Herinterpretatie van de idea Dei [2]

Zoals ik in het vorige blog al aangaf ben ik om en ga ik mee met de interpretatie van Henk Keizer dat 1) de idea Dei de idee van Gods wezen is en 2) dat in 2/3 het bestaan van de objectieve ideeën geponeerd wordt en 3) dat uit 2/4 dus te begrijpen is dat die objectieve ideeën in 2/3 voortkomen uit de idea Dei die zelf eveneens in datzelfde 2/3 geponeerd wordt.

Dit geeft duidelijk aan dat Spinoza heel veel in 2/3 gestopt heeft – hij stapelde meerdere stellingen. Aanwijzingen aan de lezer over hoe dit te lezen, spreidde hij over diverse volgende proposities en scholia. Zo zat alles wel erg in elkaar gekronkeld. Maar goed, daar moet uit te komen zijn (hoewel de secundaire Spinozaliteratuur daarin weinig hulp biedt).

In het nadenken[i] over hoe hier chocola van te maken,[ii] komt ineens de gedachte in me op waarmee dit mogelijk lukt.[iii] Ik besef ineens dat Spinoza hier in grote lijnen dezelfde denkfiguur hanteert, waarmee hij later in het tweede deel van de Ethica over de menselijke geest zal spreken (het onderwerp immers van dat deel). Hoe hij straks over de menselijke geest zal kunnen spreken, bereidt hij voor in deze eerste proposities van dat deel. Straks (vanaf 2/11) zal hij een onderscheid maken tussen wat de geest IS (het idee van het lichaam) en (vanaf 2/19) hoe de geest werkt, d.w.z. ideeën kan krijgen en zo zichzelf, zijn lichaam en zijn omgeving kan leren kennen (via de ideeën van de affectiones van het lichaam die ontstaan vanwege ontmoetingen met andere lichamen; (dit gebeurt vanaf 2/19).

Deze denklijn lijkt enigszins al in het begin van deel twee aanwezig te zijn – hoewel nogal verborgen lijkt me toch enige analogie te bespeuren. Spinoza spreekt nergens over de geest van God (God heeft immers geen lichaam), maar de idea Dei komt in zijn visie in de buurt. God heeft niets buiten zich, kent dus geen affectiones van ontmoetingen met externe dingen, maar kent wel in zichzelf als substantie substantiae affectiones (de modi of modificaties van de attributen). En zo zie ik Spinoza heel gecomprimeerd in 2/3 (mede gelezen vanuit 2/4 t/m 2/7c) het volgende beweren:

Er is in God een idee van zijn wezen (2/3, dit is - volgens 2/4 – de idea Dei). Deze idea Dei IS dus de idee of kennis van God’s wezen. Maar deze idea Dei HEEFT ideeën van alle dingen die uit God’s wezen volgen; immers alles wat uit Gods wezen volgt moet er enerzijds al in begrepen zitten en anderzijds krijgt de idea Dei ideeën van de modificaties van Gods wezen, d.w.z. van alle formeel uit de attributen voortkomende dingen en uit het attribuut Denken voortkomende formele ideeën (2/7c).[iv] Hiervan begrijpt de idea Dei dat deze in dezelfde orde en verband veroorzaakte (2/7) naast en onafhankelijk van elkaar (1/10) voorkomende dingen en ideeën op elkaar betrokken zijn, bij elkaar horen, ja, één ding zijn (2/7s).[v] De idea Dei is het dus die inziet dat (formeel) ding x het object is van (formeel) idee y en koppelt zo de hele oneindigheid aan dingen op een oneindigheid aan wijzen aaneen.[vi] Welnu, dit zijn de zgn. objectieve ideeën, zoals bedoeld in 2/3 en die dus voortkomen uit de idea Dei. [vii]

Nu begrijpen we hoe in het corollarium bij stelling 2/7 kon staan: dat Gods vermogen om te denken gelijk is aan zijn actuele vermogen tot handelen. Dat wil zeggen: alle dingen in God die formaliter volgen uit de oneindige natuur van God, volgen objectief (objectivè; als ‘gedacht object’ vertaalt Henri Krop) uit de idee van God in dezelfde orde en hetzelfde verband.[viii]

Ditzelfde staat al heel ingedikt, uiterst gecomprimeerd, in 2/3, zoals ik het in de vorige alinea heb uitgepakt.  

Verschil formeel idee – objectief idee
Het is noodzakelijk de verschillen tussen de verschillende ideeën goed voor ogen te houden
[ix]: hun ontstaan is verschillend en hun inhoud is verschillend.

