De Spinozistische mens hoeft niet voor 100% reactie te zijn

Gisteren bracht ik Wim Klevers ooit in Bielefeld gegeven voordracht WIE SPINOZA DEN MENSCHEN ERKLÄRT op internet [PDF]. Het is een interessant, leerzaam en uitdagend stuk. Uitdagend, juist ook daar het wat mij betreft tot tegenspraak noopt. Het is een zo sterk eenzijdig artikel (we krijgen een zó platgewalste Spinoza) dat er van de eindconclusies niets klopt. Spinoza zou het er volgens mij zeker niet mee eens zijn.

Wim Klever is zo sterk voorstander van een geheel fysicalistische Spinoza, dat er van enige ruimte voor ‘eigenheid’, van mogelijk groeiende zelfstandigheid, geen plaats is. Ik zet ‘eigenheid’ overigens wel tussen aanhalingstekens, want ook de kern van de ‘Spinozistische eigenheid’ is niet iets dat we van onszelf hebben, maar van God of de natuur. Maar bij Klever lezen we de daar niets over.

Klever concludeert: “der Mensch ist für 100% Reaktion, dirigiert durch die ganze Natur.”
En in een kleine excursie haalt hij ook zijn geliefde stokpaardje van stal dat beweert dat iedereen automatisch, dus vanzelf, wijs wordt en tot de amor Dei intellectualis geraakt. [Hij heeft dat ook uitvoerig betoogd in Hoe men wijs wordt, zie bij DBNL]

Maar dan is hij volledig voorbijgegaan aan het feit dat Spinoza naast reageren (lijden) op oorzaken uit de omgeving, ook enige ruimte ziet voor handelen, n.l. zelf oorzaak zijn van gedragingen (cf fortitudo en generositas in 3/59 S).

Klever verwijst naar 5/12-15 als belangrijke plaatsen voor het ‘noodzakelijk ontwikkelen’ van…, maar hij gaat voorbij aan het feit dat Spinoza in 5/15 spreekt over “de geest kan (potest) alle aandoeningen met de idee van God in verband brengen.” Is dat de manier van spreken van iemand die een automatisme wil beschrijven? Maar Klever heeft nergens oog voor enig eigen initiatief, waar Spinoza dat wel heeft. Begrijpen is de belangrijkste component daarvan – en begrijpen doen we zelf.

Klever maakt volstrekt onbegrijpelijk waarom Spinoza in de Praefatio van het vierde deel het heeft over een modelmens (exemplar humanae naturae) die we voor de geest kunnen halen en proberen te volgen en over leefregels (vitae dogmata, 5/10S) en waarom Spinoza, als hij zou vinden dat iedereen door levenservaring vanzelf de amor Dei intellectualis bereikt, hij de Ethica ermee eindigt dat de wijsheid en beatitudo niet voor het grijpen liggen en het bereiken ervan een moeilijke weg is?

Door zo de nadruk te leggen op de fysicalistische Spinoza en de Ethica als gedragswetenschap te willen zien, i.p.v. als een echte Ethica, en dan wel een zeer nuchtere en realistische hulp om tot adequater gedrag te komen, haalt hij een grote rijkdom die Spinoza biedt weg en maakt hij hem eigenlijk uiterst ondoorgrondelijk.

Heel duidelijk blijkt Klevers eenzijdige benadrukken van slechts één kant van Spinoza uit hoe hij omgaat met 4/4 en 4/4C. 4/4: “Het is onmogelijk dat de mens geen deel van de natuur is en alleen veranderingen kan ondergaan, die louter uit zijn aard begrepen kunnen worden en waarvan hij de adequate oorzaak is.” Na het bewijs (ik raad aan het even te lezen) loopt dit uit op het corrolarium: 4/4C: “Hieruit volgt dat de mens noodzakelijk altijd blootgesteld is aan aandoeningen (necessario passionibus esse semper obnoxium), de algemene ordening van de natuur volgt, eraan gehoorzaamt en zich, zoveel als de natuur der dingen dit vereist, daaraan aanpast.”

