[Hersteld] Spinoza in Turkije

Teruggehaald uit het cachegeheugen van Google, nadat blogse.nl alle blogs van 2½ maand gewist had.

Spinoza in Turkije

Anthony Mayer, (onder)houder van de website soc. history what-if (shwi) heeft op zijn website een boeiende tekst staan van Jonathan Edelstein, getiteld Spinoza in Turkey. Ik werd op het bestaan ervan gewezen door Wim Klever. Het is een lange tekst van de omvang van een compleet boekje, waarin de sport van het schrijven van alternatieve geschiedenis wordt beoefend. De vraag is: wat zou er gebeurd kunnen zijn als… In dit geval gaat het erom: wat gebeurt er, wanneer Spinoza niet naar Rijnsburg was vertrokken, maar wanneer hij uit de Republiek der Zeven Provinciën zou zijn verbannen en bijvoorbeeld een uitweg naar het Ottomaanse Rijk had gezocht dat al zoveel joden had opgenomen, zoals na hun verbanning uit Spanje in 1492.

De opzet is om daarbij niet in louter fantasie en ongeloofwaardige fictie te vervallen, maar om zo dicht en zoveel mogelijk bij de werkelijke feiten van de geschiedenis te blijven (die hooguit zo nodig in de tijd vooruit of terug worden geschoven) en om de mogelijk alternatieve levensgebeurtenissen zo realistisch mogelijk te laten voortvloeien uit alles wat uit de echte biografie, de opvattingen en het karakter van de hoofdpersoon bekend is.

De genoemde Mayer beschouwt dit als het best geslaagde product van alternatieve geschiedenis waar hij kennis van nam. Andere essays ken ik niet, maar deze Spinoza in Turkije is werkelijk boeiend om kennis van te nemen. Edelstein ziet Spinoza als een Jewish philosopher – ik gun het hem waar hij schrijft: “Spinoza (1632-1677) was one of the first philosophers to marry Jewish thought with the emerging ideas of the Enlightenment, presaging the works of the Haskalah movement more than a century later. Not since Maimonides, and possibly not since Philo Judaeus in first-century Alexandria, had any Jewish philosopher been so receptive to contemporary Western thought.” *)

Het verhaal in de alternatieve tijd vangt aan in 1660 wanneer Spinoza de Nederlanden moet verlaten en hij terecht komt in de wijk in Constantinopel, niet ver van het Topkapi Paleis waar de beter gesitueerden en al behoorlijk geassimileerde joden wonen. Uiteraard is een van de eerste dingen die hem overkomen (dat past bij hem) dat hij opvalt en een kring van geïnteresseerden om zich heen verzamelt. Al snel wordt hij de geestelijk leider van een Spinoza-beweging, waarvan medestanders al snel een eigen synagoge wensen en vestigen. De beweging wordt bekend als het Rationele Judaïsme; tegenover enerzijds het orthodoxe en anderzijds het mystiek-kabbalistische jodendom. Z’n Ethica verschijnt in 1663 in het Hebreeuws. Pas vijf jaar later zou de Latijnse uitgave uitkomen. Uiteraard werd ook al snel de herem over hem uitgesproken. Het is die periode rond 1665 dat Sabbatai Zwi door Nathan van Gaza als de Messias werd erkend en diens charismatisch messianisme een hoogtepunt bereikt met z’n glorieuze intocht in Smyrna.

Spinoza moet er uiteraard niets van hebben en komt met zijn pamflet “Tegen Zwi”. Daarin bewees hij dat een menselijke messias als verlosser niet kon bestaan, want daarvoor zou hij Gods natuur moeten hebben en in essentie dus een tweede God moeten zijn. De onmogelijkheid van het bestaan van twee substanties had hij in de Ethica al bewezen. Dus alleen God kon de wereld verlossen, geen mens. Ook bewees hij dat het onmogelijk was dat alle mensen die ooit hadden geleefd weer tot leven konden worden gewekt, want van hun materiaal waren allang opvolgende wezens gemaakt. Je kon de hele reeks van oorzaken en gevolgen niet én terugdraaien én de effecten ervan behouden. Dat waren tegenstrijdige eisen.

