[Hersteld] Steven Nadler in Filosofie Magazine

Eveneens nog gevonden in Google's cache. Graag bewaard vanwege de reacties.

Steven Nadler in Filosofie Magazine

Het juli-augustus-nummer van Filosofie Magazine dat deze week verscheen, bevat een interview met Steven Nadler over en n.a.v. zijn boek "De ketterij van Spinoza" dat bij uitg. Atlas verscheen. Het komt in de plaats van een bespreking ervan  (zie hier mijn bespreking op dit weblog).

In dat boek maakt hij redelijk geloofwaardig dat Spinoza's opvattingen over de niet onsterfelijkheid van de ziel het hoofdmotief vormden voor de banvloek over hem.

Met het onderwerp van de onsterfelijkheid waren diverse rabbijnen in die tijd bezig - schreven er boeken over. En zij wisten dat dit ook voor de christenen, temidden van wie ze leefden, een behoorlijk hot item was. Daarom wilden ze hen laten zien dat ze hun huis op orde konden houden - en veegden ze Spinoza uit hun midden weg.

Zo heeft Filosofie Magazine toch weer iets over Spinoza.

In Trouw van vandaag, zaterdag 23 augustus, mocht Hendrikus Keijzer weer z'n weinig zeggende zegje doen over een stelling uit de Ethica. Deze keer stelling 46 uit het 4e deel.
Ik heb aan hetgeen ik er hier eerder op dit weblog over zei niets meer toe te voegen.
Sommige aandacht voor Spinoza is jammer. De ruimte van zo'n column zou beter aan iemand gegeven kunnen worden die wél iets zinnigs over de Ethica kan zeggen.

Reacties

Je bent blijkbaar nogal ingenomen met het werk van Nadler over Spinoza. Ik kan die bewondering niet helemaal delen omdat hij naar mijn smaak een soort diefstal pleegt en als Jood onze seculiere (maar ook religieuze) Spinoza te veel toeeigent of, anders gezegd, verheft tot een specifiek Joodse filosoof. Hij plaatst hem ten onrechte in het verlengde van de Middeleeuwse Joodse filosofie en ziet hem als een voortzetter van de Aristotelische Maimonides en Gersonides. Zie mijn beredeneerde afwijzing daarvan in het slothoofdstuk van "Spinoza classicus". Ook verandert hij Spinoza in een soort Stoicus: "But we can counteract the passions ..., through virtue ...; Spinoza's ethical theory is, to a certain degree, Stoic and recalls the doctrines of thinkers such as Cicero and Seneca" ("Spinoza's heresy", p. 134-135). Ook dit is meer dan aanvechtbaar. Zie in o.c. hoofdstuk 2 en 15. Uit het interview in Filosofie Magazine, dat je nu vermeldt, blijkt dit eveneens. Hij zegt daarin letterlijk "Volgens hem [Spinoza] MOET een mens zich niet door emoties laten leiden maar door de rede". Dat is deontologie, geen wetenschappelijke menskunde. Spinoza heeft het niet over wat we moeten of behoren te doen, maar over wat we doen en zullen doen, over wat er gebeurt of zal gebeuren, indien dit of dat; over wat in ons en door ons geschiedt op basis van... Zo heb ik nog heel veel meer op te merken. Nadler's verklaring van de banvloek vind ik behalve speculatief en overbodig, wat hij zelf toegeeft, ook 'ver gezocht' (evenals die van Odette Vlessing trouwens).
Overigens laat hij ook de zeventiende eeuwse Hollanders een grote sympathie opvatten voor Joden. Dit doet hij in zijn jongste boek 'Rembrandt's Jews' (University of Chicago Press, 250 pp). In een recensie van Benhjamin Moser in "thje New York Review of Books" (Aug. 2008) wordt dit gekritiseerd: "the Dutch were [not] fascinated by the Jews", "the Dutch had [not] a taste for the Jews'.

