David Bidney (1908 - 1987) slotbeschouwing

Vandaag sluit ik mijn reeks over David Bidney en zijn Spinoza-boek af, hoewel er nog veel meer te zeggen zou zijn over: The Psychology and Ethics of Spinoza. A Study in the History and Logic of Ideas (1940, 21962).

Hoewel ik soms een beetje aan het twijfelen wordt gebracht door slordigheden en fouten blijft mijn oordeel naar het positieve overhellen. Ik geniet van zijn beschrijvingen en analyses, juist ook omdat hij er zoveel uit de geschiedenis van de filosofie bijhaalt. Op die manier zet hij je aan het vergelijken en het denken. Ik trek me daarbij niet zoveel aan van zijn wat arrogant overkomende diagnoses over waar Spinoza zich volgens hem allemaal niet van bewust zou zijn geweest; waar hij eclectisch geprobeerd zou hebben tegenstrijdige benaderingen in één visie te verzoenen, terwijl hij dan de daarin binnensluipende interne tegenspraak niet gemerkt zou hebben.

Ik geef een voorbeeld uit het XIIIe hoofdstuk “The Summum Bonum,” waarin hij datgene waar de Ethica op uitloopt behandelt. Ik citeer daaruit de volgende passage die na lange beschouwingen de stand van zaken als het ware als volgt nog eens samenvat:

To conclude: Spinoza following the Platonic-Parmenidean metaphysical theory gave preeminence to the principle of eternal being and therefore tended to regard development in time as illusory. Intellectual love or blessedness appears "as if" it originates in time though really it is timeless. That is why Plato had maintained that the soul in its entirety was by nature immortal, and that all knowledge was really recollection.

On the other hand, he also accepted the Aristotelian theory of happiness and hence maintained that all human perfection was acquired in time. On this basis, the degree of one's immortality depends upon the quantity of perfection attained by the intellect (5-40 corol.). Only part of the soul is therefore immortal and not the whole of it as Plato maintained. Spinoza, it appears, agreed with the Platonists that the intellectual love of God was eternal but maintained with the Aristotelians that intellectual perfection was acquired in time and was not simply recollection.

Besides the Platonic and Aristotelian doctrines, both of which involve the notion of an eternal essence (the soul or part of it) joined to a temporal existence, Spinoza also tries to find place for the mechanistic, Galilean theory which identifies human essence with power of self-preservation in time. It is small wonder that students of Spinoza have found his theory of human virtue and happiness hard to comprehend. The reason is, we suggest, that his doctrine is essentially eclectic.” [p. 358-59]

In de hierop volgende paragraaf “Immortality and the reward of virtue,” ziet hij eveneens weer enige historische denklijnen in Spinoza samenkomen:

“We conclude, therefore, that Spinoza has two distinct theories of the relation of virtue to immortality which in turn depend upon Stoic and Scholastic presuppositions. In-sofar as he follows in the Stoic tradition, the doctrine that "virtue is its own reward" means that the life of virtue is an end in itself and completeness of life as well as immortality is extrinsic to happiness. On the other hand, insofar as he follows in the Scholastic tradition of Maimonides and St. Thomas he regards immortality as a direct consequence or what is the same, a direct reward of intellectual virtue. The degree of one's immortality depends intrinsically or essentially upon the degree of intellectual virtue attained throughout a complete life. Spinoza apparently did not realize the essential conflict betwee the Stoic and Scholastic theories which he utillized.” [p. 366-67]

Daarop volgt dan als Bidneys eind-evaluatie deze passage die ik daarom in vette tekst opneem:

“One great lesson, however, emerges from this detailed study and it is this: Any adequate ethics or philosophy of life must concern itself with the fundamental and perennial issues which Spinoza raised. Spinoza's greatness and vitality as a thinker which have made him a source of inspiration and a living force in the development of Western thought, lie primarily in the fact that he more than any previous thinker attempted to combine together all the great philosophical traditions. If, as is the general theme of this study, his synthesis was not logically coherent, it should be remembered that no one has ever accomplished in systematic form what he failed to do. If this study has made clear the fundamental issues involved in Spinoza's and therefore in any attempt to correlate these basic traditions, it will have accomplished its purpose.”[p. 368]

Eigenlijk is dit te beschouwen als de finale van het boek, hoewel er nog 69 bladzijden volgen. Maar daarin gaat het vooral over latere receptie van Spinoza en zijn betekenis voor de psychologie en de hedendaagse waardenleer of normatieve ethische theorieën als die van G.E. Moore. Ook daarin geeft Bidney hoog op van het belang van Spinoza dat door te velen helemaal niet wordt gezien of erkend.


_______________________________

De blogs over David Bidney

15-07-2015: Niet Kant maar Spinoza bracht een werkelijk copernicaanse revolutie

22-07-2015: David Bidney (1908 - 1987) 'a renown Spinoza scholar' die Spinoza als incoherent zag w.b. de conatus

23-07-2015: David Bidney (1908 - 1987) en de analysemethode die hij op Spinoza beweerde toe te passen

23-07-2015: Hoe David Bidney’s Spinoza-boek als een bom insloeg – een intermezzo

25-07-2015: David Bidney (1908 - 1987) over de conatus

27-07-2015: David Bidney (1908 - 1987) slotbeschouwing