Eerbetoon aan pionier van het Spinozisme uit de 19e eeuw

Het boek van Henri Krop over de receptie van Spinoza, Spinoza. Paradoxale icoon van Nederland, heeft niets over hem, maar hij díent erkenning als de eerste die in het midden van de 19e eeuw het taboe op Spinoza doorbrak en in een recensie van Auerbach’s Spinoza. Ein Denkerleben in De Gids als eerste in Nederland in positieve, gunstige zin over Spinoza sprak: P.A.S. van Limburg Brouwer. Het hier te bespreken boek is dan in zekere zin ook als een aanvulling op die receptiestudie te zien. Het is dan ook zeker te beschouwen als een eerbetoon aan deze pionier van het Spinozisme uit de 19e eeuw:

Caspar Luckerhof: Een eenzame bruggenbouwer. Reizen door het India van P.A.S. van Limburg Brouwer. Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2016 [cf. aankondiging in dit blog].

Caspar Luckerhof komt met een aantrekkelijk debuut. Het behoort tot het genre van de literaire non-fictie. Hij haalt niet het niveau van de grootmeester in dat genre, Frank Westerman, maar doet er – als het een wedstrijd zou zijn – zeker goed in mee.

Waar ik mee begon, en zoals de ondertitel laat zien, haalt hij de tegenwoordig weinig bekende P.A.S van Limburg Brouwer uit de mottenballen. Hij bespreekt, zoals dat in dit genre gaat, in afwisselende hoofdstukken en paragraafjes, deze 19e eeuwse Spinozist en indoloog, die op beide terreinen pionier was. Met de genoemde Gids-recensie werd hij de wegbereider van een cultureel klimaat, waarin Spinoza in Nederland erkend en gewaardeerd kon worden. In het kielzog van Siebe Thissen (die het wellicht weer van Van Eyck had, daar kom ik later op terug), ziet Luckerhof in de jonge Brouwer degene die het taboe op Spinoza doorbrak.  Dan weer is er aandacht voor Brouwers interesse in India en het Sanskriet, waarvan de studie toen net in opkomst kwam. Intussen krijgen we stukjes beschrijving van Luckerhof’s reis naar India met informatie over de geschiedenis van India ten tijde van de grootmogols, m.n. over Akbar.

De aanleidingen voor het schrijven van het boek, die we ook weer verspreid door het boek vernemen, zijn divers. Als kind en jongeman al had hij met zijn ouders meerdere reizen naar India gemaakt, waar zijn moeder educatieve projecten had opgezet. Daarover vernemen we iets, maar krijgen we niets te horen over de achtergrond ervan: hoezo had zijn moeder met India van doen? Het wordt niet behandeld.
Luckerhof studeerde af op P.A.S. van Limburg Brouwer; we lezen hoe hij daartoe kwam. En in het kielzog van zijn ‘held’ wil hij nu naar ‘diens’ India op zoek. Uit alles in het boek is duidelijk dat de auteur een goed kenner is van deze nu goeddeels vergeten 19
e eeuwer. Met die kennis, en vooral de roman Akbar wilde hij wat doen.
En tenslotte is er een einde gekomen aan zijn relatie en wil hij wat doen met zijn liefdesverdriet en afleiding zoeken in zijn alleen-zijn. Over dat laatste horen we een enkele keer wat als hij over zijn reis vertelt, maar meer en passant: het blijft bij loutere mededelingen – het wordt gezegd, niet getoond. Of de lezer daar veel aan mist – ik denk het niet; als dat aspect achterwege was gebleven, hadden wij niets gemist - maar, enfin, de schrijver moest het kwijt.

Zoals gezegd, komen we aardig wat te weten over de andere genoemde onderwerpen. We lezen hoe Brouwer in de Tweede Kamer komt en er pleidooien houdt om ambtenaren die naar Nederlands Indië gaan, met Sanskriet in kennis te brengen en met de Hindoestaanse cultuur, daar het de culturele achtergrond vormt van de bewoners van die eilanden. Mede door zijn pleidooi werd in Leiden de eerste hoogleraar Sanskriet benoemd. We lezen over het ontstaan van indologie en de verschillen ervan in Engeland, Duitsland en Nederland. We vernemen een en ander over de kritiek van Edward Saïd op wat hij noemde het oriëntalisme. Kortom, Luckerhof weet hetgeen hij in zijn studie indologie opdeed op een boeiende wijze over te dragen in telkens korte informatieve heldere stukjes tekst.

