Architectus mundi

Ferdie Fluitsma gaf mij onlangs door dat hij had gezien dat professor Jan Rohls het hoofdstuk had: "Der Gott Spinozas" (pg. 443-465) in:

Ingolf U. Dalferth, Johannes Fischer u. Hans-Peter Großhans (Hrsg.), Denkwürdiges Geheimnis. Beiträge zur Gotteslehre. Festschrift für Eberhard Jüngel zum 70. Geburtstag. Mohr, Siebeck 2004/2006 

Uiteraard heb ik er via books.google even naar gekeken en vond het aardiger enige interessante passages te citeren uit het hoofdstuk in dat boek van Richard Schröder: " »Du hast die Welt nach Maβ, Zahl und Zeit geordnet.« Über einen Konsens im astronomischen Weltbildstreit des 16. und 17. Jahrhunderts"

Waarom neem ik onderstaande informatie op? Je kunt meevoelen hoe Spinoza wel het antropomorfe godsbeeld afschaft, maar niet de wiskunde - niet de "goddelijke" driehoek...

 

                        Architectus mundi uit de Bible moralisée

"Het beeld van een goddelijke architect, almachtige kunstenaar of intelligente ontwerper is niet van gisteren of vandaag, en kreeg evenmin een plotselinge actualiteit na de publicaties van Darwins On the Origin of Species (1859)." [Eric Jorink's bijna laatste woorden in zijn Het ‘Boeck der Natuere’. Nederlandse geleerden en de wonderen van Gods schepping 1575-1715.] Het volgende vat ik samen uit Richard Schröder in bovenvermelde boek.

Architectus mundi is een beeldtype dat in de Middeleeuwse boekschilderkunst veel gebruikt werd. Zo deze uit de Bible moralisée die niet naar een der scheppingsdagen verwijst. De tekst in de bovenrand luidt "Hier schept God Hemel en Aarde, Zon en Maan en alle Elementen." [Op deze afbeelding uit wiki, is die tekst die wel in het Latijn zal zijn, weggesneden]. De Architectus mundi doet dat m.b.v. een cirkel, hetgeen kan teruggaan op een plaats uit Sapientia Salomonis. Het vervolg van het Scheppingsverhaal, "en God zag dat het goed was" hetgeen op basis van de Griekse traditie als geometrisch-mathematische volmaakte ordening geïnterpreteerd werd.

De werkelijkheid werd voor de mens onmeetbaar geacht
In de nominalistische Laatscholastiek van de 14e eeuw ontwikkelen natuurfilosofen als Nikolaus van Oresme (1320-1382) en Walter Burleigh (gest. 1343) een merkwaardige manier van mathematische beschouwing van de wereld vanuit het gezichtspunt van de Schepper gezien: "deze periode rekent bijna altijd met grootheden die wanneer niet überhaupt, dan toch voor die tijd niet passend zijn." In de natuurkunde van de 14e eeuw werd gerekend en voor een deel al zeer gecompliceerd, maar er werd niet gemeten, hoewel men al wel beschikte over de meetapparaten van de beginnende nieuwe tijd, als lengtemaat, weegschaal, gewicht. Waarom niet? Deze "natuurkundigen" waren er van overtuigd, dat een werkelijk nauwkeurig meten, ook in de eenvoudigste gevallen, principieel onmogelijk is.
Voor God is de hele wereld in al z'n bijzonderheden geteld en gemeten, maar niet voor de mensen, want die kennen Gods maateenheden niet. Maar kon men dan niet eenvoudig een maateenheid vaststellen, zoals later ook gebeurde? Burleigh wijst dat af: "circa istam institutionem potest esse error."
Rekenen met ongeveer-maten, d.w.z. met benaderingswaarden, met foutgrenzen en achterwege laten van verwaarloosbare grootheden, zoals voor de latere natuuirkunde vanzelfsprekend werd, zou de scholastieke filosofen als een zware overtreding tegen de waardigheid van de wetenschap schijnen (zoals Hans Blumenberg het formuleerde). De door deze natuurfilosofie geprobeerde mathematisering is in het licht van het vervolg  een mislukte poging.

Maar deste verwondelijker is het, dat er toch pogingen gedaan werden. Hoewel de wereldtot de goddelijke wiskunde behoort, die niet de onze hoeft te zijn. Zo komt het dat de arithmetica het in belangrijkheid van de geometrie won. De Laatscholastiek werkte met letterrekenen, terwijl God ons de maatstaf, de eenheid niet openbaren wil.

In de afbeelding Arithmologia van Athenasius Kirchner is in het bovenste deel iets van het beeld van de architectus mundi terug te vinden. In het onderste deel dat onze wereld voorstelt laat Kircher zien dat hij een stap verder gaat: hij laat er de beide geleerden de mathematische code van de wereld ontsleutelen.   

                         Athenasius Kirchner: Arithmologia