Bach en Spinoza – ook dr. Antoon Vloemans maakte een vergelijking tussen hen

Hoewel er geen snippertje evidentie voor bestaat dat Bach ooit van Spinoza gehoord heeft, het feit dat ze ongeveer in dezelfde culturele, historische en kunsthistorische periode [de Barok] leefden, en vooral ‘het mathematische’ dat in beider werk sterk herkenbaar is, maakt dat er zo af en toe een studie verschijnt die een vergelijking van beiden maakt. Binnenkort gebeurt dat weer: zo zal de eerste lezing die zal worden gegeven op maandag 7 december a.s. op het XIIº Coloquio Internacional Spinoza 2015 in Córdoba, Argentinië, Spinoza en Bach vergelijken [cf. PDF].

Rafael Cataneo Becker: “As formas e o inesperado: sobre Spinoza e Bach.” [De vormen en het onverwachte: over Spinoza en Bach].

De Turk Ulus Baker heeft zich met een blog "Bach ve Spinoza" [Bach en Spinoza] bezig gehouden. [Cf.]

In mijn blog “Johann Sebastian Bach (1685 - 1750) in verband gebracht met Spinoza” schreef ik over de meest diepgaande verhandeling in dezen van John Butt, “'A mind unconscious that it is calculating'? Bach and the rationalist philosophy of Wolff, Leibniz and Spinoza”, in idem (Ed.), The Cambridge Companion to Bach.“
Er volgde daarna nog 't
blog “Spinoza met Bach in verband gebracht”

Ook dr. Antoon Vloemans, zo blijkt, vergeleek Spinoza en Bach.

Een jaar geleden had ik een reeks blogs over Antoon Vloemans (1898 – 1982), de Vlaamse, in Nederland werkzame filosoof en filosofie-historicus die veel boeken schreef en ook drie over Spinoza [hier het laatste blog, waarin links naar de andere te vinden zijn].

 

Van Teun Derks ontving ik heden een scan van een interessante pag. 224 uit het boek Cultuurgeschiedenis van Europa van A. Vloemans [1e druk 1954]. Het betreft een paragraaf in het hoofdstuk over de Barok, waarin Vloemans Bach met Spinoza vergelijkt. Die scan geef ik aan het eind, hier de betreffende, interessante tekst.

Maar nog een laatste, uitermate belangrijke, de Westerse wereldopvatting vertolkende figuur staat op dezelfde grensscheiding der tijden: Johann Sebastian Bach (1685-1750). Met hem, samen met Handel, heeft zich het zwaartepunt van het muzikale scheppen van het katholieke Zuiden naar het protestantse Duitsland verlegd. Bach is de allesbeheersende exponent van de muziek in het tijdperk van de Barok. Maar evenals alle groten van de geest is hij een overgangsfiguur. Nog werkt in zijn muziek het laat-barokke levenssentiment door, maar in feite niet meer dan, in de wijsbegeerte, bij Spinoza bijv.; en evenals deze vertoont hij, naar het verleden toe, de verbinding met de Renaissance, terwijl hij naar de andere kant de brug slaat naar de Verlichting, of juister nog naar het Klassicisme, wat te gemakkelijker gaat, omdat dit Klassicisme zelf slechts een herleving van het Renaissance-besef, of, juister nog, er de directe voortzetting van is. Maar nog nader kan de parallel tussen Bach en Spinoza worden uitgewerkt. Want al kan men in het algemeen de muziek als een verklankte wiskunde opvatten, toch is het voor Bach kenmerkend, dat het „mathematische" bij hem sterker naar voren komt dan bij andere componisten - precies op de wijze zoals dat onder de wijsgeren bij Spinoza het geval is. Bach's fuga's herinneren in hun vlucht aan repeterende breuken, die in al hun verscheidenheid toch eenzelfde wetmatigheid vertonen: alles volgt uit en op elkaar zoals uit de Substantie bij Spinoza alle dingen en verschijnselen uit en op elkander volgen - en in God tot eeuwige rust komen. Al evenzeer als bij Spinoza overheerst bij Bach het religieuze sentiment, zij het ook in de confessionele zin van het woord, typisch protestants verinnerlijkt. Overgangsfiguur is Bach echter ook in zuiver muzikale zin. Voelt hij zich naar de zijde van het verleden verbonden met de stijl van de meerstemmigheid, zoals die in de Nederlanden tot schoonste ontwikkeling kwam, met de stijl van het contrapunt, tegelijk is hij de schepper of toch de medeschepper van een stoutmoedige harmonische muziek, die met en door hem de toekomst zal veroveren. In zijn laatste contrapuntische werken gaat hij op merkwaardige wijze de weg van Spinoza - een laatste en wellicht de diepste gelijkenis: in deze rijpste werken beweegt hij zich tussen de polen van mathematisme en mystiek op zulk een wijze, dat hij de Godheid doorleeft en deze in zijn muziek voelbaar naderbij brengt, zo gelijk ook Spinoza al zijn rationalisme aanwendde om de laatste sprong mogelijk te maken: in het Eeuwige.