Spinoza wil daar dus beklemtonen dat we erg en altijd afhankelijk zijn van onze omgeving. Hij heeft hier en op vele plaatsen de spontane neiging om te denken dat we ‘zelf nogal wat zijn’ ontregeld. Maar heeft daarmee niet ontkend dat we zelf ook íets zijn. Integendeel, hij begint er in het bewijs juist mee erop te wijzen dat alle individuele dingen iets van de macht van God of de natuur ontvangen hebben. We hebben een conatus die ook zelf adequate oorzaak van handelen kan zijn. En het is juist Spinoza’s intentie dat we die – via echt begrijpen – kunnen versterken. Maar hij wil ook en juist dat we er goed van doordrongen zijn dat we maar een uiterst klein deeltje in een geheel zijn én dat we van die beïnvloedende omringende natuur, onze omgeving, nooit loskomen.

Maar Klever heeft geen boodschap aan dat stukje ‘eigenheid’ die mogelijkheid tot groeiende ware 'Selbigkeit’ en citeert alleen wat hem uit komt: (necessario passionibus esse semper obnoxium). Daarmee heeft hij enerzijds groot gelijk, maar anderzijds gigantisch ongelijk.

Ook dat stukje ‘eigenheid’ hebben we niet van onszelf, we hebben het ontvangen, maar wij kunnen het uitbouwen en versterken. Het is die plek (de ware conatus), die Spinoza wil exploreren en ons wil helpen als bruggenhoofd in een vijandige omgeving uit te bouwen. En dat door niet van een gefantaseerd (cartesiaans) zelf (met vrije wil etc.) uit te gaan, maar van een reëel tijdens ons leven te ontwikkelen zelf. En dat gaat niet vanzelf.

Kortom, wij bestaan niet voor 100% uit reacties. Er is een (klein beginnend) percentage waarin we zelf oorzaak zijn van handelen; en dat gedeelte kunnen we groter en belangrijker maken. En we worden niet allemaal vanzelf wijs en niet ieder gaat de dingen die hem overkomen vanuit de eeuwigheid en vanuit het geheel zien en begrijpen. Wie – uit de multitudo – daartoe komen kunnen we niet weten (en daarom is het zo belangrijk dat er vrijheid van denken en spreken is), maar velen lukt het echt niet.

Q.E.D.

Reacties

Een mooi en sterk blog!

Met alle respect, Stan (en Henk). Je miskent 1/28 en maakt de mens tot een miraculeus en BOVENnatuurlijk wezen.

De beschuldiging van miraculeusheid en bovennatuurlijkheid slaat natuurlijk nergens op, is een gotspe én tevens een bekende afleidingsmanoeuvre. Want er komt geen refelctie op wat het onderscheid betekent dat Spinoza ziet tussen ondergaan en handelen; op het gegeven "dat alle individuele dingen iets van de macht van God of de natuur ontvangen wat hun vermogen uitmaakt in stand te blijven (4/4Dem) wordt niet gereageerd; en op het feit dat de conatus, "het streven om ZICHZELF te be houden" (conatus sese conservandi) wat "de essentie van de zaak zelf" is (ipsa rei essentie, zoals 4/22Dem 3/7 uitdrukt) elk ding een zekere ‘eigenheid’ of 'zelf' geeft (die verder versterkt kan worden in de richting van een echt ZELF) wordt niet ingegaan. Dit alles vormt de basis of vertrekpunt voor de transformatie van inadequate naar adequate kennis - de taak van een ethica om bij te helpen. En dat alles onder behoud van 1/28!
Ik wilde hier nu verwijzen naar het tekstje van Paul Ricoeur, maar ik zie intussen dat je ook al op dat blog volstaan hebt met argumenta ad hominem zonder er inhoudelijk op in te gaan.

Ik ben benieuwd hoe Wim Klever de titel van deel V leest: "Over de macht van het intellect, ofwel, over de menselijke vrijheid".

[Br73.2] Alle dingen zijn in God en bewegen zich in God, zo verklaar ik met Paulus [Hand17.28], en wellicht ook met alle antieke filosofen, zij het dan misschien op een andere wijze. … Wanneer sommigen menen dat het Godgeleerd-staatkundig vertoog alleen daarop steunt, dat God en de natuur (die zij dan opvatten als een zekere massa of stoffelijke materie) een en hetzelfde zijn, zijn ze het spoor totaal bijster.

Het lijkt soms of mensen die zich heel lang en intensief met Spinoza hebben beziggehouden menen met een geheel eigen afwijkende zienswijze te moeten komen. Bennett meende dat niet attributen maar de eindige modi het wezen van de substantie zijn. Della Rocca komt met zijn dubbele PSR en de stelling dat voor Spinoza conceptuele relaties primair zijn ten opzichte van oorzakelijke relaties. Klever komt met zijn 'fysicalistische' Ethica zonder ethica. Allemaal aantoonbaar onjuist.

