De eerste Spinozahuis-studiebijeenkomst in 2010

Vandaag was de eerste dag van de vier studiebijeenkomsten, georganiseerd door de Vereniging Het Spinozahuis, waarin deze keer de Ethica op een 'niet-geometrische' manier wordt behandeld. Dit betekent dat de inhoud en de gedachtegang van elk deel wordt toegelicht met gebruikmaking van voorredes, scholia en apendices.

Verwacht werd: "Op deze wijze zijn de bijeenkomsten ook aantrekkelijk voor die leden die voor de eerste keer kennis met dit werk willen maken." Wellicht kwam het door deze belofte - er waren deze keer opvallend veel nieuw ingeschrevenen en het totaal kwam uit op ca 120 deelnemers.

Na vorig jaar naar de IVKO-school in Amsterdam te zijn uitgeweken, wamen we dit jaar weer bijeen in het Spinozalyceum, hoewel de renovatie nog niet gereed was. We kwamen bijeen in de provisorische aula. De foto's geven een indruk van opkomst en locatie.

  

Prof. dr. Wiep van Bunge verzorgde de inleiding op deel I, waarbij we vooraf lazen de stellingen met corrolaria en scholia 10, 11, 15, 17, 33 en de appendix.

Een paar grepen uit zijn toespraak - zaken die mij zeer aanspraken.

[1] Spreker benadrukte hoe Descartes hier scherp op de achtergrond speelt. Sommigen vinden dat Spinoza Descartes' denken vervolmaakte, anderen dat hij diens leer vanbinnenuit opblies. Hier ging hij niet dieper op in.
Descartes zegt weinig over God. Of hij zegt dingen als wat Descartes schreef aan Mersenne: "God schept de eeuwige waarheid in souvereine vrijheid." Van Bunge haalde de cartesiaan Jean-Luc Marion aan, volgens wie Spinoza God relatief laat in deel I laat 'opkomen' (in de laatste der definities, pas in stelling XI de existentie van God). Het duurt dus even voor we te weten komen dát God bestaat, maar áls we dat eenmaal weten, dan weten we ook behoorlijk wat, terwijl God bij Descartes blanco blijft - een oningevuld begrip. Dat kun je van Spinoza bepaald niet zeggen.

[2] Vervolgens liet Van Bunge de indelingen van Gueroult langs komen en behandelde hij samenvattend de scholia bij de genoemde stellingen.

[3] Tenslotte stelde hij de vraag aan de orde: is wat Spinoza behandelt in de delen I (God) en II (De ziel) nu metafysica of niet? Die onderwerpen zijn bekend uit de metafysica. Maar Koerbagh had in 1668 geschreven dat metafysica een zinledige term is, want buiten of boven de natuur bestaat er helemaal niets; er kan dus alleen maar natuurwetenschap zijn - buiten de fysica is er niets. Ook Spinoza stelt (st. XVIII) dat er niets buiten of boven de natuur is. God is immanent aan de natuur. Spinoza zou de kwestie hebben willen verhelderen met de begrippen natura naturans (= de substantie of alle attributen) en natura naturata (de modi of de natuur als effect). God, zijnde alle attributen, valt niet samen met de aan tijd gebonden modi. Maar heel helder wordt de kwestie niet.

Ondertussen vroeg ik mij af, waarom Spinoza zelf op deze kwestie niet rechtstreeks inging, b.v. op de manier waarop Koerbagh dat had gedaan. Hij lijkt het niet te bespreken, of het moet zijn door er slechts één woord aan te wijden: hij noemt zijn boek Ethica (en niet metafysica). Dat is dan wel een subliem kort commentaar.

Ik krijg trouwens de indruk dat door sommigen (misschien ook Koerbagh) de term metafysica als verwijzend naar zoiets als 'bovennatuur' of 'buiten de natuur' of 'het transcendente' wordt gezien. Ik zie echter geen enkele moeilijkheid om de term metafysica te hanteren zoals Aristoteles het gemunt heeft: als alles wat niet rechtstreeks fysica is, maar erna (of ervoor) komt: over wat er verder nog over te zeggen is b.v. over de veronderstellingen van de fysica - elk spreken óver de fysica etc. Wie bijvoorbeeld termen als 'oorzaak' gebruikt is niet met empirie bezig (oorzaken zie je niet...), maar met metafysica (wat Kant na Hume daarover ook moge hebben gezegd, ook Kant verwarde volgens mij metafysica met het spreken over als het ware 'een andere wereld'). Genoeg daarover.

