God & Natuur of toch God, oftewel de Natuur? [3]

Zoals ik in het vorige blog over het boek van Wim Lintsen, God & Natuur. Avontuurlijke dialogen op het grensvlak van wetenschap en religie [2010] schreef, komt in het “Woord tot slot” de auteur als het ware uit de kast als (min of meer toch) Spinozist. Na een passage over wetenschappelijke ‘waarheid’ die door elke geïnteresseerde zoeker naar zin getransformeerd kan worden in religieuze ‘waarde’, gaat hij aldus verder:

“Analoog hieraan speelt de kwestie van de Rede versus het Geloof. Zolang het oude begrip 'waarheid' opspeelt, blijven rede en geloof inderdaad tegenover elkaar staan. Zodra we echter gaan werken met 'waarheid' en 'waarde', kan er een wederzijds begrip ontstaan tussen wetenschap en religie. Rede en geloof verwijzen naar centrale praktijken en toepassingen van intellectuele en emotionele vaardigheden. Enerzijds het redelijke, logische, wiskundige denken en anderzijds het christelijke, theologische, spirituele voelen. Zelf word ik in mijn denken geïnspireerd door Spinoza's filosofie. Deze filosoof uit de zeventiende eeuw maakte zich sterk voor de Rede, maar betoonde tevens zijn respect voor een universele religie waarin mensen naastenliefde en rechtvaardigheid beoefenden in gehoorzaamheid aan een religieuze God.

Zijn belangstelling ging echter vooral uit naar de relatie tussen een filosofische God en de werking van ons verstand. Niet 'wij' verkrijgen begrip voor de Natuur, maar 'iets in ons' dat werkt als een directe uitdrukking van de geest van God, namelijk de Rede. Voor Spinoza was 'begrijpen' niet iets dat wij zelf doen. We begrijpen pas iets wanneer wij als het ware de stem van God in ons laten spreken. Zodra wij de natuur met ons heldere verstand, d.w.z. met onze rede begrijpen, worden wij in onze geest op de een of andere manier transparant voor de werking van de Natuur. Onze geest wordt dan niet meer in beslag genomen door voorwerpen die ons beïnvloeden en beperken (de oorzaken van onze emoties), maar zij vloeit samen met de structuur van de natuur, met Gods denken zelf. Aldus wordt de Natuur transparant voor ons en wel als volgt. De Rede zorgt er voor dat wij perfect kunnen inhaken op de gedachten van God. En aangezien de gedachten van God de logische structuur van de werkelijkheid weergeven, lost onze geest die vervuld is van deze goddelijke gedachten, alle mysteries van de natuur op. De natuur wordt nu doorzichtig en helder; zij legt haar geheimen af. De kracht van de Rede is dus niet de kracht van de mens, maar de kracht van God. Volgens Spinoza bezit de mens een rede waarmee hij God helder en duidelijk kan begrijpen. Dat wil zeggen, God maakt zichzelf volkomen begrijpelijk in en door de (zijn) Rede. Hij openbaart zichzelf via de Rede. En de mens heeft het bijzondere voorrecht deel te kunnen nemen aan en te kunnen werken met die (goddelijke) Rede. Hij voelt in zijn wetenschappelijk werk of in de analyse van zijn menselijke natuur, hoe hij gedreven wordt door een sterk verlangen naar inzicht. Een inzicht dat hem grote vreugde en bevrediging brengt. Aldus kan Spinoza het menselijke begripsproces ook in emotionele termen beschrijven. De kennis die wij van God verwerven, gaat gepaard met een intellectuele liefde van God, de beroemde amor Dei intellectualis. Het is de begrijpende, redelijke liefde voor een Natuur die almaar transparanter wordt; en tevens is het een liefde die onszelf transparant maakt als redelijk onderdeel van de Natuur.

God symboliseert daarmee voor Spinoza tevens een oproep. God roept ons als het ware op om zijn Natuur zo goed mogelijk te begrijpen via onze eigen natuur. Immers, God liefhebben betekent zijn werk liefhebben en dat kan alleen via de Rede. Dus moeten we proberen waar mogelijk onze rede te ontwikkelen, m.a.w. ons verstand te 'programmeren' conform God's Rede. Wat niet begrepen kan worden met de Rede, hoort niet tot de Natuur als zodanig. Het onbegrepene is in feite God onwaardig, want voor God als een volstrekt oneindig wezen blijft niets geheim of verborgen. Dat betekent tevens dat het bovennatuurlijke en het mysterieuze niet bestaan, wat de theologen en mystici ook mogen beweren. God is wat hij is in zijn Natuur. Daar ligt zijn grootheid, niet daarbuiten. God is voor Spinoza geen mysterie, maar de heldere grond van al het bestaan.

