Bernard Susser's 'The Spinoza Quartet': een aanrader voor Spinoza-liefhebbers, deze filosofische vertelling

Bernard (Baruch) SusserZonder een Spinoza scholar te zijn (de publicatielijst van Bernard Susser bevat vooral werken over politiek) en zonder een romancier te zijn (in die lijst komen verder geen romans of novellen voor), heeft deze hoogleraar in de politieke filosofie en vergelijkende politieke wetenschappen aan de Bar-Ilan universiteit in Ramat-Gan, Israel [cf.], een verrassende roman het licht doen zien:

Bernard Susser, The Spinoza Quartet. A Philosophical Novel. Lulu.com (October 10, 2013) als ebook €1,84, als paperback €14,90

Op die publicatielijst staat vermeld dat die vertelling al in 2010 gereed was. Ik neem aan dat hij geprobeerd heeft het bij een uitgever gepubliceerd te krijgen, wat niet lukte en het toen maar in eigen beheer bij Lulu heeft laten verschijnen. Dat het niet bij een uitgever lukte, verbaast me niets, want het is, zoals nog zal blijken, een wel heel ongewone 'roman'.

Susser bedacht de volgende situatie:
De instantie die jaarlijks de Spinoza Prijs toekent aan in Nederland werkzame excellerende wetenschappers op welk terrein dan ook, besloot voor één keer daarvan af te wijken. In 2006 zou het 350 jaar geleden zijn dat Spinoza in de ban werd gedaan. Voor dat jaar zou de prijs eens direct aan de naamgever verbonden worden en worden toegekend aan vier internationaal gerenommeerde wetenschappers die zich lange tijd met Spinoza en zijn filosofie hadden bezig gehouden en een opvallende publicatie over Spinoza op hun naam hadden staan.

Grappig is, daar wordt niet aan gerefereerd, dat de Afdeling Wijsbegeerte van de Universiteit van Amsterdam die in 1995 toen ze nog Faculteit was, de Spinoza Leerstoel had ingesteld om jaarlijks tijdelijk "spraakmakende denkers" naar Amsterdam te halen, in 2007, ter gelegenheid van het feit dat 375 jaar geleden Spinoza werd geboren, drie Spinozakenners lezingen had laten verzorgen, te weten Herman De Dijn, Jonathan Israel en Steven Nadler.

Het schema van het boek wordt dus: de vier wetenschappers die elk hun geheel eigen kijk op Spinoza hebben, worden voor die prijsuitreiking naar Amsterdam gevraagd, waar ze elk een lezing geven over 'My Spinoza' en wel zo dat die voor een breed publiek toegankelijk zijn. Verder brengen de laureaten enige dagen met siteseeing en vooral sprekend en discussiërend met elkaar door, waarop tenslotte de plechtige prijsuitreiking met aansluitend een receptie volgt. De laureaten ontvangen elk 50.000 euro en een bronzen penning (geen Spinoza-beeldje! Het wordt dat jaar een koopje voor de NWO die in het boek een andere instantie werd).

In de aanloop naar die ontmoetingen van de laureaten die elkaar alleen van hun boeken kenden, en de huldiging, maken we eerst in vier hoofdstukken kennis met de voorgeschiedenis van die vier protagonisten - hun jeugd en verdere lotgevallen.

Yahudi Sarid is hoogleraar geschiedenis in Jerusalem met specialiteit de Spaanse Inquisitie. Zijn ouders waren al verhuisd naar de Yishuv. de joodse aanwezigheid in Palestina vóór het ontstaan van de joodse staat Israël. Hij werd in 1937 geboren en kreeg het nieuws over de Shoah als jongen mee. Hij heeft er zich nooit veilig door gevoeld en leeft in het gevoel dat 'ze' ook hem moeten hebben. Hij heeft bewondering voor het uiterst rationele van Spinoza, maar neemt hem zijn desertie uit de joodse gemeenschap hoogst kwalijk. Niet die heeft hem verstoten - hij heeft zich van hen afgewend. Sarid is uitgenodigd vanwege zijn boek Wayward Son. Baruch Spinoza and the Jews.

De tweede, Irene van der Leeuw die verbonden is aan de Filosofische Faculteit van Leiden, is uitgenodigd vanwege haar Baruch Spinoza. The Philosopher as Revolutionary. Op het moment waarop ze de brief ontvangt verblijft ze aan de Universiteit van San Diego en doet haar het besluit nemen terug naar Nederland te gaan. We worden uitvoerig ingelicht over haar moeilijke jeugd en haar deelname aan allerlei maatschappelijk protest. Spinoza is voor haar het voorbeeld wat betreft revolutionair denken.

De derde is F.N. Kogent, hoogleraar psychiatrie in Wenen. Zijn boek is getiteld Saintliness and its Discontent. A Study of Spinoza's Inner Life. Hij is freudiaan, maar de diepe depressie kent hij vooral uit eigen ervaring.

