[Hersteld] Koenraad Oege Meinsma (1865 - 1929) en zijn Spinoza

Teruggehaald uit het cachegeheugen van Google, nadat blogse.nl alle blogs van 2½ maand gewist had. 

Koenraad Oege Meinsma (1865 – 1929) en zijn Spinoza

Dit boek van K.O. Meinsma las ik en het is me zeer goed bevallen. K.O. Meinsma, Spinoza en zijn kring. Historisch-kritische studiën over Hollandsche vrijgeesten. Met inleiding van Dr. S.B.J. Zilverberg, HES publishers, Utrecht 1980 (oorspr. Martinus Nijhoff, 's-Gravenhage, 1896)

“Het belang van dit geschrift kan niet genoeg worden onderstreept,”aldus Siebe Thissen in De spinozisten, waarin hij op dezelfde bladzijde (212) Piet Steenbakkers aanhaalt die ‘de klassieke studie’ van Meinsma nog altijd “onmisbaar voor ieder historisch onderzoek” inschatte. En Wiep van Bunge schreef in voetnoot 3 bij “Philopater, de radicale Verlichting en het einde van de Eindtijd”: “Het overigens nog steeds schitterende K.O. Meinsma, Spinoza en zijn kring. Over Hollandsche vrijgeesten, Utrecht 1980 (1896), behandelt helaas de vroege receptie van het spinozisme nauwelijks.” [hier]

Aan al deze loftuitingen voeg ik hier mijn loftrompet toe.

Koenraad Oege Meinsma (1865 – 1929) begon als onderwijzer in een klein Overijssels dorp, deed staatsexamen gymnasium en werd in 1889, op 34-jarige leeftijd dus, letterenstudent in Amsterdam. In 1900 deed hij z’n doctoraal en hij promoveerde in 1902. Tijdens zijn studie deed hij literatuur- en heel veel archiefonderzoek, waarmee hij vele feiten opviste. Het is opmerkelijk hoeveel moeite hij zich getroostte om uit kerk-, begraafplaatsregisters en stadsarchieven, feiten boven tafel te halen. Hij reisde er stad en land voor af. Het boek staat dan ook vol geboorte-, trouw- en sterfdata. En hij geeft, de enige illustraties, vele handtekeningen - uit die documenten gekopieerd.

Zijn boek, dat tevens zijn magnum opus werd, verscheen in 1896. Gelukkig is het in 1980 door H&S herdrukt. Zo’n herdruk wist ik op de kop te tikken. Het is een boek dat geeft wat z’n titel belooft: het is een biografie van Spinoza, waarbij tegelijk zo uitgebreid mogelijk de mensen met wie hij te maken kreeg voor het voetlicht worden gebracht. Op Clara Maria van den Hoven en de vrouw van de verhuurder aan de Haagse Paviljoensgracht, Hendrik van der Spyk, na betreffen het allemaal mannen.

De auteur waagt zich niet aan het bieden van samenvattingen van Spinoza’s leer – die verwacht hij bij de lezer in hoofdlijnen bekend. Zijn taakopvatting vermeldde hij niet in een voorwoord of verantwoording, maar hier en daar in de tekst of in voetnoten. Zo schrijft hij op blz 315, als hij zich afvraagt wat Spinoza te Voorburg, bezig aan het schrijven van de Tractatus Theologico-Politicus, aan gevoelens heeft over ’t Koerbagh-proces: “ik laat het den lezer over, zich daar in te denken. De taak van den biograaf is eene andere, zolang er feiten te melden zijn.” En in een voetnoot op blz 344: “dat ik slechts biograaf wil zijn, en wegens het vele nieuwe, dat ik breng, niet meer van het bekende geef dan hoogst noodzakelijk is;” waarna hij naar de brieven verwijst. En veel toen nieuwe feiten droeg hij aan.

Aan alles, en niet in ’t minst aan zijn levendige stijl, proef je de verwantschap die Meinsma voelt met vrijdenkers. Hij is er zelf een en was jarenlang een van de redacteuren van De Dageraad, [waarin hij een vertaling bracht van “Over drie bedriegers”, waarvan ik hier onlangs een nieuwe vertaling besprak].

In zijn inleiding schetst hij de bronnen die over Spinoza rapporteren. En waarschijnlijk om enig tegenwicht te bieden tegen het latere beeld over het zo tolerante Holland, begint hij eerst maar eens een aantal vervolgingen van ‘libertijnen’ te schetsen in de 16e en begin van de 17e eeuw.