Na de koffiepauze werden de groepen opgedeeld in: gevorderden en nieuwkomers, hetgeen denk ik voor de laatsten een grote verbetering zal hebben betekend. Van de 'gevorderden' (of eigenwijzen) die in de discussie in het voeren van het hoogste woord flink kunnen imponeren (ik heb het ook over mezelf...) hadden degenen die voor het eerst kwamen nu geen last.

Het bleek dat het Spinozalyceum ook beschikt over een beeld van Spinoza van de hand van J.A. Rädecker die dit in 1945 (of misschien was het toch 1944) maakte. De dichter P.N. van Eyck kocht er een afgietsel van en dichtte er het gedicht over: Bij Spinoza's portret (zie dit blog). Uiteraard het ik er direct een paar foto's van gemaakt voor dit webblog.

 

Reacties

Bedankt Stan voor je foto's en je verslag van de eerste bijeenkomst. Fraai, snel en accuraat. Die kwestie over metafysisch/metafysica heeft mij ook beziggehouden. Ik vroeg mij af of de fysica waar Aristotales het over heeft ( en waar het begrip metafysica aan gekoppeld is) hetzelfde is als de fysica( natuurkunde) die wij bedoelen als we dit woord gebruiken. Als dit een andere betekenis/inhoud heeft, dan heeft dat ook consequenties voor wat we onder metafysica verstaan. Weet jij daar iets van?

Het was dus wel hersengymnastiek met Van Bunge over Ethica deel 1. Jammer dat het thema weer zo academisch was, zo los van de realiteit, zo metafysisch. Conclusie; We mogen van Van Bunge dus blijven spreken over Spinoza’s metafysica . Hopelijk heeft hij er wel bijgezegd dat dit absoluut niets met religie te maken heeft en dat Spinoza’s ‘God’ precies hetzelfde is als de natuur, of het universum, of de substantie.

Spinoza, E1 definitie;

“6. God is voor mij het absoluut oneindige zijn, dus een substantie die bestaat uit oneindige attributen, die allemaal een eeuwige en een absoluut oneindige essentie uitdrukken.”

Alles in de natuur functioneert volgens de eeuwige, volmaakte wetten van de natuur, waar die ‘God’ dus ook niets meer aan kan veranderen. Als dat wel het geval zou zijn, zou daarmee immers zijn onvolmaaktheid toegegeven zijn.

Spinoza E1, 33;
“Uit het voorgaande volgt duidelijk dat de dingen met de grootste volmaaktheid door God gemaakt zijn. Ze volgen noodzakelijk uit een gegeven volledig volmaakte aard, en hierdoor wordt God helemaal niet beschuldigd van onvolmaaktheid. Zijn volmaaktheid dwingt ons juist om dit te erkennen.

Uit het tegendeel hiervan zou zelfs volgen dat God niet het aller volmaaktst is. Als de dingen op een andere manier gemaakt zouden zijn, dan zou je aan God een andere aard toe moeten kennen, die verschillend is van die we gedwongen zijn aan hem toe te kennen door het zien van het aller-volmaaktste zijnde.

Ik twijfel er helemaal niet aan dat veel mensen deze uitspraak verwerpen als absurd en geen zin hebben er over na te denken. De reden is dat ze gewend zijn om een ander soort van vrijheid aan God toe te kennen dan ik, namelijk een absolute wil.

Maar ik twijfel er ook niet aan dat, als ze de zaak willen overdenken en goed over mijn serie bewijzen willen nadenken, dat ze deze vrijheid die ze nu aan God toeschrijven helemaal zullen verwerpen als kinderachtig, en als een grote belemmering voor de wetenschap.
(…)

Want als God over de orde van de natuur iets anders zou willen besluiten dan hij besloten heeft, dus als hij met de natuur iets anders wil, dan zou hij een ander denken en een andere wil moeten hebben dan hij nu heeft.