Het formele idee (ontstaat uit het wezen van God, n.l. uit het attribuut Denken) is de inhoudelijke kennis van het bijbehorende lichaam of ding: het is het idee dat behoort bij dat lichaam of ding. [Echter uit zichzelf ‘weet’ het dat niet, gezien het feit dat het gevormd is onafhankelijk van het ding].

Het objectieve idee (ontstaat uit de idea Dei) is de kennis/het weten dat dit (deze verbondenheid) het geval is. Het ‘objectieve idee’ drukt het weten uit dat dit formeel gevormde idee van dit ding of lichaam is, dat het daarmee een eenheid vormt, d.w.z. dat dit ding het OBJECT is van dat idee.

De inhoud van beide ideeën is dus volstrekt verschillend. Nogmaals:

Het formele idee bevat de inhoudelijke kennis van het bijbehorende ding.

Het objectieve idee weet van het één-ding-zijn van object x en idee y.

Het is de idea Dei die begrijpt dat deze formele idee bij dat corresponderende ding/lichaam behoort, daarmee één geheel uitmaakt; en dat begrijpen (van de idea Dei) is/vormt de objectieve idee. Het is dus de objectieve idee die maakt dat het formeel idee het ‘idee van’ dit lichaam is. Maar de objectieve idee is zelf niet de inhoud van die kennis. De functie van het objectieve idee is dat bij elkaar brengen – het weten van het bijeen horen. [Zie ook noot 7, noot 6 en noot 5].

Hiermee heeft Spinoza bereikt dat de kloof die vanwege de causale en conceptuele barrière tussen de attributen (1/10) derhalve ook tussen de dingen en ideeën bestaat die los of onafhankelijk van elkaar uit de attributen volgen, wanneer ze volgens dezelfde orde en verband geproduceerd werden, door de idea Dei begrepen worden als noodzakelijk bij elkaar horend: dat ze samen één ding uitmaken. Dat is de functie en de prestatie van de idea Dei. Nu kan Spinoza z’n betoog over de menselijke geest verder ontwikkelen.

Hiermee heb ik ook geantwoord op de vraag van Ed op het vorige blog: “Maar verandert dat nu iets aan de functie of de werking van de 'idee van God'?” Nee, daaraan verandert niets. Maar het is uiteraard wel wenselijk om ook een zo juist mogelijk zicht op de inrichting van Spinoza’s filosofische stelsel te hebben.


[i] Bij het nadenken hebben uitlatingen van Henk Keizer mij geprikkeld én gestimuleerd. Ik verwerk mijn reacties op die uitlatingen vooral in eindnoten en zo min mogelijk in de tekst van het blog zelf, daar dat anders te verwarrend zou worden. De materie is al ingewikkeld genoeg.

  

[ii] Je moet uiteraard proberen te begrijpen hoe het komt, hoe het kan dat de objectieve ideeën volgen uit de idea Dei (en daar hun aard aan ontlenen, n.l. “objectief-zijn” wat dat is wordt hopelijk in het vervolg duidelijk).

  

[iii] En ja, hiermee behoudt de idea Dei de centrale rol die het altijd al in mijn lezing had… Hét ankerpunt van begrijpen was voor mij altijd én blijft: wil de idea Dei de ideeën als objectief begrijpen, dan moet het beschikken over de formele ideeën.

  

[iv] Wie zegt: “De idea Dei begrijpt alleen het wezen van God, meer niet,” moet zich afvragen waarop die bewering gebaseerd is. En zou zich serieus moeten proberen in te denken in de hier voorgestelde interpretatie.

  

[v] Het formele idee 'wist' dat nog niet, want kan alleen uit het attribuut denken begrepen worden. Riskant vind ik het te zeggen “dat de objectieve idee het corresponderende ding kent/begrijpt, wat de formele idee niet doet.” Het objectieve idee heeft zelf geen inhoud, ziet alleen in dat idee y bij ding x hoort. Vanaf dan vormt het oorspronkelijk formele idee de kennisinhoud van het bijbehorende lichaam. Zie ook de volgende noot.

  

[vi] Wie stelt dat “de essentie van de objectieve idee is dat het corresponderende lichaam gekend wordt”, heeft niet te pakken wat er werkelijk speelt: n.l. het via inzien maken dat het ding tot object van het (formele) idee wordt, d.w.z. deze te kennen als bijeen horend. De kennis van het ding komt niet van het objectieve idee, maar lag opgesloten in de formele idee. De begrippen ‘object’ en ‘inhoud’ mogen hier niet zomaar gekoppeld worden. Het is een grove misvatting als gemeend wordt dat de inhoudelijke kennis die het idee van dit ding IS, afkomstig zou zijn van de objectieve idee en niet door de wijze waarop het idee formeel gevormd is (uit andere ideeën etc.). Wie dat beweert, heeft volstrekt geen idee hoe Spinoza adequate ideeën ziet; anders gezegd hoe ideeën alle wezenlijke eigenschappen of intrinsieke benoemingen van een waar idee bevatten (los van de relatie met het object beschouwd): via de hele reeks van causaal voorafgaande ideeën. Dát bepaalt de inhoud van een idee – niet de zgn. ‘objectieve idee’.

