Elias Canetti (1905 - 1994) Waarom bij hem een Spinoza-interesse zoeken die er niet in zat?

Hád hij iets met Spinoza? Nee! Dat wil ik in dit blog duidelijk maken.

De Nobelprijswinnaar Elias Canetti werd geboren in het Bulgaarse Roetsjoek als nazaat van sefardische joden en overspande in zijn werk de twintigste eeuw. Hij schreef onder andere het Martyrium (Die Blendung, zijn enige roman), Massa en macht en hij werd vooral bekend door zijn driedelige autobiografie, hier verschenen in de reeks Privé-domein.

Zojuist gelezen Sven Hanuschek, Elias Canetti. De biografie [De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 2008, oorspr. 2005 - momenteel bij de Slegte in de ramsj]. Vroeger heb ik bijna alles wat van hem vertaald was gelezen. Ik bezat en las Het Martyrium, Massa en Macht en de schitterende uitgaven van zijn autobiografische werken in de reeks Privé-Domein van De Arbeiderspers De behouden tong. Geschiedenis van een jeugd; De fakkel in het oor. Mijn levensgeschiedenis 1921 – 1931; Het ogenspel. Mijn levensgeschiedenis 1931 – 1937. Ik was weg van Canetti en las hem graag.

Al die boeken heb ik niet meer, sinds ik zo’n tien jaar geleden om redenen die er hier niet toe doen, zo ongeveer mijn hele bibliotheek heb verkocht. Ik vind het nu wel jammer, maar heb er – uiteraard als Spinozist – geen spijt van, want die goede redenen waren er toen en ’t had niet anders kunnen zijn.

Dit was van vóór mijn Spinoza-interesse. Af en toe kwam ik bij mijn speuracties naar Spinoza ook wel de naam van Canetti tegen, want hij werd wel met Spinoza in verband gebracht (al was het maar met hem vergeleken). Uiteraard wilde ik best meekrijgen hoe mijn vroegere interesse met mijn huidige verknoopt zou kunnen zijn.

Toen ik het laatste hoofdstuk van Carsten Schapkow’s “Die Freiheit zu philosophieren”, getiteld “Vom Modus der Erinnerung” las, dat geheel over Canetti en Spinoza ging (cf blog) maar mij niet overtuigde, besloot ik – uit vroegere interesse voor Canetti en tegenwoordige voor Spinoza - die biografie te lezen, ook al kwam de naam Spinoza in de Index ervan niet voor - wat al een omen was. Nu ik deze pil van 682 blz. gelezen heb, is mij zowel duidelijk geworden dat Canetti helemaal niets van Spinoza moest hebben, als waarom naar die connectie soms zo hardnekkig wordt gezocht.

Dat laatste hangt vooral samen met het feit dat Canetti van joodse komaf was niet alleen, maar van sefardische, waarop hij trots was. Het Ladino was een van de moedertalen waarin hij werd grootgebracht, Weens-Duits de tweede. Hij hád belangstelling voor filosofie, maar dan vooral voor Pascal. Van een onverbiddelijk strak systeem moest hij niets hebben. “Van het Griekse rationalisme, van Plato, en nog sterker van Aristoteles, heeft Canetti zich altijd gedistantieerd. Voor hen betekende de kennis het kennen van een oorzaak, die op zijn beurt ook weer een oorzaak moest hebben, enzovoort; God zou de laatste oorzaak zijn, waarachter er geen meer bestond.”(p. 160) Wel interesse had hij in die Grieken voor wie alles verandering was; het “idee van voortdurende metamorfose’, waar de antieke god Hermes symbool voor stond. “(p. 161). Naast de pre-socratici was voor hem Blaise Pascal de belangrijkste filosoof. (p. 167). Mogelijk heeft hij wel iets van Spinoza gelezen, maar hij schrijft er nooit over. Of het moest in zijn dagboeken zijn, maar die worden pas over twintig jaar vrijgegeven. Wat dat betreft, het zij tussen haakjes gezegd, is het vreemd dat de Nederlandse ondertitel luidt “De biografie”, terwijl de oorspronkelijk ondertitel “Biographie” is en de auteur in de tekst duidelijk aangeeft dat het de definitieve biografie niet kan zijn, vanwege het nog niet toegankelijk zijn van al het materiaal.

