De staat als opperste theoloog?

Op 1 sept. 2010 had ik het blog: “Scriptie van René Koekkoek over Spinoza's politieke vrijheidsbegrip in de context van politieke controverses.” Ik publiceerde toen zijn scriptie op benedictusdespinoza.nl [zie hier].

Vandaag heeft R. Koekkoek een groot artikel in Trouw, getiteld: "De Staat als opperste theoloog." Daarin gaat hij in op de achtergrond van de debatten over ritueel slachten, de weigerambtenaar en het boerkaverbod. Hij laat zien dat de tolerantie-leer van resp. Erasmus, De Groot en Spinoza z’n grenzen heeft, daar het hoogste kerkelijk gezag (bij Erasmus) resp. de staat (bij De Groot en Spinoza) de godsdienst in de publieke ruimte reguleert met een hoge mate van tolerantie van andersgelovenden.
Hij vat dat, enigszins provocerend in mijn ogen, samen in de stelling dat de staat optreedt als 'opperste theoloog'.

René Koekkoek is als ideeënhistoricus nu docentpromovendus Politieke Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht [zie hier die gepubliceerde scriptie vermeldt hij niet op zijn cv]. Hij laat zien hoe nuttig het is dat iemand in zijn studie ook Spinoza heeft bestudeerd, zodat een aspect van de politieke theorie van Spinoza in het maatschappelijk debat aan bod komt. Ik heb zijn stuk naast zijn scriptie op benedictusdespinoza.nl geplaatst [op 25-8-2015 PDF naar veiliger plek over geplaats].

Ik denk overigens niet dat Spinoza zich helemaal in de gehanteerde typering zou kunnen vinden. Hij was enerzijds voor een scherpe scheiding tussen filosofie en theologie en anderzijds voor een onderschikking van de religie aan de staat. Maar niet om de staat, de hoogste soeverein of hoogste overheid, daarmee als ‘hoogste theoloog’ te erkennen. Hij verwees niet voor niets naar de intelligente scheiding die Mozes aanbracht tussen de hoogste staatsmacht en de opperpriester (of hoogste theoloog), waarbij de opperpriester de leer uitlegt, maar de staat bepaalt wat wet wordt: welk gedrag van mensen wordt verwacht.

Het ging Spinoza erom enerzijds de (grenzen van de) uitwendige godsdienstbeleving te reguleren, maar anderzijds vooral ook om de overheersing van godsdienstige functionarissen over de vrije godsdienstbeleving en het vrije denken van hun leden tegen te gaan. Dat om zoveel mogelijk rust en vrede in het publieke domein te garanderen; en niet zozeer om tot een 'gemeenschappelijk gedeelde waardengemeenschap' bij te dragen.
Spinoza zou, als zijn botten niet bij de Nieuwe Kerk in Den Haag verstrooid waren,  zich in zijn graf omdraaien dat zijn TTP nu gelezen zou worden als een pleidooi voor de staat als opperste theoloog. Alsof hij voor een theocratie zou zijn!

Reacties

Stan,
Ter aanvulling: ik denk dat Spinoza in TTP19.2-3 zich het duidelijkst uitspreekt over de relatie staat-godsdienst. Hij zegt daar: 'God heeft geen bijzonder koningschap over de mensen anders dan door tussenkomst van degenen die de staatsmacht in handen hebben'. Vervolgens maakt hij onderscheid tussen:
1. 'de u i t o e f e n i n g van de vroomheid' = 'de uiterlijke religieuze eredienst' = de rituelen. Deze 'moeten zich voegen naar de vrede en het belang van het staatkundige leven', m.a.w. staan onder controle van de staat. In die zin mag de staat uitspraken doen over ritueel slachten, boerkaverbod, etc., althans voor zover ze indruisen tegen de vrede en het belang van het staatkundige leven. In feite komt het neer op wat staatsman en Spinoza-kenner Thorbecke opmerkte over de kerken, namelijk dat een kerk juridisch een vereniging is en als zodanig onderworpen aan het verenigingsrecht.
2. 'de vroomheid z e l f' = 'de innerlijke dienst aan God' = 'waardoor de geest er innerlijk toe gebracht wordt God met zijn gehele hart te vereren'. Deze behoort tot 'ieders persoonlijk recht'. Hierover kan en mag de staat geen regels geven.

Omdat 'geest' een onspinozistische term is en er verstand moet staan en een 'geest' natuurlijk geen 'hart' kan hebben en omdat Nederlandse vertalers hier altijd en hardnekkig in de fout gaan, zocht ik de Engelse tekst die veel verduidelijkt.
'Mind' is dus verstand en 'singleness of heart' is een volledige toewijding van het verstand aan iets.

I wish, however, first to point out that religion acquires its force
as law solely from the decrees of the sovereign. God has no
special kingdom among men except in so far as He reigns through
temporal rulers. Moreover, the rites of religion and the outward
observances of piety should be in accordance with the public peace
and well-being, and should therefore be determined by the sovereign
power alone.
I speak here only of the outward observances of
piety and the external rites of religion, not of piety itself, nor of the inward worship of God, nor the means by which the mind is inwardly led to do homage to God in singleness of heart*.

Inward worship of God and piety in itself are within the sphere of
everyone's private rights, and cannot be alienated (as I showed at
the end of Chapter VII.). What I here mean by the kingdom of God is, I think, sufficiently clear from what has been said in Chapter XIV.
I there showed that a man best fulfils Gods law who worships Him, according to His command, through acts of justice and charity; it follows, therefore, that wherever justice and charity have the force of law and ordinance, there is God's kingdom.

*is the ideal of having sole devotion to a task or endeavour.

Haije,
Het Latijnse origineel is volgens Gebhardt: 'sive mediis, quibus mens interne disponitur ad Deum integritate animi colendum'.
Voor het Latijnse 'm e n s' geeft mijn Prisma Latijn-Nederlands 20 betekenissen, waaronder als eerste drie 1. geest, 2. verstand, 3. denken.
Vertaler Akkerman kiest 'geest', vertaler Bouwman kiest 'verstand', vertaler Klever kiest 'ziel' (in 'Definitie van het Christendom') - een vertaling die niet bij het lijstje van 20 in het woordenboek staat - , en vertaler Glazemaker kiest 'geest' (in 'De rechtzinnige theologant' van 1693). Citaat van vertaler Glazemaker: 'of van de middelen, door dewelke de geest inwendiglijk geschikt wordt'.
C o n c l u s i e: 'geest' lijkt mij een goede vertaling van het Latijnse 'mens'.

Adrie,
Ben het geheel eens met je reactie op Haijje wat de vertaling van 'mens' betreft. "Body and mind" wordt i.h.a. ook als "lichaam en geest" vertaalt.
Nuttig je eerste reactie. Niets van wat je daar uit Spinoza samenvat kan leiden tot de conclusie dat in zijn ogen de staat dan als "opperste theoloog" zou worden gezien.

Is er voor Haije Bouwman geen verschil tussen 'mens' en 'intellectus' ?
Het lijkt er op dat er voor Spinoza wel een verschil is.