  

[vii] Het is verwarrend om te spreken over “het formele aspect van een idee en het objectieve aspect van een idee.” Deze manier van uitdrukken verhoogt de duidelijkheid niet. Ook John Morrison gooide met zijn herhaalde bewering, "For every thing, there is an idea that thinks about it (E2p3)" goed beschouwd ook alles ongenuanceerd op een hoop. Het is van groot belang om een goed zicht te krijgen op wat met ‘formele ideeën’ en wat met ‘objectieve ideeën’ precies bedoeld wordt. Dat wordt in het blog behandeld.

Nogmaals gezegd: vanaf dat de idea Dei d.m.v. het objectieve idee dat het vormde de eenheid van object x en idee y heeft begrepen (vastgesteld heeft dat het ding object van het bijbehorende idee is), kan voortaan gezegd worden dat een idee van een lichaam is.

  

[viii] En nog even voor de duidelijkheid: in 2/7c zegt Spinoza goed beschouwd drie dingen:

alle dingen in God die formaliter volgen uit de oneindige natuur van God,

d.w.z. enerzijds dingen, ontstaan in dezelfde orde en hetzelfde verband

alsook formele ideeën, ontstaan in dezelfde orde en hetzelfde verband; en ook

de objectieve ideeën die voortkomen uit de idee van God doen dat in dezelfde orde en hetzelfde verband.

  

[ix] In het verleden heb ik in discussie met Henk Keizer wel geprotesteerd dat hij de ideeën leek te ‘verdubbelen’. In dit blog maak ik duidelijk dat het om twee geheel verschillende typen ideeën gaat.

Reacties

Ik schreef aan Stan: 'Dit had ik niet meer voor mogelijk gehouden. Wat een doorbraak.' Gedeeltelijk (!) blijkt dit nu te vroeg gejuicht. Onder het nieuw verworven inzicht blijven oude reflexen werkzaam. Ik ben het met bijna niets eens van wat Stan nu schrijft. Maar ik ga niet weer discussiëren tot er bloed vloeit.

De 'idee van God' is eenvoudigweg de vervanger van het attribuut voor zover het het ontstaan van de objectieve kant van ideeën betreft. De objectieve kant van een idee is de idee voor zover ze betrekking heeft op een object, bijv. een lichaam. De objectieve kant van een idee kan niet volgen uit het attribuut vanwege de conceptuele onafhankelijkheid van attributen. Daarvoor (o.a.) heeft Spinoza de idee van God uitgevonden. Nu volgt de formele kant van ideeën (de vorm) uit het attribuut en de objectieve kant (de inhoud) uit de idee van God. In 2/7c worden de formele kant (de vorm) en de objectieve kant van ideeën (de inhoud) samengevoegd tot integrale ideeën van objecten, zoals we die vinden in 2/11 en 2/13 voor de menselijke geest. Moeilijker moeten we het niet willen maken.

Deze reactie is wel erg snel, Henk. Je kunt het blog niet echt tot je hebben laten doordringen. Wilde dat blijkbaar niet. Kortom, je blijft vasthouden aan oude reflexen en bent niet tot heroverwegen bereidt.
Hoe VERZIN je het: 'idee van God' is eenvoudigweg de vervanger van het attribuut.
Je grootste gotspe is wel de objectieve kant "de inhoud" te geven en het formele idee van elke inhoud te ontdoen. Wat kan in 's hemelsnaam de 'vorm van een idee' zonder inhoud zijn? Je fout is dat je OBJECT gelijkstelt aan INHOUD - past geheel niet bij Spinoza.

“De objectieve kant van een idee is de idee voor zover ze betrekking heeft op een object, bijv. een lichaam. De objectieve kant van een idee kan niet volgen uit het attribuut vanwege de conceptuele onafhankelijkheid van attributen.”

Maar het idee heeft toch ook een ‘object’ in haarzelf, niet alleen in de Uitgebreidheid!
Zie E2def4, “Onder adequate idee versta ik een idee, die voorzover zij op zichzelf, zonder betrekking tot haar voorwerp wordt beschouwd, alle intrinsieke kenmerken van een ware idee heeft.”
Zonder ‘betrekking tot haar voorwerp in de uitgebreidheid’.