Toen Zwi bij de Sultan voor de keus werd gesteld te kiezen tussen de dood of de bekering tot de islam en voor de islam koos, stortte een groot deel van zijn aanhang in, waarvan velen zich bij de Spinoza-beweging aansloten. De orthodoxe joden zien dat uiteraard met lede ogen aan en willen een debat, waarvoor ze een scherpzinnige kabbalist die ook tegen Zwi van leer was getrokken uitkiezen.  Ze hopen zo ofwel Spinoza klem te zetten, ofwel materiaal te verzamelen dat ze tegen hem kunnen gebruiken. Maar Spinoza glorieert en in de argumenten herkennen we veel uit de TTP - een boek dat in Constantinopel nooit wordt uitgegeven. Ook in het volgende boek “Over religie” komt veel materiaal daaruit terecht.

Intussen trouwt Spinoza met Sarah en moet hij een boek “Tegen Dogma’s” schrijven, omdat teveel van zijn aanhangers zijn leer te dogmatisch gaan uitleggen en vergeten zelf te denken. Door het almaar groter groeien van de beweging, komt er behoefte aan verdere institutionalisering en aan de erkenning van een eigen Millet, hetgeen lukt en wat betrekkingen met de Hoge Porte vergt. Er moet dus almaar meer aan diplomatie en politiek worden gedaan wat maakt dat er diverse leidende posities komen. Spinoza wordt minister van onderwijs, introduceert openbare scholen en een universiteit, waarvoor het probleem is dat er te weinig wetenschappelijk geschoolden zijn om de hoogleraarfunctie te vervullen in een richting waarin de westerse wetenschap aan het gaan is. Uitgangspunt is: waarom zouden de ottomanen niet net zo’n wetenschappelijke ontwikkeling kunnen doormaken als die in het westen? Dit loopt later spaak.

Er zijn uitstapjes naar Duitsland waar de latere Joodse Kwestie naar voren wordt gehaald en waarbij Spinoza het vraagstuk aanpakt door een middenweg aan te wijzen tussen gettovorming en volledige assimilatie. En zo werd later het Rationele Jodendom dé kracht waarmee gettomuren werden geslecht en problemen met ontvangen landen werden opgelost.

We komen veel te weten over de ontwikkelingen in het Ottomaanse Rijk, de opvolgingen der Sultans, de furie der Jannitsaren etc. We horen veel over de emigratie van joodse groepen via Brazilië naar Pennsylvanië en andere nederzettingsplaatsen in Amerika en over de strijd voor hun erkenning en gelijkberechtiging. Overal krijgt Spinoza via briefwisselingen en bezoekers mee te maken en zo bouwt hij verder aan zijn politieke leer, die lang z’n belangrijkste aandacht vergt.

Er gebeurt teveel om hier samen te vatten. Nadat hij met de andere joden uit Constantinopel is verbannen en terecht komt in Palestina, begint hij weer eens opnieuw met om zich heen verzamelen van volgelingen en de rationele religie verder te ontwikkelen. Pas op het eind van zijn leven pakt hij de draad weer op van het verder uitwerken van zijn filosofie uit de begintijd en verschijnen achtereenvolgens “Science and Reason” (1703) waarin hij nog eens bevestigde dat de hoogste vorm van kennis door pure rede tot stand kwam; “Mind and Matter” waarin hij rationalisme en empirisme verenigde en tenslotte in 1709 zijn laatste werk “Metaphysical Thoughts”, waarin hij terugkeerde naar zijn eerste thema’s over de natuur van God, leven en dood. Hij toont erin aan dat er in werkelijkheid geen dood plaats heeft. En in dit boek toont hij eindelijk en overtuigend aan waarin de mens onderscheiden is van alle andere bestaansvormen (inclusief God, want die heeft geen behoefte aan wetenschap): het was ’s mensen unieke mix van de faculteit van de rede met de beperkingen van het lichaam dat hem noopte en veroorzaakte naar kennis op zoek te gaan. Wetenschappelijk onderzoek was wat mensen mensen maakte.