Het overduidelijkste bewijs voor mij dat Spinoza volstrekt niet in Canetti’s herinneren en denken voorkwam, vond ik in het lijstje dat hij maakte toen op hoge leeftijd zijn eerste kind op komst was. Hij maakte een lijstje van wie geen kinderen hadden: “Kafka, Musil, Kraus, Trakl, Proust, Büchner, Kleist, Lenz, Hölderlin, Stendhal, Flaubert, Gogol, Mozart (sic), Beethoven, Schubert, Flaubert, Baudelaire, Balzac, Blake, Pascal – een heel griezelige lijst.” Volgde een lijst met wie wel kinderen hadden. Het simpele feit dat Spinoza in het eerste lijstje niet voorkwam, is voor mij betekenend genoeg. Hiermee is volkomen duidelijk dat Spinoza voor hem niet bestond - in zijn universum niet voorkwam.  

Toch zijn er pogingen ondernomen om hem wél met Spinoza in verband te brengen.

Zo is er Martin Bollacher, Eine Spinoza-Remineszenz in Elias Canettis autobiographiser Erzählung “Das Augenspiel”. In: Studia Spinozana, 5 (1989), S. 107-117.
Schapkow baseert zich op dit artikel om te betogen dat wat Canetti in zijn laatste autobiografische boek, Das Augenspiel, beschrijft over zijn ontmoeting met Abraham Sonne en wat die voor hem betekend heeft, naar Spinoza verwijst. Er is daar één uitspraak over Sonne en “[d]
ie Klarheit dessen, der durchsichtige Gläser schleift.“ En dat was het dan.

Sommigen schijnen zelfs gemeend te hebben dat Canetti dit personage verzonnen had en dat het helemaal voor Spinoza stond. Maar die Abraham Sonne heeft echt bestaan, moet een heel bijzondere figuur geweest zijn op wie Canetti werkelijk gesteld is geweest. De Spinoza-reminiscentie wordt er door anderen geheel bij verzonnen. 
Dit presteert Schapkow, ook al schreef hij daarvoor: “Eine Auseinandersetzung mit Spinoza ist bei Canetti nicht explizit festzumachen, aber die sefardische Herkunft des Autors spielt eine besondere, identitätsstiftende Rolle.” (p.212) Dat laatste hoeft niemand te bestrijden, van die afkomst was Canetti zich goed bewust en hij uitte zich er soms met trots over. Maar let op dat tussengevoegde 'explizit'. Dat geeft alle ruimte om implizite Hinweisungen aan te nemen. En daarvan krijgen we er enige, maar zonder enige reflectie waarom dat dan zo impliciet moest. Canetti was er de schrijver niet naar om enigmatisch te schrijven, raadseltjes in z’n werk te verstoppen en ook niet om hermetisch te schrijven om literatuurwetenschappers emplooi te bieden.
Kortom, dit is allemaal fictie.

Dan is er Knox Peden, “Breathing in the Eternal: Canetti and Spinoza”. Chapter Fifteen in: William Collins Donahue and Julian Preece (Eds.): The Worlds of Elias Canetti. Centenary Essays. CAMBRIDGE SCHOLARS PUBLISHING, 2007, p.259 [PDF inleiding - books.google]

Daarover gaat het in de inleiding aldus:
The intellectual alliance of Canetti and Spinoza.
There is a remarkable similarity in their general cast of mind: both were perceived as outsiders; both consciously eschew philosophical closure (even while sharing an “evident axiomatic ambition”); they reject the homogenizing “master narratives of modernity”; and both nevertheless espouse undeniably normative and ethical aspirations. But was Spinoza a particularly pronounced influence in Canetti’s intellectual biography? For many years—especially in light of his oft cited protestations regarding his distrust of philosophy—this would have seemed an unlikely question. Lately, and again thanks to the work of Hanuschek, we have come to appreciate Canetti’s fairly extensive (if idiosyncratic) reading in philosophy. Yet Knox Peden assures us in his contribution, “Breathing in the Eternal: Canetti and Spinoza,” that the question of historical influence does not really matter. For the heuristic juxtaposition of these thinkers is itself richly productive, offering “the intellectual historian the opportunity to position the idiosyncratic Canetti among the myriad strands and impulses of modern European thought.”

Enfin, dat gaat nog even zo door. Evidentie is niet meer nodig. In dat hoofdstuk gaat het vooral over Adorno’s beschuldiging (jawel, in een radiodiscussie) dat Canetti Spinozistisch was. Canetti heeft altijd een grote hekel aan Adorno gehad. En de grote verschillen tussen Canetti en Spinoza komen niet of onvoldoende aan de orde, waarvan het grootste verschil wel is Canetti’s voortdurende preoccupatie met de dood - zijn haat tegen de dood die hem in zoveel aantekeningen bezig hield en waarover hij eigenlijk een heel boek had willen schrijven (het werd slechts een boek vol aantekeningen over die obsessie). Hoe tegengesteld aan Spinoza.

