Boudewijn Büch (1948 - 2002) [5] van Spinoza-fascinatie was waarschijnlijk geen sprake

Dat Boudewijn Büch een groot bibliofiel was en liefhebber van verre eilanden, oude bibliotheken, popmuziek, Mick Jagger vooral, de dodo, Goethe, Arthur Rimbaud, bezoeken van schrijvers- en dichtersgraven en dat hij om al die hobby’s te onderhouden een ongelofelijke workaholic geweest moet zijn - het is zo ongeveer gezonken cultuurgoed. Maar hoe zit het met zijn fascinatie voor… Spinoza waarover soms ook wordt gerapporteerd?

Dat - na zijn dood vooral - veel bekend is geworden over zijn grote fantaseer- en fabuleervermogen, daar kunnen we intussen niet omheen. Valt Spinoza daar ook onder?
Dat zijn bibliofilie ook al onder kritiek kwam te staan blijkt in de slotzin van Rob Hartmans berspreking van Piet J. Buijnsters: Geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat [Vantilt. In De Groene Amsterdammer van 21-03-2007]: “De mythomane Boudewijn Büch, die met zijn pretentieuze handschoentjes bij Barend & Van Dorp regelmatig interessant mocht doen, wordt door Buijnsters weggezet als stapelaar.” Zo erg hoeft het voor mij nu ook weer niet.

Maar hoe zit het met zijn Spinoza-fascinatie? Ging die verder dan het verzamelen van oude boeken? En dan af en toe eens wat roepen?

Ruud Kagie, die met zijn Boudewijn Büch, verslag van een mystificatie [Prometheus, Amsterdam, 2004] de klokkenluider was over Büch’s bedrog, schreef: “Hij vertelde dat hij binnenkort zijn tweede doctoraal zou halen, filosofie dit keer. Hij wist álles over Spinoza en Wittgenstein.” (p. 84) Dat van die verzonnen doctoraalexamens is inmiddels genoegzaam gedocumenteerd. Maar hoe zit het dan met die zelfbeweerde grote Spinoza-kennis?

Ik heb mij de vraag gesteld hoe echt en sterk was zijn Spinoza-fascinatie en ben vervolgens op nader onderzoek uitgegaan. Dit vooral, nadat ik, zoals ik in het eerste blog meldde, merkte dat hij in de eerste publicatie, waarin hij iets over Spinoza te berde bracht, zomaar wat beweerde.

In het eerste blog liet ik zien dat zijn Spinoza-commentaar bij een brief van Van Deyssel een grol, een pastiche was. Ik omschreef dat als grotesk. Daarom gaf ik mijn eerste blog het label mee: Koketteren met Spinoza.

In het tweede blog uitte ik mijn waardering en bewondering voor een in mijn ogen geslaagde roman-met-Spinoza-op-de-achtergrond. Hij heeft zich in die tijd zeker enigszins met Spinoza bezig gehouden, anders had hij dat boek niet zo kunnen schrijven.

In het derde blog citeerde ik de twee gedichten, waarin hij aan Spinoza refereert. Maar dat is toch weinig in z’n hele gedichtenverzameling; en ze brachten ook inhoudelijk weinig over van Spinoza-fascinatie.

Vervolgens wijdde ik een vierde blog aan zijn niet-gelukte pogingen om een programma over Spinoza te maken. Een stukje van zijn pogen wordt getoond op de 1e DVD van een DVD-serie “De fascinaties van Boudewijn Büch.” Het gaat dan dus om stukjes opnamen die maar niet tot een tv-programma wilden leiden. Mijn vermoeden was dat Boudewijn Büch misschien wel helemaal niet in staat was om een inhoudelijk goed programma over Spinoza te maken.

Wat intussen opvalt is hoe vaak je de titel tegenkomt “De fascinaties van Boudewijn Büch” - een tentoonstelling, twee boeken en de genoemde DVD-serie. Te noemen zijn:

De fascinaties van Boudewijn Büch. Inl., red. en samenstelling Marsha Keja; Den Haag, Letterkundig Museum, 2006. Ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in het Letterkundig Museum van 14 april – 8 oktober 2006.
In dit begeleidend boekje, dus wellicht ook op die tentoonstelling, geen woord over Spinoza.

Menno Voskuil: Pakhuis Büch. Over de fascinaties van Boudewijn Büch. Uitg. De Werken, Amsterdam, 2006. Hoofdstukken over Goethe, Vladimir Suchánek, Eilanden, Mick Jagger, Bibliofilie, Arthur Rimbaud en Autobiografie.
Geen woord over Spinoza.

Op de Internationale Boudewijn Büch Dag in 2007, gehouden in de Openbare Bibliotheek van Amsterdam, waar het ging over de fascinaties van Büch werd ook een lezing gehouden over Spinoza. Ik heb daarover al geschreven in het vierde blog.

Is het toevallig dat in het dossier bij de Koninklijke Bibliotheek Boudewijn Büch wel getypeerd staat als “dichter, schrijver, verzamelaar, reiziger, bibliofiel, Goetheaan, melancholicus, Rock 'n' Roll-specialist”, maar niet als Spinozist?

Wat zegt het dat in de lijst van fascinaties in het virtuele Boudewijn Büch Museum: de dodo, Goethe, de dood, Napoleon, Elvis Presley, Eilanden, Andy Warhol, the Stones, Arthur Rimbaud, Achterberg, maar ook hier geen Spinoza?

