[Hersteld] Spinoza in honderdzeven taferelen van Theun de Vries

Teruggehaald uit het cachegeheugen van Google, nadat blogse.nl alle blogs van 2½ maand gewist had.

Spinoza in honderdzeven scènes van Theun de Vries

Vandaag las ik van Theun de Vries, De Gezegende. Het leven van Spinoza in honderdzeven scènes. Met tekeningen van Mart Kempers, Querido, Amsterdam, 1985

 

Wat een 180° anders georiënteerd boekje dan dat van Paul Strathern dat ik gisteren besprak.

Hier een met veel kennis en warmte geschreven tekst van een auteur die duidelijk wat met z'n onderwerp had.

De filmer Joris Ivens wilde in de jaren vijftig meer speelfilms maken en verzocht Theun de Vries toen om een script voor een film over het leven van Spinoza. De Vries schreef toen dit 'werkboek': De Gezegende, vernoemd naar de Nederlandse betekenis van Spinoza's voornaam Bente (Portugees), Baruch (Hebreeuws), Benedictus (Latijn). Later gooide Ivens z'n plannen weer om, ging weer documentaires maken, zodat het nooit van de beoogde speelfilm zou komen.

Het werkboek maakte de jaren daarna nog wat omzwervingen langs - meest buitenlandse - regisseurs en diverse tv-maatschappijen, maar niemand durfde het waagstuk aan van een grote film over Spinoza. Auteur en zijn uitgever besloten later om het als boekje uit te geven en het project zo "een voorlopig rustpunt te verschaffen". Wie weet gebruikt toch nog ooit iemand de vele scènes die Theun de Vries bedacht voor een film over Benedictus de Spinoza.

              portrettekening van Theun de Vries door Riët Amesz *)

Het is een aardig boekje om te lezen voor mensen die al iets met Spinoza hebben en zijn biografie redelijk kennen. Dan is het aangenaam om even bij dit liefdevol getekende portret in zoveel schetsen te verwijlen. Dat er allerlei scènes voorkomen die inmiddels als legendes en apocriefe verhalen aangenomen worden, doet niet echt ter zake. Het aardige is om de creativiteit en vaardigheid te ervaren van Theun de Vries' grote vakmanschap - én van zijn grote kennis van en warmbloedige liefde voor zijn onderwerp. 

Aardig zijn ook de schetsjes van Mart Kempers die aan het werkje zijn toegevoegd.

                                                Spinoza

Wel vroeg ik mij af - als dit de film zou zijn geworden - of iemand die nog niets van Spinoza wist, zou begrijpen waarom die film eigenlijk gemaakt moest worden - wat dan wel het bijzondere van die man was. Hoezo gezegend?  Ja, die persoon zou kunnen merken hoe Spinoza door velen gewaardeerd werd, het middelpunt was van een vriendengroep, hoe zijn bescheiden leven gewaardeerd werd, hoe hij soms als 'meester' werd aangesproken, en omgang kreeg met hoge heren. Maar wat dan het bijzondere was? Theun de Vries is - terecht - heel terughoudend in het schetsen van wat het bijzondere was van Spinoza's denken en leer. Hier en daar komt dat tot uiting in een paar zinnetjes, maar of die voldoende zijn? 

Zo'n zinnetje bijvoorbeeld waar Spinoza in een gesprek met dr. Franciscus van den Enden zegt: "Nee, doctor, de natuur lééft. Zij stelt de vraag naar het hoe en waarom van dit leven. Het antwoord moet ook van haar komen. Ik zoek de sleutel, de bewijsvoering die niet liegt..."

Later, in gesprek met Jarig Jelles, zegt Spinoza: "Welke God, Jarig Jelles? Wij moeten afstand doen van de God van joden en christenen, de God van de openbaring die de wereld slechts beweegt, niet bezielt... Ik zocht de God die gelijk is aan de eeuwige levende natuur. Eenheid met die natuur is het hoogste inzicht, de bestendige blijdschap. Want ook wij zijn natuur, en wij kunnen niets begrijpen dat buiten die natuur zou zijn..."

In gesprek met de Haagse Cuffeler zegt Spinoza: "...De mens die ik zie, begrijpt de oneindige werking van de natuur. Daarin ligt de zin en de groei van zijn wetenschap. Want de mens is dat deel van de substantie dat dénkt - en al denkende kan hij zich met zijn soortgenoten verenigen om de fataliteit uit te bannen."

Door hier en daar zo'n uitspraak zou het toch geen ideeën-film worden. En trouwens een film zou toch nooit echt het geschikte medium zijn om een filosofie over te dragen.

Heel knap is het hoe De Vries van een leven, waarin eigenlijk niet zo heel veel gebeurt, heel veel scènes en afwisselende locaties weet te brengen van dingen die tijdens Spinoza's leven speelden: het mijden van de pest, oorlogsscènes e.d. Opvallend is ook dat hij de dramatische gebeurtenis van de herem aan het begin, heel terughoudend en heel indirect verbeeldt: niks overdreven scènes in duisternis, met zwarte brandende kaarsen die in een schaal bloed wordt uitgedompeld, niks van dramatisch overslaande stem die de herem uitspreekt en geluid van een ramshoorn. Dat soort 'dramatiek' zoekt De Vries volstrekt niet.

Nee, tijdens de herem in de synagoge laat hij Spinoza heerlijk lui in het gras liggen aan de oever van de Amstel.

                                                    [groter]
Heel opmerkelijk vond ik dat er (op eentje na, eventjes dan) nergens scènes zijn waarin je Spinoza ziet studeren en vooral: schrijven. Zijn corresponderen met vrienden en internationale wetenschappelijke relaties - wordt slechts éénmaal ergens vermeld. Van een schrijver zou je verwachten dat het in eenzaamheid teruggetrokken schrijven zou worden verbeeld, maar De Vries heeft dit nergens in beeld willen brengen, beseffend wellicht dat daar filmisch weinig uit te halen valt?  Maar zo ontstaat nauwelijks het beeld dat Spinoza een denker was.

Het was een goed idee deze tekst als boekje uit te geven. Het kan nog steeds waarderend gelezen worden door mensen die daarnaast ook nog iets anders lezen over Spinoza (b.v. Theun de Vries nog steeds erg leesbare biografie over Spinoza, waarover ik eerder schreef) en uiteraard van Spinoza zelf.

En wie weet wordt er ooit nog eens gebruik van gemaakt van dit boekje voor een film over het leven van Spinoza.

*) Dit portret van Theun de Vries vormde de cover van het boekje De Tribune met het openingswoord dat op 1-5-1982 werd uitgesproken door Theun de Vries t.g.v. de heropening van Boekhandel De Tribune in Maastricht.