Het dichtsbij Spinoza zouden we nog komen via de omweg dat de hoofdpersoon van Die Blendung, Kien (die staat voor Canetti zelf) zou de lezer doen denken aan Nahum Fischelson, de hoofdpersoon van I. B. Singer's verhaal The Spinoza of Market Street, waarmee Canetti’s boek enige verrassende overeenkomsten zou hebben. Maar Canetti's boek stamt uit 1935, Singer's verhaal van 1961 (cf blog) was een omgewerkte versie van “Der Shpinozist” uit 1944!

VoorkantIk geef hierna enige passages over die ontdekking uit Hans-Jürgen Schrader e.a. (Ed.) The Jewish Self-Portrait in European and American Literature. Volume 15 van Conditio Judaica. Walter de Gruyter, 1996

“As such an intellectual, Kien is totally isolated from his surroundings; his only contacts with other people (his house-keeper, the janitor, people in the hotels) are based on money. He hardly ever speaks to anybody, and it is not by chance that Canetti has the novel start with a scene that shows precisely this incapability of communication with others, with so-called ordinary people; later on, we learn that Kien's contacts with the scholarly community are also limited to exchanges of letters (p. 17ff.; 81, pp. 16ff.). This isolation is an isolation from reality, too, which Kien seems totally unaware of. Canetti's insisting on the motifs of the eye and of blindness is highly ironical, because his main character, right from the beginning of the book, does not 'see' anything.

Although we may tend to admire Kien as a scholar and may even pity him in the course of events, we must admit that this character is basically a caricature of intellectual man, a satire on people who are not ready to face reality and rather prefer to hide behind books; as already mentioned, it is possible that this satire contains autobiographical features and thence some self-criticism of the author. Elfriede Pöder has shown that the character of Kien alludes to Weininger, and that it may be read as a radical satire on Weininger’s concept of "M", the philosopher's idealistic construct of the typical male.”

En dat is het dan. Het is erg indirect (via The Spinoza of Market Street, waarbij dus Singer verantwoordelijk zou zijn voor de Spinoza-reminiscentie) en erg mager om uit dat alles een serieuze Canetti-Spinoza-connectie te destilleren. Laten we het er maar op houden dat die er eenvoudigweg niet was. De rest is fictie.

 

Reacties

Hallo Stan,

In Het Ogenspel pag 43 vertelt Canetti hoe hij getroffen was toen hij vernam dat de filosofisch belezen Broch Freud hoger inschatte dan Kant, Spinoza en Plato. Canetti's observatie kwam als volgt tot stand: Broch bezigde heel saillant veel Freudiaanse termen in een spontaan gesprek. Freuds invloed was dus groter...

Op pagina 49, na een uitweiding over Broch, vertelt Canetti over zijn ontmoeting met dirigent Hermann Scherchen die idolaat van Spinoza was..."Ethica" lag onder zijn muzieklessenaar want hij wilde stellingen uit zijn hoofd kennen.

"Massa en Macht" is Canetti''s "Ethica". Dat je zijn hoofdwerk niet noemt laat staan het in een vergelijking betrekt is veelzeggend. Als Spinozist zou je juist enorm spijt moeten hebben dat je die bibliotheek kwijt bent. Volgens mij heb je het enigmatsche gehalte van Canetti's oeuvre onderschat. Zijn transparante stijl is misleidend. Ik ben juist door Canetti boeken van en over Spinoza gaan verzamelen. Waar Spinoza de rationele methode beproeft, bekritiseert Canetti het rationalisme tot op het bot:

"We zitten op ons log verstand als een vrek op zijn geld. Het verstand, zoals wij het zien, is een misverstand". (Het Martyrium)

Maar in Kien tirades tegen de filosofie wordt Spinoza juist niet genoemd... Zijn stoicijnse levenshouding had iets Chinees. En Canetti was een verzwijgings kunstenaar: hij zocht, net als Spinoza, naar een onaantastbare levensbeschouwing. Beide denkers, uit heel verschillende tijden, hebben voor mij eeuwigheidwaarde...

"Trouwens de 'heimelijke' (lees: onderhuidse) invloed van Canetti heeft een parallel met Spinoza's invloed. Sla Peter Sloterdijk maar eens zorgvuldig (!) op na...