Wim, je roert veel zaken aan. Ik ben niet in staat op alles te reageren en reageer alleen op een paar onderdelen. Ik heb er enige moeite mee gehad en hem zelfs even misverstaan, toen ik Steven Nadler in zijn toespraak op de bijeenkomst in de Westerkerk zoveel punten had horen noemen waarin Spinoza afstand nam van en kritiek had op joodse zaken, dat ik meende de gevolgtrekking te kunnen maken dat hij Spinoza als niet-joods filosoof zag. Hij heeft die misvatting van mij op dit weblog gecorrigeerd (bij mijn verslag van die dag). Nadler erkent in zijn toespraak/artikel "Spinoza en het jodendom" (in "Spinoza als gids voor een vrije wereld") alle afstand die Spinoza van het jodendom nam. Hij schijft: Spinoza "lijkt geen sprankje van een joodse identiteit te hebben behouden. In zijn werk distantieert hij zich uitdrukkelijk van het jodendom, en verwijst steevast naar joden in de derde persoon - naar 'zij'; daarnaast geeft hij geen blijk van enige wezenlijke betrokkenheid bij de joodse geschiedenis of cultuur." Even verder vermeldt hij zelfs dat Spinoza "grote minachting voelde voor het jodendom en andere georganiseerde sektarische religies (...)." En toch..., toch ziet hij, Nadler, argumenten om allerlei joodse invloeden te kunnen aanwijzen. Ziet hij dat Spinoza enerzijds kritiek heeft op Maimonides, maar ziet hij tegelijk dat hij op nóg consequentere wijze rationalistische benaderingen die Maimonides en Gersonides en anderen al hadden, doorzette. Ik ga dat niet natrekken bij die joodse Middeleeuwse denkers. Maar als ik zie hoe serieus én wetenschappelijk verantwoord Nadler met spinozistische materie omgaat, krijgt hij van mij veel krediet in lijnen die ik niet mee kan voltrekken. Ik ben hem, met velen, zeer dankbaar voor de tot heden beste biografie over Spinoza die hij de wereld heeft gegegen. Met zijn verklaring (zijn trachten te begrijpen) van de zwaarte van die banvloek, heeft hij daaraan weer een grandioos boek geleverd, vind ik. Ja, ik ben nogal ingenomen met het werk van Nadler over Spinoza.
Wat is er trouwens mis met goed beargumenteerde speculaties? Hij zegt zelf dat zijn hypothese speculatief is, maar het is wel een goed geïnformeerde en gedocuenteerde speculatie. Ik geloof er trouwens niets van dat hij zou hebben toegegeven, zoals jij zegt, dat het naast speculatief ook overbodig zou zijn. Waarom zou hij overbodig werk doen? Ik vind dat werk niet overbodig, vind dat hij goed werk heeft gedaan in het uiterst serieus zoeken naar een verklaring voor de zwaarte van die herem en acht zijn resultaten véél geloofwaardiger, dan de idee van de geopperde samenhang met de financieel-juridische kwestie (wat ook speculatief is). Jij mag die 'ver gezocht' vinden, daarin kan ik jou dan niet volgen. In ieder geval heeft Nadler goed duidelijk weten te maken hoe belangrijk de kwestie van de onsterfelijkheid van de ziel in die tijd door de Amsterdamse rabbijnen werd gevonden. Dat heeft hij niet verzonnen.
Ik heb er geen enkele moeite mee dat mensen van joodse herkomst Spinoza behalve een rationeel, verlicht en seculier filosoof ook een joods filosoof vinden. Daarmee pakken ze hem toch niet van iemand af? In je "Spinoza classicus" heb je de benadering waarmee Wolfson Spinoza als gegidst door Maimonides zag aangevallen, maar daarmee heb je toch niet in één klap alle mogelijke andere benaderingen afgewezen. Dat Spinoza Maimonides 'hermeneutiek' in de TTP sterk bekritiseert, weet Nadler ook en daar doet hij niets aan af, maar dat is toch niet de enige kant van Maimonides?

Wat hébben we trouwens aan dit soort richtgingenstrijdachtige discussies? Jij bent toch niet van de richting van de gereformeerden van Spinoza die anderen de maat nemen en hun libertas philosophandi niet gunnen? Je kunt ook té streng zijn. Ik zie een flink aantal wetenschappers van joodse achtergrond ons vele rijke, waardevolle studies over Spinoza leveren. Noem ik alleen Steven Nadler, Jonathan Israel, Michael Della Rocca, Yirmiyahu Yovel -
mogen ze hem van mij ook hebben. Daar verliest niemand hem mee. Desnoods verraden ze hem er een beetje mee, zoals Rebecca Goldstein toegeeft te hebben gedaan.
Verder denk ik niet dat je op grond van een zin in een interview (is die wel goed opgeschreven?) mag veronderstellen dat Nadler niet zou weten dat Spinoza geen basis voor normatieve eisen ziet en alles in oorzaak-gevolg-relatie zag. Ik hoef er zijn boek over de Ethica niet voor te raadplegen om zeker te weten dat niemand hem dat hoeft te vertellen.

