Filosofie uit waanzin: de openbaring van een waanzinnige profeet [1]

Dit blog gaat over een boek dat ergens boven de aarde en onder de hemel blijft zweven, zo typeert de auteur zelf, Wouter Kusters, op blz. 661 zijn magnum opus: Filosofie van de waanzin [Lemniscaat, 2014], waarvoor hem in de Nacht van de Filosofie de Socratesbeker werd toegekend.

In het blog van 15 april 2015 waarin ik trachtte conclusies te trekken na mijn zoektocht over de vraag of Spinoza mysticus was, schreef ik: “Juist mede vanwege deze zoektocht naar begrijpen van Spinoza op dit punt, ben ik onlangs ook begonnen aan het boek van Wouter Kusters, Filosofie van de waanzin (2014) – ik ben toe aan het 4e en laatste deel en voorspel dat het in de Nacht van de Filosofie overmorgen de Socratesbeker toegekend zal krijgen (als een auteur die 2x kan krijgen, maar indien niet dan had de jury hem niet op de shortlist moeten zetten). In dat boek werkt hij breed de vergelijking uit tussen waanzin en mystiek én wil hij laten zien dat waanzin niet alleen als iets negatiefs, als doffe ellende en angst, maar ook als creatieve mogelijkheid kan worden ervaren die andere aspecten van het bestaan en van de wereld kan laten zien. Wellicht dat ik binnenkort over dat boek ga bloggen, hoewel het niet over Spinoza gaat.”

Het is een fascinerend, waanzinnig, onmogelijk en gevaarlijk boek. Dat zijn veel oordelen achtereen die ik in deze bespreking die ik over twee blogs verdeel, zal proberen duidelijk te maken.

Maar eerst over waarom een bespreking van een boek waarin Spinoza niet voorkomt op een blog over Spinoza? Spinoza en zijn filosofie, zijn kijk op de dingen, komt in dit boek niet voor. Waarom dat ontbreken vervelend is, zal later aan de orde komen. Toch valt Spinoza’s naam – ondanks dat die in de index ontbreekt – een drietal keren. Op blz. 291 beweert hij dat Spinoza worstelde met de idee dat je een deel van God bent en met de vraag ‘heeft God de mens geschapen?’ Op blz. 376 schrijft hij dat Spinoza net als Nicolaas van Cusa zou hebben beweerd dat ‘God een oneindige bol is waarvan het centrum overal is en de omtrek nergens is.” Iets dat Spinoza nooit gezegd heeft en in zijn filosofie ook niet heeft kunnen zeggen [zie hier een blog uit 2011 waaruit blijkt dat die uitspraak ver voor Cusa werd gedaan]. En in eindnoot 97 op blz. 721 lezen we dat in vroeger tijden pantheïsme reden genoeg was om verstoten te worden – of erger, wat Spinoza en Eckhart overkwam. Wat uit deze passages wel duidelijk wordt, is dat Kusters van Spinoza geen kaas gegeten heeft.

Voorts gebruikt hij nog vijfmaal een notie die algemeen en exclusief aan Spinoza toegeschreven wordt: sub specie aeternitatis (precies zo in het Latijn), zonder dat hij naar Spinoza verwijst (blz. 385, 432, 434, 435, 444). Hiermee hebben we Spinoza wat dit boek betreft wel gehad. Ik zal het verderop nog uitdrukkelijk over de opvallende en pijnlijke afwezigheid van Spinoza hebben.

Voor ik overga naar de eigenlijke bespreking in het volgende blog, haal ik hier, om de auteur en zijn boek nader voor te stellen, een video naar binnen waarin Wouter Kusters zijn boek presenteert én een interview dat met hem werd gehouden kort nadat hij de Socratesbeker ontving.