Interessante reactie-met-verstoppertje-spelen…
Mooi die liefdecombinatie voor Canetti en Spinoza. Maar zie je niet hoe weinig het is aan Canetti’s aangenomen Spinoza-liefde waar je mee aankomt?
Wat heb ik eraan te horen dat Canetti over een andermans (dirigent Hermann Scherchen’s) Ethica-idolatrie vertelt? Ik wil van die van hem horen en waarom hij die dan zonodig zo goed moest verstoppen?
‘Massa en Macht’ had ik trouwens wél vermeld.
En wat moet ik nou met zo’n enigmatische aanbeveling: “Sla Peter Sloterdijk maar eens zorgvuldig (!) op na...” Om wat in die hooiberg te vinden? Weet je wel hoeveel pagina’s huiswerk je me hier opgeeft?
Dat je zomaar, aus Nichts, kunt beweren: “Als Spinozist zou je juist enorm spijt moeten hebben dat je die bibliotheek kwijt bent” geeft aan dat je spreekt over iets waar je niets van weet (zelfs niet vrees ik wat Spinoza van spijt of berouw zegt; lees je ook de boeken van en over Spinoza die je verzamelt?). Juist heb ik geen spijt over dat verlies, daar ik de onvermijdbare oorzaken ken, waardoor ik – met mijn instemming – maar op dringend verzoek van een ander die bibliotheek van de hand heb gedaan – een verhaal dat ik hier niet (kan) wil vertellen. Een beetje jammer, a la, maar spijt… - so vollkommen unspinozistisch.

Ik begrijp dat het bij Peter Sloterdijk zou gaan om de heimelijke invloed van Canetti op diens werk (of lees ik dat verkeerd?), dus, Stan, daar hoef je je niet druk om te maken. Spinoza zou op vergelijkbare wijze heimelijke invloed uitoefenen, maar de schrijver verzuimt te vermelden welke filosoof je er daarvoor zorgvuldig (!) op na zou moeten slaan.

Excuses Stan dat ik zomaar kwam binnenvallen dat heb je in het vrije cyberspace. Complimenten voor je site. Ik wil je natuurlijk geen huiswerk geven... en zeker je had "Massa en Macht" genoemd maar geen vergelijking gemaakt met "Ethica". Je hebt gelijk ik ben geen Spinozist maar ik ben ook geen Canettiaan in zuivere zin want jezelf in een onveranderlijk hokje stoppen is niet productief: er moet plaats zijn voor voortschrijdend inzicht.

Aan beide werken, "Massa.en Macht" en "Ethica", elk in hun eigen tijd, werden de etiketten 'omstreden' en 'aanbeden' gegeven. Beide denkers hebben een Sefardische achtergrond en waren in hun positie geisoleerd. Spinoza was ongewild in de ban gedaan, Canetti in zekere zin ook (door de Nazi's) maar uiteindelijk bleek het voor hem ook een soort 'splendid isolation'. Trouwens Spinoza's ban vergrootte ook zijn aantrekkingskracht...

Door jouw stuk Stan ben ik verder gaan grasduinen en inderdaad kwam geen opmerkingen over Spinoza tegen. Als ik erover nadenk lijkt me dat logisch want Canetti is ondanks zijn exacte opleiding veel meer trots op zijn ene roman. Zijn leven was ook niet zo 'ethisch' als Spinoza. Canetti had 'iets' met erothiek wat bij ascetische Spinoza ontbrak. Waar Spinoza's filosofie het gevoel wilde kalmeren en onaangedaan wilde zijn: je niet laten knechten door de macht van de aandoenigen, bv spijt, daar zette Canetti (met zijn obsessies!) belangrijke vraagtekens bij een streven naar 'onkwetsbaarheid'. De eerste zin uit "Massa en Macht" zegt al veel: "Voor niets is de mens meer beducht dan voor aanraking door iets onbekends"...In feite vat dit zinnetje de oorsprong van al het gefilosofeer samen. Waarbij een onbekend woord je ook kan raken. Sommige mensen haten je als een ingwikkelde term of buitenlands woord gebruikt.

Opvallend is het enorme respect dat temperamentvolle Canetti had voor Sonne in feite was het zijn onbereikbare intellectuele voorbeeld. Sonne was qua levenhouding een soort Spinoza.

Maar waarom beide denkers tegen elkaar wegcijferen? Of je alleen maar richten op één?

Ik heb "Ethica" gelezen, voor de zuivere Spinozist ongebruikelijk: ik relateerde het aan "Massa en Macht" bijvoorbeeld dit citaat:

Stelling 27:
Door het feit dat wij ons voorstellen dat een wezen, dat ons gelijkt en waarvoor wij niets {bepaalds] gevoelen, een een of andere aandoening
ondergaat, wordt ook in onszelf een dergelijke aandoening opgewekt"

Deze (bv. pijn!) observatie past exact in het idee van 'verwandlung' ...Het lijkt me sterk dat (Jonge?) Canetti het niet kende.

Er ligt nog veel ongepubliceerde aantekeningen van Canetti in de 'kluis', we moeten geduld hebben. Ondertussen kan ik mijn ongelezen Spinoza bibliotheek gaan lezen en mijn inzicht zal voortschrijden want Spinoza was een fascinerend wijs mens.

Verstoppertje? Zie ook op Twitter: @Nietthuisgever