De vierde tenslotte is Reginald Masters, filosofieprofessor aan de Columbia Universiteit, gerenommeerd deskundige in de early modern philosophy met Spinoza als eerste en grootste liefde. Hij kreeg een streng joods-orthodoxe opvoeding. Op 16-jarige leeftijd kwam de TTP bij hem binnen met de kracht van 10 op de schaal van Richter. Hij nam rigoreus afscheid van zijn joodse achtergrond en familie, voelde zich verstoten als Spinoza, veranderde net als Spinoza zijn naam van Reuver Meister in Reginald Masters en werd met Benedict Spinoza. Philosopher's Philosopher dé erkende Spinoza-specialist.

Ik moest die eerste vijf hoofdstukken waarin we kennismaken met de protagonisten en hun reis naar en ontmoeting in het Krasnapolski Hotel wel even doorbijten. Het doet allemaal wat bedacht en gekunsteld aan. Maar de volhouder krijgt wel waar voor z'n geld in de body van het boek: de vier toespraken - we krijgen ze allemaal in hun geheel. Maar wat voor ervaring is dat! Vier totaal verschillende visies op "My Spinoza".

Als eerste krijgen we die van de grootste autoriteit: Masters, die, kun je zeggen, zo'n beetje het dominante academische althans Angelsaksische Spinoza-beeld vertolkt. Zijn visie wordt door een van de anderen dan ook als de benchmark van het Spinozisme getypeerd. Maar hij doet vooraf ook een confessie, namelijk dat het hem niet lukt om naar de maatstaven van Spinoza te leven. Er is een groot verschil tussen wat hij academisch leert en privé leeft.

Daarop volgt de psychiater Kogent die zich sterk verzet tegen de algemene verheerlijking van de grote Spinoza. En van Spinoza zelf laat hij ook weinig heel. Diens leer is een en al sublimatie. De ultieme gelukzaligheid, de beatitudo is niet meer dan de uiting van zijn diepe gekwetstheid, van onopgeloste psychische spanningen. Volgens hem zit er veel pathologie in Spinoza's filosofie: zijn geest trachtte de passies van zijn bruisende hart te beheersen. Maar de psychiater heeft hem door...

De toespraak van Irene van der Leeuw is een vlammend betoog over het bijzonder revolutionaire van Spinoza: hét voorbeeld van het radicale denken.

De laatste toespraak is van de joodse laureaat. Hij houdt een vlammend betoog over Spinoza's verraad, waardoor hij veel voor de goj heeft betekend, maar niets voor de joden. Hij beschuldigt hem van diepe joodse zelfhaat en van het opstoken van het antisemitische vuur door te stellen dat zij die aan hun eigen apart stellen hebben te wijten. Hier krijg je de joodse woede van Hermann Cohen en al dezulken bij elkaar. Hij raakte zeer onderhevig aan z'n eigen opgezweepte emoties en na zijn toespraak verdween hij gehaast naar de Sederavond aan het begin van de Paasweek, waarvoor hij door de rabbijn van de Portugese synode was uitgenodigd en waarheen hij 'afvallige' jood Masters ook had genodigd. We krijgen een uitgebreid hoofdstuk over die Seder-viering, waarbij een grote ruzie ontstaat tussen Sarid en Masters over de rituele lezing van het in opdracht van God plegen van genocide op een vijandig volk door Jozua.

Tegen het licht van de diverse levensgeschiedenissen wordt heel duidelijk dat er een sterk verband is tussen de jeugd die men had, de verdere lotgevallen die het leven bracht, en het zicht op Spinoza dat daaruit daarna is ontstaan. In de 'discussies' die daarop volgen wordt dat nog eens benadrukt. Iemand zegt: "we nemen allemaal uit Spinoza naar het ons uitkomt". 'Discussies' zette ik tussen aanhalingstekens, want het gaat telkens meer om aaneenschakelingen van monologen. Echte gesprekken worden het zelden. Wel worden in die gesprekken de scherpe kantjes van de in het openbaar neergezette visies weer wat afgevlakt; ziet de psychiater toch ook wel waardevolle ideeën die niet hoeven te worden gekleineerd in het licht van de (zieke) man; en heeft de gelovige joodse historicus toch wel méér op met en een hogere dunk van Spinoza dan uit z'n boze toesprak leek.
Die discussies over hun conflicterende ideeën over Spinoza, hebben het effect dat ze het persoonlijke in hun respectieve interpretaties openbaren, zoals Irene het formuleert (p. 320), maar zoals de auteur het al lang en breed had getoond. Het intellectuele en het persoonlijke zijn ononderscheidbaar, zo lijkt het thema van het boek.

De roman zit vol rake zienswijzen en ideeën en toont hoe er hartstochtelijk over Spinoza (voor en tegen) kan worden gesproken. We lezen over Spinoza's "God-intoxicated atheism" (p. 156). Zo constateert Masters een verschil tussen hemzelf en Kogent, de psychiater: "jij spendeert je leven aan het weigeren te zien van de ideeën in de man en ik het mijne met het weigeren te zien van de man in de ideeën."(p. 345). Zag de laatste een filosofie zonder filosoof, de eerste een filosoof zonder filosofie. De boodschap die overkomt is overduidelijk: je moet een filosofie nooit los van de filosoof en zijn context zien.

