Boudewijn Büch (1948 - 2002) [4] Een tv-programma over Spinoza lukte niet

Boudewijn Büch maakte vele tv-programma's voor de VARA en was lange tijd van de partij in het Rtl4-programma Barend en Van Dorp. Van 1984 tot 1988 deed hij bij de VARA ‘Büchs Boeken’ en vanaf vanaf 1988 presenteerde hij bij de VARA ‘De wereld van Boudewijn Büch’, waarvoor hij overal heen kon reizen. Fragmenten uit zijn tv-optredens zijn op YouTube te zien. Deze maand zijn ook de reclames die hij maakte voor Lassie toverrijst naar YouTube gebracht.

Bij NBD/Biblion verschenen een reeks DVD’s met programma’s die Büch voor de VARA maakte, getiteld “De fascinaties van Boudewijn Büch.” In het eerste deel komt een kort (ca 14 minuten durend) programmafragment van Büch over Spinoza voor.

Uit het boek in de Privé Domein-reeks Een boekenkast op reis. Persoonlijke kroniek 1998 [De Arbeiderspers, 1999), opgebouwd uit een dagboek dat Boudewijn Büch dat jaar speciaal hiertoe bijhield, is te lezen dat hij dat jaar bezig was met het maken van een programma over Spinoza.

Zo schrijft hij:

Op 5 april ‘naar gemeentearchief’ waar, moppert hij, per brief van Spinoza ƒ100 betaald moest worden. “Het beroerde is dat we wel voor de VARA betaald hebben, maar dat ik het Spinoza-programma nog steeds niet af heb.”(p. 121)

Op 14 oktober. “Morgen moet ik een dagje filmen voor mijn Benedictus [Baruch] de Spinoza-televisiespecial, daarna weer een paar dagen theater… (p. 258)

Op 2 november. “Het is nu zondag. Komende week valt de drukte mee. Moet twee dagen televisiespecials (over Spinoza en de schilder C.D. Friedrich) monteren en ook nog weer een dag werken aan nieuwe reclamespotjes voor PTT Post …” (p. 259)

Het stukje documentaire begint bij de boekenkasten in zijn kamer met zijn eigen Spinozawerken. Hij blijkt zelf een aantal kostbare oude boeken te bezitten, zoals een exemplaar van de Nagelate Schriften.

 

Hij leest in het Spinozhuis in Rijnsburg de beginregels van de Verhandeling over de verbetering van het verstand.

Brengt een bezoekje aan de Bibliotheca Rosenthalia die fraaie Spinozana bezit en spreekt er met Adri Offenberg...

...aan museum Museum Meermanno Westreenianum, museum van het boek, waar hij een gesprekje heeft met Rudi Ekkart die schreef over de beelden van Spinoza.

Tenslotte is hij bij het grafmonument bij de Nieuwe Kerk in den Haag.

Uit een reactie op een vorig blog blijkt dat hij hiermee in 2000 en misschien wel 2001 nog bezig was, want in die periode is hij ook nog langs geweest bij Wim Klever.

Wat mij opvalt is dat er geen enkel denkbeeld van Spinoza de revue passeert. Wanneer de heer Offenberg in Bibliotheca Rosenthalia een oud exemplaar van de Tractatus theologico-politicus laat zien begint Boudewijn Büch niet over of vraagt hij naar de inhoud - nee, hij vraagt naar hoeveel exemplaren indertijd van dat boek gedrukt zouden zijn. Dát is wat hem interesseert.

Als hij écht in Spinoza geïnteresseerd was (en niet alleen of voornamelijk in antiquiteiten), zou hij niet meedelen dat Spinoza uit Amsterdam naar Rijnsburg was verbannen, of dat het grafmonument in Den Haag door de staat Israël was betaald (dat geldt alleen voor de zwarte steen). Wat de inhoudelijke kant betreft komt alleen de openingsregel uit de TIE aan de orde die hij ook als motto in De blauwe salon had gebruikt; met de mededeling dat hij daar altijd heel sentimenteel van wordt.

