Besef van eenheid van het eindige in het oneindige

Een verbinding tussen twee vorige twee blogs, het blog over Jason Dockstader en zijn verdediging van Spinoza tegen Hegel en Melamed en het blog over de kritiek op Spinoza van Hegel & Hollak, zie ik in de overeenstemming die er hoe dan ook (misschien afgezien van de persoonsgerichtheid) te bespeuren is tussen uitspraken van hen die serieus de verbondenheid en eenheid van het eindige met het oneindige zijn uitdrukken; of dat nu in religieuze of filosofische termen gebeurt. Spinoza ziet de voltooide vorm van zijn filosofie ook als religie.

Ik ben ervan overtuigd dat als Spinoza zijn leven niet begonnen was in het monotheïstische jodendom, hij nooit uitgekomen zou zijn bij de op kennis gebaseerde liefde tussen de mens en God en van God met de mensen, waarop hij in de tweede helft van het vijfde deel van de Ethica uitkomt. Ook bij Spinoza krijgt tenslotte de absolute alomvattende eenheid die God of de substantie is, de oergrond van alles en allen, toch ook zekere trekken van een soort persoon waartoe je je als mens kunt verhouden: "tot God die zichzelf liefheeft, niet omdat hij oneindig is, maar omdat hij zich door middel van het wezen van de menselijke geest die als eeuwig beschouwd wordt, laat kennen, dat wil zeggen de verstandelijke liefde van de geest jegens God is een deel van de oneindige liefde waarmee God zichzelf liefheeft." [Ethica 5/36]

Hier heb ik tot heden al lang afgehaakt. Ik geloof niet dat ik zo'n grote afstand neem als Bennett, die van mening was dat Spinoza hier volledig de mist in ging en dat hij dit laatste deel beter niet had kunnen schrijven. Ik heb er geen moeite mee dat Spinoza dit schrijft, maar ik zie hem dan a.h.w. terugvallen op noties die hij van kindsafaan meekreeg. En zo zie ik grote overeenkomst met bijvoorbeeld:

Augustinus uitspraak in gebed tot God: “…tu autem eras interior intimo meo et superior summo meo” [U bent intiemer dan mijn intiemste en hoger dan mijn hoogste] *)

Teresa van Avila's "Alma, buscarte has en Mí, y a Mí buscarme has en ti" [Ziel, zoek jezelf in Mij, en zoek Mij in jezelf] [cf. blog]

Spinoza's stelling: "Quicquid intelligimus tertio cognitionis genere, eo delectamur et quidem concomitante idea Dei tanquam causa." [Over al wat wij met de derde soort van kennis begrijpen, verheugen wij ons en wel met de vergezellende gedachte aan God als oorzaak. (vert. Van Suchtelen), Ethica 5/32]

Jan Hollak's bewering: "Het eindige is meer één met zijn oorsprong, het oneindige zijn, dan met zichzelf." **)

Ik kan meegaan in het besef van eenheid van mijzelf (het eindige) in het geheel (het oneindige), maar ik heb daarover noch de ontsteltenis en paniek van Nietzsche, noch de blijheid en liefdegevoelens van Spinoza.

Stan Verdult 

___________

*) Aurelius Augustinus in Confessiones [ 3.6.11] - beluister daarover Peter Sloterdijk in de ZDF-uitzending in de serie Das Philosophische Quartett van 19-10-2003: "Entlarvte Biografie - Über Intimität und Öffentlichkeit." Van dit geluidsfragment dat ik had bewaard, maakte ik gisteren onderstaande video (om die dit blog te kunnen binnenhalen). De uitzendingen van Das Philosophische Quartett gaan in het archief van de ZDF terug tot 1 juni 2005. Tot mijn verrassing zag ik dat die boeiende uitzending van 2003 in februari 2014 door iemand op Youtube is geplaatst. Daarin is dit stukje vanaf ca 50:50 te volgen.

**) Jan Hollak, ‘Wijsgerige reflecties over de scheppingsidee. St. Thomas, Hegel en de Grieken’, (pp. 304-319), p. 308 - geciteerd door F.H.J.G. & E.F.R. Bink, Beeld en evenbeeld: Een uiteenzetting van Hollaks begrip van Hegels filosofie en diens metafysische gevolgtrekkingen uit dat begrip. 2013, p. 210