Boekhandelaar Frederik Muller (1817-1881) en het Spinozisme

Boekhandelaar Frederik Muller moet een bijzonder en veelzijdig man geweest zijn. Naast boekhandelaar was hij ook uitgever, antiquaar, veilinghouder (hij had een veilinghuis in de Nieuwe Doelenstraat), bibliograaf, historicus, verzamelaar en bibliothecaris te Amsterdam. Maar hij was ook zedenmeester, inquisiteur, kruisridder en polemist…

Hij kreeg zijn boek: deze maand verscheen

Chris Schriks, Frederik Muller. Baanbreker in de wereld van het boek 1817-1881. Walburg Pers, juni 2016 - 208 pagina’s

Enige wapenfeiten: 

Frederik Muller begon in 1845 de “Bibliotheek van het Boekenvak,” nu onderdeel van de boekhistorische collecties van de Bijzondere Collecties UvA, en daarmee een van de grootste en meest gerenommeerde ter wereld.

De prentenverzameling die Frederik Muller in dertig jaar opbouwde werd in 1881 verworven door de Staat der Nederlanden. Het Rijksmuseum noemt de collectie Frederik Muller één van de belangrijkste en omvangrijkste bronnen voor de verbeelding van de geschiedenis van Nederland, vanaf de vroegste tijd tot ca. 1880.

Degenen die zich met de studie van Spinoza bezighouden, komen zo af en toe de naam van Frederik Muller tegen. Muller heeft zekere verdiensten voor het Spinozisme, maar bracht het ook enig onheil toe.

Bij Frederik Muller de boekhandelaar kocht F. Boehmer een exemplaar van de biografie van Spinoza van J. Colerus, waarbij zich tevens bevonden: [1] een Korte Schetz der Verhandeling van Benedictus de Spinoza: over God, den Mensch, en deszelfs Welstand; [2] een kopie van de Aantekeningen bij het Godgeleerd-Staatkundig Vertoog. Boehmer gaf deze beide uit in Halle (1852)

Hierna verwierf boekhandelaar Muller een boekdeel met op de rug Benedicti / Nagelate dat een handschrift bevatte van de Korte Verhandeling uit het midden van de 18e eeuw.

De Amsterdamse boekhandelaar verwierf in 1860 een werkje, dat door de Haagse stadsdrukker Levyn van Dyck († 1695) in 1687 was gedrukt. Muller "identificeerde" het als van de hand van Spinoza, hetgeen volkomen uit de lucht gegrepen was. Vervolgens werd het ten onrechte en te gemakkelijk door Johannes van Vloten “geautoriseerd” en in zijn Spinoza-supplement opgenomen:

Bij Frederik Muller verscheen in 1862 de eerste uitgave van de Korte verhandeling door Johannes van Vloten onder de titel: Ad Benedicti de Spinoza opera quae supersunt omnia supplementum, - bevattende Korte Verhandeling van God, den Mensch, en deszelvs Welstand / Tractatus brevis De Deo et Homine ejusque valetudine [gebaseerd op een handschrift van de Amsterdamse arts Johannes Monnikhoff (1707-1787); en Reeckening van den Reegenboog / Iridis computatio.

Bij uitgever Muller verscheen in 1869 onder redactie van Carl Schaarschmidt op basis van het later zo genoemde manuscript A, afkomstig van A. Bogaers: Benedictus de Spinoza "Korte verhandeling van God, de mensch en deszelfs welstand": tractatuli deperditi De Deo et homine ejusque felicitate versio Belgica. Ad antiquissimi codicis fidem edidit et praefatus est Car. Schaarschmidt. Apud Frederik Muller, 1869 - Opgedragen aan Augustissimae Nederlandorum Reginae Sophiae. [cf. blog]

De veilingmeester Frederik Muller veilde in 1861 de bibliotheek van de dichter Isaac da Costa en in die bibliotheek bevond zich, zo is te lezen bij Ernst Altkirch, een Spinoza-pentekening door Johan Faber 'senior' (ca. 1660-1721) [cf. blog]