 

Om het contrast tussen beiden zo groot mogelijk te maken (en de geloofwaardigheid van deze vergelijkingen zo klein mogelijk), embed ik hier Bach's Paasoratorium BWV 249 door Het Monteverdi Choir en het Engels Baroque Soloists, gedirigeerd door Sir John Eliot Gardiner  voor de PROMS 2013 in de Royal Albert Hall

Hannah Morrison soprano,
Meg Bragle mezzo-soprano,
Nicholas Mulroy tenor
Peter Harvey bass

Reacties

Zal ik de mij goed bekende Rafael Cataneo Becker en die mij onbekende Turk (die verplaatst is) van die vermaarde ondeugende Stan de groeten overbrengen?

Hoeft niet, Wim, ga er maar je keynote lecture brengen, waarover jij het steeds hebt, maar waar in het programma geen sprake van is. Ik waarschuw je maar vast om een mogelijke deceptie te voorkomen.

Je weet wel, Stan, ik ben koorzanger en ik zing veel Bach. Ik heb me vaak afgevraagd hoe die twee op elkaar gereageerd zouden hebben, als ze elkaar bij leven hadden ontmoet. Maar aangezien Spinoza niet geloofde in een leven na de dood, kan ik de gedachte aan zo'n kennismaking gerust uitsluiten. Dat scheelt weer een boel speculatie. Ik zou dan ook niet willen zoeken naar een parallel tussen Bach en Spinoza (zoals Vloemans), maar naar een vergelijkbaar vertrekpunt.

Over welk vertrekpunt zouden Spinoza en Bach het eens zijn geweest? Steenbakker' vergelijking van TTP 10 met Cantate 71 "Du sollt Gott, deinen Herren, lieben" (spinoza | 15-01-2014) komt voor mij dicht in de buurt.

Om mij te kunnen volgen moet je de gedachte dat Spinoza wel of niet een atheïst was even aan de kant zetten. Met Bach doe ik dan hetzelfde.

Ik neem dan Spinoza's bekende vertrekpunt/definitie E1/VI op "face value", te weten: Onder 'God' versta ik het volstrekt oneindig wezen, dat wil zeggen een substantie, uit een oneindig aantal attributen bestaande, waarvan ieder voor zich een eeuwig en oneindig wezen uitdrukt". Vervolgens breid ik het uit naar de even bekende stelling E1/11 : God, of de substantie, bestaande uit een oneindig aantal attributen, van welke elk een eeuwig en oneindig wezen uitdrukt, bestaat noodwendig.

Tot zover ben ik voor iedere Spinoza lezer te begrijpen. Maar Bach was geen filosoof. Om Bach te begrijpen moet de filosoof bereid zijn om een zijsprongetje maken. Via een muzikale variatie kun je dan weer terugkomen op het grondthema.

Voor mij werkt het sprongetje: "Soli Deo Gloria", afgekort SDG, als verbinding naar Spinoza. Bach zette die letters onder tal van zijn composities, het betekent "Aan God alleen de eer". Haal ik nu "de eer" even weg dan kom ik uit op de woorden "Soli Deo", "Aan God alleen". Naar mijn gevoel is "Soli" een uitdrukking van het substantie-begrip van Spinoza en het "Gloria" een uitdrukking van het noodzakelijkheidsbegrip.

Als ik daarover uitgezongen ben, keer ik terug naar Spinoza. Spinoza zette veelvuldig "QED" (Quod Erat Demonstrandum) onder de bewijsvoering van zijn stellingen, dat is vertaald als "H.t.b.w." ("Hetgeen te bewijzen was").

