De ware filosofie begrijpen, dat is waar 't om gaat

Reacties

Ik zeg het Spinoza, dank zij hem, na.

Ik vind het een beetje een raadselachtige uitspraak. Maar misschien kan Stan of Wim het mij uitleggen.

Ik denk dat Spinoza hier in z'n hoofd had dat een filosofie (of een 'ware religie') niet iets is dat je kiest, maar waar je je voor openstelt. De waarheid komt op je af en is dan een openbaring van zichzelf en het onware. Een geloof vraagt een sprong (zoals Jacobi en later Kierkegaard wisten). Spinoza zegt een paar regels na zijn uitspraak dat Albert Burgh zijn geloof niet rationeel kan verantwoorden. Spinoza gaat in feite in tegen de onuitgesproken veronderstelling van Burgh dat je met vrije wil na onderzoek en keuren je filosofie (of godsdienst) kiest, maar zo werkt dat voor Spinoza niet.

Burgh heeft Spinoza uitgedaagd met de vraag hoe Spinoza weet dat zijn filosofie de beste is "van alle die ooit verkondigd zijn...of ooit zullen onderwezen worden". Spinoza antwoordt m.i. dat deze vraag voor hem niet relevant is: voor hem gaat het om de waarheid. En hij weet dat zijn filosofie waar is, want de waarheid " kenmerkt zichzelf".
Ik accepteer deze stelling zolang het gaat om logica en wiskunde. In tegenstelling tot Wim meen ik dat de stelling niet meer opgaat in veel complexere kennisdomeinen zoals metafysica, ethica...Dit is makkelijk in te zien als je vergelijkt hoeveel waarheden in de wiskunde geen voorwerp van onenigheid meer zijn en hoeveel in de filosofie :-)

Geloof is niet toetsbaar en een wetenschapsfilosofie of wijsbegeerte wel. Wetenschap kan je alleen met je verstand opdoen. Het gebruik van je verstand (zelfbewustzijn) valt samen met het zijn en denken. Het drukt geen onwetendheid zoals geloof uit maar het streven naar weten en begrijpen uit. Naar de natuurkundig onderzochte feiten je eigen verstand ontwikkelen en niet naar horen zeggen etc. Spinoza pleit voor het ware begrijpen van de Natuur en de natuurwetmatige werkingen die wel of niet vastgesteld kunnen worden. Dat is heel modern voor die tijd: "want het ware is de toetsteen van zichzelf en van het onware", zegt hij afdoende in die brief. Daar is niets raadselachtig aan.

'Raadselachtig' was voor mij dat Spinoza de ware filosofie die hij zegt te begrijpen, niet de beste filosofie wil noemen.

Voor Spinoza is er maar één ware filosofie (zoals er ook maar één werkelijkheid, ofwel slechts één substantie bestaat). Je kunt ook niet spreken van "de beste werkelijkheid."

Een enkel woord, omdat ik ook aangesproken werd door Henk. Ik sluit mij aan bij Mark's antwoord, met deze aantekening evenwel dat de vertaling van 'index sui' met 'kenmerkt zichzelf' veel te zwak is. Het 'zich indiceren' van de ware idee houdt in: zich TONEN, zelfs in de zin van ZICH BEWIJZEN. Kan ook niet anders, omdat we dan 'met de ogen van de geest zien'. Er is niets meer nodig om ons nog zekerder te maken. Er kan zelfs niets verzonnen worden of bedacht worden dat nog iets in die richting zou kunnen bijdragen. Maar de 'ware fillosofie' kan ( volgens Spinoza ook voor hem) nog wel verrijkt worden ( iets anders dan meer zekerheid) door het zicht op nog meer relaties / dimensies, dat door meer ervaringen in de loop van iemands persoonlijke geschiedenis CASUALLY tot stand komt. Zie mijn verdoemde artikel daarover.