Henk,
1. Kan jij mij uitleggen wat Della Rocca bedoelt met de dubbele PSR. De PSR begrijp ik, maar de dubbele? Op blz 8 van zijn boek geeft hij een omschrijving, maar als ik hem volg, dan kom ik op tautologieën uit. Ik kan er niets anders van maken dan dat je 1. voor een feit een verklaring zoekt, en dat je 2. daarna vanuit die verklaring het feit kunt verklaren. Dus eerst ga je van gevolg naar oorzaak, daarna van oorzaak naar gevolg. Een soort double-check dus. Maar of dat juist is?
2. De 'conceptuele relaties' van Della Rocca zijn m.i. hetzelfde als 'causaliteit' bij Spinoza. Causaliteit is voor Spinoza een ruim begrip. Hij verstaat er onder:
a) de oorzaak-gevolg relatie zoals wij die tegenwoordig gebruiken.
b) de genetische definitie waarmee je bijvoorbeeld uit de definitie van een cirkel (=oorzaak) de eigenschappen van een cirkel (=gevolg) kunt verklaren.
c) de premisse van een syllogisme (=oorzaak) waaruit je de conclusie van het syllogisme kunt verklaren (=gevolg).
b) en c) noemen we tegenwoordig niet meer een causale relatie. De term 'conceptuele relatie' klinkt derhalve alleszins redelijk. In Br12 heeft Spinoza het over 'de ruimte tussen twee niet-concentrische cirkels'', terwijl wij nu 'oppervlakte' zeggen, omdat 'ruimte' tegenwoordig drie-diemnsionaliteit veronderstelt.
3. Ik vond het boek van Della Rocca verhelderend en een aanwinst in de Spinoza-literatuur, echter m.u.v. zijn dubbele PSR.

Adrie, ik kan je op dit moment de dubbele PSR niet uitleggen, want ik heb Della Rocca's boek hier niet bij de hand. Ik heb wel zijn tekst waarin hij zegt dat conceptuele betrekkingen fundamenteler zijn dan causale betrekkingen:
eFor Spinoza, causal connections are grounded in and stem from conceptual connections. Consider the fact that Spinoza defines substance and mode in terms of conceptual connections and on this basis goes on to conclude (e.g. in 1p6c and 2p6) that there cannot be causal connections between substances or modes of different attributes. Conceptual connections are clearly, for Spinoza, more fundamental than causal connections, and the latter can be derived completely from the former.f(p.44)
Er is niet veel dat deugt in deze argumentatie.
1) Het is onjuist om te stellen dat substantie is gedefinieerd in termen van conceptuele betrekkingen. De ontologische betrekking is primair. Dat A in zichzelf is (en oorzaak van zichzelf is) impliceert dat A door zichzelf begrepen wordt (door 1/ax4). Dat A door zichzelf begrepen wordt impliceert echter NIET dat A in zichzelf is (zie 1/10s). Per saldo is er dus geen definitie van substantie in conceptuele termen.
2) Er is in de Ethica geen enkele uitspraak te vinden waaruit men zou kunnen afleiden dat uit een POSITIEVE conceptuele betrekking tussen A en B geconcludeerd kan worden tot het al of niet bestaan van een causale betrekking tussen A en B. De enige conceptuele betrekking die door Spinoza in verband wordt gebracht met het niet bestaan van causale betrekkingen tussen substanties vinden we in 1/ax4: eA is de oorzaak van B ¨ B wordt door A begrepenf, ofwel, eB wordt niet door A begrepen ¨ A is niet de oorzaak van Bf. Della Roccafs argument wordt dan: uit het feit dat uit een conceptuele betrekking (substantie A kan niet begrepen worden door substantie B) een conclusie getrokken kan worden omtrent een oorzakelijke betrekking (substantie B is niet de oorzaak van substantie A), volgt dat conceptuele betrekkingen voor Spinoza fundamenteler zijn dan causale betrekkingen.
De juiste lezing is dat uit het ONTBREKEN van een bepaalde conceptuele betrekking geconcludeerd kan worden tot het ONTBREKEN van een causale betrekking. Dat leidt tot een geheel andere conclusie. Blijkbaar is het voorhanden zijn van een causale relatie een VOORWAARDE voor het bestaan van de conceptuele relatie. Dat is een conclusie die precies tegengesteld is aan die van Della Rocca.

