[Hersteld] Spinoza-compendium als diamantje heroverwogen

Teruggehaald uit het cachegeheugen van Google, nadat blogse.nl alle blogs van 2½ maand gewist had.

Spinoza-compendium als diamantje heroverwogen

Spinozaboekjemoreau

Aan het eind van mijn bespreking van Wiep van Bunge, Filosoof van de vrede. De Haagse Spinoza, (Uitg. Jongbloed Den Haag/Gemeente Den Haag, 2008 [zie hier] schreef ik: “Dit beveel ik aan naast het slechts weinig omvangrijker boekje dat als een diamantje over Spinoza mag worden beschouwd: Pierre-François Moreau, Spinoza en het spinozisme. Een inleiding. Vertaald door Jeroen Bartels, Damon, 2004."

Iemand e-mailde mij verbaasd te zijn over die typering (diamantje) en die aanbeveling; hij had een veel negatiever oordeel over dit boekje.

Dat daagde mij uit om het boekje te herlezen. Niet met de vooropgezette bedoeling om mijn eerste indruk te verdedigen, maar om te zien hoe – nu ik zoveel meer van en over Spinoza tot mij heb genomen - dit boekje nu op mij zou overkomen en om te toetsen of ik nóg vind wat ik eerder vond en zo ja waarom.

Ik las het precies een jaar geleden, augustus 2007, voor het eerst en schreef erover:

"Een heel compact, maar zeer deskundig/informatief werkje. Een soort compendium. Heel plezierig hoe Moreau de verschillende werken van Spinoza behandelt. Ik was blij met zijn hoofdstuk IV, Receptie, hoe kort gehouden dit ook is. Dat aandachtspunt, ontvangst en doorwerking, miste ik bij Nadler."

En nu, een jaar later, raakte ik tijdens het lezen tot mijn eigen verrassing wéér weg van dit boekje. Ik vind het nog steeds een juweeltje, ja, een diamantje, en wel hierom…

Het werkje geeft in kort bestek heel veel Spinoza. Natuurlijk kan een niet al te omvangrijk boekje dat al zoveel geeft aan Spinoza’s biografie, samenvattingen van zijn leer en de latere doorwerkingen ervan, niet alles behandelen. Maar wat Moreau behandelt is behoorlijk veel en hij brengt dat erg knap. Het is een fraai compendium. Vooral ook de manier waarop hij zijn materie behandelt, spreekt mij zeer aan. Aan alle zinnen is duidelijk dat Moreau een zeer erudiet deskundige is, die vele en heel verschillende benaderingen en uitdiepingen in kort bestek verre van afraffelt. Ik geef een aantal van mijn indrukken puntsgewijs.

[1] Het is één van de aantrekkelijke kanten van dit boekje dat de schrijver telkens in contact staat met diverse opvattingen; dat hij de vinger aan de pols van uiteenlopende benaderingen houdt, zonder dat dit onbegrijpelijk wordt voor outsiders. Het blijft een inleiding, maar niet een die alles maar versimpelt voor dummy’s en zelf geen stelling inneemt. Daardoor lijkt het me ook voor deskundigen een plezierige samenvatting, waardoor juist specialisten een goed algemeen overzicht kunnen houden. Een gevolg hiervan is dat de inwijdeling meteen ook meekrijgt dat er niet één, maar dat er vele verschillende benaderingen van Spinoza naast elkaar bestaan.

[2] Wat ik ook heel goed vind aan dit boekje van Moreau is dat hij de lezer op twee manieren ‘the making of the Ethics’ geeft: zowel de ontwikkeling van Spinoza’s denken gedurende zijn leven, maar ook de ontwikkeling van het doel van zijn leer binnen, in de loop van de Ethica zelf. Dat vind ik knap gedaan.

[3] Heel goed getroffen vind ik zijn benadering en uitleg van Spinoza’s kenvormen: hoe de eerste kenvorm (het contact met de ervaringen en met de werking van de verbeelding) een voedingsbodem blijft voor de tweede kenvorm, die van de rede. Maar ook hoe er een minder grote scheiding is tussen deze en de intuïtie; waarbij ‘intuïtie’ niets van ook maar een zweem van mysticisme in zich heeft. Dat komt bij mij goed aan.