Opmerkelijk is dat ook al gaat het om deskundigen van wie sommigen de Ethica zo ongeveer van buiten kennen, dat er niet één enkele keer een citaat daaruit valt of een verwijsplaats wordt genoemd. Er wordt gediscussieerd over Spinoza in beelden en oordelen, zodat het door iedereen kan worden gevolgd. Alleen aan het slot begint iemand met de laatste zinnen van de Ethica, die ze meteen allemaal meezeggen.

Ik heb me door het grootste deel van het boek laten meeslepen. Natuurlijk kun je het niet met alle zienswijzen eens zijn, daarvoor lopen ze teveel uiteen. Maar de botsingen die over die visies ontstaan, zijn leerrijk en leiden ertoe dat de aanvankelijk vreemden voor elkaar een clubje hechte vrienden lijken te worden. Ik kwam telkens weer in grote bewondering voor hoe Bernard (Baruch) Susser al die meningen, zienswijzen en invalshoeken bijeen heeft kunnen brengen. Het zou me niet verbazen als meer bezoekers van dit blog er net zoals ik van kunnen genieten.
De epub is voor een schijntje te downloaden. Ik raad het ieder aan.

___________

Nog even melden (ere wie ere toekomt): Karel D'hyvetters zette mij op het spoor naar dit boek [cf.]. Zelf heeft hij er overigens inhoudelijk nog niets over gezegd.

Hier een paar covers van andere boeken van Susser om te beseffen met wie we van doen hebben. [Cf.] 

   

Opmerkelijk (als je deze boeken ziet) is dan wel weer dat de "politieke Spinoza" niet of nauwelijks aan bod komt. Meningsverschil daarover komt niet naar voren; daarvoor hadden andere Spinoza scholars moeten worden uitgenodigd.

Stan Verdult 

Reacties

Dank je, Stan, voor je samenvatting, die in mij de motivatie doodt en derhalve mij de isnspanning bespaart om mij verder in Susser's gekunstelde voorstellingen te verdiepen. Ik kan daar geen lol aan beleven.

Ik hoop ooit nog eens van een ander hier of elders een leeservaring te mogen lezen.

Een door Stan aanbevolen boek is meestal het lezen meer dan waard. En voor 1,84 EUR, zonder zelfs een verplaatsing naar de boekhandel te moeten maken, is dit wel een buitenkans.
En ik werd inderdaad niet teleurgesteld. Het boek heeft een zeer vlotte stijl en een rijke woordenschat – dank zij de iPad kan je gelukkig minder bekende woorden met één vingerbeweging in het woordenboek opzoeken. Merkwaardig voor een professor in de politieke wetenschappen. Hij had zeker een geslaagde carrière als romanschrijver kunnen opbouwen.
Maar uiteraard interesseerde me vooral de filosofische inhoud. Die had weliswaar op één tiende van het aantal bladzijden van deze omvangrijke roman neergeschreven kunnen worden, en bovendien was er maar één visie van het kwartet echt nieuw voor me, maar deze volstond om het lezen van het boek veel meer dan de moeite waard te maken. Die visie kwam van de meest excentrieke figuur in het verhaal, de Weense Freudiaanse psychiater professor Kogent. Deze professor –die heel wat neurosen zeer goed kent uit eigen ervaring-, bekijkt de hele filosofie van Spinoza door de bril van de psychoanalist. Hij ziet een jongeling die heel wat door heel wat emotionele en traumatische ervaringen is gegaan: de vlucht van zijn ouders voor de Spaanse Inquisitie, de dood van zijn moeder toen hij zes was, die van zijn vader toen hij twintig was, en uiteraard de totale verbanning uit de Joodse gemeenschap. Dit alles verzamelde zich in Spinoza’s onderbewustzijn, en dwong zijn ego om te kiezen voor een volledig afstandelijk, emotieloos leven. Dit bracht hem dan tot een filosofie waarin alle passie moet wijken voor de rede, God volledig onpersoonlijk wordt en het hoogste geluk bestaat in een “intellectuele liefde” tot die onpersoonlijke, eeuwig onveranderlijke God. Freud zou het sublimatie genoemd hebben: emotionele onmacht wordt getransformeerd tot de hoogste deugd.
Hoewel de visie van Kogent erg ongenuanceerd is –het boek is een roman-, en verder in het verhaal Kogent heel wat zal relativeren in de discussies met de rest van het kwartet, heeft zijn betoog bij mij toch een gevoelige snaar geraakt. Niet met zijn kritiek op Spinoza’s metafysica (deel I en II van de Ethica): die is logisch zeer goed onderbouwd, en de eventuele emotionele drijfveren van de filosoof doen hier niets ter zake. Anders is het gesteld met deel V. De stelling dat het hoogste geluk voor de mens de intellectuele liefde tot God is, lijkt veel minder gebaseerd op de logische “bewijsvoering”, dan wel op subjectieve ervaring. En eerlijk, hoeveel mensen kunnen er zeggen dat ze er in geslaagd zijn om de Spinozistische beatitudo te bereiken?