Bij Spinoza is het wijsbegeerte en geen moraalfilosofie of bovennatuurlijke metafysica. Je moet zijn ethica verstandelijk opvatten als een logische bewustzijnsactiviteit die streeft naar verbetering van de verstandsverhoudingen. Het heeft niets te maken met een beste of nog betere filosofie. Geen hierarchie, maar een kennisleer hoe je naar je (beperkte) verstandsvermogen toch waarachtig kunt leven, hoewel je door van alles en nog wat geestelijk en lichamelijk dingen worden aangedaan in het bestaan. Zijn methode is (re)productief en levert meer begrip, stabiliteit op vooral als je samenwerkt en kennis deelt.

Misschien een beetje flauw, maar je hoeft nu niet meer bang te zijn om tegen stoffige opvattingen je stem te verheffen. Stelling 22 Ethica V is een moeilijke, maar de schoonheid ervan is dat Spinoza de logica prachtig weergeeft. Er blijft iets van over van wat je verstandelijk weergeeft (ook na de dood), in verwanten of in druk. of zoals wij communiceren op het web van Stan. Je geeft het reproduceerbaar door als gebruik en ruilwaarde dynamiek. Het kan met wiskundige gang van zaken met E= m.c2 (activiteit) vergeleken worden, de atomaire of lichamelijk vermogen ervan dat wordt omgezet in ons geval met menselijke chemie. Zelfs na je dood blijft blijft deze gevoelige of psychologische wetenschap bestaan als E=mc2. Bernhard Mandeville geeft Spinoza's Ethica in die zin literair prachtig weer. Hij durfde de waarheid te zeggen. Niet het lichaam of de geest maar het bewust-zijn is communicatief. Spinoza heeft in zijn proza geen mechanische maar een dynamische opvatting over de Natuur. Wij kunnen de Natuur niet, maar onszelf boven natuurlijk, door een verkeerde voortelling van zaken, wel voor de gek houden.

De antwoorden van Mark en Stan maken de passage voor mij minder 'raadselachtig'. Ik begrijp dat Spinoza hier wil zeggen: het gaat er niet om of iets de beste filosofie is, het gaat er om of een filosofie de waarheid aan het licht brengt. 'Waarheid' is het criterium.
Ik dacht niet dat Spinoza hier een vergelijking maakt tussen geloof enerzijds en wetenschapsfilosofie of wijsbegeerte anderzijds (Bas B). Trouwens, wijsbegeerte toetsbaar?
@ Mark. Het gaat Spinoza in de discussie met Burgh, meen ik, (ik heb de brief niet bij de hand) bij 'de waarheid die zichzelf kenmerkt' niet om logica of wiskunde (hij ziet in wiskunde wel het nieuwe paradigma van waarheid), maar om zijn metafysica, het algemene wereld en mensbeeld, om algemene waarheden. Die zijn toch niet zo complex?

@Henk,
Inderdaad heeft Spinoza het in zijn brief aan Burgh over filosofie, niet over logica en wiskunde. De bedenking die ik over dit laatste maak is van mij persoonlijk, en komt niet uit Spinoza’s teksten. Ik probeer deze bedenking wat meer toe te lichten.
Spinoza ziet de inhoud van zijn Ethica als even onaanvechtbaar als een wiskundig bewijs (ordine geometrico demonstrata). Over wiskunde is ook mijn mening dat de waarheid ervan door zichzelf bewezen wordt (al kan ik niet helder uitleggen waarom), maar dit geldt –spijtig genoeg?- niet voor de Ethica (en evenmin voor elke andere filosofie). Als dit wel zo was, zou de Ethica “het einde van de filosofische geschiedenis” betekend hebben. Er zou alleen nog ruimte zijn voor aanvullingen, niet voor discussie over principes (precies zoals Wim Klever hierboven voor waar aanneemt, maar hij vertegenwoordigt niet de mainstream…). Waarom lukt het in de wiskunde wel om tot algemeen aanvaarde waarheid te komen en (nog) niet in de filosofie?
Het antwoord van Kant was dat het onmogelijk is om het Ding an Sich te kennen, metafysica kan nooit meer dan speculatie zijn. Ik ben het daar niet mee eens: zoals Spinoza ben ik er van overtuigd dat de werkelijkheid volledig rationeel is, er is geen niet-rationeel transcendent zijnde. En dus moet het in principe mogelijk zijn om die rationaliteit te kennen, wat zou betekenen dat we dé onaanvechtbare kennis hebben over de werkelijkheid. Waarom zijn we nog niet zo ver? Mijn speculatie is dat dit komt omdat de complexiteit van de werkelijkheid zo groot is dat we ze nog niet hebben kunnen vatten, misschien met ons eindig verstand wel nooit kunnen vatten. Ik spreek hierbij over complexiteit, niet over moeilijkheid, omdat ik denk dat het rationele nooit te moeilijk is om te begrijpen, aangezien het uiteindelijk bestaat uit niet meer dan elementaire logische proposities.

