Herinterpretatie van de idea Dei [1]

Vele jaren is het hier op dit Spinoza-blog gegaan over de idea Dei en de betekenis ervan in Spinoza’s systeem. Vele blogs werden door mij gewijd ofwel aan de idea Dei zelf ofwel aan zaken die ermee samenhangen (zoals formele en objectieve ideeën, eenheid/identiteit van idee en haar object ofwel van het idea en haar ideatum, over “waar de inhoud van het idee” te vinden is: in het formele of het objectieve idee? En zo meer).

Hét kenmerk van die blogs was verder dat ze vele reacties kregen en wel voornamelijk van Henk Keizer. Wij verschilden (verschillen) over veel van mening, maar het hoofdpunt van ons verschil zat ‘m in het verstaan van de idea Dei. Door al die jaren heen was een constante in mijn lezing dat ik de propositie van Ethica 2/3 las als een propositie over één idee [“In God bestaat noodzakelijk een idee van zijn wezen en van alles wat uit dat wezen volgt.”]. Ik liet mij in mijn lezing van 2/3 leiden door het feit dat daar staat “idea” in enkelvoud en niet in meervoud ”ideae”. En dit was, zoals ik het zag, het (gemengde/samengestelde) idee waarvan in de volgende stelling 2/4 gesteld werd dat het om de idea Dei ging, waarvan verder gezegd werd dat het één=uniek is en dat er oneindig veel op oneindig veel manieren uit volgt; daarmee moesten dus de 'objectieve ideeën' bedoeld zijn waarover we in de volgende stellingen 2/7c en 2/7s lezen. Ik zag dus in 2/3 de idea Dei – zeg – ‘geformeerd’ worden en in 2/4 de objectieve ideeën.

Henk Keizer verzette zich tegen deze lezing: voor hem kon de idea Dei louter en alleen de idee van Gods wezen zijn – de God zoals gedefinieerd in 1/Def6, waarnaar in het bewijs van 2/4 via terugverwijzing naar 1/14 verwezen werd. Henk kon mij niet van zijn lezing overtuigen d.w.z. mij niet van mijn lezing afbrengen en hij hield zelfs op met nog dit blog te bezoeken, laat staan te reageren.

Mijn laatste blog over deze zaak van 11 juli 2016, "Spinoza's God en zijn idee van God", was een tamelijk vernuftige, ja ingenieuze poging (al zeg ik het zelf) om van mijn kant nog eens de redelijkheid en betekenisvolheid van mijn lezing te beargumenteren. Ik wilde daarin laten zien dat de idea Dei heel goed de idee van de God kon zijn zoals hij in werkelijkheid bestaat: namelijk van zijn wezen inclusief alles wat uit dat wezen volgt, daar dat ‘volgen’ immanent geschiedt – alles wat uit God volgt blijft immers in God. Daar ik dat blog vooral met het oog op Henk geschreven had, maar hij niet reageerde (waaraan ik kon zien dat hij inderdaad dit blog niet meer bezocht) heb ik hem erop geattendeerd. En zie op 24 juli kwam hij met een uitgebreide reactie. En weer laaide, daar we elkaar niet konden overtuigen,  ons meningsverschil in vervolgreacties hoog op. Dit ging zo door tot 28-07-2016 toen blogse.nl verdere reacties niet meer onder ‘Laatste reacties” toonde. Ik had er eigenlijk wel de brui aan willen geven, maar Henk ging via de e-mail door en kwam met een uitgebreid systematisch stuk in bijlage, waarop ik weer reageerde.

Tot ik eindelijk op 2 augustus mij liet overtuigen door een argument van Henk, n.l. dat ik “het idee” van 2/3 niet mocht lezen als een ‘nieuw’ formeel idee, alle ‘formele ideeën waren gevormd rechtstreeks uit de attributen. Nee, dat ik nu eens moest zien dat ´t daar om een ander type idee ging n.l. een idee met een object en dat daar dus zowel het idee van Gods wezen als de objectieve ideeën van alle dingen geponeerd werden.

Dit argument, gevoegd bij de wel 7 keren dat John Morrison, over wie ik recent weer een blog had, onder verwijzing naar 2/3 stelde "For every thing, there is an idea that thinks about it (E2p3)", deed mij overstag gaan. Eindelijk dus ging ik erin mee dat in 2/3 naast de idee van Gods wezen, de objectieve ideeën geponeerd werden. En als je het eenmaal zó ziet, kan niet nog eens vervolgens door “het idee” dat in God is volgens 2/3 (gelezen als idea Dei) de objectivering geschieden in 2/4. Kortom, 2/3 betoogt het objectieve idee van Gods wezen én - daarnaast - de objectieve ideeën van alles wat uit Gods wezen volgt (d.w.z. van alle dingen die formeel uit de attributen en de formele ideeën die uit het attribuut Denken volgen). Ik moest Henk Keizer dus na vele jaren én gelijk geven dat de idea Dei alleen kon duiden op de idee van Gods wezen én dat de objectivering in 2/3 en niet pas in 2/4 geponeerd werd.

Als je met deze voor mij dus nieuwe lezing meegaat, wil dat nog niet zeggen dat alles meteen en eenvoudig te begrijpen is en op z´n plaats valt. Uit voortgezette discussie weet ik nu al dat ik met hoe ik de stellingen van 2/3 t/m 2/7s in dit ´nieuwe licht´ begrijp, Henk het nog steeds niet met mij eens is.

In een volgend blog ga ik verder in op die nieuwe interpretatie.

Reacties

Okee, mooi dat inzicht van 2/3 en 2/4.
Maar verandert dat nu iets aan de functie of de werking van de 'idee van God'?

Ed, Er staat [1] boven het blog dat eindigt met: "In een volgend blog ga ik verder in op die nieuwe interpretatie." Niemand kan alles tegelijk zeggen - we zijn eindige wezens die leven in de tijd.

Oeps, even niet gezien.
Ben benieuwd en bij dat je blog terug actief is.