Nu kun je zeggen: wat er na zijn dood zoal georganiseerd en uitgegeven wordt, o.a. op internet, daar is Boudewijn Büch niet verantwoordelijk voor. Maar hij heeft er wel al dan niet aanleiding voor gegeven in zijn werk. Als je ziet hoeveel hij heeft gepubliceerd over Goethe, eilanden, bibliotheken, de dodo etc. dan valt toch op hoe weinig hij over Spinoza schreef. Weinig althans voor iemand die gefascineerd zou zijn.

Ik ben nagegaan hoeveel er in zijn vele schrijfsels gewijd is aan Spinoza? Dat kun je deels nazien in de zeer uitvoerige en waarschijnlijk uiterst complete bibliografie van Frans Mouws: Boudewijn Maria Ignatius Büch. Een overzicht van zijn werk. Met een inleiding van Martin Ros [Aspekt, 2003] dan kom je op het volgende tamelijk kleine rijtje:

·      ‘Veel verstand en schoonheid’ in: De Groene Amsterdammer, 25 nov. 1987, gaat over Spinoza

·      ‘Het Spinozahuisje in Rijnsburg moet blijven!’ in Het Parool van 24 febr. 1987, gaat over het miskende talent van Benedictus de Spinoza.

·      ‘Spinoza’s korte geschriften’ in: NRC Handelsblad van 13 febr. 1983; bespreking van de uitgave van de Korte Geschriften van Spinoza.

·      Literair omreizen. Een idioticon (1983) met (hetgeen niet vermeldt wordt in de bibliografie) essays over Goethe, Spinoza, Hein Boeken, Hanlo, Achterberg en vele onbekende schrijvers en dichters. Overwegend stukjes die eerder in Folia hadden gestaan.

·      Bij de ‘Publicaties in Maatstaf’ onder 1976 nr 4, aprilnummer
Büch samen met Harry G.M. Prick: ‘Lodewijk van Deyssel. Zes nooit verzonden brieven’. Er staat niet bij dat Büchs commentaar over Spinoza gaat (zie 't eerste blog)

·      (Niet in het overzicht) Büch over Spinoza in Vrij Nederland Boekennummer, 18 augustus 1979

·      Tenslotte te vermelden: Büchs debuutroman De blauwe salon, waarin Spinoza in het verborgene én in het slotdeel met naam voorkomt. Daarover schreef ik het tweede blog.

Als je dat alles overziet dan is dat toch erg weinig en inhoudelijk weinig substantieels. Ik kan niet ontkennen dat hij zich een periode met Spinoza heeft bezig gehouden. Antiquarische boeken van en over Spinoza bezat hij. Interesse in Spinoza had hij, dat is al gebleken uit hetgeen hij schreef. En volgens een artikel van Gijs Zandbergen in de Volkskrant, Kunst & Cultuur, van 24 maart 1999 (te vinden bij de Volkskrant en despinoza.nl) heeft Boudewijn Büch ergens vóór die datum zijn handtekening geplaatst in het eerste gastenboek van het Spinozahuisje.

Maar het lijkt al met al moeilijk vol te houden dat hij werkelijk gefascineerd was door Spinoza. Nee, dat behoorde tot een van de vele illusies die hij heeft weten te wekken. Ja, hij was buitengewoon goed in staat met zijn enthousiasme mensen een rad voor ogen te draaien. Hij kon immers overal zo enthousiast over praten als over Lassie toverrijst. Dus ook over Spinoza. Maar echt gefascineerd door Spinoza? Nee, waarschijnlijk is dat een mythe.

Mythes als facade waarachter zijn vluchtigheid zich verborg. Hij had gewoon geen tijd om zich werkelijk ergens in te verdiepen, want er zijn zo veel mooie dingen en boeken etc. Als je je werkelijk ergens in verdiept, ben je daar veel tijd mee kwijt - tijd die je niet aan iets anders kunt besteden.

Zie over zijn mythes dit Netwerkprogramma van 17 augustus 2004 over de - zelfgemaakte - wereld van Boudewijn Büch.

 

 

   

     

Nagekomen bericht uit Trouw van 27 aug. 2010

Biografie in de maak over Boudewijn Büch Een groep naaste familieleden en vrienden van Boudewijn Büch hebben het initiatief genomen voor een biografie over de overleden schrijver en presentator. Een speciaal gevormde werkgroep, onder leiding van televisiemaker Frits Barend, is op zoek naar een biograaf. De biografie moet in 2016 in de winkels liggen. Ook komt er in 2012, tien jaar na zijn dood, een tentoonstelling over zijn leven en werk in zijn zo geliefde Artisbibliotheek, onderdeel van de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Volgens de UvA wordt in de bibliotheek ook een jaarlijkse Boudewijn Büchlezing gehouden, zo rond zijn sterfdag. Cabaretier Diederik van Vleuten neemt de eerste lezing voor zijn rekening.

Doel van het boek, de expositie en de lezing is volgens de werkgroep recht te doen aan de veelzijdigheid van Büch's persoonlijkheid en de betekenis die hij heeft gehad voor 'de wereld van het boek'. [tot zover het bericht]

           Er is momenteel dus nog niets "in de maak", maar als het ooit zover komt, kan de reeks op dit weblog over over Boudewijn Büch "en zijn zogenaamde Spinoza-interesse" wellicht een bijdrage betekenen.

Aanvulling 30 november 2011

Eva Rovers (1978), eerder 'De eeuwigheid verzameld', een biografie over Helene Kröller-Müller (1869-1939), gaat de biografie schrijven over Boudewijn Büch. Dat is donderdagavond besloten door de Werkgroep Biografie Boudewijn Büch. Het boek moet over vier of vijf jaar verschijnen. Zie nu.nl en vk.nl

www.boudewijnbuch.nl