Ferd. Sassen over Spinoza en spinozisten

De priester en filosoof prof. dr. Ferd. Sassen (1894 - 1971) die, naar een schets van Siebe Thissen, "het wijsgerig leven het liefst beschouwde vanuit stromingen en stelsels",  en naar een andere schets van hem, vooral interesse had "in het wijsgerig gehalte van het filosofisch discours" en daarom minder over de beoefenaren van wijsbegeerte schreef, heeft aardig wat over Spinoza gepubliceerd en iets over de spinozisten. Toch is daarover in de biografische portretten op Wiki en in zijn korte biografie in het Biografisch Woordenboek van Nederland niets te vinden. Het "Kritisch Denkerslexicon" heeft - uiteraard zou je haast zeggen - niets over Sassen. Die losbladige uitgave heeft - typisch Nederlands - bijna uitsluitend aandacht voor buitenlandse denkers.*)

Volgend jaar is het 50 jaar geleden dat bij Elsevier Sassens Geschiedenis van de wijsbegeerte in Nederland tot het einde der negentiende eeuw verscheen, waarin twee grote paragrafen over Spinoza: in Hfst 2 Renaissance en Reformatie: § 3 Spinoza, aanhangers en bestrijders; in Hfst 4 De Negentiende Eeuw, § 7: De herleving van het Spinozisme. Dit boek is in z'n geheel gedigitaliseerd en opgenomen op DBNL.

Siebe Thissen heeft meermalen over Sassen geschreven en gaf in 1998 onder meer deze typering: "De voormalige hoogleraar Ferdinand Sassen (1894-1971) is een van de weinige filosofen die de geschiedenis van de wijsbegeerte in Nederland - tevens de titel van zijn hoofdwerk uit 1959 - tot speerpunt van zijn intellectuele interesse maakte. In feite schreef Sassen het enige bestaande naslagwerk over Nederlandse wijsgeren en hun filosofische preoccupaties." [hier]
Wel is Thissen van mening dat Sassen het spinozisme te academisch benaderde en het te weinig als een wisselwerking tussen een academische en een niet-academische filosofische traditie zag. Hoewel hij wel zag dat het spinozisme van de 19e eeuw vooral tot doel had "een wereldbeschouwing voor den modernen mens" te construeren. [hier]
Sassen typeerde de achtereenvolgende spinozistische periodes als: de propagandistische, de wereldbeschouwelijke en het geleerd spinozisme.

Wiep van Bunge [hoogleraar in de geschiedenis van de wijsbegeerte, decaan van de faculteit der wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam, en voorzitter van de Vereniging Het Spinozahuis] verwees in zijn toespraak tijdens de Spinozaherdenkingsbijeenkomst op zaterdag 24 november 2007  in Amsterdam enige malen naar Ferd. Sassen:  

"In het midden van de jaren zestig schreef de Leidse hoogleraar Ferdinand Sassen voor The Encyclopedia of Philosophy een korte schets van het wijsgerig klimaat in ons land, waarin hij liet zien hoe vooroorlogse stromingen als het neo-thomisme, het neo-kantianisme en het neo-hegelianisme na ’45 volledig waren verpieterd. Wie met zijn tijd meeging, zo schreef Sassen, werd existentialist, fenomenoloog of logisch positivist; ‘en Spinozisme,’ aldus Sassen, ‘verdween uit het wetenschappelijke veld’. 
Slechts een paar jaar later, in 1971, signaleerde dezelfde Sassen dat het ‘Nederlands spinozisme’ aan de vooravond stond van een renaissance.
" ¨toespraak hier te vinden op despinoza.nl

Sassen heeft zelf aan die heropleving een steentje bijgedragen.
Zijn Kerngedachten van Spinoza, dat hij na zijn emeritaat in 1964 samenstelde, waarin hij nog eens een samenvatting van leven en leer van Spinoza gaf en eigen vertalingen van gekozen teksten van Spinoza bood, verscheen in 1967 bij Romen & Zonen te Roermond. Het is altijd wel op internet voor minder dan 10 euro te vinden (b.v. bij boekwinkeltjes.nl). Zijn foto is van de achterflap van deze uitgave genomen.

Alle hier genoemd teksten over Spinoza van Sassen kunnen, zo is mijn ervaring, nog steeds heel goed benut worden voor het verstaan van Spinoza. Natuurlijk is er sindsdien veel secundaire literatuur verschenen (de biografie van Nadler, de boeken van Israel, de ontdekking van de betekenis van Van den Enden door Klever etc.), maar het blijft altijd een genoegen de toelichting te lezen van iemand die zich - zo is duidelijk merkbaar - werkelijk zeer in het werk van deze wijsgeer heeft verdiept.

Ik noem zijn vertaling van attribuut met 'wezenseigenschap'. En vooral zijn vertaling van ´pietas´ met ´plichtsbesef´ draagt beter tot het verstaan van de TTP bij dan Akkermans vertaling met ´vroomheid´.

