukken en Staatkundig Vertoog) en tenslotte een 6e hoofdstuk ‘Algemeen karakter en geschiedenis van het Spinozisme’. Tenslotte bevat het boekje enige uittreksels uit teksten en brieven van Spinoza, alsmede de tekst van het Plakkaat van de Staten van Holland en West-Friesland van 25 juni 1678, waarbij de B.D.S. Opera posthuma verboden werd.
Ik vind het al met al een knappe weergave van de leer van Spinoza, die als eerste kennismaking voor lezers die nog niet eerder iets van of over Spinoza nog niet zo eenvoudig zal overkomen. De - liefst al wat geoefende - lezer wordt er dus zeer serieus in genomen. Aan woordjes tussen haakjes is merkbaar dat Van der Tak zich zelf mede baseert op Franse toelichtingen, maar hij moet hier toch een gedegen eigen werk hebben gepresenteerd. Zo’n toelichting kan alleen maar geschreven worden door iemand die zeer vertrouwd is geraakt met de filosofie van Spinoza.

Net als het werk van Hamsphire uit 1951 dat onlangs nog eens is herdrukt, zou ook dit werk van Van der Tak best nog weer eens uitgegeven kunnen worden, ware het niet dat hij vaak wel erg in onnodig archaïsch taalgebruik vervalt (een gevoelen dat je bij Multatuli die nog weer eens ruim een halve eeuw eerder schreef niet zo overkomt). Veel ‘bepaaldelijk’, ‘dewijl’, ‘bereids’, ‘vermits’, ‘wijders’, ‘in het afgetrokkene beschouwd’, ‘van eens anders goeddunken’, ‘aanzijn’ voor ‘bestaan’, dat overigens ook wordt gebruikt. Het lijkt – ook wellicht een tijdsfenomeen - de gekunsteldheid van stijl van iemand die iets van een façade wil ophouden en net iets boven z’n macht of stand wil schrijven. Jammer, want inhoudelijk is het best een goede prestatie. Heruitgave zou erg veel redactioneel werk vergen.

Over vrouwen 
Zijn opmerkingen n.a.v. het laatste hoofdstuk van het Politiek Traktaat over of vrouwen een regeringspost of openbare ambten mogen bekleden, verdient ooit nog een aparte behandeling. Ik citeer zijn slotzin: "Tenslotte zij nog opgemerkt, dat waar een volkomen gelijkstelling der beide sexen ondenkbaar is, degenen, die de gelijkwaardigheid en uit dien hoofde de gelijkgerechtigheid der vrouw voorstaan, in werkelijkheid niet anders kunnen bedoelen dan haar suprematie." Schreef Van der Tak in 1928, na zijn dood heruitgegeven in 1960.