Hij geeft een uitgebreide schets van de Joden in Amsterdam, de strijd tussen remonstranten en contraremonstranten, het opkomende cartesianisme, de collegianten en socianen en door heel het boek heen de voortdurende aandacht van de geloofspolitie van de Amsterdamse gereformeerde kerkenraad. Het is dat de stedelijke gezagsdragers niet zo’n zin hebben om veel energie te steken in de door de gereformeerden gewenste vervolgingen. Maar je proeft wat het onderdrukkende resultaat zou zijn geweest als die dominees en kerkraadsleden de macht zouden hebben gehad om hun theocratie te vestigen. Uitvoerig schrijft hij over het ‘ketterproces’, de vervolging van Adriaan en Johannes Koerbagh. Toen de gereformeerde leiders wél gehoor hadden gekregen bij het stadsbestuur. Aan de hand van kerkeraadsprotocollen volgt Meinsma die kwestie van week tot week.

Alles geschreven in een levendige stijl, geestig soms, spottend ook wel, aangedaan soms, verbolgen en woedend ook. Meinsma’s taal is veel natuurlijker en levendiger dan de wat gekunstelde taal van de latere Van der Tak die ik eerder op dit weblog besprak. Het lijkt wel alsof je op deze manier kunt merken dat Meinsma zich thuis voelde in de vrije kringen, waarin ook Multatuli zich bewoog. Je krijgt soms zelfs de indruk dat hij er vanuit zijn interesse de kring rond Spinoza vrijdenkeriger van maakt dan wellicht helemaal het geval was.

Hij schrijft vaak beeldend. Daarvan een enkel voorbeeld. “De rede, het kaarske dat ons toevertrouwd is om ons, op onze wandeling door den doolhof, dien men weereld heet, voor te lichten en ’t rechte pad te wijzen…”Hij heeft het over “iemand die zijn geweten onder de hakken van zijn schoenen draagt.” Over de reisboeken van dr. Olfert Dapper, die zijn landen niet zelf bezocht: “zijn boeken vinden dan ook vertalers en geloof.”

Meinsma’s boek vond – terecht – veel waardering. Zijn boek is vertaald in het Duits door mevr. L. Schneider (Spinoza und sein Kreis. Historisch-Kritische Studien über holländische Freigeister. Met i.p.v voorwoord bijgevoegd van Constantin Brunner, Spinoza gegen Kant und die Sache der geistigen Wahrheit, Berlin, K. Schnabel, 1909) en in het Frans (Spinoza et son cercle. Étude critique historique sur les hétérodoxes hollandais. Traduit du néerlandais par S. Roosenburg, 1983) en, zoals al gememoreerd, kreeg het in 1980 een ongewijzigde reprint door HES Publishers te Utrecht.

Ik eindig met een citaat dat in mijn ogen een fraaie typering van Meinsma’s kijk op Spinoza geeft, waar hij schrijft over de Tractatus Theologico-Politicus: “Ondanks den wijsgeer zelven was er iets in van Mefisto, van Satan! Dat gewilde, doch schijnheilige zwijgen over het Nieuwe Testament – waar het Oude op de snijplank der historische kritiek met onverstoorbare kalmte ontleed werd; dat roemen op de vrijzinnigheid van Amsterdam – waar in geen andere stad van ons vaderland de vrijheid van spreken zoo voortdurend belaagd werd als juist dáár; die onderworpenheid van den schrijver aan de goedkeuring der gestelde machten – nadat hij gezegd had, wat hij zeggen wilde… ziedaar staaltjes van een taktiek, die menig bekrompen tijdgenoot aan den Euvele zelven moesten herinneren.”

 

Reacties

Stan, Aan je enthousiaste relaas wil ik alleen dit toevoegen, dat de Franse vertaling van Meinsma (1983) is uitgebreid en geactualiseerd met talrijke en waardevolle "contributions ulterieures de l'erudition Spinoziste". Dit gebeurt meestal in noten en aantekeningen in een aparte typografie en gemerkt zijn met een asteriscus. Hiervoor tekenen Guido van Suchtelen, Henri Mechoulan en Pierre-Francois Moreau. Deze Franse uitgave kan men eigenlijk niet missen, wanneer men aan biografische research gaat doen.

Reacties

Beste Mensen,
Mag ik vragen of het mogelijk is van een van mijn voorvaderen dit werk te bemachtigen of evt fotocopieren,
Het zou veel voor mij betekenen, na jaren werk in de psychiatrie heb ik besloten filosofie te gaan studeren op mijn 42 e.
Naast inspiratie kan ik nog wat van hem leren mogelijk,
Ik denk ook beeldend speel ook met taal en ben ook in bezit van enige dwars gedrag en de wens logica uit te dagen met een overstijgende vraag of totaal andere invalshoek,

Met vriendelijke groet,

Arjen Eelco Meinsma/
fam van Gerrit Lenze Meinsma/ Lenze Meinsma/ Jaap Meinsma

Bij boekwinkeltjes.nl worden momenteel drie exemplaren aangeboden: twee exemplaren van de originele uitgave (Martinus Nijhoff, Den Haag 1896; voor 45 resp. 65 euro) en eenmaal de heruitgave (UTRECHT, Hes Publishers, 1980) voor 35 euro.
Succes met de studie.