Sorry voor de verhaspeling van de tekens. 1/ax4:

"A is de oorzaak van B" impliceert "B wordt begrepen door A", ofwel,
'B wordt niet begrepen door A' impliceert 'A is niet de oorzaak van B'

Voor Stan en Henk TEN SLOTTE: ... Determinatur ad existendum, maar ook AD OPERANDUM (tot het handelen) . Deze determinatie lijkt eigenheid en zelf handelen mogelijk te maken, maar op de keper beschouwd ( volgens de wetenschappelijke ratio, die de ETHICA schrijft ) toch ook weer niet. Wij, die zo vol zijn van onszelf, willen dat niet graag accepteren, maar we zullen het dank zij onze verschillende ervaringen wel leren en zo gaan beseffen dat wij niet wezenlijk anders zij dan etc. Hume had dit heel goed van Spinoza geleerd: "In judging of the actions of men we must proceed upon the same maxims as when we reason concerning external objects" (TREATISE 2.3.1).

Niet om nu iets te zeggen voor of tegen Stan Verdult, Wim Klever of Henk Keizer. Voornamelijk voor mijzelf nagezocht. Wim Klever verwijst m.i. (bijvoorbeeld) naar definitie 7 van deel 1 van de Ethica: (in Klevers vertaling in Ethicom) Die zaak zal 'vrij' (libera) heten, welke bestaat uit de noodzakelijkheid van haar natuur alleen en enkel door zichzelf tot handelen wordt bepaald. 'Noodzakelijk' (necessaria) daarentegen, of liever 'gedwongen' (coacta), wat door iets anders op zekere en bepaalde wijze tot bestaan en handelen wordt bepaald. Zie verder Klevers toelichting op blz. 20 van Ethicom.
Desalniettemin is er een element van niet-gedetermineerd zijn, namelijk de keus hoe men omgaat met alles wat door allerlei determinerende factoren wordt bepaald zoals natuurwetten, externe (en mijn part ook inerne) omstandigheden, erfelijkheid e.d. Er is altijd de keuzemogelijkheid om in de houding tegenover wat ervaren of ondergaan moet worden een vrije beslissing te nemen, hierin is men vrij.
Luister naar wat Viktor Frankl in dit verband zegt in het volgende interview, ik herhaal deze verwijzing hier (al eerder gegeven in een ractie bij het blog van 28 october).

Hier de link naar het interview waar ik in bovenstaande reactie naar verwijs:
http://www.youtube.com/watch?v=9EIxGrIc_6g

Er zijn intussen verschillende discussies, maar ik heb de behoefte nog iets te verduidelijken in mijn reactie op Adrie.

Met 'het concept van B sluit het concept van A in' bedoelt Spinoza hetzelfde als 'B wordt begrepen door A' (zie 1/ax5)

Maar op EEN plaats legt Spinoza een relatie tussen causale betrekkingen en conceptuele betrekkingen. Dat is in 1/ax4: 'De kennis van het gevolg hangt af van de kennis van de oorzaak en sluit haar in ('involvit')'. Dat wil zeggen: als A de oorzaak is van B, dan wordt B door A begrepen. Die uitspraak is gelijkwaardig met: als B niet door A wordt begrepen, dan is A niet de oorzaak van B (Als de koningin jarig is, dan hangt de vlag uit. Als de vlag niet uithangt, dan is de koningin niet jarig)
Ofwel: als er geen conceptuele relatie is tussen A en B, dan is er geen causale relatie tussen de twee. Dat betekent dat het voorhanden zijn van een causale relatie een voorwaarde is voor het bestaan van de conceptuele relatie. Ofwel: de conceptuele relatie wordt afgeleid uit de causale relatie, en niet andersom zoals Della Rocca beweert.

Intussen blijf ik benieuwd naar de lezing van Wim Klever van de titel van deel V van de Ethica.

