Aux corps prochains (Sur une pensée de Spinoza) Théatre-philo ou Philo-théâtre?

Over een jaar zal een theaterstuk gaan Aux corps prochains (Sur une pensée de Spinoza). Wat die gedachte van Spinoza betreft gaat het om: "Nul ne sait ce que peut un corps" - zie onder Spinoza's Latijn en de vindplaats in zijn werk.

Het stuk wordt omschreven als een theatraal avontuur voor negen artisten bedacht en geregisseerd door Denis Guénoun, en ontwikkeld in samenwerking met danser en theaterman Stanislas Roquette. Het zou om een onderzoek gaan op het snijvlak van filosofie en theater: hoe het lichaam van een mens dat beweegt en geluid maakt laat zien dat lichaam en geest zijn niet zo ver uit elkaar liggen.

Het zal gaan in het Théâtre National de Chaillot (van 5 tot 13 mei 2015, cf.) en het Théâtre National Populaire TNP (van 27 mei tot 6 juni 2015). Liefhebbers kunnen binnenkort al een voorproefje nemen, want komend weekend, op 13 en 14 juni, zullen er in het Théâtre National de Chaillot twee openbare repetities worden gehouden [cf. en cf.].

Opmerkelijk is dat op de diverse pagina's waarin iets over dit project te lezen is, de naam van Gilles Deleuze niet wordt genoemd [met deze uitzondering], terwijl hij degene is geweest die deze passage uit het werk van Spinoza naar voren heeft gehaald, het belang ervan heeft onderstreept en het in Frankrijk vooral tot een sleuteltekst heeft doen worden. Volgens sommigen is dit sindsdien dé zin waar de hele Ethica om draait. [Cf.]  

 

Het is via en met ons lichaam dat wij ons oriënteren in een ons nog onbekende wereld. Daar wijst Spinoza voortdurend op in Deel 2 van de Ethica. Deze aanvankelijke onbekendheid geldt zowel het eigen lichaam als de werkelijkheid waarmee we via dit lichaam in aanraking komen. Ook onszelf (onze geest) kennen we aanvankelijk niet, maar leren we ontdekken door onze aanrakingen met de wereld, die ons pijn of goed doen. We worden door de ons omringende dingen 'aangedaan'. Via deze lijn beschrijft Spinoza onze kennisvorming. We beginnen met ons beelden of voorstellingen te maken van onze eerste lichamelijke contacten met de omgeving: door waarnemingen, door dingen 'van horen zeggen' etc. Hierbij blijken we dingen in te vullen waarvoor we een flink verbeeldingsvermogen hebben, maar de kennis die aldus ontstaat is niet adequaat, niet conform hoe de werkelijkheid werkelijk is. De volgende stap is dat we ons vermogen ontwikkelen om de dingen met onze rede in te zien, de dingen wél adequaat te kennen en zo redelijk te worden. Maar alle verdere ontwikkelingen van onze geestelijke activiteit blijven altijd nauw samenhangen met onze blijvende lichamelijke oriëntatie in de wereld - wij blijven geworteld in onze verbeelding en altijd onderhevig aan gemoedsaandoeningen.
Ik neem aan dat Denis Guénoun en Stanislas Roquette en hun theaterpartners deze leer over het centrale karakter van het lichaam in het menselijk bestaan temidden van andere dingen die lichamen zijn zullen willen vormgeven.

Aux corps prochains - Interview de Jean-Pierre Jourdain from Théâtre National Populaire TNP on Vimeo.

Foto bovenaan: Stanislas Roquette in Aux corps prochains
Crédit: Charles Habib-Drouot [van hier]