Voor het verklaren van zaken in de werkelijkheid past Spinoza zijn wetenschappelijke methode toe. Deze benadert de waarheid feitelijk veel beter dan het gezag van de kerk. Het denken associeert Spinoza met de causale methodes in de wiskunde: " Houdt op ongerijmde dwalingen mysteries te noemen en verwar niet schandelijk dat wij niet weten of nog niet ontdekt hebben , met datgene waarvan de ongerijmdheid aantoonbaar is, zoal het geval is met de afgrijselijke geheimen van deze kerk,die naarmate ze meer in strijd zijn met het rechte denken, juist daarom, zoals gij gelooft, boven het verstand uitstijgen", schrijft Spinoza aan Burgh.
Spinoza is wars van elke speculatie die het dynamisch verband in de werkelijkheid niet verklaren kan en dus niet toetsbaar is naar de gang van zaken. Spinoza past zelfs kansberekening toe in die brief (2). Wij zijn nog niet zover omdat we filosofisch speculeren i.p.v. handelen naar en gebruik maken van wetenschapsfilosofie, die de complexe werkelijkheid naar wetenschappelijke inzichten logisch verwoord, i.p.v. van mysterieus of religieus wordt door Spinoza naar de geestelijk meest adequate verstandsverhoudingen gestreefd en dat doe je dat niet alleen met je aangeboren verstandsvermogen. In dat redelijk eigenschappelijk causale en associatieve verband is het als kennisvermeerdering (re)productief; d.w.z. natuurlijk naar geest en lichaam kenmerkend ook in de toekomst te begrijpen en positief benaderbaar voor elk normaal menselijk denken aan te leren. Spinoza formuleert zo zijn wetenschapsfilosofie of (zelf)bewustzijnsleer op een wijze die misschien vermoed maar nog ongekend was in zijn tijd. Het theologisch verzet tegen zijn opvattingen wordt inmiddels door de wetenschappelijke praktijk (o.a. na Darwin en Einstein/Bohr niet meer gedeeld.

Spinoza zegt het al in zijn Ethica hoe moeilijk het is om een bewustzijnsleerstuk ofwel taalkundige begrippen in woorden is uit te drukken.
De bedoelingen zijn goed maar fundamentele accent verschillen komen boven tafel en leiden vaak tot spraakverwarring en onbegrip. Het leven in een complexe wereld creëert ook meer chaos in mijn (ons) hoofd.
Spinoza beschrijft deze gang van zaken in zijn kennisleer (TIE) en Ethica. Hij doet dit om betere verstandsverhoudingen mogelijk te maken (streven naar voordeel, functioneel nut, deugdelijke stabiele werking; hij had er ook persoonlijk belang bij!). Vandaar dat ik nog een aanvullende poging in wat andere woorden doe.