Er kleeft echter iets vreemds aan zijn hele opzet – iets onnozels. P.A.S. van Limburg Brouwer had grote intellectuele belangstelling voor de Indiase oude taal en geschiedenis, maar is zelf nooit in India geweest. Zijn kennis heeft hij louter in de studeerkamer opgedaan uit oude, mythische boeken zoals het Bhagavad Gita en historische studies. Reisbeschrijvingen raadpleegde hij nauwelijks. Voor de beschrijvingen van landschappen, steden, paleizen en culturele gebruiken had hij dus alles uit de tweede hand en uit zijn fantasie. Zijn boek Akbar, waarover ik met een apart blog kom, is overwegend een ideeënroman. Het is dus nogal merkwaardig dat iemand in de 21e eeuw naar het echte land reist om daar op zoek te gaan naar het in de 19e eeuw verzonnen India zoals het bestond ten tijde van de Grootmogol Akbar in de 16e eeuw (Mughal lezen we bij Luckerhof – het zal de dominantie van het Engels in de wetenschap betreffen). Dat je het India van het boek Akbar daar niet te zien zult krijgen is dus op voorhand al duidelijk.

En toch is het op zoveel fictie gebaseerde een aantrekkelijke en onderhoudende literaire non-fictie vertelling.

Tenslotte nog, naast deze merkwaardigheid nog enige zaken die mij opvielen. Voor van Limburg Brouwer’s Spinozisme, baseert Luckerhof zich vooral op het boek De spinozisten (2000) van Siebe Thissen. Ik krijg uit niets de indruk dat de interesse in Spinoza van zijn hoofdpersoon voor de auteur aanleiding is geworden om zichzelf eveneens in Spinoza te verdiepen. Dat heeft hij volgens mij niet gedaan. Dat ontleen ik aan een zinnetje als: “Precies zoals Spinoza het had gewild.” (p. 217). Alsof Spinoza een boek met voorschriften had geschreven.

Wat mij verder opvalt is dat de auteur zich niet afvraagt wie als eerste Akbar als een Spinozistisch werk had aangewezen. Dit vooral, daar de eerste recensenten nergens naar Spinoza verwijzen. Zelfs Johannes van Vloten noemt in zijn stuk over Akbar, “Een oosterse roman van westerse hand” [in: De Levensbode 6 (1873)], Spinoza helemaal niet. De eerste die uitgebreid over Brouwer en Spinoza schrijft is P.N. van Eyck in zijn inleiding op de Akbar-editie van 1941, maar weidt niet echt uit over het Spinozisme in Akbar. Dat doet volgens mij voor het eerst Roger Henrard in Wijsheidsgestalten in dichterwoord. Onderzoek naar de invloed van Spinoza op de Nederlandse literatuur (1977), maar dat boek komt niet voor in de bibliografie van Luckerhof, waarschijnlijk omdat het ook niet voorkomt bij Siebe Thissen, die op zijn beurt ook niet op Herbart wijst en diens werk eveneens niet in zijn bibliografie heeft. Thissen schrijft erover dat Brouwer er “zijn eigen visie op het spinozisme:” in geeft en overdrijft enigszins door te beweren dat hij in de figuur van Feizi Spinoza zelf in het boek laat figureren. “Akbar is een polemisch manifest, doortrokken van een spinozistische sensibiliteit.” (De spinozisten, p. 131-132). Dat terzijde.

Opvallend vond ik tenslotte dat hij zelf (nu ben ik weer bij Luckerhof) geen literaire analyse van Akbar geeft en ook niet ingaat op een meningsverschil daarover tussen Van Eyck en Drop. Hij vermeldt hen-in zijn bibliografie, maar gaat op dat ‘debat’ over de inhoud en opzet van Akbar niet in. Ik kan me overigens wel indenken dat dat in zijn opzet niet zou passen – het zou zijn verhaal misschien enigszins saai dreigen te maken.

En dat, saai, het moet tot slot nog maar eens benadrukt, is het boek bepaald niet. De merkwaardigheden die mij opvielen en die ik hierboven weergeef, maken het boek niet minder interessant of waardevol. Ik was blij met zijn zeer leesbare boek – het deed mij de afgelopen dagen met Brouwer en zijn Akbar bezighouden. Daarover in volgende blogs meer.

Een kleinigheidje nog tot slot: opmerkelijk acht ik ook dat hij in het geheel niet naar de DBNL verwijst, waar teksten van P.A.S. van Limburg Brouwer te lezen zijn. Ook Akbar uit 1872 staat er gedigitaliseerd, maar dát niet doorgeven is ook wel weer begrijpelijk, daar de editie van 1941 bij zijn boek opnieuw is uitgegeven.