Wel moet men in de gaten houden dat Spinoza gelezen en geïnterpreteerd wordt tegen de achtergrond van een, wat ik hier maar even noem: "christelijk beter weten". Zo krijgt Sassen uit zijn pen, nadat hij memoreert dat Spinoza via de Doopsgezinde Collegianten met het christendom in contact kwam: "Boven een subjectivistische opvatting van de Christelijke leer is Spinoza nooit uitgekomen." [Kerngedachten p. 8) Ook gaat Sassen sterk mee met een mystieke interpretatie van Spinoza en dan vooral in diens Vijfde boek van de Ethica. Hij heeft het over het 'mystisch inzicht' in de eenheid van God en wereld; de gehele werkelijkheid, God en wereld, zijn in wezen één. Van hieruit bespeurt hij bij Spinoza een 'gezindheid van religieus ontzag tegenover het Oneindige'(Kerngedachten, p. 15), dat 'in ontroering wordt beleefd' (p. 27).

De lezer hoeft niet met Sassens oordeel mee te gaan: "Het beeld van Spinoza staat thans voor ons als dat van de Godzoeker, die, vervreemd van de eigen positieve religie van zijn vaderen, op grond van zijn eigen existentiële ervaring zijn weg naar het Oneindige heeft gezocht, in de overtuiging, dat de laatste grond van de werkelijkheid alleen kan worden bereikt in diepste neerbuiging van het menselijke intellect en dat het rationele denken slechts in de verte naar die Opperste Realiteit kan wijzen."

Dit beeld mogen we de schrijver gunnen, die verder in kort bestek goed de hoofdlijnen en kerngedachten van Spinoza's filosofie weet te schetsen, hetgeen toch altijd weer een prestatie is.

Een groot voordeel is dat Sassen Spinoza leest vanuit een grote kennis van de Middeleeuwse Scholastieke filosofie, het Renaissancistische Platonisme en het Cartesianisme, waarin hij zowel Spinoza's ontleningen als zijn eigenheid plaatst.

 

Publicaties van prof dr Ferd. Sassen over Spinoza
(zoals te vinden in Poortman.kb.nl)

Recensie van: Het Spinozisme van Dr. J. D. Bierens de Haan. - Groningen, 1970, in: Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte [ANTW] Jaarg. 63 (1971) p. 281 t/m 282

De betekenis van Spinoza, in: Wijsgerig perspectief op maatschappij en wetenschap Jaarg. 08 (1967/68) Afl. 02 (november) p. 65 t/m 76

Kerngedachten van Spinoza, Roermond, Romen, 1967

Het begrip der vrijheid bij Spinoza, in: Vrijheid, horizon der geschiedenis. - Nijkerk, 1966., p. 22-35

Het spinozisme, in: Wijsgerig leven in Nederland in de twintigste eeuw. - 3e dr. - Amsterdam, 1960., p. 85-99 [Over Vloten, Johannes van (18 januari 1818 - 21 september 1883), Bierens de Haan, Johan Abraham (1883 - 1958), Carp, Eugène Antoine Désiré émile (1895 - 1983), Tak, Willem Gerard van der (1885 - 1958), Vereniging Het Spinozahuis]

Geschiedenis van de wijsbegeerte in Nederland tot het einde der negentiende eeuw, Amsterdam : Elsevier, 1959 [In Hfst 2 Renaissance en Reformatie: § 3 Spinoza, aanhangers en bestrijders; in Hfst 4 De Negentiende Eeuw, § 9: De herleving van het Spinozisme] Hier bij DBNL

De herleving van het Spinozisme in Nederland in de negentiende eeuw, in: Studia catholica Jaarg. 33 (1958) p. 36 t/m 46

Bij het eeuwfeest van Spinoza, in: Thomistisch tijdschrift voor katholiek kultuurleven Jaarg. (1933)

God en de wereld bij Spinoza, in: Thomistisch tijdschrift voor katholiek kultuurleven Jaarg. (1933)

 

*) Het Kritisch denkerslexicon (onder redactie van Achterhuis, Sperna Weiland, Teppema en De Visscher), Samsom, Alphen aan den Rijn, 1986 (begonnen) heeft wat het Nederlands taalgebied betreft, artikelen over Leo Apostel, Jan Hendrik van den Berg, L.E.J Brouwer, Herman Dooyewaard, Ferdinand Domela Nieuwenhuis, Frederik Buytendijk, E.J. Dijksterhuis, Bernard Lievegoed, Hendrik de Man, Jan en Annie Romein, Han Rümke en Eduard Schillebeeckx. Daarmee heb je 't Nederlandse denken wel ongeveer gehad. Maar ja, Nederland hééft ook erg veel buitenland.

Reacties

Stan, je levert hiermee een voortreffelijke bijdrage aan de geschiedenis van de herleving van het Spinozisme in Nederland. Dat doet mij ook daarom genoegen, omdat ik Sassen nog persoonlijk als een beminnelijke geleerde heb gekend en zowel van zijn omvangrijke geschiedenis der wijsbegeerte in Nederland alsook van zijn werkelijk uitstekende bloemlezing (KERNGEDACHTEN) heb geprofiteerd. Het was toch wel bijzonder dat een katholiek hoogleraar aan de Leidse universiteit zulke stevige aanzetten gaf tot een hernieuwde belangstelling voor Spinoza. Henri Krop zal daar in zijn 'forthcoming' geschiedenis van het Spinozisme in Nederland zeker ook wel de nodige aandacht aan besteden.