Componeren of filosoferen: het blijven verschillende bezigheden. Hoe dat weer samenhangt, ligt voor mij niet in de definitie van "God" (valt niet te beschrijven) of "atheïst" (valt niet goed te definiëren) maar in wat je er mee doet.

Mooie beschouwing, Wim,
Goed dat er minstens één koorzanger onder de Spinoza-geïnteresseerden te vinden is.
Als je gloria ingeeft in het zoekvenster kom je bij het blog "Spinoza en de 'kabood JHWH'" waaruit zichtbaar wordt wat de term 'gloria' voor Spinoza betekend moet hebben: niet zomaar een noodzakelijkheidsbegrip, maar een diepgevoelde en ervaren noodzakelijke geworteldheid in de noodzakelijke God. Daarin zal Bach (ondanks een heel ander godsbeeld) op hem geleken kunnen hebben.

Inderdaad, Stan, is daar letterlijk geen sprake van, maar 1) je kunt zien dat de hele Maandagavond voor mij is gereserveerd, 2) als niet- vriend van mij kun je niet de intensieve discussie tussen deelnemers op FB over mij en verwachtingen van mijn optreden waarnemen. Zuid-Amerika, daar gebeurt het nu wat Spinoza-receptie en - studie betreft. Hier is Spinoza zo goed als dood gemaskt door dodelijkE geschriften en academische hobbyisten en discussieert men liefst over opheffing van ban op een 'dode hond'.

Wat een boel 'hineininterpretieren"!
Ik heb veel waardering voor musicus John Butt(Brandenburgse concerten met de Nederlandse violiste Cecilia Bernardini!), ook zijn muziektheoretische publicaties zijn zeer de moeite waard.
Met de kennis van nu kunnen we de publicatie van Vloemans toch wel in een heel ander licht plaatsen. Bach was in zijn tijd redelijk onbekend als componist, wel als organist. Daarom kan men hem moeilijk 'een allesbeheersende exponent van de muziek in het tijdperk van de Barok" noemen. Het belang van de strijd tussen Italiaanse en Franse Barok kan bijvoorbeeld moeilijk overschat worden. Bach een "overgangsfiguur" noemen gaat helemaal ver, hij is de laatste vertegenwoordiger van de Barok. in 1750 is er sprake van een kleine 'paradigma' wisseling.
Hij vertoont niet "de verbinding met de Renaissance" die is veeleer weggelegd voor Sweelinck. Bach die de "De brug slaat naar de Verlichting" is ook nogal opmerkelijk, gezien zijn geboortejaar, Spinoza en Descartes waren al overleden op dat moment.
Alhoewel Bach waarschijnlijk getalsmatige zaken gebruikte, zijn die niet leidend, noch hoorbaar in zijn muziek. Een fuga is op zich geen wiskundige constructie en daarvoor moeten we overigens ook eerst bij Sweelinck zijn. Bijna iedere componist uit die tijd en daarna componeerde wel een fuga. Zoals gezegd, Bach's muziek heeft onderliggend waarschijnlijk nogal wat getalsmatige (kabbalistische) elementen, maar die hadden niets van doen met de compositorische resultaten. Dit is natuurlijk in sterke tegenstelling met Spinoza die expliciet uitging van een geometrische ordening en bewijsvoering die leidend was in zijn betoogtrant in de Ethica. Waarschijnlijk was het bij Bach meer een (rederijkers-) spel met wellicht esoterische doeleinden. Het is daarmee geen 'verklankte wiskunde', hij had het gemakkelijk anders kunnen doen. Getallenspelletjes kunnen weliswaar „mathematisch" zijn maar zijn op geen enkele wijze de leidraad voor composities bij Bach. Daarvoor moeten we zijn bij harmonische, ritmische, melodische, retorische, stilistische en instrumentatie uitgangspunten. Dit geldt natuurlijk voor ieder componist, Bach niet uitgezonderd.
Er valt nog veel over te zeggen. Liever zou ik iets willen zien over de verhouding tussen tijdgenoten van Spinoza. Weliswaar was Sweelinck al overleden toen hij geboren werd, maar hij had een zeer grote invloed in de tijd van Spinoza en later op ook op Bach. Maar wat te denken van de composities van Huygens. Waarschijnlijk speelde daar een sociologische component een rol. Zijn muziek was weggelegd voor de happy few, 'hofmuziek' en we mogen aannemen dat Spinoza die nooit gehoord heeft.
Muziek heeft bij Spinoza hooguit de functie van verkwikking en genot, maar natuurlijk met mate.. (E. 45) De componisten uit de Barok, Bach niet uitgezonderd, zijn er met hun muziek juist op uit om de hartstochten op te wekken.