Het zijn en denken wordt bij hem in het verlengde van de natuurwetenschappelijke methode, de lichaamstaal van de vooruitstrevende rationele wetenschappers in zijn tijd, in een evenmatig waarnemend reflexief verenigd werkend voorstellingsvermogen omgezet (nu zou je zeggen natuurkundige diagrammatica en wiskundig geformuleerde formules zijn dan voor ons vereist of meer algemeen de hulp en kennis van de kritische wetenschappelijke praktijk en theorie is daarbij geboden). Dit was betrekkelijk nieuw voor die tijd.

De noodwendige causaliteit van de Natuur komt dan noodzakelijk via lichaamstaal van wisselwerkende dingen tot stand, die dynamisch onbepaald toestand is alleen als een samenwerkende grootheid naar waarneembare materiële kenmerken te begrijpen van de zijnde dingen en de bijzondere dingen (de levende natuur en daarmee ook onszelf) m.b.t. bestaan en voortbestaan. Het Zijn als dynamisch causaal werkend verband moet daarom noodzakelijk met ons beperkte menselijk verstandsvermogen en naar de vaak moeilijke actuele verstandsverhoudingen tijdens ons bestaan als menselijk bewustzijnsfenomeen worden opgebouwd.

Elke waarnemer bezit dan in zijn wetenschappelijke filosofie precies het noodzakelijk bewustzijn naar zijn natuurwetmatige wijze van bestaan en voortbestaan. Hij hoeft dan, ondanks zijn onwetendheid, met zijn natuurlijke logica of Rede, de religieuze God van de theologie, van pantheïsten en deïsten, er niet meer bij te halen, want die kent in hun geestelijk hiërarchie of ideale wereld geen maat. Dat ruimde in Spinoza’s visie lekker op.

Nee het lichamelijke werkt volgens Spinoza naar de causaal aangeboren maatgevende functies (biochemie; neurologisch en biologisch) en het denken komt zodoende associatief tot stand. D.w.z. het denken drukt die logisch werkende natuurlijke eigenschappen in zinvolle analoge denkwijzen psychologisch of mentaal uit. Tegenwoordig doen we dat zelfs zonder drukpers hoofdzakelijk digitaal. God is zo werkend een eigenlijk zelfstandig natuurbegrip dat zijn informatie prijs en zingeeft naar de eigenschappen van elk zijn en denken.

Deze natuurlijke werkelijkheid is zo een onuitputtelijke bron van kennis die door ons onderzocht en kan uitgedrukt worden naar haar maatgevende of natuurwetmatige werkingen, naar de genetica van haar genatureerde bestaanswijzen en naar de genus van de evoluerende voorplantingswijzen van de dingen en de bijzondere dingen of de levende bestaanswijzen. M.a.w. ook selectief naar de materie en complexe eigenschappen waaruit wij zelfs bestaan.

Ja de energieke natuurlijke gang van zaken kan slechts in neo-darwinistische of meer algemeen in natuurkundig evolutionaire termen, naar logische modellen en ervaringen van de werkelijkheid worden verklaard, en kan niet in transcendente of bovennatuurlijke termen vertaald worden. Ze maakt haar dynamiek kenbaar zonder vooroordeel.

De bioloog Darwin bewees pas twee eeuwen later het gelijk van Spinoza en is dus eigenlijk samen met onze belangrijkste filosoof de moordenaar van de theologische God en zijn herdersschap of heerschappij over alles. Ze mogen, wat mij betreft, daar postuum de Nobelprijs voor toegekend krijgen. Immers elke verbeelding of inbeelding van God is oeverloos en zinloos zonder de Natuur en dat moesten ook de meest vooraanstaande natuurkundigen zoals Einstein en Bohr tot hun schuld erkennen.