In december 1712, op 80-jarige leeftijd, stierf Spinoza.

Daarna volgt de tekst nog allerlei verdere ontwikkelingen van het rationele judaïsme in de diverse landen.

Het verhaal zit vol gebeurtenissen en verwikkelingen die hier niet alle kunnen worden gememoreerd, maar waarbij je in het algemeen het gevoel hebt: zo zou het gegaan kunnen zijn. Ook wordt geloofwaardig gebracht hoe na de initatieffase van een beweging allerlei andere persoonlijkheden hun invloed gaan uitoefenen waardoor institutionele aspecten en macht en politiek een rol nemen. Ook de invloed van vrouw en dochter zijn interessant te volgen.

In vele voetnoten wordt verwezen naar personen en gebeurtenissen zoals in de werkelijke geschiedenis hebben gespeeld. De schrijver van het stuk heeft er zich niet makkelijk van afgemaakt. Hij rakelt allerlei gebeurtenissen op waarbij joden betrokken waren in het Ottomaanse Rijk, in de Duitse vorstendommen (met het verschijnsel van de hofjoden), de strijd voor de gelijkberechtiging in Engeland en het Nieuwe land en slechts een heel klein beetje in de Nederlanden. De auteur is goed thuis in zowel geschiedenis als in de filosofie van Spinoza en anderen in de 17e en begin van de 18e eeuw.

De uitdaging om precies na te gaan of de claim van geloofwaardigheid overal klopt en met name ook of de ontwikkelingen in Spinoza’s leer gezien de voortgang van het denken (van Leibniz en Locke, waarmee Spinoza uitvoerige briefwisselingen heeft) als min of meer logisch en begrijpelijk voortvloeiend uit wat er van de werkelijke leer van Spinoza bekend is – die uitdaging ga ik niet aan. Zo’n fanatisme voor het volgen van alternatieve geschiedenis kan ik niet opbrengen. Maar een interessante en inspirerende eerste kennismaking met deze essayvorm vond ik het wel. M’n interesse is zeker gewekt om nog eens een boek te lezen over de begintijd van Amerika , de vestigings- en erkenningspolitiek m.b.t. diverse groepen, waaronder de joden, en over de grondlegging van de Amerikaanse constitutie.

Eén ding kwam op mij enigszins ongeloofwaardig over. Hier is Spinoza in grote gezondheid en kan 80 jaar worden. Blijkbaar gaat de schrijver er vanuit dat Spinoza’s ziekte alleen maar kwam door het stof van ‘t lenzenslijpen. Maar er werden ook longaandoeningen bij z’n moeder en ik meen andere familieleden gemeld. In dit verhaal is van lenzenslijpen geen sprake, maar dat was voor Spinoza niet alleen een vorm van levensonderhoud: het was ook een vorm van optisch onderzoek en van wetenschappelijke uitwisselingen met wetenschappers uit zijn tijd.  

*) Hier een willekeurige website over de Haskalah, de joodse Verlichting, die tamelijk bovenaan in Google verschijnt. Daarin geen woord over Spinoza. Ook niet op wiki, trouwens - en op Jewish Encyclopedia (de zoekingang van deze geeft wel aardig wat hits over Spinoza). Jonathan Edelstein lijkt dus behoorlijk progressief en liberaal.

 

Reacties

Je snapt wel, Stan, dat het vooral de uitvoerige 'correspondentie' (ook in overdrachtelijke zin) tussen Spinoza en Locke is, die mij interesseert in dit werk van de 'helderziende' Edelstein! De 'furore Lockense' onder 18e eeuwse verlichte lieden, die aan de Spinoza-virus leden, kwam niet zo maar uit de lucht vallen. Zij wisten meer van de overeenkomst tussen de beide topfiguren der Verlichting dan onze tijdgenoten.