Antonin Artaud, Spinoza en « une affaire belge »

In het blog van 12-01-2009: “Antonin Artaud (1896 - 1948), Spinoza en lichamen zonder organen” had ik het gedicht opgenomen: “Chanson secrète enfantine des rose-croix”,niet beter wetend dan dat het om een gedicht van Artaud ging. Zo stond het namelijk in het artikel van Wim Klever 'Spinoza in Poetry', [in Studio Spinozana Vol. 5 1989] dat hij mij had toegezonden. Het staat zo toegeschreven dus al ruim zeven jaar op internet. Niemand die me er op wees dat die toeschrijving aan Artaud onjuist was.

Nu bezit ik sinds kort de 16 delen van Studia Spinozana en daarin kwam ik in deel 6 deze rectificatie tegen:

En inderdaad, helemaal vooraan in het typoscript van die Koerbagh-uitgave had Hubert Vandenbossche dit gedicht opgenomen samen met een citaat uit Althusser (Michiel Wielema zond me er een scan van):

Laat nu net dit jaar Les Temps Modernes 2016/1-2 (n° 687-688) L’énigme Artaud als themanummer hebben [cf.]. Daarin schrijft Jean-Pierre Verheggen het artikel “Artaud, le grand nègre” en daarin beschrijft hij dit over

« une affaire  belge »
Tout était là, je le pressentais déjà! Au silence poli à la sortie de mon livre allait succéder ma mise à contribution pour que j’aide Paule Thévenin à dénouer certaines énigmes dont « une affaire  belge » qu'elle me chargeait d'élucider à propos d'une « Chanson secrète enfantine des Rose-Croix » signée Artaud et qui serait postérieure à 1947. « A vous de jouer », m’intimait-elle, me priant de lui fournir au plus pressé l’adresse de tel professeur de l’université de Gand et de tel autre à l’Université libre de Bruxelles, ce dernier utilisant ce poème comme introduction au contenu spinoziste de l’œuvre de Koerbagh ! Héliogabale, un peu, mais Spinoza, pas du tout, et même franchement loin de mes préoccupations sur Artaud. J’en restai médusé, dans les choux et à la fois plus hilare et goguenard que jamais.  Trouvez-le s’il vous plaît ! Arrachez-lui ses sources et la photocopie du manuscrit !  Mais là où tout s’éclaire, c’est quand elle poursuit en écrivant:  Quand je pense que Monsieur de la Famille veut prouver que toutes les œuvres d’Antonin Artaud depuis le tome XV sont apocryphes? Ce serait formidable de pouvoir démontrer que cette chanson est un faux et qu’il ne s’en est nullement inquiété. Le 15 juillet 92, le courrier interrompu durant quelques années reprenait du service « à rendre » et m’apprend:  Cette chanson est une fantaisie de de Gilles Deleuze et Félix Guattari qui se sont amusés à la rimer mais sans dire à aucun moment qu’elle était d’Antonin Artaud. Je suis contente de voir que je ne m’étais pas pas trompée. Puis-je vous mettre à contribution encore? Un professeur […].  Nôôôôn ! Je ...

Het vervelende is dan weer dat waar Gilles Deleuze & Félix Guattari, "28 novembre 1947 - Comment se faire un corps samns organes?" op internet werd overgenomen (zoals hier) dit gedicht niet meekwam. En hun Mille-Plateaux, waarin in hoofdstuk 6 "28 novembre 1947 - Comment se faire un corps sans organes?" werd opgenomen [cf.] is niet op internet te raadplegen.  Enfin, ik laat het hierbij - het is wel duidelijk.

We moeten de toeschrijving aan Antonin Artaud dus terugnemen – het was kennelijk een geintje van Deleuze en Guattari. Artaud had in 1934 wel het toneelstuk geschreven Héliogabale ou l'anarchiste couronné geschreven. Blijkbaar gingen Deleuze en Guattari daarmee aan de slag – om Artaud iets met Spinoza te laten doen? Enfin, de heren worden bedankt voor hun mystificatie.  

Reacties

Wat een coïncidentie en wat een vreemd verhaal eigenlijk.

“We moeten de toeschrijving aan Antonin Artaud dus terugnemen – het was kennelijk een geintje van Deleuze en Guattari. Artaud had in 1934 wel het toneelstuk geschreven “Héliogabale ou l'anarchiste couronné” geschreven. Blijkbaar gingen Deleuze en Guattari daarmee aan de slag – om Artaud iets met Spinoza te laten doen? Enfin, de heren worden bedankt voor hun mystificatie.”

Hoe het juist zit met ‘dat gedicht’ is moeilijk op te zoeken. Het staat niet in de Engelse uitgave van Mille Plateaux. (Ik lees Deleuze in het Engels, mijn Frans is spijtig genoeg onvoldoende.) Er wordt verwezen naar Artaud’s “Pour en finir avec le jugement de Dieu, ‘car liez-moi si vous le voulez, mais il n’y a rien de plus inutile qu’un organe’”. To be done with the judgement of God, “for you can tie me up if you wish, but there is nothing more useless than an organ.”
Via ‘lichamen met (vervormde) organen’ beschreven door o.a. Artaud komt Deleuze op het prachtige idee de kracht van Spinoza’s affectiones te omschrijven als een ‘lichaam zonder organen’! Het gebied van de zintuiglijkheid ziet hij als een complex neuronaal veld zonder verbinding met specifieke ‘organen’. Het is een krachtveld! In Deleuzes les van 24/01/1978 over Spinoza gaat hij uitgebreid in op de begrippen affectio en affectus. Deleuze zal affectiones verbinden met de ‘gezamenlijke noties’ of de common notions. De kracht die ons raakt vanuit een common notion heet bij Deleuze ‘lichaam zonder organen’, soms noemt hij het ook ‘immanentie veld’. Immanent omdat het een directe verbinding geeft tussen substantie en idee. (Misschien is het immanentieveld hetzelfde als de idee van God! Dat moet ik nog eens overdenken.)
Ik bedank ‘de heren’ niet voor een mystificatie, maar voor een prachtige verbinding.

Dat jij dit allemaal kunt begrijpen, vind ik best knap, Ed, ik beschouw het als iets dat in m'n pet wordt gegooid, maar waar ik niets van kan kopen.
Deleuzes les over affectio en affectus kan je hier in het Engels vertaald vinden (dat nog ver voor het geluk over die flauwe kul van lichamen zonder organen)

http://deleuzelectures.blogspot.nl/2007/02/on-spinoza.html