@Mark
‘Ik weet dat ik de ware filosofie begrijp’ zegt Spinoza. Ik denk dat dit slaat op de grote waarheden van zijn filosofie, waarvan hij weet dat ze waar zijn omdat, volgens hem, waarheid de norm van zichzelf is (2/43s) en niet omdat hij ze ingebed heeft in een ‘ordine geometrico demonstrata’. Het gaat niet om het volledig doorzien van de complexe werkelijkheid, waarvan hijzelf meen ik ergens zegt dat dit voor het menselijk verstand niet mogelijk is. Zo’n algemene waarheid is in de eerste plaats natuurlijk dat er geen persoonlijke God is, maar een krachtbron die opereert volgens onveranderlijke wetten. Maar ook bijvoorbeeld dat de wereld rationeel is omdat alle dingen noodzakelijk uit iets volgen. Daarom kunnen we haar, in principe, begrijpen. Een ander waarheid is dat ALLES onderworpen is aan de eeuwige en onveranderlijke wetten van de natuur. Enz. Dat zijn volgens mij de zaken waar Spinoza naar verwijst als hij het heeft over het begrijpen van de ware filosofie.

Ik ben geneigd om te denken dat het ‘interne waarheidscriterium’ van Spinoza een subjectief criterium is. Maar daarom kun je het, op welke gronden dan ook, nog wel eens zijn met het algemene wereld- en mensbeeld van Spinoza, omdat je denkt dat ze overeenkomstig de ‘ware filosofie’ zijn.
PS: Ook de waarheden van de wiskunde berusten uiteindelijk op onbewijsbare basisstellingen. Je kunt in de wiskunde alles bewijzen als je de basisstellingen aanpast (voor zover ik het begrijp).

Sorry dubbel gekopieerd. In de natuur gebeurt dat ook nogal eens. Hierbij de tekst nogmaals in goede orde.

De makke is dat we de beschrijvende observaties van wetenschappers niet in verband kunnen brengen met natuurwetmatige beschrijvingen (wiskundige benaderingen) omdat we die lichaamstaal niet in de juiste functionele verhouding plaatsen met de omzetting van die taal in geestelijke communicatie . De ordening van het geheel in delen en omgekeerd de delen tot een geheel is een dynamisch werkend principe wat Spinoza beschrijft. Eerst m.b.t tot de causale ordening van de lichamelijke werkingen en daarna de daarmee overeenkomende geestelijke associaties van die werkingen als zielskrachtige aandoeningen of levensgeesten in zijn Ethica.

Het onderzoeken en begrijpen van dat zintuigelijke en emotionele verband drukt ons zijn en denken uit als een gevoelig bewustzijnsvermogen (inhoudelijk bevattingsvermogen) dat actief en niet passief (begrensd oppervlakkig) ons denken reflecteert en dat we niet slechts voor onszelf als een vanzelfsprekend zeker weten bezitten maar ook met anderen kunnen waarnemen en uitwisselen, en daardoor eigenlijk als de wetenschap van verstandsverhoudingen kunnen ontwikkelen.

Spinoza gaf daarmee de filosofische richtlijnen aan voor het verstandelijk of wetenschappelijk bedrijven van zijn en denken en dus het verbeteren van je verstand door bewust samen te werken en zoveel mogelijk te leven geleid door je verstand.

Het verbeteren van de zelfkennis of het zelfbewustzijn is daarbij een voorwaarde; iedereen voelt zich bijzonder omdat zijn identiteit emotioneel wordt gevormd (begrensd). Het gaat er dus om om je eigen begrenzing te doorgronden en daar naar te handelen. De bevestiging van mijn lichamelijk zelfzijn in ons menselijke bestaan en voortbestaan is ons aller streven en drukken we ook geestelijk uit. Het soort zijn wordt geestelijk uitgedrukt en omgekeerd ook. De overeenkomst in die dynamica van zijn en denken is bewustzijn, wat Spinoza het verstand noemt.