Potdorie, ik moet me corrigeren voordat een logicus het te lezen krijgt. Ernstig. De redenering moet zijn:
Op grond van 1/ax4: Als A de oorzaak is van B dan kan ik concluderen dat B begrepen wordt door A. Maar als B begrepen wordt door A kan ik NIET concluderen dat A de oorzaak is van B (als vlag uithangt kan ik niet concluderen dat de koningin jarig is). Dus: bij Spinoza (1/ax4)kan de conceptuele relatie worden afgeleid uit de causale relatie, maar niet omgekeerd.

Tenslotte misschien nog voor Wim Klever. Hij baseert zijn opvatting geheel op 1/28. Die stelling gaat over 'singuliere dingen', dingen die eindig en tijdelijk zijn. Maar het intellect is in de opvatting van Spinoza geen singulier ding en daarmee is ook de mens niet in zijn geheel een singulier ding. Daarom kan Spinoza spreken 'Over de macht van het intellect, ofwel, over de menselijke vrijheid'.

Adrie, ik kom nog even terug op je vraag (aan Henk) wat Della Rocca bedoelt met de dubbele PSR. Eigenlijk heb je zelf al het antwoord gegeven met te schrijven: De 'conceptuele relaties' van Della Rocca zijn m.i. hetzelfde als 'causaliteit' bij Spinoza.
Het heeft er inderdaad mee te maken dat bij Spinoza de ontologische stand van zaken zó verweven is (parallel) is met de epistemologische stand van zaken dat Spinoza, volgens Della Rocca, de ontologische stand van zaken soms (altijd?) uitlegt via de epistemologische stand van zaken.
Het komt neer op de overtuiging dat alles een oorzaak heeft en dat wil zeggen dat alles, maar dan ook werkelijk elke stand van zaken en alle verschijnselen verklaarbaar en dus intelligibel zijn.
Dit gaat zover dat Spinoza volgens Della Rocca niet alleen laat zien (1) dat een verschijnsel een oorzaak heeft, maar dat hij (2) dit dan uitlegt in termen van conceptualiteit, uitlegbaarheid of intelligibiliteit zelf. Dit noemt Della Rocca de ‘tweevoudige toepassing’ (twofold use) van de PSR.
En dat laat hij (voor mij op een wat irritante manier, alsof hij het uiteindelijk beter weet dan Spinoza) overal in zijn boek zien.

Wim,
Wij zijn niet wezenlijk anders dan de rest van de natuur, maar wel gradueel: complexer etc. Wie of wat is datgene dat ZICHZELF ofwel ZIJN bestaan wil zien te behouden? Precies, elk ding. En het ene ding lukt dat beter dat het andere. En daarin schuilt zijn zelf, zijn (gekregen) macht om z’n bestaan te behouden, te verbeteren en sterker te worden (zelf en - verstandig met anderen samenwerkend - collectief).
Wat heeft het voor zin om dit stukje zelfheid dat ieder meekreeg te ontkennen? Door het wél te willen zien, zeg ik daarmee toch niet dat we een onafhankelijke substantie zijn, met een Cartesiaanse wil e.d.? Ook zijn talent om dingen te begrijpen heeft iemand niet van zichzelf, maar áls hij het gekregen heeft, is hij ZELF degenen die daarmee aan de slag kan en zijn ware conatus op een meer adequate kan behouden en versterken – of dat kan nalaten.

Dat dit ‘zelf’ slechts in de verbeelding bestaat, maakt helemaal niet uit: wij kunnen in het reële leven nu eenmaal niet leven buiten de verbeelding om. We kunnen in de praktijk niet gewoon gaan zitten afwachten tot ‘het goede leven’, ‘het summum bonum’, of ‘de wijsheid’ of de ‘beatitudo’ automatisch en vanzelf op ons afkomt. We moeten in de praktijk handelen – aan de slag. ZELF!

Sollen wir? Einbildung. Nochmals 1/28 zum Schlusz.

Nochmals: de mens is niet gedefinieerd door 1/28!!!!

!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

Wim toch, waar lees je dat 'sollen' nou weer? Du mußt - onontkoombaar. Denk daar maar eens een beetje over na. Met een beetje meer imaginatio graag.

