Als een admiraal Tromp bood J.H. Gunning Spinoza de munitie aan die hij ontbeerde!

Het (sterke) verhaal ging in de Vaderlandse Geschiedenis - in de Tweede Kamer werd het op 3 november 1926 bij de bespreking van het Wetsontwerp tot goedkeuring van het "Nederlandsen-Belgisch verdrag" nog eens gememoreerd - n.l. "dat admiraal Tromp den Spanjaarden munitie aanbood, om hun gelegenheid te geven, zich in de open zee met zijn strijdkracht te meten." [cf.]

Welnu, zo bood J.H. Gunning in de laatste woorden die hij in de 150e eindnoot van zijn Spinoza en de Idee der Persoonlijkheid (1876), schreef, Spinoza aan hem niet te houden aan de consequenties van zijn stelsel. Die woorden vind ik wel aardig hier aan te halen daar ze de vaak gestelde vraag verwoorden hoe een ethiek mogelijk kan zijn in een deterministisch stelsel. Het laatste deel van die noot luidt aldus:

"Het spreekt overigens van zelf dat ieder die een boek over Spinoza's wijsbegeerte wil schrijven, beginnen moet met hem niet te houden aan den eisch der volle consequentie die niet alleen aan sommige gewichtige deelen zijner wijsbegeerte, maar aan die geheele wijsbegeerte zelve, alle recht van bestaan zou behooren te ontzeggen. Immers naar logische consequentie zouden wy moeten vragen: waartoe de geheele Ethica, wanneer alles zonder onderscheid in het heelal naar noodzaaklijkheid geordend is? De "vrijheid van den mensch" bestaat, zegt hij, in het bedwingen van zijn hartstochten. Maar hoe is het mogelijk die hartstochten te bedwingen , en welke gegronde reden zou dat bedwingen (gesteld het ware mogelijk) kunnen hebben, indien die hartstochten noodzaaklijk uit den aard van den menschelijken geest voortvloeien, juist gelijk ook die geest door zijn samenhang met het heelal naar volstrekte noodzaaklijkheid is wat hij is? Nergens toch is het punt te vinden waar het gevoel van lust of onlust dat onze toestanden goed of kwaad doet noemen, éénig recht hebben zou om, meer dan eenig gevoel dat er tegenover stond, bestendigd of bestreden te worden. Evenmin het punt waar het mogelijk worden zou die indrukken en toestanden door onzen wil anders te wijzigen dan, ook zonder ons goedvinden, de algemeene loop der natuur van zelf met zich brengen zou. Met deze opmerking vervalt dus eigenlijk de geheele philosophie van Spinoza zelve. Er is geen aanleiding voor hem om, nadat hij de volstrekte noodzaaklijkheid aller dingen heeft opgemerkt, nu nog iets verder te schrijven. Zelfs den mensch te vermanen om zich in die noodzaaklijkheid te schikken en de geheele zedelijkheid door die onderwerping te laten uitmaken, gaat niet aan. Want elk mensch zal zich toch noodzaaklijk aan haar onderwerpen niet meer of minder dan juist zooveel als zijn eigen natuur en de van buiten komende motieven, (b. v. Spinoza' s boek of iets anders), die ook, voor zoover zij tot hem komen, met volstrekte noodzaaklijkheid komen, hem daartoe noodzaken; zoodat er geen reden is voor het opvatten van het voornemen om eenig mensch daartoe te vermanen. Doch, gelijk ik zeide, hierop aan te dringen, Spinoza bij deze consequentie vast te houden, zou alle discussie dadelijk afsnijden. Wie, gelijk wij, van het standpunt der persoonlijkheid uit met Spinoza wil redetwisten, moet beginnen met hem toe te laten om van een al of niet zedelijk "handelen" te spreken , alsof dit hem mogelijk ware. Ongeveer gelijk onze admiraal Tromp aan zijn vijand, die van alle ammunitie ontbloot verklaarde te zijn, uit eigen voorraad het noodige kruit en lood deed aanbieden om den zeeslag te kunnen beginnen."