Dit betoog van Spinoza om de Rede te begrijpen als de stem Gods, heeft voor veel verwarring gezorgd in de westerse geschiedenis. Al direct na verschijning van de Ethica werd hij uitgemaakt voor atheïst. Hij loochende namelijk, zo dacht men, de God van het geloof. En op het eerste gezicht klopt dat ook; Spinoza's God is een filosofische God die op gelijke voet staat met de Natuur, en deze God is natuurlijk niet de God van het christelijke geloof, die juist ver boven de natuur staat. De verwarring kan echter snel worden opgeheven wanneer we Spinoza's filosofische God aanduiden met ‘Natuur'. Daardoor kan het woord 'God' nu worden gereserveerd puur voor religieus gebruik. Kijken we met deze bril naar Spinoza, dan zien we dat hij wel degelijk oog had voor de God van de gelovigen, zij het op een kritische manier.' Spinoza was realist en utilist; hij beoordeelde de religie op haar bijdrage aan veiligheid en vrede. Het feit dat religie in zijn tijd voor veel onrust zorgde, stemde hem droevig. Hij zag vooral de risico's van ontoelaatbare godsbeelden die mensen tot fanatici maakten. Het woord 'God' had in zijn ogen een negatieve klank omdat het verbonden was met het religieuze bijgeloof dat in zijn tijd welig tierde, en daarom probeerde hij er alsnog een positieve klank aan te geven via de filosofie.

Spinoza's zorgen zijn niet meer van deze tijd. Onze democratieën functioneren mede op basis van een scheiding tussen kerk en staat. Deze scheiding heeft ook gezorgd voor een scheiding tussen filosofie en wetenschap enerzijds en theologie en religie anderzijds. In het domein van de wetenschap speelt de Natuur een centrale rol, in het domein van de religie is een centrale rol weggelegd voor God. De scheiding tussen wetenschap en religie is een scheiding die zorgt voor rust. De wetenschap heeft tot taak de natuur te onderzoeken en met haar kennis nuttige technologieën te ontwikkelen. De taak van de religie is mensen te helpen in hun zoektocht naar zingeving en spiritualiteit. Op het eerste gezicht zijn dit twee geheel verschillende taken, de een gericht op feiten, de ander gericht op gevoelens. En het is nuttig om het onderscheid tussen deze taken goed in de gaten te houden.”

                                   Tot zover Wim Lintsen.

Een mooie tekst, die ik graag overneem. Ik heb de passage waarvoor ik toestemming had, nog met twee alinea’s uitgebreid, juist met het oog op de recente discussie in dit blog over of Spinoza nu als atheïst of theïst gezien kan worden. Lintsen ziet Natuur en God als aparte domeinen.  

Aan zijn beschouwing over de relatie mens en God wil ik nog toevoegen: dat in ons, in onze conatus God werkt (die kracht hebben we van God of de Natuur) en dat in ons God begrijpt en dat God zich in en via ons zelf liefheeft, allemaal waar, maar dat je uiteindelijk daarmee volgens Spinoza ook een ZELF wordt: begrijpen doe je zelf (jij bent het die iets begrijpt, daartoe in staat gesteld door de denkkracht en -conatus die je kreeg); via begrijpen en het leiden van een rationeel leven, word je meer jezelf en a.h.w. autonoom. Dat hoeven we niet te verdoezelen. Er ís in ons ruimte tot/voor  Selbigkeit.

                                   * * * ter informatie * * *

Wim Lintsen is bezig met een nieuw boek, Spinoza & de liefde van de Natuur, dat komend najaar zal verschijnen, niet meer als een papieren boek, maar als een e-book.

Ook gaat hij weer aan de slag met een ASK-studiegroep (inmiddels 19 leden), waarvan een aantal leden al afgelopen jaar zijn commentaar bij de emotieleer heeft gevolgd. De eerste drie bijeenkomsten zal hij nogmaals maar beknopt de emotieleer uit Ethica deel 3 behandelen. Voor de oude leden is het een opfrissing van de stof, voor de nieuwe leden is het wel even hard studeren. Maar in drie bijeenkomsten is het goed te doen, zeker als men al wat ingevoerd is in de Ethica. In de volgende vijf bijeenkomsten ga ik dan het godsbegrip, de relatie lichaam-geest, het goede leven, de vrije mens en de verstandelijke liefde tot God behandelen.

Aanvulling 8 aug. 2012

In het kader van de blogs over dit boek, leek 't mij aardig te wijzen op de bespreking op NDPR door Derek Turner van het boek van Robert J. Asher, Evolution and Belief: Confessions of a Religious Paleontologist, Cambridge University Press, 2012,

In het verlengde van Michael Ruse ('has in 2000 argued that one can be an evolutionist and a theist without contradiction') is ook Robert J. Asher een 'accommodationist' die wetenschap en theïsme samen ziet gaan. De reviewer laat zien hoe dat tot zo vergaande aanpassingen kan leiden dat het 'theïsme" almaar meer moet inkrimpen.

"Science, he argues, is religiously neutral to the extent that it is governed by methodological naturalism, the rule that "one should not use supernatural phenomena to explain causation in the natural world" (p. 15). He stresses that "understanding how evolution works does not address the potential 'who' or 'why' behind it" (p. xxiii). Science should restrict its focus to questions about how things work, or as Asher puts it, to questions about cause. Religion should limit itself to questions about who if anyone is behind those things, and what if anything those things ultimately mean. Religion, as he puts it, should restrict its focus to questions about supernatural agency."

Reviewer laat zien hoe moeilijk het is om Stephen Jay Gould's view that science and religion are "non-overlapping magisteria" uit elkaar te houden en niet toch vanuit het ene op het andere 'magisterium' te reageren op een niet verantwoorde manier.

Reacties

Info toegevoegd.