De hersenkraker is hoe gaat dat. Hoe zetten we dat emotionele gewaarworden (vage oppervlakkige bewustzijn) (re)productief om in begrip of zelfkennis (bevattelijk bewustzijn). Alle filosofen, neurologen en psychologen enz. hebben zich daarover gebogen. Het moeilijke is dat de staat van bewustzijn telkens sterk door de levensomstandigheden is en wordt beïnvloed en dat we juist omdat we een deel zijn van het geheel (de Natuur)l onveranderlijk daarbinnen op onze wijze natuurlijk streven naar zelfverwezenlijking en dat doen we met ons intuïtieve vermogen, dat we bij dieren instinct noemen. Spinoza beschrijft en begrijpt dat als een noodwendige natuurwet of ware filosofie. Dus juist niet als zijn maar een wetenschap naar en van de werkelijkheid die we niet negatief naar onderdrukkende verhoudingen van de dogmatische theologie maar positief naar de verstandsverhoudingen van vrijzinnige mensen moeten aanwenden.

PS: Bernard Mandeville was na de dood van Spinoza de eigenzinnige vertolker van Spinoza’s unieke dynamische inzicht in literair of circulaire zin.

Dan haal ik de vorige (verdubbelde en rommelige) reactie ertussenuit

Bedankt voor de vaardige redactie.

@Bas
Klinkt interessant je uiteenzettingen, maar niet makkelijk te volgen zonder achtergrond in wat je de "dynamica van zijn en denken" noemt. Je begrippen "lichaamstaal" en "geestelijke communicatie" zijn me niet duidelijk. gaat dat onderscheid ook niet in tegen het monisme van Spinoza, die lichaam en geest hetzelfde ding noemt?

@mark
Lichaam en geest volgen bij Spinoza dezelfde substantiële ordening maar zijn niet tot elkaar te herleiden (Ethica). Evenals causale lichamelijke verbanden en het associatieve denken dat niet zijn. Het denken en het zijn drukken elkaar wederkerig, afwisselend en wisselwerkend uit. Reflectief in de ordening van het bewustzijn volgens de kennisleer van Spinoza. Dat is vanzelfsprekend (intuïtief) een dynamisch verband.
De wetenschap beschrijft dat verband mathematisch, in diagrammatica of formules. Of als we aangedaan zijn kunnen we dat waarnemen en als droefheid of blijheid beschrijven etc.... Spinoza doet dat rationeel met zijn verstand. Hij ordent het bewustzijn evenmatig naar voor ons communicatieve verstandsverhoudingen.

@Henk

Bedankt voor je reactie. Ze doet me inzien dat ik onterecht geen onderscheid heb gemaakt tussen de waarheid van de basisprincipes en de waarheid van afleidingen die vanuit deze basisprincipes gemaakt (dit komt neer op de geldigheid van redeneringen of bewijsmethodes).
De wiskunde houdt zich inderdaad niet bezig met de waarheid van basisprincipes: axioma’s mogen vrij gekozen worden zolang ze mekaar niet tegenspreken. De geldigheid van bewijzen daarentegen is wel onderwerp van de wiskunde, en hier is de stelling van Spinoza zonder twijfel correct: de waarheid van een bewijs, bewijst zichzelf. Ieder die het bewijs begrijpt, begrijpt ook de waarheid ervan. Voor filosofische redeneringen is dit m.i. in principe ook het geval, hoewel dit in de praktijk veel moeilijker ligt, m.i. omwille van de grotere complexiteit van de filosofische materie, die zich nauwelijks laat vangen in de ondubbelzinnige taal van logica of wiskunde.
De discussie over de waarheid van de basisprincipes van een filosofie, is, in tegenstelling tot de wiskunde, wel een essentieel onderdeel van de filosofie. Spinoza zag zijn axioma’s als heldere en ondubbelzinnige stellingen die hun eigen waarheid aantoonden, m.i. op dezelfde manier als een bewijs of redenering zoals ik hierboven beschreef. Hier twijfel ik er echter sterk aan of Spinoza gelijk heeft. Henk, je schrijft dat het waarheidscriterium van Spinoza mogelijk een subjectief criterium is, maar wat bedoel je daar dan mee? Ik neem aan niet dat ieder subject zijn eigen waarheid heeft, want dit is duidelijk niet Spinozistisch. Mogelijk bedoel je dat de waarheid alleen binnen het subject kan begrepen worden, en dat bij communicatie van een stelling het begrip van de waarheid ervan niet kan mee gecommuniceerd worden? M.a.w. een omzetting van een idee in woorden is steeds gebrekkig?