Stan, we moeten natuurlijk niet te lang op dit punt doorgaan, omdat we dan te veel overhoop halen. Ondanks de kwaliteit van Nadler's onderzoek blijf ik moeite houden met veel van zijn 'assessments'. Zo wens ik niet te onderschrijven wat jij uit zijn tekst citeert: "Daarnaast geeft hij geen blijk van enige wezenlijke betrokkenheid bij de Joodse geschiedenis of cultuur". Hij is daar meer dan wie ook emotioneel en wetenschappelijk/historisch bij betrokken. Zie TTP 17-18 en mijn hoofdstuk 16 (Flavius Josephus en Spinoza over religieus fundamentalisme als politieke splijtzwam). En natuurlijk ontken ik niet dat Nadler op de hoogte is van Spinoza's kritiek op de manier waarop Maimonides met de bijbel omgaat, maar wel heb ik kritiek op zijn bewering dat Spinoza "de rationalistische benaderingen van Maimonides en Gersonides voortzet" en zelfs staande houdt dat hij de "logical culmination" van die twee is. Er is een wereld van verschil tussen hun Middeleeuws Aristotelisme en Spinoza's moderne mechanistisch fysicalisme. Hier wordt door Nadler het volstrekt nieuwe van Spinoza onder tafel gewerkt ten gunste van scholastieke filosofie van Joodse signatuur. - Ik ben het ook met je eens dat zijn biografie van Spinoza de beste is die we hebben. Op de achterkant van de omslag van de Amerikaanse uitgave staat ook mijn oordeel "Nadler's biography is superb, the best I know". Maar die biografie is niet volmaakt. Bij de allereerste zin ervan kan men reeds grote vraagtekens zetten. Die luidt: "On March 30, 1492, Spain committed one of those acts of great self-destructive folly to which superpowers are prone: it expelled its Jews" (p.1). Bij diverse schetsen in dit boek, o.m. over de KV, over de verhouding tussen van Meijer en Spinoza, tussen Descartes en Spinoza, moet men zelfs het rode potlood hanteren.
Mijn opmerking over de 'ontvreemding' van onze Spinoza, die soms door Joodse auteurs wordt gepleegd, heeft diepe roerselen. Ik heb het daarover vaak met Ze'ev Levy en Yirmiyahu Yovel aan de stok gehad, niet overigens met mijn vriend Jonathan Israel die zich heel anders opstelt in deze kwestie.
Wat het woord 'overbodig' betreft, heb ik mij wat onzorgvuldig uitgedrukt. Ik refereerde naar Nadler's bekentenis: "the inquiry into the reasons behind his ban - as speculativgwe and superfluous as it may seem - is a fascinating and informative exercise" (p. 17). Dat ben ik geheel met hem eens, alleen taxeer ik zijn de resultaten van zijn onderzoek anders en vind ik dat zij niet zo plausibel zijn als hij het voorstelt. Vandaar mijn 'ver gezocht'. Dit is overigens in het geheel geen 'richtingenstrijd', zoals je suggereert, maar gewoon wetenschappelijke discussie over elkaars onderzoek. Ten slotte mijn opmerking over de deontische teneur van Nadler's beschrijvingen van Spinoza's beschrijvingen van het menselijk gedrag. Ik heb die opgemerkt in zijn Ethica-boek (dat ik niet bij de hand heb maar leende) en herkende die weer in het interview, dat het door mij gegeven citaat tussen aanhalingstekens zet als ware het letterlijk. En ik begrijp die deontische teneur vanuit zijn onbegrip van Spinoza's conatus-theorie. En dit hangt weer samen met zijn misvatting dat Spinoza Descartes' inertialisme aanhing. Het hangt allemaal samen. Daar kan ik hier moeilijk over uitweiden.