De verstrengeling van liefde en haat

Leon Kuunders, die niet meer toekomt aan het bijhouden van zijn website despinoza.nl, maar zijn interesse voor Spinoza uiteraard niet kwijt is, wees mij op het volgende bericht op Breinlogs. Het gaat over de verstrengeling van liefde en haat zoals het in het brein aangetoond is door neurobioloog Semir Zeki van University College. Zeki doet al jaren onderzoek naar liefde en waarom liefde zo vaak voor ellende zorgt.

Ik kan me heel goed voorstellen dat Leon Kuunders bij dit artikel direct aan Spinoza moest denken en mij tipte dat het misschien iets voor dit weblog is. Op zijn voorstel neem ik hier graag de link naar dat artikel op en neem er hier een stukje eruit over.

Love-hate

Waarom zorgt liefde zo vaak voor ellende? Volgens Zeki heeft dat heeft te maken met de manier waarop we kennis verwerven. Het brein verwerft kennis door de vorming van concepten. Die laatste zijn ‘synthetisch’: een synthese van al wat we hebben gezien. Je kunt ze tot op zekere hoogte vergelijken met platoonse ideeën.*) Een ‘echt’ iemand kan dus nooit beantwoorden aan het concept van degene op wie je verliefd wilt zijn. ‘We betalen een grote prijs voor de buitengewone efficiëntie van het brein’, zei Zeki me.

De stap van ongoocheling in de liefde naar haat is niet zo heel erg groot. [..]

Onderzoeksresultaten toonden aan dat het ‘liefdescircuit’ en het ‘haatcircuit’ in het brein twee hersengebieden gemeen hebben, namelijk de putamen en de insula. De putamen is het gebied dat ons lichaam voorbereidt op beweging, zodat het actief kan zijn om een geliefde te beschermen of om zich verweren tegen agressie of hatelijkheden vanwege de gehate persoon. Het tweede gebied, de insula, wordt geassocieerd met gevoelens van leed, zoals jaloezie. De neurbiologen kwamen voorts tot de bevinding dat het haatniveau dat tot uiting was gekomen in de vragenlijsten overeenkwam met  de hoeveelheid hersenactiviteit tijdens het scannen.

Zeki en Romaya legden ook een duidelijk onderscheid tussen liefde en haat bloot. De gebieden in de frontale cortex,die te maken hebben met ratio en beoordelingsvermogen zijn minder actief als je een geliefde ziet dan wanneer je een neutraal iemand ziet. Dat houdt dus in dat je minder kritisch bent tegenover je partner of geliefde. Bij de haatdragende proefpersonen trad die verminderde activiteit  slechts in een klein deeltje van die gebieden op. Volgens Zeki lijkt er dan ook op dat terwijl je je zinnen verliest als je verliefd bent, je juist helemaal bij de les blijft als je haat, teneinde degene die je haat berekend te kunnen treffen. Kennelijk hebben de onderzoekers meteen ook even aangetoond waarom  ‘liefde maakt blind’ zo’n wijdverbreide volkse wijsheid is.

Vertel Spinoza wat over de verstrengeling, ja de eenheid van lichamelijkheid, gevoels- en geestesleven. Dit soort neurobiologische dingen kon Spinoza allemaal nog niet weten, maar één ding wist hij wel: hoe het lichaam de basis van het beleven is en hoe we nog lang niet weten wat het lichaam allemaal vermag. Daarover ontdekken de neurowetenschappers in deze jaren zeer veel.

*) De bovenvermelde vergelijking met "platoonse ideeën" acht ik minder geslaagd. Ik denk dat Spinoza's idee over het ontstaan van de "notiones communes" hier beter past, maar ja - daar hebben velen niet van gehoord.