[4] Heel goed vind ik hoe in een kort hoofdstuk enige van Spinoza’s thema’s en diverse discussiepunten worden neergezet. Zeer to the point.

[5] Fascinerend vind ik hoe hij hoofdlijnen van de receptie van Spinoza behandelt. Uiteraard biedt Jonathan Israels ‘Radical Enlightenment’ veel en veel meer, maar dat is me dan ook een turf! Maar knap hoe Moreau hier in kort bestek even de hoofdmomenten weergeeft – een diamantje op zich.

[6] Tenslotte de manier die Moreau gekozen heeft om Spinoza’s leven te behandelen, vind ik ook een grandioze vondst. Hij loopt niet chronologisch na wat bekend is over Spinoza’s biografie. Ja, gelukkig begint hij daar wel mee in een korte samenvatting. Maar vervolgens legt hij veel accent op de bronnen die ons Spinoza brengen (weer ‘the making of Spinoza’), geeft hij een fraaie samenvatting over de geschiedenis van de Republiek, de godsdienstspanningen, de verhoudingen tussen kerk (theologie) en politiek, de historie, situatie en conflicten van de joden, de opkomst en het belang van het cartesianisme. En in al die deelgeschiedenissen geeft hij de positie die Spinoza innam. Hij geeft duidelijk inzicht in Spinoza’s natuurwetenschappelijke interesse. Om te eindigen met de respectieve culturele invloeden die Spinoza onderging. Kortom, allemaal prachtig geslepen facetjes aan een schitterende diamant.

Uiteraard is ook kritiek mogelijk, zijn er vlakjes die nog niet helemaal gepolijst zijn. Het Theologisch politiek traktaat werd vooral op z’n bijbelkritiek behandeld en wat betreft de stelling dat theologie en filosofie verscheiden gebieden behandelen en dus gescheiden kunnen worden. Het tweede, politieke, deel, waarin o.a. de functie van de godsdienst voor de gehoorzaamheid en de vroomheid in de staat en de onderschikking van de kerk aan de staat wordt behandeld komt minder uit de verf.

Wat de Ethica betreft mis ik een adequate behandeling van de lichaam-geest-thematiek. In het hoofdstuk over thema’s en problemen staat wel: “We moeten hier in herinnering roepen, dat de ontkenning van iedere mogelijkheid van interactie tussen de attributen strikt genomen tegelijkertijd de ontkenning van de mogelijkheid van invloed van de uitgebreidheid op het denken (van het lichaam derhalve op de geest) en van de invloed van het denken op de uitgebreidheid (dus van de geest op het lichaam) betekent.”
Maar er viel niets in herinnering te roepen, want de ontkenning van de interactie tussen de attributen was niet eerder behandeld en over de lichaam-geest-relatie werd niet meer behandeld dan het hier geciteerde. Dat is wat weinig voor zo’n belangrijk thema dat wel wat meer aandacht had verdiend.

Maar al met al kortom: een prima inleiding voor beginners en volgens mij ook een goede herhalingsoefening voor gevorderden, die zo een mooi generaal overzicht houden. Het is dus duidelijk dat ik dit boekje in ieders aandacht blijf aanbevelen. Ik zou geen alternatief weten te noemen dat dit werkje als een beter geschikt compendium zou kunnen vervangen.

