Grepen uit de jaarvergadering 2013 van de VHS

Gisteren, zaterdag 1 juni 2013, werd de ledenvergadering van de Vereniging Het Spinozahuis gehouden in De Roskam in Katwijk aan de Rijn waarvan het programma in dit blog te zien is. De vergadering werd in plaats van door prof. dr. Wiep van Bunge, voorgezeten door het bestuurslid prof. mr. J.L.M. Gribnau, dit vanwege het als een donderslag binnenkomend bericht dat Van Bunge met onmiddellijke ingang wegens privéomstandigheden zijn voorzitterschap heeft neergelegd. Hij was ook niet meer bij deze vergadering aanwezig, zodat er geen gelegenheid was om hem te danken voor zijn werk voor de vereniging. Wel memoreerde Hans Gribnau, de ad-hoc voorzitter, in een paar woorden de grote en deskundige bijdragen van deze “gedroomde voorzitter”, wat met een luid en hartelijk applaus door de leden werd onderstreept. Dit zal door het bestuur (en – wie weet - via dit blog) aan hem worden overgebracht.

De eerste lezing werd gegeven door dr. Andrea Sangiacomo. Deze foto geeft een indruk van de volte van de bovenzaal in De Roskam die geen positie mogelijk maakte, waarin ongeveer alle – zeker meer dan 75 – aanwezigen konden worden gefotografeerd.

dr. Andrea SangiacomoAan de hand van een reeks teksten uit de briefwisseling tussen Spinoza en Willem van Blijenbergh, liet hij zien hoe de vragen die de laatste opwierp Spinoza eigenlijk in een moeilijk parket brachten. Van Blijenberg bleef maar doorvragen hoe het mogelijk was dat privatie alleen maar met ons oordeel te maken had, dat er in de essentie van de Adam van voor en van na de bekende daad, geen wijziging kwam, dat – zoals Spinoza hem antwoordde – hij geen overgang erkende van de ene naar een andere essentie.

Ik hoop t.z.t. in de gepubliceerde lezing (want het viel velen best zwaar het vlotte maar Italiaanse Engels van de spreker goed te volgen) nog eens goed te kunnen nalezen hoe wellicht juist door deze discussie Spinoza ertoe gebracht is in de Ethica, waarmee hij toen al bezig was, de theorie van de conatus te ontwikkelen, waarbij er wél plaats was voor de overgang van een wezen naar een grotere of geringere perfectie. Blijkbaar had Van Blijenberg een punt en heeft hij Spinoza op gedachten gebracht. Hiermee hechtte Sangiacomo een groter belang aan deze briefwisseling dan meestal wordt gedaan.

Uit de huishoudelijke vergadering heb ik hierboven het belangrijkste, de mededeling over het terugtreden van de voorzitter, al gememoreerd.

emeritus prof. dr. Herman De DijnDaarna gaf emeritus prof. dr. Herman De Dijn een interessante lezing over – globaal gezien tijdgenoten - Galileï en Spinoza, een onderwerp waarmee hij zich de laatste jaren meer heeft bezig gehouden. In tegenstelling tot wat sommige Galileï-geleerden beweren, n.l. dat Galileï dé heraut is van de moderne tijd en de verdediger van de vrijheid van denken en van de wetenschap, benadrukt De Dijn dat dit – in het licht van de volstrekte secularisering van de kennis zonder meer waarbij niemand zich meer iets aantrekt van wat de theologie van iets vind – eigenlijk alleen en zeker met méér reden van Spinoza kan worden gezegd.

Want Galileï kon zich niet losmaken van de vraag wat de wetenschappelijke kennis betekende voor onze kennis van God. Hij deed z’n best de wereld van de rede en die van het geloof in een transcendente God te verzoenen; en volgens Galileï is er uiteindelijk geen tegenstelling tussen rede en geloof (ratio et fides). Hij is wat heet een concordist: iemand voor wie de bijbel niet in tegenspraak is met de wetenschap.

Spinoza denkt radicaal anders. Voor hem is er maar één waarheid en dat is die van de filosofie. Bij Spinoza is religie een natuurlijk fenomeen; meer niet. En hij vindt de religio opnieuw uit die een bepaalde vorm van leven is op basis van een soort kennis die voorbij de ratio gaat (de scientia intuitiva). Ook hier geldt: zeker de moeite waard om er over een jaar de dan in de Mededelingen-reeks gedrukte lezing nog eens op na te lezen.

Stan Verdult

Reacties

Bedankt Stan, voor het snelle en volledige verslag. Ik ben er dit jaar niet geraakt, misschien volgend jaar wel weer. De opkomst was blijkbaar behoorlijk. Was er ook wat meer jeugd aanwezig dan de vorige jaren?

Mark,
Er was "jeugd", maar in bescheiden aantal. Ik heb niet op een verschil met vorige jaren gelet. Ik zou zeggen: kom volgend jaar - en laten we dan in levenden lijve kennis maken.

Ok Stan, ik aanvaard met plezier je uitnodiging.