Filosofie uit waanzin: de openbaring van een waanzinnige profeet [3] een slotevaluatie

Mijn bespreking van het boek van Wouter Kusters, Filosofie van de waanzin, [cf. en cf.] wil ik afsluiten met een korte analyse van hoe zijn boek als “openbaring en profetie” te interpreteren. Openbaring en profetendom zijn immers centrale termen waarmee Kusters veel schermt: profetendom en openbaring zijn bij hem bepaald niet uit de lucht – het boek staat er vol mee. En juist de claim van profetie vormt immers een ferme uitdaging voor hermeneutiek. Dat lijkt erom te vragen zijn boek op dit punt vanuit Spinoza’s Tractatus Theologico-politicus [TTP] te evalueren. Dat zal ik slechts heel bescheiden doen. De openbarings- en profetieclaim van Kusters, lijkt niet echt op die welke vroegere theologen behandelden en waarop Spinoza dus zijn andere versie losliet.

Wouter Kusters lijkt hier en daar toch wel enigszins door die oude theologen beïnvloed en lijkt soms a.h.w. zichzelf als het gereedschap te zien waarmee hij ons de openbaring van zijn waanzin brengt. En zo heeft hij tevens ook veel weg van hoe de christelijke orthodoxie openbaring zag: waarbij namelijk de auteur gezien werd als het instrument (de pen) van de goddelijke openbaring, waarvan hij de vertolker is (de letterlijke betekenis van profeet). God werd dan gezien als de eigenlijke auteur. Zijn openbaringen lijken Kusters te overkomen en zo lijkt hij de plaatsvervangende spreker namens iets anders of diepers. Die schijn heeft zijn boek toch hier en daar.

Hier en daar lijkt Wouter Kusters ons en vooral zichzelf in zijn boek over de waanzin een beetje terug te brengen in de Middeleeuwen. In die eeuwen, aldus is te ontlenen aan Leo Strauss’s Persecution and the Art of Writing, gold de aanname van geestelijke en morele superioriteit van de profetische auteur. Diens geest en diens even voortreffelijke verbeelding stonden er garant voor dat de filosofische en de ‘gewone’ alledaagse mening voortreffelijk konden samengaan; wat ook maakte dat ze goed begrepen werden, de profeten. Want de bedoelingen van de profetische auteurs en de betekenis van hun teksten vielen volkomen samen. De schrijver is dan ook niet per se de enige of zelfs beste uitlegger van zijn tekst, maar ook de deskundige hermeneut kan hetzelfde met gezag bereiken. Beiden komen in hun uitleg overeen – werken als ‘vanuit één geest.’

Maar, hoewel je hem op sommige passages aldus proeft, zoals ik hem hiervoor beschreef, Wouter Kusters is toch vooral een hedendaags filosoof en kind van deze tijd. Hij gaat mee met de dominante moderne ideeën inzake hermeneutiek en heeft dus weet van zijn eigen inbreng en handelwijze in deze. En dat betekent dat hij het besef heeft dat de oprechte bedoelingen en de spontaneïteit van de auteur zelf de bron vormen van zijn 'openbaring'; dat hij geleid wordt door zijn eigen intuïtie over hoe het universum in elkaar steekt en niet door iets daarbuiten. En zo ontstaat er weer ruimte voor hermeneuten om de ‘diepere’ en tijdloze waarde van zijn tekst te duiden, waarvan de auteur zelf eventueel geen weet hoeft te hebben.

In al deze verschillende zienswijzen over profetie en hermeneutiek wordt ervan uitgegaan dat de auteur en zijn lezer geestverwanten zijn. Waar dat niet het geval is (ikzelf heb mij tenslotte niet als zijn geestverwant gevoeld) wordt begrip moeilijk. Om naar een voorbeeld te verwijzen: zo hadden Spinoza en Willem van Blijenbergh moeite te communiceren, daar ze geen geestverwanten waren. Zo wijken ook ondergetekende en Wouter Kusters te veel van elkaar af wat betreft hun kijk op hoe de wereld en mensen daarin in elkaar steken. Dat verklaart dat ik wel bewondering voor de prestatie die hij leverde kan opbrengen, maar uiteindelijk afstand ervan neem en het boek zelfs als ‘gevaarlijk’ ervaar.

Reacties

Wij raken vandaag aan de zoom van de rokken van de Grote Trees; Avila; waar we het gebeente van de Kleine Trees; Lisieux; vorige week zijn gepasseerd zonder er acht op te slaan. Terug naar de middeleeuwen zal niet gaan, ook omdat het 21e eeuws toerisme naast overeenkomsten verschillen laat zien met de vroegere pelgrimage. Of de TTP van BdS daar een rol in heeft gespeeld laat ik maar even buiten beschouwing. In het boek van Wouter K. ben ik nog niet ver gevorderd want de verbeelding van de openbaringen in kerken en kathedralen onderweg leidt dagelijks af. Morgen naar Toledo; daar moet het wemelen van oude en nieuwe kabbalisten en nazaten van de waanzinnige Johanna. Voor een paar dagen kan dat niet veel kwaad. Alle gekheid op een stokje: het thema filosofie van de waanzin en de waanzin van de filosofie blijft fascineren. Als ik volgende week een tijdje rust vind (twee weken niet reizen en trekken) ga ik mij wijden aan de literatuur van Wouter K. en blijf ik op mijn tellen passen, ook aan de hand van de waarschuwingen en vingerwijzingen van Stan. Als ik er in slaag deze internetconnectie ook weer in Ptgal tot stand te brengen hoor je tzt weer wat van mijn leeservaringen. PS. De TP in de vertaling van Karel d'H zit nog in mijn tas (da's weer andere koek) Iberische groet uit het land van de Visigoten, ArisZ