Reacties

Voor de lezers van je weblog wil ik hier kenbaar maken dat ik degene ben die kritisch is over het boekje van Moreau, uiteraard niet vanwege de vele positieve kwaliteiten ervan die jij zo netjes opsomt, maar vanwege twee 'hoofdgebreken', als ik zo mag zeggen, in de presentatie van Spinoza's gedachtengoed. M.bt. tot de TTP slaagt hij er niet in om de betekenis van het verbindingsstreepje tussen 'theologico' en ' politicus' duidelijk te maken, ofwel inzich te verschaffen in het wezenlijk verband tussen godsdienst en politiek, zoals Spinoza dat in de Praefatio formuleert (Deo servire iustitiam et caritatem colendo) en in het hele werk, zowel in het bijbelse als het politicologische hoofddeel, stevig uitwerkt. Ook in je samenvatting ben je daar niet zo helder over, als je schrijft over de "functie van de godsdienst voor de gehoorzaamheid en vroomheid in de staat", alsof die twee, godsdienst en burgerschap, volgens onze leermeester toch nog gescheiden kunnen blijven en godsdienst niet geheel en al zou kunnen en moeten opgaan in onze gezamenlijke politieke verwerkelijking van recht en naastenliefde in de maatschappij waarvan wij deel uitmaken. Ik heb deze a-historische en onconventionele interpretatie van de TTP in de brede uitgewerkt in mijn "Definitie van het Christendom. Spinoza's TTP opnieuw vertaald en toegelicht" (Delft: Eburon 1999, ISBN 90 5166 727 2). Omdat ik daar de Dijniaanse misvatting omtrent het nut van een uitgezuiverde godsdienst voor de politiek aan de kaak stelde, was het bestuur van de Vereniging destijds zo boos op de verschijning van dit werk en waren velen er verbolgen over dat het was gepubliceerd.
Wat de Ethica betreft zie ik een meerdere tekorten in Moreau's presentatie, zoals een onderschatting van de betekenis van Spinoza's fysische beginselen voor de hele Ethica of de overschatting van Spinoza's bedoeling met het schrijven van de Ethica, alsof hij daarmee de illusie zou hebben gehad om de mensheid op een hoger plan te brengen of gelukkig te maken. Hoe kun je het in je hoofd halen om te schrijven: "L'Ethique est ecrite pour aider le maximum d'hommes ... a acceder a un pouvoir relatif sur les affets"? (de accenten krijg ik er hier niet bij!). Was dit tractaat dan niet enkel voor nieuwsgierige geleerden bestemd, die willen weten hoe het allemaal werkt in de mens, of hij nu academische kennis van heeft of in het geheel niet? Maar het grootste gebrek acht ik zijn behandeling van Spinoza's afleiding van de drie soorten kennis in het tweede en vijfde deel. Daar deugt bijna niets van. Is de verbeelding niet altijd illusie? Wordt de rede door ons ontwikkeld en komt slechts een deel van de mensheid tot rede. Is de intuitie demonstratief? Moreau's beweringen zijn niet alleen slordig, zij zijn ook heel vaak foutief en zetten de lezer telkens onnodig op het verkeerde been. Aan zulke korte diamantjes heb je niet veel. Beter is het dikke boek van ondergetekende, dat heel precies op Spinoza's proposities en bewijsvoeringen ingaat, hun inhoud zorgvuldig parafraseert en met voorbeelden toelicht. Ik verwijs de lezer van dit blog naar mijn "Ethicom. Spinoza's Ethica vertolkt en toegelicht" (Delft: Eburon 1966. Tweede druk ISBN 90-5166-526-1)

Beste Wim,
"Definitie van het Christendom. Spinoza's TTP opnieuw vertaald en toegelicht" staat nog op mijn lijstje van boeken die ik zeker nog eens wil doen - als ik mij weer met de TTP ga bezig houden. Ik doe al zoveel tegelijk, maar probeer toch een beetje lijn aan te houden. De TTP komt mét inleidende/toelichtende commentaren weer aan de beurt. Ik moet het nu nog even doen met de indrukken over de TTP zoals ik die tot heden tot mij heb genomen. En dan zie ik nog geen volledige gelijkschakeling van godsdienst en burgerschap. Ik zie bij Spinoza besef van en ruimte voor allerlei soorten godsdienstige denominaties. Als alles tot één pot nat van burgerschap zou kunnen worden teruggebracht, waarom dan zo de nadruk op de vrijheid van denken, met name ook over godsdienstige zaken? Waarom een onderscheid tussen de grote hoofdkerk en de wat verderweg en achteraf te projecteren kleinere kerken? Geven die dingen niet aan dat er binnen het ene burgerschap ruimte is voor verschillende religie-belevingen? Ik zal t.z.t. overigens met belangstelling kennismaken met je TTP-vertaling.