 

Op de 6e "Internationale Boudewijn Büch Dag", 15 dec 2007, georganiseerd door het Boudewijn Büch Gezelschap Büchmania, was er aandacht voor Büchs fascinaties en daaronder ook voor Spinoza.

[PICT0933.JPG]

Daarover is te lezen op de website buchmania.nl

“Na de pauze is er ruim 45 minuten de tijd voor aandacht aan Spinoza. Boudewijn Büch deed afstand van aandacht voor Spinoza in zijn programma, omdat hij weigerde de bewondering en aandacht in 25 minuten te proppen. Met recht, want over Spinoza is veel te vertellen, zo maakt Theo van der Werf, secretaris van de vereniging het Spinozahuis, ons al snel duidelijk. Hij heeft zijn lezing speciaal afgestemd op zijn doelgroep en gaat ruim in op de ‘ontmoetingsmomenten' van Boudewijn met Spinoza. Daarnaast krijgen we ook een inkijkje in wie Spinoza was en wat hij zoal in zijn mars had.” [Van buchmania.nl]

Of dit echt de mening van de heer Van der Werf was, is mij niet bekend, maar daar in het hol van de Büch-fans had hij uiteraard nooit kunnen opperen dat Boudewijn Büch misschien wel helemaal niet in staat was om een inhoudelijk goed programma over Spinoza te maken. Dat is in ieder geval wat ik vermoed. En dat Boudewijn Büch een meester was in het verzinnen van smoezen en andere onware verhalen, dat is inmiddels genoegzaam bekend.

[De video-stills komen uit de bovengenoemde DVD]

Voor ik overga naar m'n laatste en concluderende blog, hier het zeer interessante programma van ruim 50 minuten dat de Vara uitzond op 19 maart 2008

Boudewijn Büch - de dichter, de dodo en het demasqué

Portret van een veelzijdig man: Boudewijn Büch, de schrijver, dichter en televisiepresentator die op 23 november 2002 plotseling overleed. Boudewijn Büch leefde een leven van verzinsels. Pas na zijn dood bleek hoe de televisiemaker zijn eigen leven had gemystificeerd.

Reacties

Stan, ik denk dat je rustig kunt aannemen dat Boudewijn Büch niets van Spinoza afwist. In 1975 was hij mijn buurman toen ik in Leiden in de De Sitterlaan woonde, en hij naast ons, samen met een vriend, een bovenverdieping huurde. Hij was een formidabele fantast, die buurman Galjaard op de mouw spelde dat hij een proefschrift in drie dikke delen schreef, dat hij buitengewoon hoogleraar farmacodynamiek in Utrecht was, en aan mij vertelde hij dat hij zojuist uit maoïstische fractie van de CPN gegooid was, etc. In de dagelijkse omgang was hij een zeer aimabel mens. Gevolg was wel dat ik sedertdien zijn krantenpublicaties gevolgd heb. Tussen 1977 en 1979 schreef hij enthousiast over de nieuw vertaalde Briefwisseling van Spinoza, en daarop aansluitend laakte hij de opgekalefaterde heruitgave van de vertaling uit 1915 van de Ethica van Nico van Suchtelen. Met dat laatste had hij overigens gelijk, maar voor zover ik me herinner heeft bij deze stukjes op de Achterpagina van de NRC nooit iets inhoudelijks over Spinoza gezegd en ging het om faits divers rondom Spinoza. Ook later heeft hij publiekelijk nooit blijk gegeven van enige kennis over Spinoza.

Adrie, dank voor je reactie. Gelukkig ben jij niet een van zijn vrienden geworden, waarvan hij er een flink aantal heeft belazerd. Ik vond het ineens nodig om te zien of ik een mythe (die over zijn Spinoza-fascinatie) uit de wereld kon helpen. Een fantast als hij, blijft immers op een of andere manier in beeld en loopt de kans een almaar groter mythe te worden.
Wij zijn het eens dat zijn kennis van Spinoza bescheiden geweest moet zijn.