En als je aan God een ander denken en een andere wil mag toeschrijven, zonder een verandering van zijn essentie en volmaaktheid, wat is er dan de reden van dat hij zijn besluiten over de gemaakte dingen niet nu kan veranderen, terwijl hij toch even volmaakt kan blijven?”

Wat er van Spinoza’s ‘God’ overblijft is dus louter een begrip, een idee en dat is een idee dat samenvalt met eeuwigheid en oneindigheid, of de natuur, of het universum, met alles dus.

Meer is de ‘God” van Spinoza niet. Die ‘God’ kan dus niks, denkt niks, voelt niks, doet niks en wil ook helemaal niks.

Spinoza E1, 33; (hij geeft een voorbeeld uit het ongerijmde…)

Je kunt zeggen dat er in de dingen geen volmaaktheid en geen onvolmaaktheid is, maar dat wat in hen is en waardoor zij volmaakt of onvolmaakt zijn, goed of slecht genoemd wordt, alleen van de wil van God afhangt.

God had dus, als hij gewild had, er voor kunnen zorgen dat wat nu volmaakt is, heel onvolmaakt kan worden en omgekeerd.

Maar dit zou hetzelfde zijn als openlijk te beweren dat God, die iets dat hij wil, ook moet begrijpen, door zijn wil er voor zou kunnen zorgen dat hij iets op een andere manier kan begrijpen dan hij het begrijpt. En dat is, zoals ik net heb laten zien, totaal absurd.”

Als de ‘God’ van Spinoza dus louter een begrip is voor ‘alles’, dat dus absoluut geen invloed heeft op het functioneren van de natuur, en dus eigenlijk niets is, dan heeft het ook helemaal geen zin om tijdens lezingen aan dat begrip zoveel tijd te verdoen. Zeker omdat er zoveel belangrijkere zaken in het heden spelen die we kunnen koppelen aan de briljante ideeën van Spinoza, zoals ecologie, de vrijheid van meningsuiting en dus het functioneren van de democratie en de vrijheid in de staat, die ook nu weer bedreigd wordt door de duistere krachten van religies, met hun verwrongen ethische dogma’s die voortkomen uit de bizarre verzinsels over de aard van de mens, zijn verstand en de natuur.
Prioriteit van spinozisten, die een bijdrage willen leveren aan het algemeen welzijn, zou nu dus moeten zijn, met Spinoza in het hoofd, een zinnige bijdrage leveren aan zaken die de hedendaagse mens bezighouden, om zo het verstand te verbeteren, onjuiste ideeën (zoals religieuze verzinsels) te bestrijden, emoties onder de controle van het verstand te brengen, en de vrede, harmonie en vrijheid in de staat te bevorderen.

Overigens heet E2 volgens mij niet ‘de ziel’ en ook niet ‘de geest’ (Krop) maar; “OVER AARD EN OORSPRONG VAN HET VERSTAND”.
Het bewijs hiervoor is dat het in dit hoofdstuk gaat over het verstand en over niets anders. Alles bij Spinoza draait om de ontwikkeling van het verstand. ‘Geest’ is misschien een term die de reli-spinozisten binnen boord houdt maar het is in feite een zeer verwarrende, onjuiste vertaling van het Latijn ‘Mentis’, dat alleen met het intellect in verband wordt gebracht!

Beste Bertus,
Bedankt voor je vraag. Ik kan je vraag slechts globaal beantwoorden, daar mijn 'kennis' van Aristoteles te vaag is - van te lang geleden dateert. Wat ik wist is dat de term 'metafysica' niet van hem afkomstig is maar van degene die zijn boeken bij het uitgeven geordend heeft. Een aantal boeken deelde hij in als 'na de fysica'. In die boeken 'meta fysica' behandelde Aristoteles de 'eerste filosofie' die hij onderscheidt van de speciale wetenschappen, daar ze het geheel van wat er is bestudeert: het zijnde qua zijnde en de eigenschappen ervan. De natuurwetenschappen houden zich bezig met de dingen die afzonderlijk bestaan maar niet onveranderlijk zijn. De eerste wetenschap houdt zich bezig met de dingen die zowel afzonderlijk bestaan als onveranderlijk zijn. De studie van het onveranderlijke en eeuwige noemt hij vervolgens theologie.