@Mark het wordt anders warrig, bedoelde je @Bas in de aanhef van je laatste reactie?

@Mark
De brief aan Albert Burgh dateert van 1675/1676. Spinoza had toen zijn Ethica voltooid. Ik denk echter dat hij dezelfde woorden had kunnen spreken n.a.v. de Korte Verhandeling, toen hij zijn filosofie nog niet in een meetkundige vorm had gebracht. Met andere woorden, ik denk dat 'het begrijpen van de ware filosofie' niet zozeer met die wiskundige vorm en ordening te maken heeft en daar niet op gestoeld is. Spinoza was al overtuigd van zijn filosofie voordat hij haar vorm gaf in de Ethica. Maar misschien heb ik het mis.
Wie een waar idee heeft weet dat dit een waar idee is. Zo ongeveer zegt Spinoza het, dacht ik. Waarheid draagt het criterium in zichzelf. Er is geen extern criterium. Daarom ben ik geneigd dit subjectief te noemen. Een beetje versimpeld misschien: ik heb een idee, ik vind/weet dat het een waar idee is en dus is het een waar idee.

Allen,
Graag, misschien wat laat, nog een opmerking n.a.v. jullie interessante discussie over Sp.s 'uitspraak dat hij misschien niet 'de beste filosofie gevonden' heeft maar wel de 'ware filosofie' begrijpt:
1. 'Beste' veronderstelt een extern criterium waar je je opvattingen aan afmeet, namelijk wat 'men' goed of slecht vindt, voor Burgh de dogma's van de R.K. kerk, 1e kensoort, inadequate kennis, universaliun. Een kind leert door opvoeding en ervaring de externe standaarden van wat je een huis, ezel, aap is, en wellicht ook wat goede fiiosofie is. In een andere context gelden weer andere criteria.
2. 'Ware' veronderstelt een intern criterium van waarheid, voor Sp. het 'helder en welonderscheiden' zijn van een zaak, 2e en 3e kensoort, adequate kennis, gemene notie (notio communis). Geen kwestie van opvoeding of ervaring, maar van onbetwijfelbaar inzicht. Geldt voor elke context, voor alles en iedereen.
3. Overigens is het 'helder en welonderscheiden' zijn van een zaak als criterium van waarheid tamelijk discutabel. Voorbeeld: Descartes zegt dat hij ondervonden heeft dat er iets is dat volmaakter is dan hijzelf. Akkoord. Maar daarna zegt hij dat hij helder inziet dat hij dat inzicht gekregen moet hebben van een natuur die in werkelijkheid veel volmaakter is dan hijzelf (Disc.Meth., deel 4). Een gevolgtrekking die hij blijkbaar helder inziet, maar die discutabel is.

Akkoord dat Spinoza met "het begrijpen van de ware filosofie" het zeer waarschijnlijk niet had over de geldigheid van de wiskundige redeneerwijze, maar over de waarheid van de basisstellingen (die ik wat ruimer zie dan louter axioma's). Maar met Adrie vind ik hier de geldigheid van het door Spinoza gebruikte "intern waarheidscriterium" discutabel. Een waar idee is "enig", het is identiek of het nu in mijn geest bestaat of in iemand anders geest of alleen in God. Een idee is bovendien in principe volledig begrijpbaar (afgezien van het feit dat een te complex idee niet kan gevat worden door een menselijke geest). Waarom is het dan mogelijk dat twee mensen een zelfde idee, dat ze helder en onderscheidbaar (dus zeker volledig begrijpbaar) aan mekaar communiceren, toch anders beoordelen inzake de waarheid ervan?