Pierre Macherey leest 2/7c als volgt. “The key to the new reasoning that Spinoza introduces into philosophy is the thesis of the identity of the attributes in substance, in which they are unified at the same time as they remain really distinct. This unity is expressed in an well-known proposition: ‘the order and the connection of ideas are the same as the order and the connections of things.’ This proposition is often interpreted as if it forms a relationship of agreement between everything that depends on thought and on extension. Such an interpretation is inadmissible. In effect, if in this statement the word ‘ideas’ designates the modes of the attribute of thought, the word ‘things’ absolutely does not, in a restrictive way, designate the modes of the attribute of extension but the modes of all the attributes, whatever they are, including thought itself: ideas are just as much ‘things’ as some other affection of substance, whatever it may be. The proposition thus signifies that everything, that is included in an attribute, that is any form of being, whatever it is, is identical to that which is included in all the other attributes, exactly in the same manner that it is identical to itself.”
Hegel or Spinoza, Engelse versie blz 106.

Ed, ook jij lijkt ‘object’ met 'inhoud' gelijk te stellen? Al zet je het dan tussen aanhalingstekens. Ja, een adequate idee heeft ware inhoud, voortgekomen uit de andere adequate ideeën die het veroorzaakten (alles los gezien van de voorwerpen).

Je bent kennelijk verliefd op dat Macherey-citaat? Je bracht het ook op 25-07-2016 @ 11:07 op het blog
http://spinoza.blogse.nl/log/spinozas-god-en-zijn-idee-van-god.html

Macherey haalt overigens wel erg veel uit 2/7 dat m.i. niet 'parallelle processen', maar slechts één veroorzakingsproces poneert voor al het gebeuren in alle attributen. De identiteit in 2/7 slaat alleen daarop: op het activiteits- of productieproces niet op de attributen, die blijven verschillende modi produceren, maar inderdaad alle in dezelfde (identieke) orde en verband.

Ed, even dacht ik wow, maar ik denk dat Spinoza het in 2def4 over een 'complete' idee heeft. Hij laat de betrekking tot het object buiten beschouwing. Eerlijk gezegd weet ik niet wat Spinoza precies bedoelt met de 'eigenschappen of intrinsieke denominaties' van de ware idee. Ooit las ik ergens iets waarvan ik dacht: o ja dat is het, maar ik weet het niet meer. Wat het in elk geval niet is, denk ik, is 'een ander object in zichzelf'. Het gaat om kenmerken, eigenschappen die ze heeft als ware idee van een object, die ze heeft als het object buiten beschouwing wordt gelaten. Meer zou ik er niet over weten te zeggen.

Ed(vervolg), je kunt je afvragen of daarmee het formele aspect van een ware idee wordt bedoeld, maar ik weet het niet.

Ed, nu ik er over nadenk, denk ik dat het heel goed de vormkenmerken van een ware idee kunnen zijn, ofwel het formele aspect van een ware idee.

Het object van een idee is haar inhoud, niet een object ergens in de uitgebreidheid.

En dat object in de idee wordt inderdaad gekenmerkt door haar vorm, Spinoza hamert er duidelijk op in de ‘Verhandeling ter verbetering…’ Deze vorm noemde ik ooit op dit blog ‘de idee van de idee’ maar dat kreeg veel weerstand. De idee van de idee werd toen alleen gezien als kennis hebben van die idee.
Door de ‘Verhandeling…’ heb ik te lang op die manier gezocht naar de vorm van een adequate idee, of anders gezegd, naar de structuur van adequaatheid. Spinoza kwam er zelf niet uit en in de Ethica verschuift zijn aandacht daarom naar de gemeenschappelijke noties, de common notions.
Wij kunnen een ‘werkelijk bestaand bijzonder iets’ (E2,11) niet adequaat kennen, dat is het verschil tussen een idee zijn en een idee hebben. Maar we kunnen wel het gezamenlijke, de kracht tussen mij en dat bijzonder iets, ervaren en adequaat begrijpen. Zo verschuift een idee hebben naar een idee zijn.
Aandacht voor het vormelijke van de idee verschuift naar de kracht van de idee.

Wat denken jullie?

Ed, vanwege je stellige stelling "Het object van een idee is haar inhoud," kan ik in het licht van het geschrevene in dit blog hier niet op ingaan. Dit verhoogt de duidelijkheid niet t.a.v. wat hier aan de orde was. Ik wacht je eventuele nadere onderbouwing vanuit Spinoza af.

Ed, daar een verdere reactie van jou uitbleef, schreef ik een Open brief aan je over dit onderwerp.

http://spinoza.blogse.nl/log/open-brief-aan-ed-over-spinozas-idee-begrippen.html