Maar hier houd ik op, want ik ben ik aan het navertellen wat ik lees in een fraai boek over Aristoteles. Meer kan ik er niet van maken.
Door jouw vraag pakte ik dat boek (van John L. Ackrill) dat ik al lang in m'n boekenkast had staan, maar dat ik nog niet ter hand nam, daar Spinoza - zoals ik begreep - zo'n hekel had aan of althans afstand nam van Aristoteles. Maar nu ontdekte ik dat ik dit boek juist wel moet lezen, mede om Spinoza nog beter te verstaan. Ik merkte hoeveel Spinoza juist aan Aristoteles zelf ontleent bij het bestrijden van zijn benadering. Bijvoorbeeld als het gaat om het verwerpen van teleologie, van doeloorzakelijkheid, vindt hij z'n voorbeeld bij diezelfde Aristoteles.
Bedankt dus voor je vraag, die mij veel nieuw huiswerk bezorgt!

Stan en Bertus, Wolfson stelt in 'The Philosophy of Spinoza' dat Spinoza op school Hebreeuws leerde van zijn 7e tot 18e jaar, en pas op zijn 20e Latijn, zodat hij toen pas kon kennis maken met Descartes. Primair leerde en bestudeerde hij echter de joodse middeleeuwse filosofie en theologie. Deze was filosofisch gefundeerd op het werk van Aristoteles, zoals de christelijke scholastiek en de islamitische filosofie ook gebaseerd waren op Aristoteles. Spinoza's begrippenkader van substantie, modus e.d. zijn gebaseerd op Aristoteles, de uitwerking is naturalistisch en cartesiaans. Dat is kort samengevat Wolfson's these.

Stan en Adrie, bedankt voor jullie waardevolle reakties. Prikkelen mijn nieuwsgierigheid naar de relatie Spinoza - Aristoteles nog meer. Een aanvullend vraagje: Beheerste Spinoza het Grieks in voldoende mate om zelf Aristoteles zelve gelezen te kunnen hebben?

@Bertus. Naar alle waarschijnlijkheid beheerste Spinoza het Grieks niet. Als dat wel het geval was geweest, zouden we daar zeker iets van hebben vernomen.
Wolfson schrijft in 'Phylosophy of Spinoza': "Hebrew made accessible to him not only the works of Jewish philosophers but also the works of Arabic philosophers, the works of Aristotle, mostly as incorporated in the commentaries of Averroes, the works of some of the Greek commentators on Aristotle, and also the works of some of the Latin scholastic philosophers. Latin similarly opened to him not only the original Latin writings of the philosophers of the Roman period, of mediaeval scholasticism, and of the Renaissance, but also translations from the Greek, Arabic, and Hebrew."
Verder laat Wolfson op enige plaatsen in dat boek zien dat de manier waarop Spinoza bepaalde Aristotelise begrippen gebruikte hij dat deed op de wijze waarop ze in het Latijn waren vertaald.

'Beheersen' is nou niet het juiste woord voor Spinoza's kennis van het Grieks, maar een matige kennis had hij toch wel van die taal. Zelf schrijft hij daarover aan het slot van TTP 10, dat hij maar kort zal zijn over het Nieuwe Testament, "omdat ik niet zo'n exacte kennis van de Griekse taal heb". - Voor dergelijke detail-vragen kan men beter nie bij de enigszins verouderde Wolfson te rade gaan.

Ik zou kort willen reageren op de reactie van Haje Bouwman.
Dat God bij Spinoza 'gewoon alles' zou zijn, lijkt me een misverstand. Dat alle dingen "in God" zijn, betekent niet dat God gewoon het geheel van alle dingen is. God is de 'natura naturans', hij valt samen met zijn attributen. Zijn wezen is de "potentia" of energie, werkzaam in zowel de uitgebreidheid als het denken. Ik zou Spinoza's God dan ook niet een nietszeggend begrip willen noemen.
Een groot deel van E2 gaat over de menselijke geest als idee van het menselijk lichaam. Hier zou je niet de vertaling 'het verstand' kunnen gebruiken. Spinoza gebruikt voor verstand de term "intellectus".

@henk keizer
U schrijft; “Dat God bij Spinoza 'gewoon alles' zou zijn, lijkt me een misverstand.“
U schrijft niet waarom u dat vindt.