Dank voor je zinvolle bijdrage Peter. Een vergelijking tussen tijdgenoten in verschillende disciplines (zoals Huygens) zou inderdaad interessant zijn. Die kan ik je niet aanleveren, al ken ik wel de lijn Sweelinck-Scheidt-Scheidemann enz. richting Buxtehude (wie niet: het staat allemaal op internet).
Wat er ook uitkomt: Ik sla Spinoza niet hoog aan als componist (helemaal niet zelfs) en Bach staat bij mijn weten niet bekend om zijn bijdrage aan de filosofie.
Wat Bach betreft, jij zegt "Het is daarmee geen 'verklankte wiskunde', hij had het gemakkelijk anders kunnen doen." Sterker nog, denk ik - hij deed het heel vaak anders. Dat zie je terug in veel koralen met identieke woorden en melodieën: een harmonie of een loopje dat net anders is dan je vanuit een andere cantate zou verwachten. Zo kan het ook, dus.
Het merkwaardige bij Bach vind ik - ik spreek nu vanuit mijn eigen optiek - dat daar best vaak een soort 'zangerslogica' in zit, die specifieke combinatie van harmonie, ritmiek, melodie, enz. enz. die in de uitvoering een gevoel van 'noodzakelijkheid' kan krijgen, een gevoel van 'zo is het', 'zo zit het in elkaar'. Langs die weg kwam ik terecht bij Bach's conclusie "SDG", in een heel ander tijdsgewricht en andere omstandigheden dan Spinoza.
Bij slotkoralen ligt die noodzakelijkheid voor de hand, al was het maar retorisch, want aan het eind van de cantate. Maar ik denk bijvoorbeeld ook aan het bekende Motet BWV 225 Singet dem Herrn (ein neues Lied). Daar kun je ineens ervaren dat je met elkaar een splinternieuw! lied aan het zingen bent en dat de weg naar het slot er al in gecomponeerd is - je moet die weg alleen nog samen (met je medezangers en met het publiek) een beetje zorgvuldig aflopen. Ik zocht voor deze blog naar een live-opname van het Motet, ik vond die van Vocalconsort Berlin o.l.v. de Nederlandse dirigent Daniel Reuss het meest geschikt om een indruk te geven.
https://www.youtube.com/watch?v=lc14Jv1eTUE.
Live in de zaal is natuurlijk beter, maar op de website over Spinoza vind ik het niet verkeerd. En dan maar weer gauw terug in het hok van de filosofie....

Als beroepsmusicus heb ik heel wat partituren mogen zien en spelen. Het is en blijft fascinerend waartoe de menselijke geest in staat is. Dat geldt in hoge mate voor Bach en voor Spinoza. Al spelend of zingend kun je onmiddellijk ervaren, hoe geniaal zijn muziek gecomponeerd is. Bijna via het intuïtieve weten, de derde kensoort: "door een voelen en genieten van de zaak zelf" (KV II,2) Bij de bestudering van Spinoza ligt dat heel anders. Langzamerhand kun je zijn gedachtegoed je eigen maken, stapje voor stapje, waarbij dit weblog en de bijdragen eraan
zeker helpen. N.B. Haydn schreef vaak ook onder zijn stukken S.D.G., ook onder wereldlijke composities als bij zijn symfonieën die niet in opdracht van de kerk waren geschreven, maar voor een wereldlijke vorst. Weliswaar deed hij dat vaker sinds hij met een telescoop naar de hemel gekeken had.....Met andere woorden: het was ook een zekere conventie.

Dank Wim, voor de link naar J.S. Bach's Motet BWV 225 'Singet dem Herrn'. Ik heb 'm momenteel 'opstaan' en geniet.
Hoe Bach en Spinoza toch goed samen kunnen gaan, al was het maar zo af en toe op dit blog.

Peter, bedankt voor je prachtige aanvulling op deze discussie. Ik heb de aantekening SDG bij Bach ook altijd gezien als conventie. Maar ja - als dat nu eens niet zo was? Daarom Stan, bedankt voor de ruimte om mijn speculatieve formulering over SDG en QED een plaatsje te geven. Het was natuurlijk geen stelling maar een vraagstelling.