Antoon Vloemans (1898 – 1982) schreef indrukwekkend boek over Spinoza [VI slot]

Dit wordt het – waarschijnlijk - laatste blog over Antoon Vloemans, de Vlaamse, in Nederland werkzame filosoof en filosofie-historicus die veel boeken schreef en ook drie over Spinoza.

Nadat ik in het eerste blog alles bijeenbracht wat ik over Vloemans kon vinden, sprak ik in de vervolgblogs voornamelijk over zijn hoofdwerk wat Spinoza betreft: Spinoza, de mensch, het leven en het werk [s'-Gravenhage, Leopold, 1931].

Nadat hij dit "standaardwerk" had geschreven, vroeg de Wereldbibliotheek hem om een korter inleidend werk over Spinoza te brengen, dat samen zou worden uitgebracht met een bloemlezing van teksten van Spinoza zelf uit vertalingen van Nico van Suchtelen. Vloemans voldeed aan dat verzoek en dat werd De wijsbegeerte van Spinoza. Haar plaats in het Nederlandsche denken en haar beteekenis voor de wereldphilosophie [Wereldbibliotheek, 1932 - 253 pp. 2e druk z.j. (ca. 1935)]. Dat was, zoals het ook bedoeld was, een wat populairder werkje – hoewel Vloemans vermoed ik, nauwelijks niet-populair schreef.

 

Het is een ook in deze tijd nog steeds goed leesbare en informatieve inleiding op het denken van Spinoza. Het is alles veel korter dan het hoofdwerk en dat is voor een inleiding uiteraard aanbevelenswaardig. Dit boekje was overigens niet alleen maar een soort samenvatting van het grote werk. Nee het bevatte interessante nieuwe elementen:

  Aan het eind een bibliografie die een mooi beeld geeft van de Spinoza-literatuur tot ca. 1932 (dat had z'n hoofdwerk niet).

  Een slothoofdstuk (‘t 8e) over de “Geschiedenis van Spinoza’s roem,” waarin de auteur in het kort een treffend beeld verschaft van de receptie van Spinoza en zijn filosofie: de aanvankelijke vooral verguizing, de invloed op kringen binnen het calvinisme (Van Hattem, Brill, Van Leenhof), de hervinding ten tijde van de Duitse Spinozismusstreit. Grappig is dat hier nu wel de bestrijding van Spinoza door de overigens sterk verwant denkende Henry More wordt gegeven (in blog IV had ik vermeld dat mij opviel dat hij wel Henry More behandelde maar niets schreef over diens verguizing van Spinoza; dat maakte hij in dit vervolgboekje dus goed).

  Het werkje opent met een nieuw hoofdstuk, “De plaats van Spinoza in de geestesgeschiedenis der Nederland.” Daarin gaf hij een verdere uitwerking van een beknoptere paragraaf in de zgn. vierde episode in zijn hoofdwerk: “Spinoza’s geesteshistorische plaats.” Ik vond dat in de tijd dat ik het verwierf (in 2008 op een boekenmarkt beide Wb-deeltjes samen voor €2), en wederom nu bij herlezing, een heel aantrekkelijk overzicht van de scholastieke en laat-scholastieke filosofie die aan Spinoza vooraf ging. Alleen al om dat hoofdstuk acht ik aanschaf van dat werkje nog steeds aan te bevelen. Een citaat daaruit:

“Spinoza heeft gewerkt met het materiaal van anderen, maar de koninklijke wijze, waarop hij deze bouwstoffen heeft verwerkt, stempelt hem tot een der machtigste geesten, die de menschheid in den loop der eeuwen heeft voortgebracht. Alle geestelijk scheppen put uit den stroom der traditie. Spinoza heeft de elementen voor een hernieuwden bouw der geestelijke wereld, sedert eeuwen beproefd met steeds ontoereikend gebleken middelen, samengebracht, en schitterend voltooid, wat tal van geslachten ongeweten hadden voorbereid. Daarin ligt zijn roem, die onvergankelijk zal blijken.”

Dit komt niet uit de pen van iemand die negatief denkt over Spinoza. Zo zijn er in beide boeken meer voorbeelden, waardoor ik wat verbaasd ben over het enigszins afhoudende, negatieve beeld dat Henri Krop haalt uit zijn bij de Spinoza-herdenking op 29 december 1932 in de Agnieten-kapel te Amsterdam gehouden toespraak die ik niet gelezen heb [cf. eerste blog]. Het is niet het beeld dat ik krijg van hoe Vloemans in beide door mij behandelde boeken over Spinoza schrijft.

In de rubriek "Het boek van de week" van De Tijd op Zondag van 9 september 1932, gaf Anton van Duinkerken een uitgebreide recensie van dit boek [Cf hier en hier]. De katholieke recensent heeft het wat moeilijk met te merken hoe Vloemans kennelijk aan de kant staat van “zijn geliefden wijsgeer" en hij bestrijdt enige van diens inzichten over bv Thomas van Aquino. Hij haalt er erg veel bij en stelt tot zijn vreugde vast dat Vloemans erop wees dat de Spinozareceptie aan het eind van de 18e en begin van de 19e eeuw vooral een zaak was van literatoren (wat toch niet helemaal correct is). En na het Spinoza- gedichtje van Sully Prudhomme geciteerd te hebben, schrijft hij: “Dit al te romantische beeld is klassiek: het beïnvloedt de populaire Spinoza-waardering, het maakt voor velen de leer van den denker aantrekkelijk. Deze leer wordt door Dr. Vloemans bondig en niet geheel oncritisch samengevat in het middendeel van zijn boek.”
Hoe moeilijk men het in katholieke kring had met Vloemans anti-katholicisme, is bv ook te lezen in een korte recencie in Streven van Vloemans boekje over Augustinus [cf. DBNL].

Om ook nog kennis te nemen van het derde boekje, Dr. A. Vloemans, Inleiding tot Spinoza [W.P. van Stockum en Zoon, 1953], daarvoor kon ik de energie en vooral motivatie niet meer opbrengen; ik vermoed dat Vloemans daarin nauwelijks nog iets nieuws zou brengen.

Tot Theun de Vries in 1972 met zijn  Spinoza; beeldenstormer en wereldbouwer [H.J.W. Becht, Amsterdam, z.j. (1972)] zou komen, bleef het boek van Vloemans uit 1931, dus ruim 40 jaar, de enige biografie met daarin zijn leer van Spinoza; en hij bracht veel meer van de leer dan De Vries deed. Dus eigenlijk kun je vaststellen dat het boek tot de biografie van Steven Nadler in 1999 hét werk over Spinoza bleef - 68 jaar!

Dat, samen met de kwaliteit ervan, was de ruime aandacht  die het eindelijk kreeg op dit weblog zeker waard. Ik blijf me erover verbazen dat ik er tijdens de vele cursussen over Spinoza die ik volgde en de vele secundaire literatuur die ik las, nooit eerder over dit werk van Vloemans ook maar iets had gehoord - voor het eerst pas in het boek over de Spinoza-receptie van Henri Krop.

______________________

Hier de eerdere blogs over Vloemans: I inleiding, II Recensies, III beoordeling, IV beoordeling vervolg, V een specimen  

 

Reacties

Dit groene boek(je) viel mij, getuige mijn aantekening op het schutblad, in 2003 in handen en haal ik nu naar aanleiding van dit blog weer boven water. Omdat deze leer 'bondig en niet geheel onkritisch' samengevat wordt in het middendeel ben ik heel benieuwd wat dat mag betekenen. Tot nader bericht, ArisZ