Henk,
Je voorbeeld van het vlaggen op de verjaardag van de koningin is wellicht een goed voorbeeld van de dubbele PSR bij Spinoza:
1. De koninging is jarig (oorzaak), er wordt gevlagd (gevolg)
Vraag: is dit de essentie van het vlaggen? Antwoord: nee. Waarom?
2. Er wordt gevlagd (gevolg), de koningin is jarig (oorzaak)
Dit is een ongeldige uitspraak. Waarom? Omdat er ook voor andere zaken gevlagd wordt. De essentie van het vlaggen is:
3. Er is een nationale feestdag (oorzaak), en wordt gevlagd (gevolg)
De nationale feestdag is de ware werkoorzaak van het vlaggen, en verklaart al het vlaggen.
Voilà, de 2 voudige PSR van Della Rocca: eerst van gevolg naar oorzaak gaan, daarna van ware oorzaak naar gevolg

Adrie, ik zal in januari terugkomen op die tweevoudige PSR, want ik moet eerst echt de tekst hebben. Maar ik weet dat ik het indertijd niks vond, had te maken met het veronderstelde primair zijn van het conceptuele ten opzichte van het causale.

Adrie, het verhaal over de dubbele PSR (Principle of Sufficient Reason) begint op p. 8 met een zeer discutabele uitspraak: "Spinoza demands that we give an account of what causation is; we must be able to explain what it is for one thing to cause another". Dit lijkt me pertinent onjuist (DR geeft overigens ook niet aan waar Spinoza dat zegt of laat blijken). Spinoza wil dat we verschijnselen verklaren en niet wat 'oorzaak' is. Als b veroorzaakt wordt door a, dan wordt b verklaard door a (1/ax4) en wordt niet 'oorzaak' verklaard. Spinoza plaatst 'oorzaak' in het ene attribuut en 'verklaring' in het andere attribuut. Er is geen brug tussen die twee (zeer vreemd dat juist Della Rocca dit zegt, van wie je niet mag zeggen dat dat het attribuut uitgebreidheid anders geaard is dan het attribuut denken omdat je dan de 'explanatory and causal barrier' schendt, p.90). In 1/ax4 zegt Spinoza twee dingen: als a oorzaak is van b,
1) dan vloeit de kennis van b voort uit de kennis a en
2) sluit de kennis van b de kennis van a in (of: wordt b begrepen door a).
Dat Spinoza hier uitsluitend een PARALLELLIE schetst, wordt duidelijk in 2/7 en 2/7c, die geheel en alleen gebaseerd zijn op 1/ax4: alles wat formeel uit Gods oneindige natuur volgt, volgt objectief in God uit de idee van God, in dezelfde orde en samenhang. Verklaren en veroorzaken zijn twee gescheiden trajecten. Dat is de eerste PSR volgens DR.
De tweede zegt:"for a to cause b is nothing more than for a to make b intelligible, for a to explain b. If causation were something over and above explanation then in what would causation exist? (dit lijkt me een flagrante schending van het principe dat men het ene attribuut begrijpt zonder hulp van een ander attribuut, 1/10s) This analysis of causation in terms of explanation is the second use of the PSR in this case" Dus:
1e PSR: de eis dat veroorzaken verklaarbaar moet zijn
2e PSR: het veroorzaken wordt verklaard in termen van het verklaren zelf.
Het tweede lijkt me te betekenen dat je het veroorzaken VERVANGT door het verklaren.

Henk,
Bedankt voor je uitleg. Als ik je goed begrijp eist DR dat de PSR z e l f verklaard wordt, blijkens zijn door jou aangehaalde uitspraak: "Spinoza demands that we give an account of what causation is; we must be able to explain what it is for one thing to cause another". Dit is inderdaad een onmogelijkheid, gezien het axiomatische karakter van de PSR. 1ax3 stelt: er is causaal determinisme (attribuut uitgebreidheid), en 1ax4 stelt: er is causaal rationalisme (attribuut denken), maar Spinoza eist niet - en kan niet eisen - dat we het determinisme sec, en het rationalisme sec verklaren uit nog elementairder beginselen.

Of het een uit het ander.

Adrie,
Aan het eind van zijn Spinoza-boek doet Della Rocca een poging de PSR te funderen/te verklaren, wat hem niet lukt zo moet hij toegeven.

Het verklaren of funderen van de PSR is misschien toch nog een ander punt dan waarom die dubbele PSR niet in orde is. Della Rocca zegt in die dubbele PSR: veroorzaken betekent gewoon dat je iets kunt verklaren. Daarmee ontvalt aan veroorzaken een eigen identiteit. Het is alsof het ene attribuut opgaat in het andere. Dat gaat nog heel wat verder dan het schenden van de 'explicatieve barriere' tussen attributen.