Ik sla een voor mij moeilijk te volgen stukje over en kom dan op de kenvormen. Over de eerste kenvorm, samengevat onder de noemer imaginatio, vraag jij (retorisch?): "Is de verbeelding niet altijd illusie?" Nee, niet voor 100% - alleen kom ik er op het niveau van de verbeelding niet uit om uit te zoeken welk deeltje wel en welk niet-illusie was. Daar heb ik het tweede kennisniveau van de rede voor nodig om verbanden en achtergronden te zien, te schiften en zuiveren, te begrijpen etc. Niet alle dingen die ik 'van horen zeggen' heb (ook 1e niveau) zijn daarom inadequaat; alleen kan ik op dat niveau niet schiften wat wel en niet adequaat is. Dat eerste niveau, waarop ik leef en waarneem in de wereld, kan ik niet missen - ik leef echt niet in een illusoire/virtuele wereld, maar in een echte wereld van waaruit echte dingen op mij afkomen die in eerste instantie door mijn perceptie en verbeelding verwerkt worden. Al die indrukken van mijn omgeving komen via mijn lichaam mijn geest binnen en die twee samen vormen de verwarde indruk, de inadequate kennis. Maar daar zit een heleboel nuttige stuff tussen, met informatie zowel over die buitenwereld als over mijn lichaam. En daar heeft de rede een heel karwei aan om dat uit te zoeken. Je wilt dat niveau van de waarnemingen toch niet compleet naar de kelder afdanken?
Wat het tweede niveau, de rede, betreft: "Wordt de rede door ons ontwikkeld en komt slechts een deel van de mensheid tot rede?"
Ja, de rede is een vermogen dat allen hebben, maar dat door sommigen meer dan door anderen wordt ontwikkeld. Sommigen komen tot redelijke inzichten en worden mensen van verstand, maar velen niet. De menigte niet! Je wilt toch niet zeggen dat Spinoza het nu in Keulen hoort donderen?
Wat betreft je vraag "Is de intuitie demonstratief?" denk ik dat je een punt hebt. In de vertaling staat: "Het intuïtieve weten berust geheel op bewijsvoeringen." Dat is aanvechtbaar. Volgens mij duidt Spinoza echt op het plotselinge, luciede inzicht waarmee een waarheid op je afkomt waarbij je zeker weet dat je 'het ziet', zonder dat je er de bewijzen bij nodig hebt. Jij bereikt dan niet via bewijzen òf argumenten (de ogen van de rede) een waarheid, maar de waarheid komt direct bij je binnen (achter die ogen van de rede om). Ik ben het wel met Moreau eens dat er voor Spinoza een grotere cesuur ligt tussen 1e en 2e kenvorm, dan tussen de 2e en de 3e. En dat de intuïtie niet (boven de rede) nog eens een aparte keninstantie in de geest is (een apart intuïtief vermogen of zo).
Ben benieuwd hoe jij dit ziet.

Nog dit; met jouw "Ethicom. Spinoza's Ethica vertolkt en toegelicht" ben ik bezig, maar het is geen boek dat je in één ruk doorwerkt. Tussendoor doe ik andere dingen, zoals uit dit weblog blijkt. Maar af en toe neem ik weer de tijd voor Ethicom. Ooit zal ik laten weten wat ik eraan had en ervan vond.
[Tussen haakjes. Ik lees nu in een bibliotheek-exemplaar. Toen ik het onlang wilde kopen, merkte ik dat Eburon de katernen afgesneden en de boel gelijmd heeft. En toen had ik geen zin om het te kopen. Ik hoop nog eens een fatsoenlijk genaaid exemplaar tegen 't lijf te lopen...]