@mark
Dat bedoel ik nu met subjectief.

@Henk
Maar dat lijkt me nu zo evident onspinozistisch dat ik niet kon aannemen dat je dat bedoelde. E2p43 zegt toch: "Wie een ware voorstelling heeft, weet tevens dat hij een ware voorstelling heeft en kan aan de waarheid ervan niet meer twijfelen." Kijk naar het bewijs. Zodra de geest een ware voorstelling bevat, bevat de geest tevens een voorstelling van die ware voorstelling waaruit blijkt dat de voorstelling waar is. Dat is niet subjectief: het waarheidscriterium is voor iedereen gelijk.

Ik citeer: 'Waarom is het dan mogelijk dat twee mensen een zelfde idee, dat ze helder en onderscheidbaar (dus zeker volledig begrijpbaar) aan mekaar communiceren, toch anders beoordelen inzake de waarheid ervan?'

Het is ook niet spinozistisch, het is een voorzichtige kritiek op dat interne waarheidscriterium. Blijkbaar werkt het in de praktijk toch niet zo.

@henk
De kennisleer van Spinoza moet noodwendig naar de Natuur worden opgevat. De werkelijkheid kan door ons uitsluitend op het gezag van de Rede en dus naar gelang van tijd en omstandigheden worden waargenomen. Wij moeten met onze menselijke aangeboren natuur leren alles binnen die aaneengeschakelde werkelijkheid te verstaan en te vatten, want er is geen andere dan de bestaande werkelijkheid. Zo geredeneerd bevat ons (ieders) verstand pas de mogelijkheid ware (werkbare) concepten te ontwikkelen die onze gewaarwordingen (percepties, ervaringen) wel of niet bevestigen. M.a.w. we geven de noodwendige natuurlijke causaliteit in alles noodzakelijk associatief (zinnig ofwel natuurwetmatig) weer. Doe ik dat bovennatuurlijk dan wordt het starre onzin en is het verband weg en is er geen voortbestaan voortplanting, gemeenschapszin en wetenschappelijke vooruitgang mogelijk (Ethica II st. 43- eind).

@Bas,
Deze keer twijfel ík of je je wel tot de goede persoon richt. Heb ik iets over 'bovennatuurlijk' gezegd of gesuggereerd? (Niemand trouwens). Ook de rest van je reactie kan ik moeilijk plaatsen. In elk geval het laatste deel van de discussie gaat over het waarheidscriterium bij Spinoza. In die discussie kan ik je reactie niet plaatsen. Ook kan ik je soms moeilijk volgen. Wat moet ik denken bij 'op het gezag van de Rede en dus naar gelang van tijd en omstandigheden'?

@Henk
Bij Spinoza is de causale werkelijkheid, de naturende Natuur, het waarheidscriterium. Spinoza zegt dat wij dat ook verstandelijk zo associëren en waarnemen of begrijpen. Dit begrip gaat niet zonder inspanning, maar door het verwerven van zelfkennis en wetenschappelijke inzichten en ervaring in loop van ons bestaan.

Maar wij kunnen de natuurwetten niet sturen maar er wel omgekeerd van leren hoe we ons verstand in onze bepaalde omstandigheden of complexe wereld het beste kunnen gebruiken en gemeenschappelijk aanwenden. In die zin zegt ik Spinoza in Ethica II eind na op het gezag van de Rede etc. Het redelijk (zinvol) gebruiken van je (ons) verstand geeft tegelijk de kracht of het logisch verband ervan aan.

Met bovennatuurlijk bedoel ik niet verklaarbaar, onredelijk, niet naar verstandsverhoudingen. Dat slaat op geen van de discussianten maar op uit de lucht gegrepen en dus niet naar ons verstand maar naar een onnatuurlijke macht die ons verstand en Spinoza's waarheidscriterium te boven zou gaan.