U schrijft; “Dat alle dingen "in God" zijn, betekent niet dat God gewoon het geheel van alle dingen is.”
U schrijft niet waarop u dat vindt.

U schrijft; “God is de 'natura naturans', hij valt samen met zijn attributen.”
U legt niet uit wat dit betekent. Kunt u dit uitleggen?
U schrijft ‘hij’. Gaat het bij uw beeld van ‘God’ dan om een manlijke persoon?

U schrijft; “Zijn wezen is de "potentia" of energie, werkzaam in zowel de uitgebreidheid als het denken.”
Dat zegt u, maar waarom zou iemand dat aan moeten nemen als er geen bewijzen bij worden geleverd. De ‘God’ van Spinoza is hetzelfde als de natuur. Daarover is iedereen het eens. Die "potentia" of energie is dus gewoon de "potentia" of energie van de natuur. Voor het goede begrip van Spinoza’s Ethica is het aan te raden zoveel mogelijk ‘de natuur’ te denken als je ‘God’ leest.

U schrijft; “Ik zou Spinoza's God dan ook niet een nietszeggend begrip willen noemen.”
Het is niet alleen een nietszeggend begrip, het is ook een heel verwarrend begrip, dat het begrijpen van de eigenlijke filosofie van Spinoza belemmert. Alles draait bij Spinoza om de ontwikkeling van het verstand en daardoor de bevordering van het individuele geluk en algemene welzijn. Hoe meer we de natuur, die eeuwig en oneindig is, en dus onszelf begrijpen, en hoe meer we de details van het leven in het kader van het totaal (alles) kunnen plaatsen, hoe gelukkiger we worden. Tja, en dat ‘totaal’ of ‘alles’ noemt Spinoza dus ‘God’. Voor mij had hij het beter weg kunnen laten.

U schrijft; “Een groot deel van E2 gaat over de menselijke geest als idee van het menselijk lichaam. Hier zou je niet de vertaling 'het verstand' kunnen gebruiken.”
U geeft geen motivatie.

E2 gaat over het verstand, want (Engels); “mens mentis : mind, thought, intention, intellect.”
Wat is ‘geest’ volgens Keizer dan?
Een verstand kan een idee hebben een ‘geest’ niet. Een verstand denkt na, een ‘geest’ niet. Alle werkwoorden in de relevante teksten duiden op een activiteit van het verstand.
‘Geest’ is een verzamelwoord voor het onstoffelijke van de mens, maar wat is dat onstoffelijke meer dan ons verstand?

U schrijft; “Spinoza gebruikt voor verstand de term "intellectus".”
Mijn stelling is dat ‘geest’ een onjuiste vertaling is en dat er ‘verstand’ moet staan. Sinds ik de Ethica zo hertaald heb is die een stuk begrijpelijke geworden. Pfff.

Aan Haje Bouwman: Waarom zo'n opgewonden reactie? 'God' is een tamelijk nauwkeurig gedefinieerd begrip bij Spinoza (E1def6). Hij noemt niet 'het totaal' of 'alles' God, zoals u schijnt te denken. Wat het wezen van God is, kunt u lezen in stelling 34 van Deel 1 van de Ethica. Verder spijt het mij te moeten zeggen dat u blijkbaar niet veel verstand hebt van 'het verstand' bij Spinoza.

Maar misschien doe ik u een beetje onrecht. De menselijke geest heeft, denk ik, een dubbele identiteit. Hij is enerzijds de idee van het menselijk lichaam, en dan kun je hem geen verstand noemen. Anderzijds is hij, als verstand, deel van het oneindige intellect. Zie E2p11 e.v. Blijft dus dat je de menselijke geest als geheel geen 'verstand' kunt noemen en dat 'geest' een goede vertaling is.

Beste heer Keizer, mijn reactie was zeer nuchter en liet zien dat u alleen maar dingen roept, zonder met argumenten te komen. U gedraagt zich als een betweter. Ook uit uw reactie blijkt dat u denkt dat mensen alleen al aannemen wat u zegt omdat u het zegt. U geeft weer alleen maar ongefundeerde persoonlijke meningen, totaal geen bewijzen. Maar wie bent u eigenlijk dat u zich zo hoogmoedig denkt te kunnen gedragen?