Een greep uit de lezing van Marin Terpstra

"Ja, ik heb ontzettend genoten van de lezing van Marin Terpstra!" zeg ik hier in antwoord op Wim Klever die mij via de e-mail er - enigszins sardonisch - naar vroeg. Ik doel op de lezing die Marin Terpstra zaterdag 19 april in het Spinoza Lyceum in Amsterdam gaf tijdens de voorjaarscursus van de VHS over de Staatkundige verhandeling. Het was voor het eerst sinds lange tijd zelfs dat ik zó van een lezing over Spinoza's leer heb kunnen genieten, daar er een zeer verhelderende invalshoek werd aangeboden, waarmee je Spinoza's intentie en opzet met de Tractatus Politicus diepgaander kon leren verstaan. Naar ik begreep is Marin Terpstra voornemens zijn inzichten in een artikel naar buiten te brengen. Ik zie daar met interesse naar uit en hoop hier iets ervan voldoende goed weer te geven, zodat meerderen met belangstelling zullen uitzien naar dat artikel.

Het komt er in hoofdlijnen op neem - en dat was voor mij het verrassende - dat de aloude, al sinds Plato en Aristoteles bestaande en tot ver in de Scholastiek standgehouden denkfiguur van de forma (of idee) die de materie vormgeeft ook door Spinoza (en Hobbes) wordt gebruikt maar dat de richting van werkzaamheid ervan wordt omgedraaid: de politieke formae komen voort uit de 'materia', zijnde de mensen (de multitudo). Het is de 'macht van de menigte' (potentia), waaruit het gezag van de bestuursvorm en hoogste overheid daarbinnen (potestas) voortkomen en die er de mogelijkheden en grenzen van bepaalt.

Er bestaan altijd al vormen waarbinnen het sociale leven zich afspeelt: arbeidsdeling, huwelijk, onderwijs etc.; zo ook de bestuursvormen (imperia), waarvan Spinoza er zelfs vanuit gaat dat de mogelijke vormen ervan al in de loop der geschiedenis zijn uitgevonden: de monarchie, de aristocratie en democratie. Die neemt hij over uit de empirie. Hij stelt zich niet tot taak om met een pleidooi voor een geheel nieuwe bestuursvorm te komen. Wel stelt hij zich in het Politiek Traktaat de taak om - en zelfs zeer gedetailleerd - de voorwaarden te behandelen waaraan een bestuursvorm moet voldoen om een 'absolute' of 'eeuwige' bestuursvorm te zijn die rust, stabiliteit en welvaart voor de bevolking garandeert en aldus kan standhouden.

Vanouds was steeds aangenomen dat de levensvormen (onverbreekbaar huwelijk b.v.) en ook de hoogste bestuursvorm (de koning) van bovenaf (door God) aan de mensen was opgelegd. Spinoza gaat er (met Hobbes) vanuit dat die bestuursvorm historisch 'door de mensen gekozen' werd. Een 'absolute' of 'eeuwige' bestuursvorm die rust, stabiliteit en welvaart voor de bevolking garandeert en zich aldus kan standhouden, kan alleen wanneer optimaal rekening wordt gehouden met de werkelijke (vooral passionele) natuur van de mensen. Uiteindelijk komt hij erop uit dat de democratische bestuursvorm het beste die 'absolute staatsvorm' kan zijn, daar er en wanneer dan het best gegarandeerd is dat ieder inbreng kan hebben in zijn eigen bestuur. Alleen is Spinoza aan het behandelen van de vorm en voorwaarden van die laatste bestuursvorm niet meer toegekomen.

De 'materie' (de mensen, het volk) waaruit een (stads)staat bestaat is onbestendig, weerbarstig, onrustig, wispelturig (de één wil dit, de ander wil dat). Elke staat staat onder druk van de mensen en het grootste gevaar voor de leiding van een staat vormen de mensen. En dus moet je in de vormgeving van het bestuur rekening houden met die bron van ondermijning die de multitudo is. Spinoza zoekt dus ideeën aan te dragen voor elk van de drie staatsvormen hoe die een stabiele staat kunnen vormen, zonder onderdrukking en juist zoveel mogelijk ruimte gevend aan de vrijheid van de mensen.

Spinoza is niet, zoals Negri het stelt, de filosoof van de opstand van de menigte (potentia) tegen de staatsmacht (potestas). Integendeel juist: Spinoza heeft het over de noodzaak van gezag; geen enkele groep mensen kan zonder bestuursgezag. Hij zoekt zelfs naar "absoluut gezag": dat is dat gezag waar vorm en materie volkomen in overeenstemming met elkaar bestaan, ofwel waarin de vorm en werking van de staat overeenstemt met de mensen die ze leiding geeft. Het is de taak van de politieke theorie om die vormen en de beste aanpassingen ervan te bestuderen.

Spinoza heeft het over twee typen van machtsaanspraken: A) in de natuurstaat zijn er nog geen vormen en geldt het recht van de sterksten (ieder voor zich - recht is macht). Maar het gaat om instabiele machtsaanspraken; er is voortdurende paniek; er kan nog niet teruggegrepen worden op vormen, want die zijn er nog niet. B) in de burgerlijke staat zijn die vormen ontstaan. En als die vorm de rust- en regels brengende monarchie is, dan gaat het erom die bestuursvorm zodanig in te richten dat de monarch geen geweld hoeft te gebruiken om z'n gezag te vestigen. Hieruit ontstaat de constitutionele monarchie. De koning heeft dus altijd het volk (een raad) nodig om van de belangen van het volk op de hoogte te zijn.

