Arthur Liebert (1878 – 1946) schreef een Spinoza-Brevier

Een jaar geleden schreef ik enige blogs [1, 2, 3] over – wat ik noemde – “Het Spinoza-brevier van Carl Gebhardt”, d.w.z. over zijn Spinoza, Von den festen und ewigen Dingen [Uebertragen und eingeleitet von Carl Gebhardt. Carl Winter, Heidelberg, 1925]. “Op de eerste pagina van het "Nachbericht" ervan verwees Gebhardt naar een eerdere – niet gelukte – poging tot zo’n Spinoza-brevier (door wie? Dat horen we niet. Het boekje heeft in het geheel geen verwijzingen), een poging dus om een uittreksel van de essentiële teksten te brengen.” Welnu, zojuist ontdekte ik op welk boek Gebhardt moet hebben gedoeld, het Spinoza-Brevier. Zusammengestellt und mit einer Einleitung herausgegeben von Dr. Arthur Liebert. Het kende drie oplagen.
1. Auflage, 190 S., Berlin 1912.
2. Auflage, XXXIV und 190 S., Verlag von Felix Meiner, Leipzig 1918. 
3. Auflage, XXXVI und 190 S., Leipzig 1933. 

    

  

   

En  apart:
Spinoza in den Grundzügen seines Systems. Einleitung zur 3. Auflage des Spinoza-Breviers. 36 S., Leipzig 1933.

De 2. Auflage (1918) staat bij archive.org gedigitaliseerd.  

 

Arthur Liebert [Courtesy of the Leo Baeck Institute]Arthur Levy, zoals hij oorspronkelijk heette, stamde uit een joods gezin in Berlijn; z’n vader was koopman. Na zijn middelbare opleiding in 1895 ging hij eerst zes jaar als koopman werken. Daarna studeerde hij van 1901 tot 1906 filosofie in Berlijn o.a. bij Wilhelm Dilthey en Georg Simmel. Toen hij in 1905 tot het protestantse christendom overging nam hij de naam Arthur Liebert aan. Zijn eerste werk verscheen in 1905: een vertaling en toelichting van werk van Giovanni Pico della Mirandola op wie hij ook in 1908 promoveerde. In 1910 werd hij leidinggevende van de door Hans Vaihinger in 1904 opgerichte Kant-Gesellschaft dat zich onder zijn leiding tot een wereldwijd gekende filosofische vereniging werd. In 1925 werd hij buitengewoon hoogleraar aan de der Friedrich-Wilhelms-Universität in Berlijn. Na de nationaalsocialistische machtsgreep werd Liebert met gedwongen vervroegd pensioen gestuurd; hij vertrok in ballingschap naar Belgrado waar hij filosofieprofessor aan de universiteit aldaar kon worden en richtte het tijdschrift Philosophia: Philosophorum Nostri Temporis Vox Universa op dat tot 1939 kon bestaan. In 1939 vertrok hij naar Engeland, waar hij in Birmingham kon doceren. In juli 1942 stichtte hij er de Freien Deutschen Hochschule. Na het eind van de oorlog keerde hij terug naar Berlijn, waar hij nog korte tijd professor en decaan van de Pädagogischen Fakultät van de Humboldt-Universität was.

Zoals zo vaak vinden we in het wikipedia-lemma over hem niet zijn Spinoza-boekje, wel worden de volgende werken van hem genoemd: Wie ist kritische Philosophie überhaupt möglich? [Leipzig 1919]; Die geistige Krisis der Gegenwart [Berlin 1923]; Mythus und Kultur, [Berlin 1925]; Die Philosophie in der Schule [Charlottenburg 1927]; Erkenntnistheorie [Berlin 1932]; Die Krise des Idealismus [Zürich 1936]; Von der Pflicht der Philosophie in unserer Zeit, [Zürich 1938]; Das Problem der Geltung [Berlin 1914]


Arthur Liebert, Albert Einstein, Franz Oppenheimer, Mrs. Kurt Goldstein, Fritz Medicus and Arthur Liebert's son walking outside the Grand Hotel Curhaus during the Davoser Hochschulkurse; Davos, Switzerland [Courtesy of the Leo Baeck Institute - cf hier]