Beste Stan,
Jij lijkt ook wel lid te zijn van de Bond voor Werkverschaffing, zeg! Laat mij vooropstellen, dat ik je grote inzet voor nadere kennismaking met Spinoza grotelijks waarder (en daarbij ook profiteer van je nieuwsberichten over Spinoza-publicaties en - evenementen). Ik aarzel dit keer echter om een dupliek te wijden aan je repliek op mijn commentaar. De twee uiteenzettingen die je geeft n.a.v. mijn twee hoofdbezwaren vormen tesamen een berg materiaal, waaraan ik zou kunnen illustreren dat Spinoza dat (of dat zo) niet bedoelt Een logboek leent zich niet voor de lange exercities die daarvoor nodig zijn. Zelf had ik vijf jaren intensieve studie van de Ethica nodig voordat het boek mij begon te bekoren. Dan nog had ik na die vijf jaren nog talloze bezwaren (objecties)tegen Spinoza, die hij pas in de jaren daarna geleidelijk en overtuigend wist te weerleggen. Ik heb daarvan aan het einde van mijn loopbaan (na mijn pensionering op 65e) verslag gedaan in de twee boeken, waarnaar ik je verwees. En dat doe ik nu opnieuw. Overigens had ik je wel een klein maar kostbaar geschriftje toegestuurd over "Hoe men wijs wordt", wat je wellicht terzijde hebt gelegd, omdat het tegen je heug en meug ging. Maar daar staat wel in hoe volgens Spinoza (en volgens geen enkele Spinoza-interpreet) de overgang van de 2e naar de 3e kennissoort geschiedt: casually (casu).
Naar aanleiding van je opmerking over de gelijmde uitvoering van mijn Ethicom heb ik nog eens gekeken naar het exemplaar dat de uitgever mij t.g.v. de hedruk stuurde. En inderdaa, je hebt gelijk. Het is een slecht boek. Je zult dus gedwongen zijn om een kosten-baten (of prijs-kwaliteit) analyse uit te voeren. Zelf vind ik het niet erg als een boek uit elkaar valt. Ik heb enkele tientallen zeer dierbare boeken totaal kapot gelezen, gebladerd, geschreven, gevouwen en houd de restanten bijeen met die dikke elastieken die de postbode op straat achterlaat. Zulke boeken worden voor mij bij elke herlezing waardevoller. Je zou mijn Latijnse Bruder-uitgave van Spinoza's werken eens moeten zien: geheel losbladig geworden en alle marge vol getekend. Lees hierbij ook eens wat Spinoza in PPC I na xioma 9 schrijft: Si quis libros aliquos etc. ; verum si ad sensum verborum et orationum attendat, magnam inter ipsos inaequalitatem reperiet. Ik bedoel maar.

Beste Wim,
Even geen werkverschaffing meer, maar nog een klein antwoordje. Je "Hoe men wijs wordt" lag nog even opzij gelegd te wachten, niet vanwege heug&meug, maar om 't te lezen bij "Mannen rond Spinoza", waarop dit een uitbreiding was, zo begreep ik. Laat ik nu net vandaag die 'Mannen rond Spinoza' bij mijn boekhandelaar hebben kunnen ophalen. Daaraan begin ik, wanneer ik K.O. Meinsma uit heb.
Nieuwsgieriger gemaakt echter naar wat je zegt over "de overgang van de 2e naar de 3e kennissoort", neem ik die artikel-overdruk er toch tussendoor...
En, ja, als ik intussen niet nog een genaaid exemplaar van de Ethicom vind, moet ik mij aan de misvormde herduk overgeven. Ik houd daarbij in gedachten wat je over boekslijtage schrijft. Aan mijn boeken kan ik zien dat ik nog maar tamelijk kort bezig ben.
Je veronderstelt kennelijk dat ik Latijn lees. Ik heb er lang geleden een weinig van opgestoken - net genoeg om nu een Latijnse tekst in een vertaling terug te kunnen vinden.

Wat Spinoza aan het eind in die toelichting bij dat 9e axioma zegt over portretten die van een ander portret kunnen worden overgeschilderd en dat weer van een ander en zo tot in het oneindige... moest ik uiteraard aan al die zogenaamd over hem nageschilderde portretten denken. Hij zelf heeft ons jammer genoeg geen portret achtergelaten, zodat wij wat hem betreft niet in staat zijn terstond "de oorzaak te zoeken die formeel of eminent datgene bevat wat dat portret als weergave bevat."
Wat het axioma niet minder geldig maakt uiteraard.
[Ik heb hoop ik niet iets gezegd, waarop ik je dwing te antwoorden]