De vorm van gehoorzaamheid moet zo weinig mogelijk die van de interpersoonlijke relatie zijn: die van de slavernij. Hij dient zo weinig mogelijk de trekken te hebben van beheersing (of overheersing, actieve macht) en zoveel mogelijk die van zelfbeheersing (passieve macht), dat is van aanvaarding, instemming door de onderdanen. Spinoza zoekt dus naar hoe de potentia multitudinis in de richting van aanvaarding en instemming gebracht kan worden (terwijl Negri dus de niet-aanvaarding en niet-instemming van de multitudo - zgn. namens Spinoza - benadrukt).

Interessant is nog hoe Spinoza gebruik maakt van de aloude leer van de "twee lichamen van de koning" (het publieke en het persoonlijke), maar dat laat ik hier verder rusten. Het ging mij er hier om te benadrukken hoe Spinoza gebruik maakt van de denkfiguur forma-materia, maar hoe hij de werkingsrichting ervan omdraait: niet van forma naar materia, maar van materia naar forma - ofwel vanuit mensen (en hun natuur) naar een zo best mogelijke bij hun natuur passende bestuursvorm.

                                                  * * *

Opmerkingswaardig. Nadat ik dit blog had geschreven, begon ik aan mijn "rondje langs de Spinoza-links" en zie: op dezelfde dag waarop Marin Terpstra zijn lezing gaf, bracht de AAS het bericht dat het volgende artikel verscheen:

Yehouda Ofrath, "Le concept de forme dans la philosophie de Spinoza", Revue philosophique 2014 tome 139 - n°2.   Revue philosophique de la France et de l'étranger. [cf. AAS]

Je zou dan meteen willen weten: zou daarin ook de TP behandeld worden?  

Reacties

Inderdaad, Stan, stelde ik een sardonische vraag aan jou OMDAT ik van een andere deelnemer een totaal andere indruk doorgegeven had gekregen.
Bedankt in ieder geval voor je uitgebreide verslag, waarop ik reageer met de mededeling dat de uiteenzetting mij op geen enkel punt aanspreekt. Ik mis in alle opzichten het dragende beginsel van Spinoza's politieke architectuur, het koppelingsbeginsel dat hij ontleende, via FvdE, aan Johan de la Court. En ik zie overal in het betoog overwegingen en vergelijkingen uit vroegere tijden opduiken , die niet terzake zijn en die ipv te verhelderen Spinoza's glasheldere betoog verduisteren. Tenslotte is de aantoonbare inspiatiebron voor zijn uiteindelijke resolute keuze voor directe democratie de grote afwezige.
Stan, fijn dat je zo genoten hebt van de kat in de zak: 'de klassieke denkfiguur va de forma ( of idee) die de materie vormgeeft'! Enz.

Wim, je hebt weer niet goed gelezen. Het ging dus NIET 'over de forma (of idee) die de materie vormgeeft', maar juist om het omgekeerde - en dát was de unieke insteek van Spinoza (en Hobbes). Dat laat ik me niet afnemen.
Maar fijn dat je je spionnen hebt.

Inderdaad had ik dit verkeerd gelezen en onthouden. Omtrent de inhoud van de zak heb ik mijn mening enigszins genuanceerd.

Ik heb Wim in het kort mijn indrukken over de bijdrage van Marin Terpstra gegeven. Een rode draad in zijn verhaal waren de begrippen vorm en materie. Op zich interessant echter verder zat er, naar mijn mening, weinig wetenswaardigs in. Franciscus van den Enden kreeg niet de aandacht die je mag verwachten als het gaat over het politieke werk TP. Na de dood van mijn geliefde zit ik in de moeilijkste periode van mijn leven. Ik prijs mij gelukkig dat ik steun ontvang van o.a. Wim en zijn vrouw. Ik heb Wim slecht mijn mening gegeven. Maar om dan een negatief stempel van spion op mij te drukken getuigt van een zieke geest van de gedachtenpolitie.
Stan ik heb spijt dat ik jou mijn boek "Joods Amsterdam" heb mee gegeven waarin passages staan over Spinoza. Bij deze verzoek ik jou niets uit het boek over te nemen op jouw site.

Ik heb Wim slecht moet zijn ik heb Wim slechts.

Na ontvangst van de gedrukte tekst (uitwerking) van Martin Saar's 2012-lezing voor VHS, waarbij ik niet aanwezig wou zijn, is mij duidelijk geworden dat deze meneer op hetzelfde uitzichtsloze spoor van TP-interpretatie zit als Marin Terpstra (die hem misschien kent / misschien binnengehaald heeft) en die net als hij in het luchtledige oreert, schijnbaar zonder de benodigde informatie betreffende de VPS, waarvan de TP de inhoudelijke replica is en van de PW van V.H.die Spinoza het axioma (koppelingsbeginsel,wk) verschate voor zijn politicologische architektuur. En net als M.T. heeft deze quasi-geleerde Saar met veel mooie woorden geen oog voor wat Spinoza WEL als voorwaarde voor democratisch burgerschap stelt. Ongelofelijk allemaal. Ik word droef en boos tegelijk.